Kappers10

© Herman Stal & Sjaak Rutten, Digitale bewerking: Henk Kersten/Stichting Noviomagus.nl

Kappers in Nijmegen 10

Kapsalon Tummers

J.L.A. Tummers, Dames en herenkapper / grimeur, geb.1897.
Burghardt v. d. Berghstraat 2 / hoek Stijn Buysstraat, 1920 tot 1932.
St. Annastraat 11, 1934 tot 1975.

De familie Tummers kwam over uit Limburg. Vader Tummers was indertijd verbonden als kleermaker bij de Jezuïeten, de orde die ook hier in Nijmegen het Canisius College aan de Berg en Dalseweg heeft laten bouwen.

De kinderen waren voor het merendeel creatief en vonden vooral werk in de omgeving van Nijmegen. Zoon Nol had zijn zinnen gezet op het kappersvak en ging, na eerst te hebben gewerkt als leerlingkapper in het centrum van de stad, naar Parijs om zich verder te bekwamen. Nadat hij in Parijs zijn eerste diploma had behaald kwam hij terug en ging op zoek naar een geschikt pand om zelfstandig verder te gaan.

Niet ver van het nieuw aangelegde Keizer Karel plein, op de hoek van de Burghardt v.d. Berghstraat op nummer 2, begon hij een herenkapperszaak om die na verloop van enkele jaren uit te bouwen tot een kapsalon voor dames, heren en haarwerken. Pruiken werden voornamelijk gemaakt voor toneel en cabaretgezelschappen waarvan hij de vaste grimeur was. Hij trouwde in Zaandam op 18 augustus 1921 om vervolgens de zaak verder uit te bouwen. Het nieuw aangetrokken personeel werd door hemzelf getraind. Beneden in het pand was de kapsalon en daarboven woon- en slaapkamers. Hier werd Leo, als oudste van 7 kinderen geboren. Hij zou verder door het leven gaan als de opvolger van vader Tummers.

Advertentie uit 1927

De zaak liep voorspoedig en er werd over gedacht om te verhuizen naar een groter pand. Dit werd gevonden vooraan op de St. Annastraat nr. 11. In 1934 verhuisde de zaak en in die zelfde periode werd ook hun 12 ½ jarig huwelijk gevierd. Tijdens de eerste jaren werd achter gewerkt, aan de voorkant was het woongedeelte.

Als modebepalend dames-, herenkapper en grimeur zal de naam Maison Tummers in Nijmegen twee generaties lang een bekende klank hebben.

Het onduleren, dat in die jaren sterk in de mode was, is hem niet vreemd, maar na verloop van tijd neemt zijn vrouw het onduleerijzer van hem over. Uit Frankrijk komt de firma Eugené met de spiraalpermanent, de blijvende golf, en is hij een van de eerste die zo’n toestel in de zaak neemt.
Het financiële aandeel in de zaak was op orde met de komst van zijn vrouw in de kapsalon, daar had zij het juiste gevoel voor.

Na enkele jaren komt de verhuurde bovenverdieping vrij en gaat het woongedeelte naar de eerste verdieping. Er komt ruimte voor meer parfumerieën en het presenteren van haarwerk. Voor dit haarwerk werd, zoals in die tijd gebruikelijk was, thuis de maat genomen en in de zaak met de hand geknoopt. Was de pruik klaar dan werd, weer thuis bij de klant, gecontroleerd of de pasvorm de juiste was.

St. Annastraat 11.

De salon was aan twee zijden voorzien van cabines om in de privé-sfeer te kunnen werken.

Tummers was in de avonduren vaak op stap en was dan te vinden bij de amateur toneelverenigingen als grimeur.

Als zoon Leo 18 jaar is en een opleiding als analist volgt, is het zijn vader die beslist welke weg Leo moet volgen voor zijn toekomst. Hij komt vervroegd uit de militaire dienst om thuis de grondbeginselen van het kappersvak te leren. Maar hij wilde nu meer en vertrekt korte tijd later naar Parijs waar hij zijn opleiding volgde bij l’Orèal en vervolgens bij Eugène/Gallia. De daarbij verplichte stage werd gelopen bij bekende kappers uit Parijs. Hij is 21 jaar als hij thuis komt met diploma en eervolle vermeldingen.

Op deze foto zien we dhr. Tummers, zijn zoon Leo en drie personeelsleden.

Aan het einde van de oorlog van 40/45 was het voor iedereen moeilijk om normaal te werken, vooral toen de elektriciteit afgesloten werd. Toch vond hij een oplossing om zonder elektra te permanenten. Hij gebruikte daarvoor een rond potkacheltje, dat hij flink opstookte om vervolgens de klemmen van het voorverwarmingsapparaat er op te leggen om op die manier de klemmen op de juiste temperatuur te brengen. De klant die gepermanent werd, moest wel een emmertje kooltjes mee brengen!

Met de komst van Leo kwamen er veranderingen in de salon. Een daarvan was de inrichting. In de jaren dat Leo regelmatig in Parijs te vinden was om nieuwe mode-ontwikkelingen te volgen was dat maar met één doel, de salon in Nijmegen.

De hernieuwde inrichting van de damessalon.

In de jaren daarna blijft hij de nieuwe haarmode volgen door regelmatig naar Frankrijk te gaan. Bij een van die reizen kwam hij thuis met een infrarode lamp om deze toe te passen bij een intensieve behandeling van permanent of haarverf.

Buiten de zaak om was hij ook actief in de kappersorganisatie. Samen met Harry Jansen uit de In De Betouwstraat neemt hij in 1952 het initiatief om in Nijmegen een technische club voor kappers van de grond te krijgen, wat na enkele jaren ook lukt. Ook schrijft Leo enkele artikelen in het “Kappersblad” van de Ned. Kappers Bond over huid- en haarproblemen. In 1957 volgt Leo collega Huizinga op als directeur van de kappersschool. De lessen worden gegeven in Unitas in de Gerard Noodtstraat op de vrije maandag en de woensdagavond.

Geslaagde leerlingen krijgen hun diploma uitgereikt in aanwezigheid van:
Th. Sturkeboom, W.J. van Voorst, Leo Tummers en Jo van Reen.

Hij geeft les aan de leerlingen van de patroonsopleiding in het damesvak. Zijn bekende stelregel was: eerst een goede coupe kunnen knippen in droog haar, daarna pas snijden in nat haar.
Als hij door werkzaamheden in 1960 stopt als directeur van de vakschool, volgt dhr. Koenraad uit Engelen hem op. Op dat moment zijn als leraar verbonden; voor het herenvak Jo Van Reen en Hans van Hulst, voor het damesvak Herman Stal en Tine Geertsen.

Als “Maison Tummers “ het 60 jarig bestaan viert, neemt Leo de beslissing, mede door zijn slechte gezondheid, het rustiger aan te doen en verlaat het pand aan de St. Annastraat. Aan de Vossenlaan heeft hij een kleine kapsalon ingericht om enkele trouwe klanten nog van dienst te kunnen zijn.
Zijn reizen naar Frankrijk, zitting in het bestuur van de N.K.B en de technische club, daarnaast het werk in de salon en in de avond uren het grimeren, eisten hun tol en bij zijn 40-jarig jubileum maakt hij bekend dat hij definitief stopt als kapper.

Zijn zwakke plek blijft de gezondheid, ondanks vele ups en downs blijft hij optimistisch, en op de vraag; "hoe gaat het er mee?" antwoordde hij altijd met; “prima”. Hij komt te overlijden op 6 september 1992.
Vele zullen hem herkennen aan de tekst van het herinneringsprentje.

Leo Tummers.

Een rode neus
Donkere haren
Hier en daar grijzend
En een zwarte snor
Een buikje
Twee slechte knieën

Een schaar en een kam
Zijn zaak
Zijn dames
Zijn leven

Een vleugje charme
Een dosis flair
Soms vriendelijk
Soms nukkig
Soms vurig en woest
Maar meestal gelukkig
Helemaal zichzelf.

 

 

Hartelijk dank aan G. Tummers, Leo's broer, voor de interessante informatie en het ter beschikking stellen van de mooie foto's.

© Herman Stal, Nijmegen, december 2007

terug

Reactiepagina
Reactie 1:

Elsbeth Ponsioen, 27-02-2016: Hallo, mijn grootouders waren Lize en Arnold Tummers-Gras. Volgens mij klopt het bovenstaande niet helemaal. Mijn grootouders verplaatsten de kapsalon reeds in 1930 van de Burghardt van den Berghstraat naar St. Anna getuige een krantenartikel in de Gelderlander van 14 augustus 1930.


REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: