Kappers15

© Herman Stal, Digitale bewerking: Henk Kersten/Stichting Noviomagus.nl

Kappers in Nijmegen 15

Kapsalon Jan van Haaren sr. en zijn de zonen, Henk en Jan.
Grootestraat 89, Nijmegen 1916.

Vooraf een staaltje van collegialiteit bij hoog water in 1926.

In 1926 loopt de Waalkade weer eens onder, en het water steeg tot in de woonhuizen en bedrijven. Ook de woningen in de Steenstraat stonden deels onder water.

Barbier Kamps, Waalkade 19, kan het wel weer schudden. In zijn barbierszaak staat het water 50 cm hoog en van werken komt voorlopig niets meer. Zijn collega’s laten hem niet in de steek en zorgen ervoor dat Kamps verzekerd blijft van een inkomen.
Op de hoek van de Steenstraat stond Kamps scheerbonnetjes te verkopen voor een dubbeltje per stuk, hiermee konden vaste klanten naar de collega kappers in de stad waar ze met het bonnetje geschoren werden.

Foto: 1926 Het wassende water van de Waal.

 

 

 

 

Kapper Jan van Haaren was zo’n collega, die de klanten van Kamps even glad schoor alsof het zijn eigen klanten waren.

Scheren heeft hij geleerd door als leerjongen te gaan werken bij de barbier om de hoek, zoals in die tijd gewoon was, je leerde je vak in de praktijk, een vakschool was er niet.

In 1916 kan hij zich vakbekwaam noemen en op 20 jarige leeftijd opent hij onder aan de Grootestraat zijn kapsalon in het voormalig pand van kapper Klaassen die in militaire dienst moest ten tijde van de mobilisatie van de Eerste Wereldoorlog.

Foto: Links op de foto het pand van Jan van Haaren sr.
Foto van Gerard Korfmacher.

 

 

 

 

Links op de hoek herenkapper Jan van Haaren senior.

 

Klanten zijn in eerste instantie de mensen uit de benedenstad en de boeren aan de overkant van de Waal, die met de pont kwamen. Bepakt met groenten, fruit en klein vee voor de dagelijkse markt.

Scheren was de hoofdzaak en voor een dubbeltje ging men gladjes naar boven richting de Grote Markt. Als extra kon men de te lange nekharen laten knippen voor 5 cent.
s’ Morgens om 8 uur ging de zaak open en dat bleef zo totdat de klok in de St. Stevenskerk 10 uur in de avond sloeg. Zeven dagen in de week, op de zondag werd er gewerkt tot 2 uur in de middag.
Toch bleef er tijd over om zich met de gezinsplanning bezig te houden, er kwamen namelijk drie kinderen die in de benedenstad op zouden groeien. Twee jongens Henk en Jan en een dochter Alie.
De jongens kiezen voor het kappersvak en gaan werken in de zaak van hun vader.

In het begin van de week valt de drukte in de barbierszaak mee, maar vanaf vrijdag lijkt het wel meer een ontmoetingscentrum voor de vele, rustig op hun beurt wachtende mannen.
De sfeer is ouderwets gezellig, in de achterkamer wordt er zelfs een kaartje gelegd, het wachten wordt niet als negatief ervaren want de laatste nieuwtjes komt men hier aan de weet.

Henk, de oudste van de twee jongens, is 12 jaar als hij op woensdag en zaterdag de scheerklanten inzeept. Met 14 jaar weet hij niet beter of hij zal in de zaak van zijn vader blijven werken. Het duurde dan ook niet lang of de eerste klanten vinden het goed dat ze door Henk worden geschoren. Het vak is hem met de paplepel ingegeven.

In 1937 treedt de vestigingswet in werking, waarin nieuwe eisen worden gesteld aan o.a. vestiging, vakkennis en financiën.

Henk neemt in 1938 les in het herenvak bij kapper Francissen uit de Tooropstraat. Bij kapper Vink in de Hezelstraat doet hij, en nog twee bedienden, examen en hiervoor slagen zij op 15 mei 1939. De eisen waren: een voldoende halen voor het knippen van een herenmodel, scheren hoefde hij niet want dat zat wel goed, maar wel werd een proeve van bekwaamheid gevraagd van het aanzetten [slijpen] van het scheermes.

Als Henk 18 jaar is vindt hij het tijd worden om elders meer ervaring op te doen en komt in 1939 in dienst bij Migchels. In de avonduren krijgt hij les in het damesvak, onder andere bij H. Poos, J. Huizinga en H.J. Hulst.

Het salaris was in 1940 laag. Beginnend personeel kreeg als regel maar tien gulden uitbetaald, daardoor was de baas niet belastingplichtig.

Verklaring: In 1939 slaagt Henk met goed gevolg voor het examen herenvak.

Hij gaat vervolgens richting Amsterdam omdat daar het salaris hoger is dan hier. Het werken in Amsterdam loont de moeite want dankzij zijn diploma herenvak, krijgt hij 25 gulden plus 25 gulden fooi, tip of drinkgeld, in de week.
Toch komt hij terug en bij Wolters in Cuyk is plaats voor hem. Maar niet voor lang want hij wordt door de Duitsers te werk gesteld in Weidenau bij Siegen. Als hij op 1 april 1945 door de Amerikanen wordt bevrijd, heeft hij 14 dagen nodig om al liftend via Keulen en Maastricht weer thuis te komen. Daags na zijn terugkeer staat kapper Migchels voor de deur of hij de volgende dag kan beginnen in zijn salon. Dus staat hij op 16 april weer achter de stoel klanten te bedienen. Dan wordt zijn vader ernstig ziek en keert Henk terug naar de Grootestraat.
Jan, die de salon van zijn vader gaat overnemen, is pas 18 jaar en Henk zal dus nog een paar jaar invallen tot het moment dat Jan de zaak kan voort zetten.

Een uniek bord met de voorgevel van het pand van kapper van Haaren aan de Grootestraat. Gespaard in oorlogstijd maar moest het toch afleggen tegen de sloop- woede van de gemeente Nijmegen.

Onder het bord de voordeursleutel van de oude zaak.

In het jaar dat de zaak veertig jaar bestond werd begonnen met de afbraak en zien we de zaak terug in de Bloemerstraat.

In 1956 neemt Henk voor de tweede keer afscheid van de kapsalon van zijn vader. Het pand waar H. J. van Hulst in de van Schevickhavenstraat zijn kapsalon had is te huur en daar maakt hij een nieuw begin. Na een verbouwing start hij half december en kan nog profiteren van de te verwachte drukte met de kerst.

Voor Henk is de damessalon hoofdzaak, maar hij blijft een zwak houden voor het herenvak. Hij viert in 1985 zijn 50 jarig kappersjubileum maar pas in 1994 verlaat hij het kappersvak om zich te vestigen in de “Ring” in de wijk Grootstal.

Foto: Henk van Haaren in zijn salon.

Jan jr, geboren in 1928 en naamgenoot van zijn vader, gaat in1942 werken bij vader in de zaak. Hij heeft hier geen problemen mee want hij kent de gezelligheid en de sfeer in de kapsalon. Jan zal in eerste instantie het kappersvak van zijn vader leren maar in de avonduren neemt hij les op de kappersvakschool. De oorlogsjaren verhinderen hem om snel zijn diploma te halen maar wanneer de kappersschool weer start, krijgt hij praktijkles van Flip Spoek ijk en theorie van Theo van Reen. Na 1951 worden de lessen herenvak, praktijk en theorie, overgenomen door Jo van Reen.

Foto: Jan van Haaren, in zijn jonge jaren.

De oorlog van 1940/1945 heeft grote schade toegebracht aan de binnenstad van Nijmegen en dus ook van de Grotestraat. Het stadsbestuur wil snel beginnen met de herbouw. Jan jr. krijgt te horen dat de hele Grotestraat zal worden afgebroken om in oude stijl te worden herbouwd. Voor de kapsalon van Jan betekent het dat er geen plaats meer zal zijn voor zijn salon en dus moet hij uitkijken naar een ander pand. In 1956 wordt gebouwd in de Bloemerstraat en daar vindt hij een nieuw pand. Hij is blij met zijn keuze van de Bloemerstraat en al snel heeft zijn salon herenkappers nodig om zijn klanten te kunnen bedienen.

Toch komt in 1964 het overlijden van Jan hard aan, maar met de hulp van zijn personeel wordt de zaak voortgezet. De vrouw van Jan, Gerry Zeegers en hun twee kinderen kunnen bij de zaak blijven wonen. Zoon Johny zal niet in de zaak komen maar dochter Anja denkt daar anders over en zal uiteindelijk kiezen voor het herenvak en als een van de eerste vrouwen werkzaam zijn in een herensalon.

Dat de zaak al die tussenliggende jaren goed draaide is zeker te danken aan het personeel dat er voor 100% achterstond. Het personeel bestond uit: Joh. Van de Broek, Antoon v.d. Linden, Jan Westbroek, Pierre Franken en Gerard Mientjes. Toch is de zaak in de Bloemerstraat niet zonder problemen verder gegaan want in 1981 krijgen we de Pierson rellen met alle problemen van dien.

Foto: De etalage uit die periode beschermd door dik gaas tegen vandalisme.

Op dit moment is salon van Haaren nog altijd te vinden in de Bloemerstraat en is Anja, de dochter van Jan jr. de derde generatie kappers, er nog altijd werkzaam.

© Herman Stal, Nijmegen, mei 2008

terug

Reactiepagina
Reactie 1:

Wil Struike, 11-08-2015: Henk van Haaren was een Oom van mij, hij was getrouwd met de zuster van mijn Moeder, Tante Alie. Met mijn 2 oudere broers gingen we naar hem toe om geknipt te worden tegen een vriendenprijsje. Hij staat mij nog bij als een fijne opgewekte Oom die op verjaardagen mooie verhalen te voorschijn toverde. Ik meen me te herinneren dat hij ook gewerkt heeft op een pleintje bij de Daalseweg en in de groene noodgebouwen in de Bisschop Hamerstraat.

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: