TERUGBLIK OP NIJMEGEN

Paul van der Heijden

De Romeinse Vierdaagse

De Vierdaagse is begin twintigste eeuw opgezet als oefening voor militairen. Maar de traditie van deze afstandsmarsen gaat veel langer terug. Dat zit al besloten in het woord zelf: mars verwijst immers naar de Romeinse oorlogsgod. De Romeinen marcheerden al over lange afstanden. Ook in de buurt van Nijmegen moeten ze flink hebben rondgesjouwd.

Dat de Vierdaagse plaatsvindt in Nijmegen, kan bijna geen toeval zijn. Op deze plek was in de Romeinse tijd een compleet legioen gelegerd, het enige in heel Nederland. Dit Tiende Legioen Gemina telde zo'n 5500 manschappen en was gelegerd in een enorme legioensplaats (castra) op de Hunnerberg in Nijmegen-Oost. Het legioen streek hier neer om de laatste restjes van de de Bataafse Opstand neer te slaan, in 71 na Chr. Op dat moment hadden de legionairs een voettocht van bijna tweeduizend kilometer achter de kiezen, want ze kwamen rechtstreeks uit Spanje. Rond 104 werden ze weggeroepen naar het Donaugebied.

Klusjes

In de pakweg 33 jaar dat de legionairs hier gelegerd waren, hoefden ze niet of nauwelijks in (militaire) actie te komen. Toch moesten ze bezig gehouden worden, want niets is gevaarlijker dan soldaten die zich vervelen. Daarom kregen ze allerlei klussen voorgeschoteld, zoals de productie van aardewerk, bakstenen en dakpannen. Ook legden ze wegen aan en bouwden een complete stad, Ulpia Noviomagus. Maar naast dit nuttige tijdverdrijf was er ook genoeg ruimte voor militaire exercities. De legionairs hielden gevechtstrainingen en legden minimaal driemaal per maand een afstand van twintig Romeinse mijl af, wat vergelijkbaar is met dertig kilometer. Dat was de standaardlengte van een dagmars. In oorlogstijd werd een dagmars soms verlengd tot omgerekend vijftig kilometer. Deze twee afstanden zijn - al dan niet toevallig - ook standaard geworden in de Vierdaagse.

Bepakking

In vijandig gebied legden de legionairs hun dagmars volledig uitgerust en bepakt af. Behalve harnas en helm torste de soldaat ook nog twee speren, een groot schild en een knapzak mee. Bij elkaar is dat een gewicht van 25 30 kilo. Aan het eind van de dag werd door verkenners een geschikt terrein uitgezocht en ingemeten. De inmiddels gearriveerde legionairs bouwden vervolgens een compleet kamp, inclusief wallen en grachten, waarna de tenten werden opgezet. Pas als de veiligheid was gewaarborgd, konden ze aan het eten beginnen. En kon de uitrusting worden gepoetst. De volgende ochtend werd het hele zaakje opgebroken en ingepakt, zodat een nieuwe dagmars kon beginnen. Nog steeds verbazen wetenschappers en militairen zich over deze enorme organisatorische prestatie. Niet alleen moet er een duidelijke taakverdeling zijn geweest, ook de aanvoer van etenswaren, drank en andere grondstoffen zoals hout en leer waren blijkbaar piekfijn geregeld. Die hoeveelheden waren gigantisch. Een heel legioen verbruikte bijvoorbeeld jaarlijks zo'n half miljoen kilo graan.

Marskampen

Om de aanvalsmarsen te oefenen, werd in vredestijd geoefend "op het droge". Het hele legioen (of een deel daarvan) maakte zo af en toe een dagmars met volle bepakking. Rond het legioenskamp van Xanten (op twee dagmarsen van Nijmegen) zijn door archeologen meerdere marskampen ontdekt, waar dit soort oefeningen hebben plaatsgevonden. Ook dichter bij Nijmegen, vlak achter Kleef, liggen de resten van zo'n kamp. 
De deelnemers aan de Vierdaagse kunnen dus bogen op een zeer lange traditie. Gelukkig hoeven de huidige marcheerders niet hun eigen kamp op te slaan, maar kunnen ze zich laven aan de weelde van de moderne tijd. En slapen in een echt bed. 

Eerder verschenen in magazine

terug

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: