TERUGBLIK OP NIJMEGEN

Paul van der Heijden

Nijmeegs carnaval ontmaskerd

Als straks in Nijmegen het carnaval weer losbarst, zullen weinig feestneuzen beseffen dat ze bezig zijn met een heidense traditie. In wezen is carnaval namelijk een mix van oeroude Romeinse feesten en Germaanse vruchtbaarheidsrituelen, verpakt in een christelijk jasje. Maar de manier waarop we het in Nijmegen vieren is nog geen zestig jaar oud.

De wortels van het carnaval zijn meer dan tweeduizend jaar oud. In die tijd is het grote feest van Saturnus, de Saturnalia, bij de Romeinen heel populair. Tijdens de derde week van december staat de wereld op zijn kop: slaven worden enkele dagen de baas over hun meesters, die voor hen een feestmaal moeten bereiden. Daarnaast wordt er een spotkoning gekozen en soldaten in het leger roepen uit hun midden een schijnaanvoerder uit. Een dergelijke rolomkering is er ook tijdens de Kalendae, het nieuwjaarsfeest. Ook verkleedt men zich, liefst als iemand van de andere sekse, en worden er op grote schaal cadeautjes uitgedeeld.

Zottenfeest

Als de christenen de macht grijpen in het Romeinse Rijk, vinden ze het wereldse gedoe van Saturnalia maar niks en schaffen het af. Toch blijft de traditie voortbestaan, nota bene binnen de beschermde wereld van de middeleeuwse kloosters. Dit zottenfeest wordt ergens tussen kerst en nieuwjaar gevierd. Ook hier zien we verkleedpartijen en een tijdelijke omkering van de kloosterhiŽrarchie, in een naar huidige maatstaven ongekend openhartige vunzigheid en absurditeit. Zo wordt tijdens drinkpartijen om 't hardst geboerd, wijwater vervangen door urine en officiŽle liturgie maakt plaats voor obsceen namaaklatijn. Onderlinge wedstrijdjes worden opgezet, waarbij de winnaars bij de verliezers de broek naar beneden mogen trekken.

Vanaf de 14e eeuw begint het zottenfeest zich ook buiten de muren van het klooster te verspreiden. Daar vermengt het zich met oude vruchtbaarheidsrituelen onder de plattelandsbevolking. Hierbij moet de ingeslapen winter worden gewekt door het maken van veel lawaai, vuur en diervermommingen. Dit 'wereldlijke' zottenfeest gaat vastelavond heten, wat overigens helemaal niets te maken heeft met het christelijke vasten. Het woord is afgeleid van het Oudgermaanse faseln, wat 'vruchtbaarheid opwekken' betekent. In het begin is Vastelavond geen zelfstandige feestdag, maar een manier van feesten die kan opsteken tijdens Sint Nicolaas (6-12), Onnozele Kinderen (28-12), Nieuwjaarsdag (1-1), Driekoningen (6-1), Maria Lichtmis (2-2), Schrikkeldag (29-2) of Halfvasten (1-4). Pas veel later doopt de kerk het 'heidense' feest om tot vastenavond en geeft het een vaste plek op de christelijk kalender.

Blauwe Schuit

In de late Middeleeuwen groeit de vastenavond uit tot een waar volksfeest. Vaste onderdelen zijn overvloedig eten en drinken, vermommingen, de aanstelling van spotheerschappijen, komische toneelstukjes, liederen en een stoet van wagens. Op die wagens - met name de beruchte Blauwe Schuit - laten verklede deelnemers op spottende wijze aanstootgevend gedrag zien. Oorspronkelijk is zo'n concentratie van getoonde banaliteiten bedoeld om te tonen hoe het niet moet en is dus juist heel erg moraliserend. Dat verklaart ook waarom de stad Nijmegen nog in 1545 en 1550 subsidie verleent aan de 'schipsgesellen' (meestal zonen van gegoede stadsburgers) die rondtrekken 'mytter blauwer schuyten'. Maar allengs grijpt de jeugd deze gelegenheid steeds meer aan voor de uiting van maatschappelijk ongenoegen. Dat loopt nog wel eens uit de hand, waardoor de vastenavond een negatief imago krijgt.
Tijdens de geloofsstrijd tussen katholieken en protestanten, eind 16e eeuw, valt de vastenavond tussen wal en schip. De protestanten vinden het feest een paapse stoutigheid, terwijl de katholieken het steeds meer zien als een verwerpelijk bijgeloof. Bovendien haalt de nieuwe stedelijke elite zijn neus op voor dit boerenvermaak. In heel Nederland wordt de openbare vastenavondviering in steden verboden en het degradeert daarmee tot een sober huiskamervermaak. In 1660 bepaalt Nijmegen dat iedereen 'die Vastenavontsdagen eenige insolentie [onbeschaamdheid] ende brootdronkenschap, tzij met mascaraden ofte andere ongeregeldheden komt te plegen, sal verbeuren 10 goudguldens.' 

Revival

Pas halverwege de 19e eeuw, als katholieken weer hun godsdienst mogen beoefenen, begint ook de vastenavond (inmiddels carnaval geheten) aan een voorzichtige revival. Aanvankelijk gebeurt dat met sjieke gemaskerde bals in besloten lokaliteiten zoals herensociŽteit Burgerlust aan het Kelfkensbos (vanaf 1872) en De Harmonie aan de Oude Stadsgracht (vanaf 1874). Tien jaar later zijn de carnavalsbals in De Vereeniging heel populair. Hier worden in 1886 ook voor het eerst in Nijmegen Prins en Prinses Carnaval binnengehaald. Het 'gewone volk' zoekt vertier in cafť's met optredens van orgeldraaiers en liedjeszangers.

Toch is deze opleving van korte duur. In 1912 bepaalt de gemeente Nijmegen dat de vastenavond wegens overlast niet meer gevierd mag worden. Als in 1919 toch een uitbarsting van feestelijkheden dreigt, wordt een alcoholverbod afgekondigd voor de hele stad. Pas na de Tweede Wereldoorlog krijgt carnaval een nieuwe impuls, maar ook een nieuwe vorm. Daarbij is gekeken naar Limburgse voorbeelden, waar het carnaval vanaf de 19e eeuw al wel vaste voet aan de grond kreeg. En dat is weer te danken aan de Franse soldaten van Napoleon, die het carnaval meenamen uit Noord-ItaliŽ. Zo'n uitbundige carnavalsviering is eigenlijk on-Nederlands. En zeker ook on-Nijmeegs. Misschien dat carnaval daarom ook zo blijft kwakkelen in onze stad.

Eerder verschenen in magazine

terug

Reactiepagina
Reactie 1:

Eddy Waltman, 05-03-2014: Het verhaal over carnaval gelezen hebbende is er toch veel dat overeenstemt. De zgn. 'Heidense Winterfeesten' hadden weinig met het carnaval gemeen.
Er zijn verschillende theorieen over Carneval. Het aannemelijkst is dat de Carnaval een RK Romeinse aangelegenheid is. Zoals wij katholieken hebben geleerd was 'vlees' uit den boze tijdens de 40 daagse vasten.
Vis was het enige dat getolereerd was. Carne = is een Latijnse uitdrukking voor 'Vleesloos dat inhield dat je vlees en vleselijke lusten moest mijden. Daarom is de bakermat van het Carnaval te vinden in Rome.
Carnaval betekende eigenlijk een herinnering aan de komende 40 daagse vasten en dat je tijdens deze 3 dagen je mocht uitleven in 'eten en drinken'. Het 'eten' werd uitgelegd als alles opmaken wat bedervelijk was. Dat 'alcohol' ook niet gedronken mocht worden tijdens de vasten, verklaard het consumeren van vooral 'alcohol' houdende dranken.
Dit overmatig alcohol gebruik leverden vele 'dronkelappen' op. Dit was de reden dat men 'anoniem' dronken wilde worden en daarom de maskerades. Die het eerst bij de gegoede burgers begonnen is met zgn. 'Gemaskerde bals'. Later werd het een algemeen gebruik tijdens het 3 daagse carnaval. Dat de carnaval soms 'verboden' werd kwam voornamelijk voor in Noordelijke provincies. Dat is de reden dat het carnaval in het katholieke Limburg nooit verboden is.

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: