TERUGBLIK OP NIJMEGEN

Paul van der Heijden

Middeleeuwse misdadigers

Criminelen van tegenwoordig zijn veel beter af dan hun collega's in de Middeleeuwen. Niemand wordt nog een potje gemarteld of onthoofd. Voor onze huidige 'milde' rechtspraak zouden ze in de Middeleeuwen een moord doen. Bij wijze van spreken dan. Over het lot van de Nijmeegse misdadigers in de Middeleeuwen.

Weinig in Nijmegen herinnert ons aan de rechtspraak uit vervlogen tijden. Eén van de schaarse overblijfselen is de beroemde Blauwe Steen op het kruispunt van Burchtstraat, Broerstraat en Grotestraat. Zijn geschiedenis gaat ver terug. Reeds de oude Germanen spraken recht bij een heilige steen. Wellicht lag bij het belangrijkste kruispunt van Nijmegen ooit zo'n gewijde rotsklomp, waarvan de Blauwe Steen een middeleeuwse opvolger is. 

Borg

In tegenstelling tot wat veel mensen denken, werden op de Blauwe Steen geen executies uitgevoerd. Althans, die zijn ons niet bekend. Wel bestond de traditie om gevangenen driemaal rond de Blauwe Steen te leiden. Omstanders konden zich dan melden om borg te betalen, zodat de gevangene tot aan zijn proces niet in de cel hoefde. Ook vonden er 'lichte' straffen plaats zoals geseling, vingers afhakken (de twee zwerende vingers bij meineed) en oren afsnijden (bij zakkenrollers). Aan de steen zat een ijzeren ring waaraan veroordeelden een poosje vastgeklonken konden worden. Maar omdat te veel paarden over de ring struikelden, is hij er in 1668 afgehaald. De steen zelf is trouwens al meerdere keren vervangen, in elk geval in 1522 en 1647. Maar hij ligt nog wel op dezelfde plaats.

Stadhuis

Als criminelen werden opgepakt, vonden ze een tijdelijk onderkomen in de kerkers onder het stadhuis of in een van de stadspoorten. Hun berechting volgde zo spoedig mogelijk, want opsluiting kostte te veel geld. Om diezelfde reden werden verdachten zelden veroordeeld tot gevangenisstraffen. Men hield het meestal bij geldboetes, lijfstraffen en/of verbanning. Een andere populaire straf was het vastketenen aan de schandpaal bij de Waag of het rondvoeren in de schandton.

Bij zwaardere vergrijpen (zoals moord) waren drastischer maatregelen noodzakelijk. Vaak hielp een stevige marteling om een bekentenis af te dwingen. In de Middeleeuwen kende men verschillende foltermethoden, allemaal even onsmakelijk. Meestal begon men met het aanbrengen van duim- of beenschroeven. Hielp dat niet, dan hing men de gevangene (verzwaard met een gewicht van dertig kilo) op aan één vinger. Uiteindelijk belandde hij op de pijnbank. Vaak werden er wat botten gebroken of werd hij overgoten met brandende pek. In de kelders van het Nijmeegse stadhuis staat nog altijd zo'n pijnbank.

Executies

Een 'pijnlijk verhoor' was aan strikte regels gebonden. Vaak kwamen alleen mensen van buiten de stad in aanmerking voor marteling. De beschuldigde moest een eenmaal gedane bekentenis altijd 'vrij van banden' in de rechtszaal herhalen. Dat deed hij vaak maar al te graag, want het vooruitzicht van een tweede martelsessie was nog erger dan de doodstraf. Die was immers minder pijnlijk. Tenminste, als je het geluk had te worden onthoofd of opgehangen. 

In 1544 hadden twee moordenaars dat geluk niet. Zij werden geradbraakt. De beul bond hen vast op draaiende wielen en knuppelde net zolang tot ze het leven lieten. Hun lichamen bleven op het rad liggen tot ze uit elkaar vielen. Ook verbranding zal niet echt een pretje zijn geweest. Slachtoffers daarvan waren heksen (zoals een Weurtse tovenares in 1555) maar ook 'ongelovigen', zoals drie Nijmeegse Wederdopers in 1539. 
De reden dat executies zo gewelddadig waren, is dat men een voorbeeld wilde stellen aan het volk. Het ging soms heel ver. In 1589 probeerde Maarten Schenk Nijmegen te veroveren. Hij verdronk echter. Zijn lichaam werd uit de rivier gevist en alsnog gevierendeeld. De stukjes Schenk kregen een plek aan de vier hoofdpoorten.

Hoofdberg

Nijmegen kende meerdere plekken waar doodstraffen werden uitgevoerd. Vlak voor het Valkhof, bij de Burchtpoort, lag een beroemde executieplaats. Ook de naam 'Galgenveld' duidt op vroegere terechtstellingen. Maar de belangrijkste plek was de Hoofdberg. Deze lag ergens in de buurt van de huidige Graafsebrug. Zijn naam dankt de berg aan de executie van 25 gevangenen in 1350. De hertog liet hun hoofden op staken zetten, als afschrikwekkend voorbeeld voor de vijand. Ook in de eeuwen daarna moeten zich hier vele gruwelijke taferelen hebben afgespeeld. De Hoofdberg is in 1596 weggehaald omdat het in het schootsveld van de stad lag. 
Naast de Hoofdberg lag de Hoofdkuil. Ook daar vonden executies plaats. Daarnaast deed de Hoofdkuil dienst als vilderkuil en begraafplaats voor geëxecuteerden en zelfmoordenaars. In 1662 werd hier zelfmoordenares Grietje Nieuwencamp uit de Sint Jorisstraat begraven. Vlak daarna is de kuil gedicht en ontgonnen. Niemand weet nog waar hij ligt.

Laatste executie

De dubieuze eer van de laatste Nijmeegse executie valt toe aan Johannes Baudoin. Deze 28-jarige voerman uit Winssen was verliefd op Henrica Otten, maar zij wees hem af. Gek van jaloezie stak Johannes haar diverse malen met een broodmes. Voor deze moord belandde Johannes op 20 september 1843 aan de galg op een groot schavot, midden op de Grote Markt. Had hij maar 27 jaar later geleefd. Toen werd de doodstraf officieel afgeschaft.

Eerder verschenen in magazine

terug

Reactiepagina
Reactie 1:

Redactie, 18-05-2016: Het Algemeen Dagblad van 1 oktober 1843 bericht over deze executie:
* NIJMEGEN, 1 Oct. De ter dood veroordeelde Johannes Josephus Baudoin, van wiens overbrenging binnen deze stad reeds vroeger is gewag gemaakt, arriveerde alhier, door eene militaire escorte begeleid, op Vrijdag den 29sten September des avonds ten half zeven ure. Groot was de toevloed van nieuwsgierigen, welke hem aan de rivier de Waal opwachtte en naar het arresthuis vergezelde, alwaar de geestelijke, aan hem toegevoegd, om hem in zijne laatste levensuren bij te staan, reeds aangekomen was. Somberheid en droefgeestigheid teekende zich op het gelaat van den misdadiger en ieder weldenkende voedde gewis den wensch, dat een diep gevoel van schuld en verootmoedigend berouw, die voren op zijn wezen mogten hebben gegrifd. In den avond van dien zelfden dag werden de bestanddeelen herwaarts overgebragt van het schavot, dat sedert bijna eene halve eeuw, binnen de muren dezer stad niet was opgerigt geweest.
De dag van gisteren was getuige van het uiteinde van den jeugdigen [regel onleesbaar: ........, die ... ..g.... .ij.. .......... ...., op] eene gruwelijke wijze van het leven beroofd had. Donkere regenwolken beletteden der weldadige zon hare stralen op de strafplaats te doen doordringen en vele bewoners der groote markt, alwaar het doodvonnis zou worden ten uitvoer gelegd, hadden in den vroegen morgen de stad verlaten of hunne woningen gesloten om zich te onttrekken aan de aanschouwing van het afgrijsselijk tooneel, hetwelk ten twaalf ure, voor den boog der St. Stevenskerk zoude plaats vinden. Nadat eene commissie uit den Hove van Gelderland, vergezeld van den Heer Procureur-Generaal en geadsisteerd door den Heer Griffier, even voor het gezegde uur, op de zoogenaamde snijkamer, achter het schavot gelegen, gereed stond, om de uitvoering van het doodvonnis te bevelen, kwam de misdadiger, die nog slechts eenige minuten te leven had, door den geestelijken herder en twee scherpregters vergezeld, ter strafplaats en beklom, nadat eerstgenoemde afscheid van hem had genomen, met den scherpregter het schavot. Slechts weinige woorden, die in een gebed tot het Opperwezen moeten bestaan hebben, gingen het oogenblik vooraf, waarop zijne ziel zich van het aardsche omkleedsel zoude losmaken. Geene vijf minuten duurde het en Baudoin was niet meer. Zijn ligchaam bleef tot des namiddags half drie ure hangen, en werd toen op de gebruikelijke wijze naar eene verwijderde begraafplaats vervoerd.
Was de toevloed van nieuwsgierigen bij de aankomst van Baudoin groot, ontzettender nog was de volksmassa, die zich om het schavot, zoover men konde afzien, bijeenverzameld had, en waaronder men vele landbewoners van de omstreken dezer stad, met hunne vrouwen en kinderen herkende. Wat hiervan wel de meeste bevreemding baarde, was het aanzienlijk getal vrouwelijke toeschouwers, die zich onder de menigte gemengd had, en ware het niet dat deze schare, blijkbaar tot de geringste volksklasse behoorde, die verstokt en hardvochtig, het verschrikkelijkste tooneel koelbloedig kan bijwonen, die talrijke opkomst ter strafplaats zou weinig getuigen voor de teergevoeligheid, die men met regt de vrouwelijke sekse toeschrijft. Zoo eindigde dan een schouwspel, voor welks herhaling, wij wenschen dat onze stad moge bewaard blijven.

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: