TERUGBLIK OP NIJMEGEN

Paul van der Heijden

Het Rijk van Nijmegen:
Speeltuin van de keizers

Weinig stukjes Nederland zijn zo mooi als het Rijk van Nijmegen. 'Ons binnenste buitenland', zo noemde de VVV het al treffend. Want nergens anders is de landschappelijke variatie zo groot. En nergens anders verwijst de naam van een gebied rechtstreeks naar een keizerlijk verleden, toen de machtigen der aarde zich in onze bossen verpoosden met de jacht.

Waar de naam 'Rijk van Nijmegen' vandaan komt is onduidelijk. Pas in de 13e eeuw duikt de naam op in de archieven. Waarschijnlijk moeten we voor de verklaring veel verder terug in de tijd, naar de Romeinen. Die verschansen zich aan het eind van de Romeinse tijd (vierde eeuw) in een versterking op het Valkhof. Bij het vertrek van de Romeinen neemt een Frankische elite het fort over. Op precies dezelfde plek bouwt een verre nazaat van de Franken, Karel de Grote, één van zijn beroemde paleizen. 

'n Rijk aan keizers

Karel de Grote ziet zichzelf als erfgenaam van het Romeinse Rijk. Voor het eerst sinds de Romeinse tijd brengt hij een heel groot gebied bij elkaar en kroont zich net als zijn grote voorbeelden tot 'keizer'. Maar Karel verdeelt zijn Rijk vlak voor zijn dood onder zijn drie zonen, zodat het imperium verbrokkelt. Latere machthebbers proberen het Rijk van Karel te herstellen. Ze noemen dat het Heilige Römische Reich der Deutsche Nation. Let op het woord 'Römisch', dat letterlijk verwijst naar hun Romeinse ambities. Tegenwoordig vertalen we dat echter met Rooms. 
Van de achtste tot de dertiende eeuw vinden keizers hun weg naar het Valkhof. Ze blijven er overnachten, voeren onderhandelingen en genieten van het uitzicht. Maar hun meest geliefde bezigheid is ongetwijfeld jagen. Ten zuidoosten van de stad liggen uitgestrekte bossen, die als keizerlijk bezit nooit zijn ontgonnen. Nu nog heet dit voormalige jaagparadijs Reichswald en het Nederlandse gedeelte ervan Nederrijkswoud. 

'n Rijk aan machtshebbers

In de tussentijd is het Rijk van Nijmegen in steeds wisselende handen gegaan. Vanaf de achtste eeuw schijnen we te horen tot het graafschap Betuwe, in de twaalfde eeuw zelfs nog even tot Brabant. Maar vanaf 1202 horen rechtsreeks tot het Heilige Roomse rijk. Nijmegen wordt zelfs Rijksstad, een bijzonder bevoorrechtte positie. 
In 1247 wordt de Duitse keizer afgezet. Graaf Willem van Holland wil graag zijn troon overnemen, maar daarvoor moet hij veel dure oorlogen voeren. Zijn neef graaf Otto van Gelre leent hem een flinke som geld en krijgt de Nijmeegse burcht als onderpand. Bij die burcht hoort een groot gebied, onder andere het al genoemde Reichswald. Zo komt het Rijk van Nijmegen bij het graafschap - later hertogdom - Gelre. De pandsom wordt nooit ingelost. 

'n Rijk aan gemeenten

In de dertiende eeuw is Nederland een lappendeken van graafschappen, hertogdommen en heerlijkheden. Sterker zelfs, Nederland bestaat nog helemaal niet. Uit die lappendeken van territoria ontstaan langzaamaan grotere rechtsgebieden. Zo'n rechtsgebied noemen we een ambt. We kennen bijvoorbeeld het ambt van Maas en Waal en het ambt van Overbetuwe. Ook het Rijk van Nijmegen is zo'n rechtsgebied. Verschillende dorpen hebben zich erin verenigd, mogelijk vanwege een vroegere band uit keizerlijke tijden. Het Rijk van Nijmegen wisselt nogal eens van samenstelling. In 1542 bestaat het uit de heerlijkheden Beek, Groesbeek, Heumen, Malden, Ooij, Persingen, Ubbergen en de dorpen Beuningen, Ewijk, Niftrik, Ooij, Weurt, de helft van Winssen ('Winsen-Rijks') en Wijchen. Ook de gemeente Millingen hoort naderhand bij het Rijk van Nijmegen, hoewel het een Nederlandse enclave vormt in Kleefs gebied. Het nabijgelegen Kekerdom, Leuth en Erlecom worden in 1816 Nederlands grondgebied en daarmee toegevoegd aan het Rijk van Nijmegen. Een jaar later volgen Overasselt, Nederasselt, Balgoij en de rest van Winssen.

'n Rijk aan landschappen

Tegenwoordig heeft het Rijk van Nijmegen geen officiële status meer. Die is helemaal opgegaan in de gemeente Nijmegen en de provincie Gelderland. Maar nog altijd klinkt de roem door in afdelingen van landelijke instellingen, zoals het Waterschap Rivierenland en de Vereniging voor Natuur- en Milieueducatie (IVN). Ook heeft het Rijk van Nijmegen zijn naam gegeven aan een golfbaan (in Groesbeek), een bridgeclub, een damschool, een katern van de Gelderlander en een crematorium. Maar bovenal heeft de term een landschappelijke betekenis gekregen. Het Rijk van Nijmegen wordt geroemd om de landschappelijk variatie. In het oosten vinden we de heuvels van de stuwwal, die door een gletsjer in de IJstijd als door een bulldozer naar onze omgeving is geschoven. Ten noorden van Beek en Ubbergen heeft de Rijn deze stuwwal doorgebroken en afgesleten. Steile randen markeren nu de overgang naar het Rivierengebied. Smalle dijken kronkelen zich hier door groene uiterwaarden, oude steenfabrieken en een schat aan natuur. Rond Wijchen liggen mooie rivierduinen, in de IJstijd opgewaaid uit de bevroren rivierbeddingen. Het landschap lokt weliswaar geen jagende keizers meer naar Nijmegen, maar wel veel toeristen. En ook die brengen welvaart.

Eerder verschenen in magazine

terug

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: