TERUGBLIK OP NIJMEGEN

Paul van der Heijden

Hotel 't Spijker

250 jaar toerisme in Beek

Lange tijd was Beek een troosteloos dorpje in de wildernis. De geboorte van het toerisme in de negentiende eeuw bracht het bergdorpje echter grote voorspoed, maar de Tweede Wereldoorlog gooide roet in het eten. De glorietijd van het Beekse toerisme wordt levend gehouden door Hotel 't Spijker, dat momenteel zijn 250e verjaardag viert.

Tot en met de achttiende eeuw was er in Nijmegen opvallend weinig belangstelling voor de oostelijke buurdorpen. Wel lieten de stedelingen hier hun kostbare linnen wassen en bleken, maar zelf kwamen ze er nooit. De gegoede burgerij van Nijmegen vond het woeste landschap maar niks. Bovendien was het er onveilig: Schinderhannes en zijn bende hielden er strooptochten en de huidige Jan Dommer van Polderveldtweg heette in de volksmond zelfs Moordenaarsgasje. Veel liever zochten Nijmegenaren hun verpozing in de strak aangelegde tuinen en parken ten zuiden en westen van Nijmegen, zoals Heijendaal, St. Anna, Brakkestein, Hees, Hatert en Neerbosch.

Romantiek

In de manier van tijd verdrijven kwam begin achttiende eeuw een grote ommekeer. De ontluikende Romantiek lokte veel kunstenaars naar Beek om daar het 'onbedorven' landschap te vereeuwigen. Plotseling kregen hoogteverschillen, modderige wegen, vervallen huizen en eenvoudige lieden - letterlijk - een schilderachtige betekenis. In het kielzog van de schilders togen ook vele toeristen naar de stuwwal om zich te vergapen aan het afwisselende landschap en de overdonderende vergezichten. Al in 1825 mijmerde Ten Hoet: 'Een half uur verder dan Ubbergen, breidt zich het wijdbekende dorp Beek, aan den voet der bergen, als in eene vallei uit, en noodigt met deszelfs murmelende beken, ruischende watervallen, graanrijke of begroeide heuvelen en dichterlijk schoone dalen, den wandelaar tot de zoetste genietingen.' 't Spijker was destijds te vinden achter het witte kerkje, onder aan de Sterrenberg. Volgens de overlevering zou het stammen uit 1751, hoewel elk tastbaar bewijs daarvoor ontbreekt. Mogelijk was het Spijker in de beginperiode een boerderij, in gebruik als eenvoudige uitspanning voor reizigers richting Duitsland. De naam 'spijker' of 'spieker' verraadt een agrarische herkomst, want in de Middeleeuwen was dat een voorraadschuur. 

Ten Hoet geeft ons een indruk hoe het Spijker er in 1825 uitzag: 'Op deze plaats is aan een ieder de vrije wandeling vergund; terwijl men bij de bewoners derzelve gelegenheid kan vinden, om zich van allerlei ververschingen te laten voorzien, waartoe, op verscheidene bekoorlijke plekjes, hutjes en prieeltjes zijn aangelegd, en door den eigenaar der plaats ook een gedeelte van een onlangs op dezelfde nieuw opgerigt gebouw is verleend. Volgens de Nijmeegse gemeente archivaris Van Schevichaven was het Spijker in die tijd 'een der meest beminde uitspanningen der Nijmegenaars ge-worden'. Rond 1840 kwam het in handen van de familie Jansen.

Oorlog

Beek-Ubbergen groeide uit tot een tweede Valkenburg met meer dan 35 hotels en logementen. Vooral families uit het Westen beleefden in de Beekse bergen een topvakantie. 't Spijker voer mee op deze golven van voorspoed. 

Als Grand Hotel werd het aan de overzijde van de Rijkstraatweg herbouwd, op de huidige locatie. Ook het nieuwe Spijker werd beroemd, vooral vanwege de dansmiddagen en -avonden die tramladingen vol Nijmegenaren trokken. De Tweede Wereldoorlog trok echter een zware wissel op de Beekse welvaart. Het Spijker werd gevorderd door de Duitsers, waar met name Hitlerjugend niets heel liet van het interieur - inclusief alle gastenboeken en archieven. Na de oorlog kon het gebouw nog wel worden opgelapt, maar het toerisme was volledig om zeep geholpen. Beek was plots een geďsoleerde uithoek van Nederland geworden en toer-isten kozen steeds meer voor het buitenland. Veel logementen legden daardoor het loodje en zochten een andere be-stemming. Zo bood Het Spijker in de jaren vijftig onderdak aan repatrianten uit het voormalige Nederlands-Indië. Vanaf 1959 werd het voormalige hotel zelfs omgebouwd tot (luxe) bejaardentehuis.

Gelukkig pakte een nieuwe generatie Jansen de horecadraad weer op en maakte er in 1976 weer een hotel van. Nadien volgden de overname van het naastgelegen, voormalige hotel Rustenburg en de bouw van een nieuwe ver-dieping in de vorm van een panoramazaal. Met deze nieuwe (congres)-accommodatie is de zesde generatie van de hotelfamilie Jansen niet meer volledig afhankelijk van het seizoensgebonden toerisme. De helft van de omzet wordt nu verkregen uit de zakelijke markt. Veel groeperingen houden er hun bijeenkomsten en trainingen. Elke zomer komen er ook enkele jeugdvoetbalselecties uit landen als Amerika en Canada overgevlogen. Zij spelen dan oefenwedstrijden, gaan naar trainingen kijken van de grote clubs en mogen ook wel eens een proeftraining draaien bij Ajax. Sommige jochies, amper tien jaar, hebben al een miljoenencontract op zak.

Plaatselijke betekenis

Van de tientallen logementen uit de negentiende eeuw zijn er inmiddels nog maar drie over. Omdat ook het aantal café's in Beek is geminimaliseerd, heeft 't Spijker behalve een toeristische functie ook een lokale betekenis gekregen. Het hotel is immers altijd open. Maar bovenal is 't Spijker een onschatbare, levendige herinnering aan de gouden eeuw van het Beekse toerisme. En misschien wel een goede basis voor een voorspoedige toekomst. 

Eerder verschenen in magazine

terug

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: