Drankconsumptie

Tom van Hoof

Drankconsumptie

Drankconsumptie en drankbestrijding in crisistijd (1929-1939)

Bron: Fotocollectie Regionaal Archief Nijmegen (F5949)

In dit paper staat de drankconsumptie en drankbestrijding in crisistijd (1929-1939) centraal. Op zowel het internationale, nationale als lokale niveau zal bekeken worden hoe de consumptie- en bestrijding van alcoholhoudende dranken verliep. De rode lijn binnen dit werk is de volgende hoofdvraag: Welke invloed had de crisis (1929-1939) op de drankbestrijding en de consumptie van alcoholische dranken in Nijmegen? 

Om de drankconsumptie en drankbestrijding in de jaren dertig te kunnen beschrijven is het ten eerste zaak deze tegen een historische achtergrond te plaatsen. Zowel het gebruik- als de bestrijding van alcoholhoudende dranken kent een lange voorgeschiedenis die sterk onderhevig is geweest aan verandering. In deze paragraaf zal een kort overzicht gegeven worden van de verschillende facetten van het onderwerp.

In de periode 1840-1900 ontstaat er in Nederland een beweging die door historici de moderne drankbestrijding wordt genoemd. Deze tijd werd gekenmerkt door een wetenschappelijke bestudering van de effecten van alcohol, een strijd voor wettelijke maatregelen tegen alcoholgebruik en de opkomst van de drankbestrijding. De moderne drankbestrijding ontstond door toedoen van de Franse- en Industriële Revolutie. 

De Franse Revolutie en het met haar gepaard gaande verlichtingsdenken uitte zich onder meer in een beschavingsoffensief dat zich vanaf de tweede helft van de 19e eeuw over West-Europa verspreidde. 

Zaken als orde, spaarzaamheid en plichtsbetrachting behoorden tot de kernelementen van het beschavingsoffensief en deze stonden haaks op overmatige drankconsumptie en openbare dronkenschap. De maatschappijopvatting verschoof, drankmisbruik werd niet meer langer als een individueel probleem gezien. Het was uitgegroeid tot een maatschappelijk probleem dat opgelost diende te worden. De nasleep van de Franse Revolutie zorgde uiteindelijk voor een mentaliteitsverandering met betrekking tot alcohol en maakte een actieve drankbestrijding mogelijk.(01) 

De Industriële Revolutie zou op haar beurt vooral voor een goedkope productie van drank, een toename van de alcoholconsumptie en maatschappelijke problemen zorgen. Toen aan het einde van de 19e eeuw de industriële ontwikkeling in Nederland op gang kwam steeg de alcoholconsumptie van 4,5 pure liter alcohol in 1850 naar 7 liter in 1880. De machinale productie maakte alcoholhoudende dranken goedkoper en vormde daarmee tevens een goed alternatief op het drinken van water uit de veelal besmettelijke waterputten. Vooral de arbeidende klasse “greep naar de fles” om te ontsnappen aan dagelijkse problemen. Zij gaven gemiddeld één vijfde deel van het loon uit aan het consumeren van alcoholhoudende dranken. Hoewel de gemiddelde drankconsumptie aan het einde van de 19e eeuw niet sterk verschilde van consumptie aan het einde van de 20e eeuw zorgde deze wel voor veel meer problemen.(02)

De moderne drankbestrijding (1840-1929): Drankbestrijding vanuit confessionele hoek & de rol van de overheid

De hierboven genoemde ontwikkelingen droegen bij aan de totstandkoming van de drankbestrijding in Nederland. De drankbestrijders richtten het vizier in eerste instantie op de arbeidersklasse aangezien deze groep de meeste alcohol consumeerde en tevens het meeste te kampen had met de heersende sociale problemen. Men was van mening dat de leefomstandigheden van de arbeiders zouden verbeteren als het alcoholgebruik tot een minimum beperkt zou worden. Aangezien Nederland in de 19e eeuw sterk verzuild raakte verliep de drankbestrijding ook langs de pilaren van de verschillende zuilen. In deze paragraaf zal de drankbestrijding vanuit confessionele hoek behandeld worden alsmede de nationale overheid die door confessionele groepen werd beïnvloed. 

De katholieke drankbestrijding had twee doelstellingen. Enerzijds trachtte men het alcoholisme te bestrijden, anderzijds probeerde men de matigheid te bevorderen aangezien dit als een christelijke hoofddeugd werd gezien. Naast sociaal-christelijke motieven als naastenliefde en solidariteit, speelde ook moraaltheologische motieven een rol. Alcohol zou namelijk een obstakel vormen voor een deugdzame levenswandel. Door middel van propaganda, lesmateriaal en organisatievorming probeerde men het gevaar dat vanuit alcohol uit ging te bestrijden. 

In 1852 ontstonden de eerste katholieke drankweer verenigingen die door toedoen van Alphons Ariëns na 1895 in een stroomversnelling kwam. De eerste kruisverbonden voor mannen werden opgericht, waarna later de Maria- en Sint Anna verenigingen voor vrouwen volgden. 

Personen die zich bij deze verenigingen aansloten kozen voor een leven als geheelonthouder. Aangezien men van mening was dat de jeugd de toekomst had werden er ook Jongens en Meisjesbonden opgericht die ten doel hadden de jeugd te onderwijzen in de gevaren van alcoholgebruik. 

Dat de katholieke drankbestrijding niet alleen maar succesvol was bewees Chris Dols.(03) Uit zijn onderzoek bleek dat katholieke geestelijken een grote tolerantie kenden ten opzichte van drankgebruik wat volgens hen deel uitmaakte van de christelijke levensvreugde. Men was van mening dat matiging meer iets was voor calvinisten en daarom niet binnen de roomse blijheid paste. Verder konden de katholieke drankbestrijders op weinig steun rekenen van de eigen politici. 

Zo beschouwde de eigen leider Herman Schaepman de drankbestrijding als een modeverschijnsel dat wel weer over zou waaien. 

Naast de katholieke drankbestrijding kreeg men in het calvinistische Nederland ook te maken met de drankbestrijding vanuit protestantse kring. Deze groep zou zich, door middel van de oprichting van de Nederlandsche Vereeniging tot Afschaffing van Sterken Drank (NV), in 1842 al hebben gebogen over het alcoholvraagstuk. Het waren namelijk vooral prominente leden uit protestantse kring die zich hadden ingezet bij de totstandkoming van de NV. De koers van de protestantse drankbestrijding werd vooral door de Nationale Christen Geheel-Onthouders Vereeniging (NCGOV) bepaald en had sterke overeenkomsten met de eerder genoemde katholieke drankbestrijding. Ook zij kende verschillende verenigingen voor mannen, vrouwen en kinderen. Zij hielden zich tevens bezig met propaganda. De NCGOV opende echter ook een flink aantal alcoholvrije horecagelegenheden. De NCGOV zou zich later nog opsplitsen in een aantal kleinere verenigingen. In 1909 werd de Nationale Commissie tegen alcoholisme opgericht. Dit kan als een overkoepelend orgaan gezien worden waarin de verschillende confessionele groepen zich verenigden. Men werkte op bepaalde hoogte samen maar behield wel de eigen identiteit, verenigingen, optochten etc. 

Zowel de protestantse als katholieke drankbestrijders konden rekenen op een grote aanhang waarmee zij naar verloop van tijd politieke macht verwierven. Door het aanbieden van petities probeerde men de liberale overheid met haar nachtwakersstaat te overtuigen de alcoholproblematiek aan te pakken. Dit had uiteindelijke succes en resulteerde in de eerste Nederlandse drankwet van 1881. Deze wet was er vooral op gericht de openbare orde te handhaven. In de wet werd openbaar dronkenschap strafbaar gesteld, werden vergunningen ingevoerd en werd er een leeftijdsgrens van 16 jaar ingesteld. De wet zou in 1901 voor een gedeelte herzien worden en onderging in 1904 een totale metamorfose. Vanaf dit moment werden er drankwetinspecties in het leven geroepen en werd het aantal vergunningen verminderd. Ook subsidieerde de overheid de verschillende verenigingen die zich bezig hielden met de drankbestrijding. De drankbestrijders wilden tevens een einde maken aan de accijnzen die door de overheid op alcohol werden geheven omdat men dit als belangenverstrengeling zag, maar deze pogingen bleken vruchteloos. 

Internationale drankconsumptie en drankbestrijding in crisistijd (1929-1939): Geestelijke gezondheid & sterilisatie

In het voorgaande zijn enkele belangrijke ontwikkeling voor 1929 in kaart gebracht. In deze paragraaf zal de consumptie van dranken en de drankbestrijding in crisistijd beschreven worden. Hoewel het accent in dit werk op Nijmegen zal komen te liggen hebben internationale en nationale gebeurtenissen invloed gehad op de stad. 

De verschillende nationale staten probeerden allemaal op de eigen manier het gebruik van alcoholische dranken met meer of minder succes te bestrijden. Op internationale congressen kwamen drankbestrijders uit verschillende landen echter bij elkaar en discussieerden zij over nieuwe methoden van aanpak. Als voorbeeld kan het internationale congres van 1930 in Washington genoemd worden dat op initiatief van K.H Bouman gehouden werd. Hij legde de verbinding tussen drankbestrijding en geestelijke volksgezondheid. De link die Bouman legde kreeg navolging in Nederland waar de katholieke drankbestrijding nog hetzelfde jaar de Rooms-katholieke Vereniging voor Geestelijke Volksgezondheid stichtte. De vereniging had het plan om psychiaters te laten samenwerken met drankbestrijders.

De jaren dertig kenmerkte zich door een aanhoudende afname van het alcoholgebruik en alcoholmisbruik. De politiek was er dan ook vooral op gericht de resterende alcoholisten te helpen door toepassing van onder meer sociale psychiatrie.(04)

Het onderwerp dat in de jaren dertig misschien wel de meeste drankbestrijders beroerde was de opkomst van de nationaal-socialisten in Duitsland. Hitler was een geheelonthouder en hoewel men zijn opkomst met gemengde gevoelens bekeek had men tevens hoge verwachtingen. Hitler had met betrekking tot de alcoholbestrijding vooral veel aandacht voor het verlies van volkskracht en gezondheid van het ras. Men begon alcoholisten te steriliseren. Deze aanpak leidde in 1934 tot felle discussies op het twintigste internationale congres tegen het alcoholisme in Londen. Onderwerp waren onder meer de genoemde sterilisatiepolitiek en alcohol en rasverbetering. De ideeën die uit Duitsland kwamen overwaaien konden rekenen op kritiek al was deze niet altijd even duidelijk te horen. De theorie achter de sterilisatie in Duitsland week namelijk niet veel af van de ideeën die de drankbestrijders lange tijd verkondigde. Ook zij propageerde dat drankgebruik het ras ondermijnt. In Nederland bestond er een sterke eugenetische beweging met vooraanstaande medici en participanten. Nederland kende voor- en tegenstanders maar uiteindelijk werden er vanuit de drankbestrijding geen voorstellen gedaan die leken op die in Duitsland.(05)

Nationale drankconsumptie en drankbestrijding in crisistijd (1929-1939): Afname drankgebruik, vermindering van het aantal drankbestrijders, daling subsidiegelden 

Om de directe gevolgen van de economische crisis op de drankconsumptie en bestrijding in kaart te brengen zal de focus in het komende liggen op de gevolgen op nationaal niveau. De aandacht zal hierbij ten eerste uitgaan naar de alcoholconsumptie waarna de drankbestrijding besproken zal worden.

De meest vooraanstaande schrijver binnen het besproken onderwerp is Van der Stel. Hij stelde het volgende: “De crisis veroorzaakt echter niet wat door velen wordt verwacht: een stijging van het drankmisbruik […] zelf in de jaren dertig gaat het alcoholgebruik nog naar beneden”.(06) De uitspraak van Van der Stel wordt gesteund door een tabel uit het werkje van H. Ploeg Jr met de titel “Wat is, wil en doet de N.V?” (07)

Tabel 1.1: Verbruik gemiddeld per jaar en per hoofd der bevolking:

H. Ploeg JR is van mening dat uit de bovenstaande tabel het volgende geconcludeerd kan worden:“In bovenstaande cijferreeks vindt men duidelijk de invloed van de crisis weerspiegeld. Geen andere oorzaak zou in de laatste 10 jaren de daling van het alcoholgebruik in ons land zo sterk hebben kunnen doen zijn”. De auteur ziet de ontwikkeling als “één van de weinige gelukkige gevolgen van de crisis”. Ploeg wijst echter wel op het gevaar dat men niet moet denken dat het alcoholisme uitgeroeid zou zijn. 

Deze mening werd gedeeld door van der Woude in “De wegwijzer” van 1937. “Er dreigt een groot gevaar […] in de toekomst: al moge ook een deel, groter of kleiner, zijn toe te schrijven aan de culturele wijziging, waardoor genoegens en genietingen voor velen andere voedingsbronnen verkregen, toch blijft de machtige invloed van de “zwaarte van de beurs” te bevrezen, als niet een innerlijke bewustwording een tegenwicht vormt. Volgens van der Woude zou het verlies van inkomen dus een onderdeel geweest zijn binnen de daling van de alcoholconsumptie. 

Grafiek 1.1 Bovenstaande grafiek geeft een beeld van de ontwikkeling in het verbruik van pure liters alcohol per hoofd in de periode 1820-2000. Opvallend voor de jaren dertig is dat het gedistilleerdverbruik in 1930 1,2 liter bedroeg en daalde tot 0,8 liter in 1939.

Een groot gemis binnen dit werk en binnen het onderzoek naar drankbestrijding in de jaren dertig is het gebrek aan gegevens rond de prijsontwikkeling. Om toch een beeld te krijgen van de prijsontwikkeling zijn enkele reclameboodschappen uit de Gelderlander uit de periode 1929-1939 bekeken. Hoewel de vergelijking zeker niet optimaal is kan er van een extreem groot verschil in prijs vermoedelijk geen sprake geweest zijn. Zo bood slijterij A. Jacobs in 1932 een liter jenever aan voor 2,90 per liter en vroeg C. Peeman voor ditzelfde product in 1938 het bedrag van 2,50 gulden.(08)

Niet alleen de alcoholconsumptie daalde in de jaren dertig, de verschillende drankbestrijdingverengingen zagen bijna allemaal de ledentallen sterk afnemen. Zo zag Sobriëtas, de grootse katholieke vereniging tegen alcoholgebruik, het ledental in de periode 1920-1940 met 82% dalen.(09) Het werd duidelijk dat de drankbestrijding haar hoogtepunt in de jaren twintig van de twintigste eeuw had bereikt. 

Naast een daling van het aantal leden zag men de hoogte van de subsidie die men van de rijksoverheid ontving afnemen. Zo werd de rijkssubsidie voor drankbestrijding in 1923 verlaagd van 245.000 naar 100.000 gulden. 

Door toedoen van de financiële crisis zagen zowel rijksoverheid als de gemeentelijke overheden zich genoodzaakt de subsidies te verlagen.(10) Ondanks de daling van het aantal leden en de subsidie bleven drankbestrijders zich inzetten voor de eigen zaak waarbij men gebruik maakte van de nieuwe thema’s die zich tijdens de crisisjaren openbaarden. Men bleef de overheid aanzetten tot het nemen van maatregelen. Zo werden er maatregelen genomen tegen steuntrekkende cafébezoekers. Verschillenden gemeente trokken geheel of gedeeltelijk bij herhaling de steun in, gaven de uitkering aan de vrouw of in natura. Tevens werden waarschuwingen gezet op de stempelkaart, kon een verplicht toezicht door een consultatiebureau worden geëist en werd in veel gevallen het bezoek aan cafés geheel verboden. 

Nijmegen: Drankconsumptie en drankbestrijding in crisistijd (1929-1939): Drankwet, drankliederen, propaganda

De nationale en internationale gebeurtenissen met betrekking tot de consumptie en bestrijding van alcoholhoudende dranken zijn in het voorgaande aan bod gekomen. Aan de hand van archiefmateriaal uit het KDC, het stadsarchief Nijmegen en artikelen uit de Gelderlander zal nu een beeld gegeven worden van de drankconsumptie en drankbestrijding in Nijmegen.
Misschien wel de belangrijkste gebeurtenis in de jaren dertig met betrekking tot alcoholische dranken is de drankwet van 1931 die een jaar later beslag kreeg. De drankwet van 1931 was een herziening van de drankwet van 1904. In deze wet werd een gelijkstelling van gegiste en gedestilleerde dranken opgenomen. De verloven voor de verkoop van zwak alcoholische dranken moesten middels deze wet voldoen aan ongeveer dezelfde bepalingen als die voor de vergunning van sterke drank werden gesteld. De “plaatselijke keuze” haalde de wet van 1931 uiteindelijk niet. De wet maakt het echter wel mogelijk dat gemeenteraden bepaalde wijken, buurten of straten aan kon wijzen waar geen vergunningen verstrekt mochten worden.(11) 

Voorbeelden van een drooglegging van bepaalde delen van Nijmegen zijn door de auteur niet gevonden. In het stadsarchief Nijmegen kan men een origineel exemplaar van de bekendmaking van deze drankwet vinden. De bekendmaking geeft een korte samenvatting van de wet en stelt dat panden waarin alcoholische dranken werden geschonken bestraft konden worden als zij de gegeven voorschriften van het ministerie van Arbeid, Handel en Nijverheid niet zouden opvolgen. 

Een kort overzicht van een aantal archiefbronnen uit het katholiek documentatiecentrum (KDC) in Nijmegen geeft het volgende beeld met betrekking tot de manieren van denken in de jaren dertig met betrekking tot alcohol. In het werk van Han G. Hoekstar staan verschillende gedichten en liederen die betrekking hebben op drank, zijn schenkplaats, over de dorstige en over de dorst.(12) De werken van “Zeekanter” en “Pirouet” zijn de moeite waard te vermelden aangezien beide sterk een reactie op de drankwet van 1932 lijken te zijn. 

Eerst was het Willige Langerak
Alwaar men de traditie brak
[…}
Men mag er eten tot men klapt
Maar niemand, die er een neutje tapt
En klimt de dorst al hoog en hooger
Nieuw Lekkerland wordt allens droger


Zeekanter, 1932

Te felle woorden spreekt uw mond,
Apostel van den kouden grond!
Het gif is nimmer in den wijn-
Het gif is waar de menschen zijn.
De druif is goed, van zonlicht vol-
Uw Mensch is lasterziek en hol.
Wat rest er van zijn eed’len staat?
Gehersend drijven, looze praat
En ’t zelfgewilde, dwaze leed
Dat gij de Abstinentie heet
Slechts dit betaalt de menschheid duur:
Verwijdering van de natuur
De rijke tros mijne hand
Is veel te goed voor uwen stand
Wij trekken met de happy few
In koetsen naar het zuiden toe
En nest’len ons in ’t zachte dal
Waar kermis en waar carnavel
Ververschen ons romanenbloed
En ;t deugzaam menschelijk gemoed
Waar ’t kindje nog een kindjen heet
En waar de waard van wanten weet
Waar men een pint drinkt na het werk
Alwaar men klinkt met boer en klerk
Speech voort en leg de steden droog
Vloed op den splinter in ons oog
Wij letten slechts ternauwernood
Op uwen balk, al is hij groot
Een ieder doet maar wat hij kan:
Gij moet u haasten, lieve man,

Bedreigd door gal en t.b.c.
Wij drinken en gaan jaren mee


Pirouet, 1932

Uit beide werken blijkt dat de drankwet op verzet kon rekenen maar ook voor deze drankwet kon de politiek met betrekking tot alcohol rekenen op kritiek zoals blijkt uit onderstaand lied. 

De genoemde “blauwe”, betrekking hebbende op een geheelonthouder, komt er in het lied niet goed vanaf. De moraal van het lied is volgens de schrijver zelf: drink een neutje op je tijd, En je komt in de gunst van vrouwen.

Romance

In een groen, groen, groen
Polder, polderland
Daar liepen twee visschers
Langs den kant
Een den een die zei:-heil prosit kameraad-
Maar de andere was een blauwe.
Daar kwam de lieve Mi-na Mina aan,
Die wou en die zou vrijen.
Ze keek dien dooien vischerman eens aan,
Zei:-proost- en ze nam den blije.
En die brave stak zich dood van chagerijn
Wat zijn maat mocht Mina trouwen


Joachim Droogleever zonder Fortuyn, 1929

Een heel ander beeld krijgt men als verschillende propagandaboekjes door drankbestrijders onderzocht worden. In het propagandaboekje opgesteld door J. Hilinga, voorzitter Nederlandse Bond van Arbeiders in het Landbouw-, Tuinbouw- en Zuivelbedrijf, werd stilgestaan bij de ontwikkelingen in de jaren dertig en dan in het bijzonder de werkverschaffing.(13) Dit blijkt uit het volgende citaat: 
“Bijna honderdduizend Nederlandse arbeiders werken nu in Duitsland […]Tewerkstelling waaraaan zo ver van huis en van het gezin, dat verwarmt en behoedt, velerlei gevaren verbonden zijn. Men roept de arbeiders op dat men “over de grenzen” zij sterkeren een voorbeeld voor de zwakkeren dienen te zijn. De auteur roept op om ook in jaren van crisis niet af te wijken van de taak die drankbestrijders op zich hadden genomen. “Het Is een felbewogen tijd, vol van schokkende en zenuwslopende gebeurtenissen […]Een felbewogen, een moeilijke, maar toch ook leerzame en veelbelovende tijd, mits wij met open ogen de wereld inzien, met warme harten, maar tevens met een koel en nuchter verstand de ons allen opgelegde plicht en taak vervullen”.(14)

 

Dat de drankbestrijders gebruik maakte van propagandamateriaal om zowel volwassenen en jongeren te beïnvloedden kan geïllustreerd worden door een fragment uit het werk met de titel “Lering wekken, voorbeelden trekken”.(15) Dit boekje gericht op pubers verhaalt over de gevaren van alcohol aan de hand van de belevenissen van een jongen genaamd Joop. 

 

Intro: Meester in een klas vol leerlingen: “Gisteren hebben we ’t verhaal gelezen van de draak waaraan ieder jaar een jonge Griekse held ten offer viel; het monster, dat niet overwonnen kon worden, maar toch uiteindelijk overwonnen werd. Toen zei ik, dat er ook in onze tijd nog zo’n monster leefde, dat vele jonge mensen deed verongelukken. Wat was dat voor een monster? De drank, meester!

 

Dr G. Stuiveling geeft in zijn werk een oplossing om de gevolgen van de crisis te verzachten.(16) De auteur roept op tot 4 maanden geheelonthouding. Met de “winst” die dit zou opleveren zou de 70 miljoen gulden die de overheid moest bezuinigen tenietgedaan kunnen worden. 

 

“Want al is door de crisis ons schandebedrag (wat men in Nederland gezamenlijk uitgaf aan de consumptie van alcohol) sterk gedaald, het staat nog steeds op een uiterst bedenkelijke hoogte. […] De drankbestrijders boeken derhalve enige crisiswinst, al is deze vermindering in geringer mate een gevolg van gedwongen abstinentie, dan wel van verbruik van slechter qualiteiten en stijging van de clandestiene bereiding. Trouwens al is het bedrag sterk gedaald ( van 400 naar 200 miljoen per jaar), het volksinkomen daalde in niet mindere mate, en de verhouding bleef dus vrijwel gelijk” […] “Een volk, dat zelfs in deze tijd niet in staat blijkt tot het betrachten van soberheid om het enig belangrijke, de cultuur, te redden, is eigenlijk zijn eigen cultuur niet waard.”

 

De gevolgen van de crisis op de ledenaantallen van de drankbestrijders kan verduidelijkt worden met een fragment uit 

 

“Weg en werk een eeuw drankbestrijding.”(17)

In 1929, de grote crisis, die spoedig permanent zou blijken te zijn, met de vreselijke werkloosheid, terwijl de laatste jaren vol van oorlogsdreiging waren. Dat deze omstandigheden meden tot invloed waren op de zich regelmatig voortzettende daling van het ledenaantal ligt voor de hand. Dit bedroeg in het topjaar 1923, 21.612 eind 1940 14.661. De oplaag van De Blauwe Vaan daalde van ruim 20.000 exemplaren tot ruim 11.000. Het aardige leidersblad weg en doel, royaal opgezet en keurig ingevoerd, verscheen tenslotte gestencild in klein formaat. Door de mindere inkomsten der moeder vereniging- ook de rijkssubsidie werd in de loop der latere jaren gevoelig lager- kon zij de Bind niet meer op raltel wijze steunen. 131 Men bleef echter onverminderd door strijden.

 

De bovenstaande behandeling van archiefmateriaal zijn niet specifiek voor Nijmegen maar geven wel een schets van het tijdsbeeld. De Gelderlander en het stadsarchief Nijmegen geven een meer specifiek beeld van de ontwikkelingen van Nijmegen in crisistijd. 

Zo sprak het “Propagandaboek, voor de meeting der gewestelijke propaganda commissie van den Bosschen Dioces. Drankbestrijdersbond kring Gelderland te Neerbosch op zondag 27 juli 1930” over de oprichting van de commissie in 1930. Deze had ten doel de samenwerking tussen de verschillende drankbestrijdingorganisaties te bevorderen. Tijdens de meeting sprak Pater Hildebertus Saes O.F.M:

 

“Misschien is het goed, als een dokter U er nog eens op wijst, dat het “drinken” niet alleen den drinker zelf schaadt zieke bloedvaten, ziek hart, zieke nieren, zieke lever, zieke maag, een ziek zenuwstelsel, ja wat al niet kan het gevolg zijn. Maar dat ook haar nageslacht helaas maar al te vaak schade lijdt en dan niet alleen in de geldelijken zin[…] hoeveel kinderen vallen niet als slachtoffer, omdat zij door de levenswijze van hun ouders minder weerstandvermogen hebben gekregen tegen de tuberculose?”Hoeveel gezinnen zouden niet gezonder wonen, beter gevoed worden, beter gekleed gaan als niet een groot deel van het loon in drank werd omgezet?”

 

In het boekje staat in detail beschreven hoe de geplande optocht diende te geschieden. Hier enkele aandachtspunten:

- Kom tijdig naar de kerk.
- Ga in rijen van 3 staan, niet te dicht aaneengesloten.
- Voorkeursnummers: Sobriëtaslied, Roomsche Blijdschap & Aan U o koning der eeuwen.
- Neem vooral uw vaandel, banier of vlag mee.

 

Uit de bestudering van de Gelderlander in de periode 1929-1939 bleek de drankbestrijding in Nijmegen logischerwijs vooral van katholieke signatuur geweest te zijn. Ondanks het teruglopende ledenaantal bleef de drankbestrijding in Nijmegen volharden in hun strijd. Zo werd het St. Dominicus patronaat in het leven geroepen, een Mariavereniging die door de geheelonthoudsters was overgenomen.(18) Tijdens één van de propagandavergaderingen stelde pater I Grollenberg de vraag of de drankbestrijding nog wel nodig was. Hij verwees naar de 20 á 30.000 processen verbaal die werden opgemaakt voor openbare dronkenschap en het feit dat men in 1934 in Nederland 300 miljoen gulden uitgaf aan alcohol. Net als het nationale beeld zien we ook bij deze vereniging een verschuiving van de strijd tegen alcohol naar een breder oproep tot matigheid. Een andere nationale ontwikkeling in de jaren dertig zien we ook in Nijmegen terugkomen. Tijdens een vergadering van de R.K geheelonthoudersvereniging St. Fransiscus van Assisië en propaganda club Matt. Talbot uitte men kritiek op de hoge katholieke functionarissen die zich te weinig zouden inzetten ter bestrijding van drankgebruik.

 

Volgens de auteur ligt dit aan het niet op de hoogte zijn van de uitspraken van Paus Pius X dat “onder de sociale werken er geen van meer dringendere aard dan de drankbestrijding.” Men riep op vooral naar de vergadering te komen en de drankbestrijding te steunen.(19)

Dat de drankbestrijding in de jaren dertig over haar hoogtepunt heen was blijkt uit een rede die Pater Felix Otten O.P tijdens de viering van het 40 jarige kruisverbond in Nijmegen uitsprak. Tijdens de viering die op 11 november 1935 werd gehouden sprak hij over de malaisestemming binnen Sobriëtas.(20) Hierover was in 1933 ook al gesproken tijdens de 4e jaarlijkse congresdatum van Sobriëtas in de Vereeniging te Nijmegen.(21) Men had toen echter de hoop dat de heropbouw van Nederland na de crisis samen zou gaan met een verdere strijd tegen alcohol. Tweede kamerlid J Engels legde tijdens het congres een link tussen overmatig alcoholgebruik en de economische crisis. Beide problemen zouden voort zijn gekomen uit een verlies van matiging.

Een punt waarover in de jaren dertig binnen de Nijmeegse gemeenteraad werd getwist was de subsidiering van drankbestrijdingverenigingen.(22) In 1933 moesten verschillende verenigingen subsidie inleveren, zo ook de drankweer. Het budget werd met 50 gulden verlaagd en zou vervolgens gedurende de jaren dertig rond een bedrag van 200 gulden blijven liggen. Er waren echter ook jaren waarin de drankbestrijding in zijn geheel van de begroting werd gehaald. In 1937 verleende de gemeente aan de R.K Nijmeegsch Drankweercommitee en aan het Nijmeegsch Drankweercommitee ieder 100 gulden subsidie.(23) Dit bedrag mocht alleen aan plaatselijk propaganda worden uitgegeven. Verder moest men uitgebreid verslag doen van de werkzaamheden en ambtenaren moesten op elk moment de boekhouding in mogen zien.

Conclusie

In dit werk stond de volgende hoofdvraag centraal: Welke invloed had de crisis (1929-1939) op de drankbestrijding en de consumptie van alcoholische dranken in Nijmegen? Resumerende kan hier het volgende over gezegd worden. De drankbestrijding was reeds in de jaren dertig over haar hoogtepunt heen. Dit is ook terug te zien op lokaal niveau aangezien drankbestrijders ook in Nijmegen teruggrepen naar vervlogen dagen van glorie en men inzag dat de drankweer in een malaise verkeerde. De crisis had het directe gevolg dat de overheid moest snijden in de subsidiëring van de verschillende drankweer verenigingen. Dit was ook in Nijmegen het geval. Een gevreesde toename van het alcoholgebruik naar aanleiding van de crisis en de ontberingen die deze met zich meebracht kwam er echter niet. Het alcoholgebruik in deze jaren nam zelfs af. 

Concluderend kan gesteld worden dat de invloed van de crisis (1929-1939) op de drankbestrijding en de consumptie van alcoholische dranken in Nijmegen minimaal is geweest. De drankbestrijding verkeerde in haar nadagen en de consumptie van alcoholhoudende dranken volgde, net als het ledenaantal van drankbestrijdingverenigingen, een neerwaartse trend die reeds eerder was ingezet. Gezien het feit dat historici regelmatig denken in begrippen als continuïteit en verandering is mijn conclusie dan ook dat de crisisjaren op het gebied van drankbestrijding en drankconsumptie een continuïteit vormde ten opzichte van de jaren hiervoor.

Verwijzingen

1. J.C van der Stel, Drinken drank en dronkenschap, vijf eeuwen drankbestrijding en alcoholhulpverlening in Nederland, (Hilversum, 1995) 118-124.

2. Van der Stel, Drinken, drank en dronkenschap (Hilversum 1995) 68-73

3. Chris Dols. De geesel der eeuw, katholieke drankbestrijding in Nederland 1852-1945, (Zaltbommel, 2007)

4. Van der Stel, Drinken, drank en dronkenschap (Hilversum 1995) 237-238.

5. Ibidem 267-269

6. Ibidem, 185

7. H. Ploeg JR, Wat is, wil en doet de N.V? (plaats, datum onbekend vermoedelijk 1938)

8. De Gelderlander, 30 september 1932 en 24 december 1938 

9. Dols. De geesel der eeuw, (Zaltbommel, 2007) 99.

10. Ibidem, 27.

11. Van der Stel, Drinken, drank en dronkenschap (Hilversum 1995) 184.

12. Han G. Hoekstra, De dorstige drinker (Amsterdam, 1939)

13. J. Hilgenga, De landarbeiders en de alcohol (Utrecht, 1939) KDC BR 3863

14. Ibidem, 2-8

15. J. Visser-Bakker, Lering wekken, voorbeelden trekken (Utrecht, exact jaartal onbekend)

16. Dr G. Stuiveling, Geestelijke drank of Geestelijk leven? (Utrecht, exact jaartal onbekend)

17. Dr K.F. Proost, Weg en werk een eeuw drankbestrijding (Utrecht, 1941)

18. De Gelderlander, 20 September 1934

19. De Gelderlander, 6 november 1933

20. De Gelderlander, 11 november 1935

21. De Gelderlander, 16 augustus 1933

22. De Gelderlander, 30 juni 1933

23. De Gelderlander, 3 maart 1937

Tabel 1.1

Bron: H. Ploeg JR, Wat is, wil en doet de N.V? (plaats, datum onbekend vermoedelijk 1938)

Grafiek 1.1

Bron: http://www.cbs.nl/NR/rdonlyres/8EC09284-EF4A-4C0A-8FA3-CA95AB7ED4B1/0/nationaalgoed.pdf  geraadpleegd op 8-1-2010.

terug

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: