TERUGBLIK OP NIJMEGEN

Paul van der Heijden

Romeins Nijmegen in Kleef

Nijmegen en Kleef onderhielden in het verleden een innige vriendschap, die werd beklonken met het uitwisselen van geschenken. Veel Romeinse oud-heden, die voor de Nijmegenaren weinig waarde hadden, verdwenen zo naar Duitsland. Daar liggen ze nog steeds. Wie nu een stukje Nijmeegse geschiedenis wil zien, moet tien kilometer de grens over.

In de zeventiende eeuw zwaaide Johan Maurits van Nassau de scepter in Kleef. Deze volbloed achterneef van Willem van Oranje had zich buitengewoon verdienstelijk gemaakt als stadhouder van BraziliŽ, dat toen nog gedeeltelijk Nederlands bezit was. Eenmaal terug op Europese bodem toverde hij Kleef om in een fraaie barokke stad met ruime lanen en parken. Zijn landschapsarchitectuur was zo vooruitstrevend dat de Franse koning Lodewijk XIV in Kleef ideeŽn opdeed voor de aanleg van Versailles.

Schenking

Johan Maurits - of zoals de Duitsers zeggen: Johann Moritz - had een fijne neus voor kunst. In zijn parken verwerkte hij allerlei Romeinse oudheden. Die vond hij niet in Kleef zelf. De uitspringende Kleefse heuvel mag dan de ideale plek lijken voor een Romeinse versterking, toch is er uit die tijd nauwelijks iets teruggevonden. Hofleverancier van Romeins materiaal was Xanten, waar de Romeinse stad Colonia Ulpia Traiana en twee grote legerplaatsen een onuitputtelijke bron vormden voor vondsten.
De inspanningen van Johan Maurits moeten het stadsbestuur van Nijmegen op een idee hebben gebracht. Nijmegen wilde graag bevriend blijven met de Kleefse stadhouder en haastte zich om hem allerlei Romeinse oudheden te schenken. Dat is opmerkelijk, omdat in Nijmegen juist de beroemde antiquiteitenverzameling van Smetius furore maakte. Kennelijk waren politieke motieven belangrijker dan de eigen cultuurhistorie. Enkele jaren later zou dat nogmaals blijken. Niet gehinderd door enige vorm van historisch besef liet Nijmegen in drie maanden tijd 206 ton Romeins bouwmateriaal uitgraven om het te vermalen tot cement. Een schrijnend verschil met Kleef, dat juist in deze periode tot grote culturele bloei kwam.

Plaisier en genuchte

Als we op zoek willen gaan naar de Nijmeegse schatten, moeten we de raadsverslagen uit die tijd erbij pakken. Op 12 juli 1660 stuurt Nijmegen 'verscheydene groote steenen gelegen buyten de Heselpoort in de Gasthuijs Weide, met noch een groote steene back bij forme van een dootkist.' Op 20 juli volgt een tweede lading, om 'tot Cieraat gebruijckt te worden in den Diergaerde ende fonteine onder Cleeff aan de Vorsten Springhberch tot uitnemende plaisier ende genuchte van alle curieuse ende van verre comende Lyffhebbers ende toesienders.' Die lading bestaat uit 'verscheijde nieuw utgevondene groote steene backen, sercken, (...) ende wat voor diergelijke fragmenten meer bij een gebracht connen worden.' De dag erna stuurt Nijmegen zelfs een derde zending. Nu gaat het om 'noch eenige groote ende oude steenen, backen, beelden ende andere fragmenten opgesocht en uutgevonden.' Inmiddels weten we dat al dit materiaal lag op de plek van de Romeinse stad Ulpia Noviomagus. Tegenwoordig is die plek te vinden in het Waterkwartier. Jammer alleen dat de omschrijving van de vondsten niet nauwkeuriger is. Zo hebben we er niet zoveel aan. 

Grafmonument

Waar is al dit Romeinse spul gebleven? We weten het niet. Mogelijk vond het een plek in het Amphitheater bij de fonteinen. Misschien ook in de Tiergarten, die toen nog ten zuiden van de stad lag. Zeker is wel dat Johan Maurits Nijmeegs materiaal gebruikte voor de bouw van zijn mausoleum. Lang voor zijn dood liet hij dat grafmonument bouwen op een mooie plek ten oosten van Kleef. Hoewel hij er zelf niet ligt, bestaat het nog steeds, 'dat soo vermaarde antiquiteit halve maanswyse gemetseld Muurwerk, dat binnen versien is met allerhande oude Romeynsche Inscriptien, steene Beelden, groote en kleyne Kannen, Potten, wonderleycke Hoorens, Lampens, Muurbreekers, en was dies meer is.'
Het grootste gedeelte daarvan komt volgens een tijdgenoot uit Nijmegen. Maar welk gedeelte? Geleerden kunnen dat niet meer achterhalen. En de Romeinse voorwerpen uit het Amphitheater zijn allang verdwenen. De oude Tiergarten is zelfs helemaal opgedoekt en later verplaatst naar het westen van Kleef. De stad kent geen oudheidkundig museum en ook de archieven zijn ontoereikend. Bovendien is tijdens de Tweede Wereldoorlog veel verloren gegaan. Vrijwel de gehele stad lag in puin, veel erger nog dan Nijmegen. Het spoor loopt dus een beetje dood.

Voetgangersgebied

Gelukkig is niet alles verloren. In de jaren zeventig 'herontdekte' men twee forse Romeinse zuilen in de tuin van museum Haus Koekkoek in de binnenstad van Kleef. Wetenschappers konden met zekerheid achterhalen dat dit een deel is van de Nijmeegse schenking uit 1660. Bij de aanleg van het voetgangersgebied in 1974 zijn ze ingemetseld in de straat, pal voor het museum. Een begeleidend bordje geeft uitleg. Het is wrang om te constateren dat je vondsten van zulke omvang in onze stad zelf niet kunt zien. Om een stukje van het Romeinse verleden van Nijmegen te proeven, moet je dus naar Kleef.

Eerder verschenen in magazine

terug

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: