TERUGBLIK OP NIJMEGEN

Paul van der Heijden

Een stad ontwaakt

Nijmegen is bezig aan de grootste stadsuitbreiding uit haar geschiedenis: de Waalsprong. Toch is dat niet de meest spectaculaire. Daarvoor moeten we 120 jaar terug in de tijd. Nijmegen waagde toen de 'sprong' over de stadsmuren. Met groot succes. De ruime, groene wijken waren heel aantrekkelijk - en dat zijn ze nu nog steeds. Ze kregen zelfs een monumentale status.

Nijmegen was een van de laatste vestingsteden van Nederland. Volgens de regering was dat nodig voor de nationale verdediging. Maar die mening was allang achterhaald. Zelfs de dikste stadsmuren zouden eenvoudig bezwijken onder de vuurkracht van de toenmalige kanonnen. Pas in 1876 besloot de regering om de status van vestingsteden op te heffen.

Muren

Binnen de stadsmuren was het veel te vol geworden. De bevolking groeide naar 20.000 mensen, terwijl de oppervlakte van de stad sinds de Middeleeuwen hetzelfde was gebleven. De smalle steegjes dienden als open riool, waardoor nog in 1866 een flinke cholera-epidemie kon uitbreken. De bewoners waren daarom erg blij dat ze de stadsmuren mochten afbreken. Begrijpelijk, maar ook jammer. Stadsmuren zijn tegenwoordig een goede toeristische bezienswaardigheden. Gelukkig hebben de slopers twee stukjes muur laten staan, in het Kronenburgerpark en Hunnerpark. 
Tegelijk begon men aan de planning van de 'nieuwe' stad. Plek was er genoeg. Buiten de stadsmuren lag een aantal honderden meters onbebouwd terrein, het vroegere schootsveld. Nu gaf dat alle ruimte voor een verstandige stadsuitbreiding. Het uiteindelijke uitgevoerde plan was ťťn van de beste keuzes die Nijmegen ooit heeft gemaakt.

Lustverblijven

De eerste stadsuitbreiding sinds vier eeuwen ging uit van een goed doortimmerd plan. Op de plek van de oude muren en wallen legde men een ring van straten aan: de Eerste, Tweede en Derde Walstraat. Daaromheen verscheen een brede, groene gordel van lanen, parken en statige huizen. De brede lanen staken schril af tegen de smalle, bedompte steegjes van de binnenstad. Knooppunt in de gordel vormde het Keizer Karelplein, waar meerdere grote wegen op uitkwamen. 
Het idee was een beetje afgekeken van steden als Parijs en Antwerpen. In Nederland was het eigenlijk uniek. En een gewaagde onderneming. Niemand wist of er wel behoefte was aan dure huizen in nieuwe wijken. Maar het pakte goed uit. De rijkere Nijmegenaren trokken onmiddellijk weg uit het centrum. Van buiten kwamen veel gepensioneerden en oud-IndiŽgangers: mensen die gesteld waren op rust, ruimte en veel groen. In twintig jaar tijd verdubbelde het aantal inwoners van Nijmegen. 

Keizer Karelplein

VVV-gidsjes uit die tijd geven een aardig beeld van de - stedenbouwkundig gezien - zojuist ontwaakte stad: 'Het verschil tussen de oude en nieuwe stad is verbazend groot. (...) De periode der groote grijze rechtafgesneden steenklompen met gaten er in, die vensters en deuren beduiden, zooals men die in de nieuwere gedeelten der Hollandsche steden ziet, eindelooze rechte lijnen op den grond en aan de gevels, die heeft Nijmegen overgeslagen.' 
De gidsjes nodigen ons uit om een wandeling te maken. Vanaf het station gaat de route naar het Keizer Karelplein, toen nog een groot leeg plein waar wandelaars ongestoord over konden flaneren. 'Dat is een der mooiste stadspleinen van ons land, iets heel aparts. Rondom, een kring van villa's en heerenhuizen met vriendelijke voortuinen, afgewisseld door het Hotel Keizer Karel, de St. Jozefskerk en de SociŽteit de Vereeniging; daarbinnen, een breede cirkel als verkeersweg en in 't midden een kringvormig plantsoen met vijver en fontein en grotwerk, met banken en slingerpaden, die het de schijn verleenen van veel meer dan de dubbele oppervlakte.'

Sint Anna

De wandeling voert naar het gehucht Sint Anna, dat nog ver buiten de stad ligt. Vanuit Sint Anna worden mooie uitstapjes aangeprezen over de woeste gronden van de Hazenkamp en de Hatertse Hei. Maar om daar te komen moeten we eerst door de prachtige Sint Annalaan, geflankeerd door 'jonge nieuwmodische Amerikaansche eiken, die in den herfst met hun schel rood aardig afsteken tegen het groen der tuintjes; verderop de oude linden, die in hun knoestige stammen het merk van den ouderdom dragen.' Het wegdek lag veel dieper dan nu. Maar de bomen staan er nog altijd.
Even verder meldt onze VVV-gids: 'De straten, die er op uitkomen hebben niets merkwaardigs, het gewone Nijmeegsche stratentype, dat een aardig type is, met veranda's, balcons en erkers.' Zulke uitbouwtjes waren samen met de repatrianten overgewaaid uit Nederlands-IndiŽ en eigenlijk on-Nederlands. En heel merkwaardig.

Beschermd stadsgezicht

Sommige huizen van de eerste stadsuitbreiding prijken op de gemeentelijke monumentenlijst. Maar de hele 'ring' van wijken geniet inmiddels ook bescherming. De gemeente heeft het aangewezen als Beschermd Stadsbeeld en van de overheid mag het zelfs Beschermd Stadsgezicht gaan heten. Het unieke is dat deze wijken allemaal gebouwd zijn in een relatief korte periode, zeg binnen twintig jaar. Daardoor zijn alle huizen min of meer in dezelfde stijl gebouwd. Typerend zijn onder andere de baksteengevels met 'speklagen', natuurstenen kopjes boven de voordeur, frivole dakkapelletjes en gietijzeren hekwerken. Dat 'aardige, gewone Nijmeegsche stratentype' is een nationaal monument geworden. Zou dat ook ooit gebeuren met de Waalsprong?

Eerder verschenen in magazine

terug

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: