TERUGBLIK OP NIJMEGEN

Paul van der Heijden

Nijmeegs dierenverleden

Op 4 oktober krijgen onze kanaries en marmotjes extra aandacht. Dat gebeurt al sinds 1930. Maar hoe gingen we de eeuwen daarvoor om met onze dieren? De Blik voert u mee in het Nijmeegse dierenverleden.

Onze prehistorische voorouders kenden geen huisdieren. Terwijl sabeltandtijgers onze omgeving onveilig maakten, jaagden ze op groot wild. Pas nog vonden duikers in het water van De Groene Heuvels in Ewijk een schedel van een wolharige mammoet. Die staat nu in het Natuurmuseum in Nijmegen.
Een paar duizend jaar geleden begonnen onze voorouders zelf dieren te houden en te fokken. Een geweldige uitvinding, want nu hoefden ze niet meer op jacht. Ook leerden ze om paarden te temmen en te berijden. Vooral in het rivierengebied groeide de paardenfokkerij uit tot een traditie. De Bataven in onze omgeving werden om hun paardrijkunsten beroemd in het hele Romeinse Rijk. Zo vertelt een geschiedschrijver vol verbazing en ontzag hoe de stoere Bataven op hun paarden de brede monding van de Rhône overzwommen.

Romeinen

Ondertussen streken de Romeinen neer in Nijmegen. Zij kenden sommige dieren een heel andere functie toe: als bron van vermaak. In het Nijmeegse amfitheater, verscholen onder de Componistenbuurt in Oost, vochten gladiatoren verwoed voor hun leven. Ongetwijfeld moesten ze zich ook verweren tegen wilde dieren, hoewel daar nog geen archeologische bewijzen voor zijn. Maar wel in Londen. Daar vond men pas geleden in een vergelijkbaar amfitheater botresten van een stier en een beer. Ook wolven, leeuwen en panters liepen regelmatig rond in de arena. 
Om nu meteen de Romeinen af te schilderen als notoire dierenbeulen gaat te ver. Ze introduceerden de kip in onze streken en hun vee had het hier goed. Vondsten tonen aan dat runderen in de Romeinse tijd een stuk groter waren daarvoor - en ook daarna. Een teken van welvaart. Ook kenden ze de hond als huisdier. Dat is bijvoorbeeld te zien aan de afdruk van hondenpoten op een Romeinse dakpan. Bij de productie ervan, in de Romeinse steenbakkerij op de Holdeurn in Berg en Dal, liep deze huisvriend tweeduizend jaar geleden over de nog ongebakken klei.

Middeleeuwen

Ook de Middeleeuwers kenden honden, in alle soorten en maten. Ze bewaakten de stad, hielpen mee tijdens de jacht of werden voor kruiwagens gespannen. Maar de meeste honden liepen los. Samen met de varkens aten ze het vuil op, als een soort middeleeuwse gemeentereinigingsdienst. Toen het aantal loslopende honden een probleem werd, nam de stad speciaal daarvoor iemand in dienst: de hondenslager. Hij kwam vooral in actie tijdens de pest en hondsdolheid. In 1645 werden daarvoor zelfs de schoorsteenvegers ingezet. Samen sloegen ze 158 honden dood, à 8 stuiver per stuk.
Ook varkens liepen eertijds gezellig los door de stad. Maar in de 15e eeuw kwam aan de vrijheid voor het varken langzaam een eind. Tijdens marktdagen mocht het beest zich niet op straat vertonen, maar moest worden vastgehouden op het erf. Een eeuw later mocht het dier alleen 's morgens vroeg een uurtje de poten strekken om aan de Waal te drinken. Dat de varkensplaag daarmee niet helemaal onder controle was, bewijzen bepalingen in de 17e eeuw om de stad binnen 24 uur varkensvrij te maken. Precies een eeuw geleden woonden nog altijd 3400 varkens in onze stad.

Vogels

Net als de Romeinen fokten ook de Middeleeuwers duiven. Zo had Gerard, heer van Ooij, in 1420 een 'duifhuis' van twee verdiepingen in de Boddelstraat. In 1652 mocht jonkheer Van Welderen de Kruittoren in het Kronenburgerpark als duifhuis gebruiken. Niet zozeer uit postduifliefhebberij, maar omdat gebraden duif destijds bekend stond als een delicatesse. In de 17e eeuw waren er zoveel duiven dat het stadsbestuur ingreep. Ze mochten een aantal jaar niet meer uitvliegen omdat ze met hun gepoep grote schade aanbrachten aan daken en het regenwater verontreinigden.
In de 17e en 18e eeuw gingen Nijmegenaren graag op jacht naar kwartels, om ze te kooien en te eten. Ook nachtegalen waren als huisfluiter populair. Een barbier in de Houtstraat verlevendigde zijn gevel met zingende leeuweriken. Aan de Waalkade, ter hoogte van de Vismarkt, hing bijna twee eeuwen lang een kooi met daarin een raaf. Van 1592 tot 1597 hing zelfs een gekooide arend in Nijmegen, op de tegenwoordige Korenmarkt. De arend had vooral symbolische waarde voor de stad, want hij komt dubbelkoppig voor in ons stadswapen.

Valkhof

De meest exotische dieren waren echter te vinden op het Valkhof. Daar hielden de Gelderse hertogen van 1388 tot 1538 leeuwen gevangen in ijzeren kooien. Hun menu bestond vooral uit schapen. En in 1405 kon men op het Valkhof zelfs een kameel bewonderen! Hij at in 93 dagen '22 malder [±3000 liter] haver, benevens 482 broden, voor hem gebakken, voor 23 gl. gewoon brood en 13 spint zout. Het droeg een groen hoofddeksel en een linnen kleed, dat voor hem bemaelt [geschilderd] was.' 
De Nijmeegse kameel zou zich tegenwoordig vast wat meer op zijn gemak hebben gevoeld. We hebben dierentuinen, kinderboerderijen, dierendokters, dierenwetten, een dierenambulance en zelfs dierenkerkhoven. En op Werelddierendag zou hij natuurlijk een extra Marikenbrood krijgen.

Eerder verschenen in magazine

terug

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: