Gedenksteen van Jan van Hoof op het Joris Ivensplein

Gedenksteen van Jan van Hoof op het Joris Ivensplein:

Op 19 september 1944 leidde Jan van Hoof een verkenningswagen van de geallieerden door de stad. Op de Nieuwe Markt - het huidige Joris Ivensplein - werd het voertuig in brand geschoten. Jan van Hoof overleefde dit, maar werd alsnog gepakt en vervolgens gedood. Op de plaats waar de 'redder der Waalbrug' zijn leven liet, werd op 19 september 1945 deze steen in het plaveisel geplaatst.

Reactie 1:

Rob Essers: Hierbij stuur ik de conclusies van de Commissie die in 1949 door de Minister van Oorlog werd ingesteld en tot taak had om een deskundig en nauwgezet onderzoek in te stellen terzake het vraagstuk van de redding van de Waalbrug te Nijmegen in september 1944.

I. SAMENSTELLING EN TAAK VAN DE COMMISSIE.

Bij Beschikking van de Minister van Oorlog van 8 Juni 1949, Geheim Litt. D 112, werd een Commissie ingesteld, welke tot taak had een deskundig en nauwgezet onderzoek in te stellen terzake van het vraagstuk van de redding van de Waalbrug te Nijmegen in September 1944.

Tot leden dezer Commissie werden daarbij benoemd:

Luitenant-Generaal b.d. J.J.G. BARON VAN VOORST TOT VOORST, Adjudant in Buitengewone Dienst van Hare Majesteit de Koningin, tevens Voorzitter,
Reserve-Generaal-Majoor b.d. H. KOOT, Kanselier der Nederlandse Orden, en
Generaal-Majoor tit. b.d. D.A. VAN HILTEN, Hoofd van de Krijgsgeschiedkundige Afdeling van de Generale Staf.

Bij Beschikking van de Minister van Oorlog van 17 Mei 1950, D.G. Litt. C 111, werd de Commissie uitgebreid met:

Luitenant-Generaal b.d. W.F SILLEVIS en
Generaal-Majoor b.d. J. ZWART.
Als Secretaris van de Commissie trad op Luitenant-Kolonel C.M. OLIFIERS.

(...)

C o n c l u s i e s.

De Commissie heeft, in haar voorafgegaande uiteenzetting en in de bijlagen A en B dezes, de feiten en reconstructies in hun onderling verband en gevolgen beschouwende, gemeend terwille van een logische ontwikkeling reeds hier en daar enigszins vooruit te moeten lopen op haar eindconclusies. 

Zij vat deze hieronder puntsgewijze samen.

1. Voor de Commissie is komen vast te staan, dat de vernieling van de brug door de Duitsers grondig was voorbereid en dat de ladingen met geleidingen en ontstekingsmiddelen waren bevestigd met uitzondering van die voor de lading op het brugdek. De lading onder de brug is door een Brits pionierofficier na de verovering van de brug nog intact en voorzien van de ontstekingsmiddelen bevonden, terwijl de lading op het brugdek ongevaarlijk in losse onderdelen in de goot lag.

2. Aangezien de Duitsers de brug nodig hadden voor een voorgenomen tegen-offensief mocht deze niet worden vernield.

3. Gebleken is dat sabotage aan de op de brug aanwezige springlading is gepleegd, welke sabotage door de Duitsers werd ontdekt, waarbij de saboteur ternauwernood ontkwam. De schade is daarna door de Duitsers hersteld.

4. Uit het onderzoek is overtuigend gebleken:

dat JAN VAN HOOF zich zelfs met zijn leven vrijwillig wilde inzetten voor het behoud van de brug;

dat voor een dergelijke uiterst gevaarlijke sabotage van de eerste aanvang af de plannen en verkenningen door hem zijn beraamd, besproken of verricht.

Weliswaar kan JAN VAN HOOF niet met absolute zekerheid als dader van de in punt 3 bedoelde sabotage worden aangemerkt, doch de mogelijkheid is niet buitengesloten, dat het JAN VAN HOOF is geweest, die deze sabotage en wel op 18 September tussen 11.00 en 14.00 tot uitvoering moet hebben gebracht, daartoe gebruik makende van de enige door de Commissie op grond van feiten erkende mogelijkheid voor hem om deze sabotage, ondanks de daaraan verbonden imminente gevaren, te verrichten, waarbij het geluk hem zeer moet hebben gediend.

Daarbij komt:

dat hij blijkens de gegeven karakterbeschrijving tot een dergelijke daad in staat was en als gelovig Rooms-Katholiek zich daartoe geestelijk had voorbereid;

dat de uitlatingen van JAN VAN HOOF op 18 en 19 September, als "de brug is gered", bewezen zijn door hem te zijn geuit en deze uitlatingen niet anders kunnen slaan dan op een door hem persoonlijk verrichte sabotagedaad, waarvan althans hij de vaste overtuiging had, dat deze effectief was en hij zich dus daarover kon uitlaten in de bewoordingen, althans met de strekking, zoals verscheidene getuigen onder ede hebben verklaard.

5. Ook de toestand waarin hij, zo lichamelijk als geestelijk, op 18 September omstreeks 14.00 in de Museum Kamstraat terugkeerde, wijst op het mogelijke van een door hem onmiddellijk tevoren uitgevoerde sabotagedaad.

6. De Commissie erkent het verwonderlijke in het stilzwijgen van JAN VAN HOOF op Sionshof in de namiddag van 19 September over zijn daad, temeer daar dit stilzwijgen ernstig afbreuk aan zijn daaraan voorafgaande uitlatingen kan doen.

Hiertegenover stelt de Commissie echter in de eerste plaats VAN HOOF's uit verschillende getuigenissen van derden en uit zijn eigen daad onmiskenbaar gebleken Godsvertrouwen, betrouwbaarheid en trouw, eigenschappen welke haar opperste beproeving en vervulling vonden in het zich geven tot in de dood. 

Voor dit vreemd aandoende stilzwijgen zal VAN HOOF voor zichzelf zijn werkelijk goede redenen hebben gehad, waaromtrent men echter in het duister tast.

7. De Commissie is dan ook op grond van de door haar vastgestelde feiten, zomede van de logische reconstructie van de mogelijke handelingen van JAN VAN HOOF overtuigd, dat JAN VAN HOOF met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid sabotage aan de springlading van de brug heeft gepleegd en dat zulks in de mutatie voor een onderscheiding als zekerheid tot uiting dient te komen. 1)
____________________
1) Het lid der Commissie D.A. VAN HILTEN is van mening dat, aangezien de Commissie niet met zekerheid heeft kunnen vaststellen dat JAN VAN HOOF de sabotage heeft gepleegd, hij zich niet kan verenigen met het voorstel zulks toch met zekerheid tot uiting te brengen in de mutatie op grond waarvan aan JAN VAN HOOF bij K.B. de M.W.O. 4e kl. posthuum blijft toegekend. Overigens is dit lid van oordeel dat, voor wat betreft de verrichtingen van JAN VAN HOOF op 18 September tussen 11.00 en 14.00, geen positieve conclusies kunnen worden getrokken uit:

a. de beweringen van een onbekend gebleven Duits militair, waarvan de Commissie uit de tweede hand kennis kreeg en welke zij niet heeft kunnen controleren.

b. de verklaring van een Duits onderofficier van de pioniers, die tijdens de strijd noch op de brug, noch in de nabijheid van Nijmegen aanwezig was en zich niet kon herinneren wanneer de door hem bedoelde sabotage zou zijn gepleegd.

Dit gevoegd bij VAN HOOF's onverklaarbaar gedrag op Sionshof en de ongelofelijke moeilijkheden voor een burger om tijdens de gevechtshandelingen op de bewaakte brug door te dringen tot de springlading, deze onklaar te maken en wederom zonder ongevallen te ontkomen maken het dit lid niet mogelijk de conclusie te aanvaarden dat JAN VAN HOOF met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de sabotage heeft gepleegd. JAN VAN HOOF heeft nimmer gezegd, dat hij persoonlijk de brug heeft gered of daartoe een sabotagedaad heeft verricht en aangezien de bestaande twijfel hierover naar het oordeel van dit lid ook niet door het grondig onderzoek van de Commissie is weggenomen kan dit lid slechts aannemen, dat VAN HOOF op 18 September tussen 11.00 en 14.00 daartoe waarschijnlijk een poging heeft gedaan, hetgeen dan ook naar zijn mening, op grond van de door de Commissie vastgestelde feiten, alleen in aanmerking zou kunnen komen om in 3e alinea van de bij punt 10 van de Conclusies bedoelde mutatie tot uiting te worden gebracht.


8. De Duitsers hebben echter de aanslag bemerkt en VAN HOOF's mogelijke daad werd niet gevolgd door het naar de brug doorstoten van de op 18 September voor deze actie aanvankelijk ingezette compagnieën Amerikaanse parachutisten. Derhalve hadden de Duitsers de gelegenheid het tot springen brengen van de brug opnieuw te verzekeren. Tenslotte zijn zij op grond van de terzake gegeven bevelen op het beslissende ogenblik niet tot vernieling van de brug overgegaan. 

Daarom kan JAN VAN HOOF niet worden beschouwd als "de Redder " van de brug. Wel komt hem onvergankelijke eer toe voor hetgeen hij tot behoud van de brug als uitstekende daad van moed, beleid en trouw heeft verricht met inzet van zijn leven.

9. Ten aanzien van zijn optreden op 19 September, o.m. als gids van een Britse verkenningswagen, waarbij hij die dag te 17.30 is gesneuveld, moge de Commissie verwijzen naar hetgeen hierover in Bijlage A onder II, 5 is vermeld. Hierbij onderscheidde hij zich door bijzondere moed en voortvarendheid.

10. De Commissie is derhalve unaniem van mening dat hem posthume inschrijving van Ridder der 4e klasse in de registers der Militaire Willems-Orde ten volle blijft toekomen.

Evenwel dient de derde zinsnede van de mutatie op grond waarvan bij K.B. van 19 Juli 1946, No. 5, Jan, Jozef, Lambert VAN HOOF is ingeschreven in de registers van de Kanselarij der Nederlandse Orden als Ridder der 4e klasse der Militaire Willems-Orde te worden gewijzigd, terwijl in de tweede zinsnede het woord "levensgevaar" zou dienen te vervallen en de laatste zinsnede ware aan te vullen.

Immers de derde zinsnede luidt:

"Heeft in September 1944, terwijl deze brug gedurende anderhalf uur onder zó hevig artillerievuur der Geallieerden lag, dat de Duitse bewakingsafdeling van de brug was teruggetrokken, zich geheel alleen daarheen begeven en het ontstekingsmiddel (een lont) zeer kort vóór dit tot het detoneren van de springlading werd aangestoken, doorgeknipt".

Gewijzigd en aangevuld zou de omschrijving thans kunnen, luiden.

"heeft zich door het bedrijven van uitstekende daden van moed, beleid en trouw onderscheiden door in Augustus 1944 plannen te beramen en te bespreken om te beletten, dat de Duitsers de grote verkeersbrug over de Waal te Nijmegen, welke voor de Geallieerde legerleiding van veel belang was, tot springen zouden brengen. 

Heeft zich daartoe op de hoogte gesteld van de plaats van de springlading, van de ligging en samenstelling van het daarheen leidende ontstekingsmiddel en van de mogelijkheden deze buiten werking te stellen.

Heeft op 18 September 1944 met grote voortvarendheid, voorbeeldige moed en vastberadenheid van de gedurende enkele uren op en om de brug heersende gevechtsomstandigheden gebruik weten te maken om onder imminent levensgevaar en geheel alleen zijn vrijwillig op zich genomen taak tot het buiten werking stellen van het ontstekingsmiddel te volbrengen.

Heeft zich de volgende dag beschikbaar gesteld als gids van een Britse lichte verkenningswagen, welke, ver voor het eigen front doorgedrongen zijnde, door de vijand buiten gerecht is gesteld. Is daarbij gesneuveld."


's-Gravenhage, 21 November 1951.

DE COMMISSIE:

w.g.
Luitenant-Generaal b.d. J.J.G. BARON VAN VOORST TOT VOORST, Voorzitter,
Luitenant-Generaal b.d. W.F. SILLEVIS,
Generaal-Majoor b.d. J. ZWART,
Reserve-Generaal-Majoor b.d. H. KOOT,
Generaal-Majoor tit. b.d. D.A. VAN HILTEN,
(Onder het voorbehoud tot uiting gebracht in de noot 1) op punt 7 van de Conclusies)

Reactie 2:

Rob Essers: Niet onvermeld mag blijven dat ook de twee inzittenden van de verkenningswagen om het leven kwamen. Het gaat hierbij om
Lance-Sergeant William Thomas BERRY (zie http://www.cwgc.org/search/casualty_details.aspx?casualty=2645105) en 
Guardsman Albert SHAW (zie 
http://www.cwgc.org/search/casualty_details.aspx?casualty=2646853).

Reactie 3:

A.W. Kuiken: Op 19 september 1944, laat in de middag, leidde Jan van Hoof een gepantserde verkenningswagen van de Britse Grenadier Guards door de stad. De wagen was geleend door Lance-Sergeant Berry (commandant) en Guardsman Shaw (chauffeur), beiden behorend tot de Royal Engineers. (Men neemt aan dat ze opdracht hadden de spoorbrug over de Waal te verkennen, maar zeker is dit niet). Zittend op een voorspatbord wees Jan van Hoof de weg naar de spoorbrug. Op de kruising Lange Hezelsstraat - Nieuwe Markt, ter hoogte van de rechterzijde van het toenmalige Terminus, werd de wagen geraakt door 20mm granaatvuur. Dit vuur was afkomstig van een geschutsopstelling die zich op de hoek van de Lange Hezelstraat bevond. 
De wagen werd aan de achterzijde getroffen en vloog onmiddellijk in brand. De commandant en zijn chauffeur kropen uit de wagen, brandend als fakkels en overleden ter plaatse. Jan van Hoof was van de wagen gesprongen toen het schieten begon. Hij werd door Duitsers gegrepen, mishandeld en uiteindelijk door het hoofd geschoten. De drie lichamen bleven op de straat achter. De volgende morgen werden deze gevonden en tijdelijk begraven in het Kronenburgerpark.

Bijlage: Foto van het wrak van de Humber Scout Car. Men heeft het wrak naar de kant geschoven. Plaats: stoep langs de Veemarkthallen aan de Nieuwe Markt. 

Reactie 4:

Rob Essers: WAAR viel Jan van Hoof??? Bij de oorlogsmonumenten op www.4en5mei.nl staat de steen vermeld als "monument aan de Lange Hezelstraat". Op bijgevoegde foto is niet te zien of dit exact dezelfde plaats is als waar de steen nu ligt. 

De uitgebrande verkenningswagen stond een eindje verder op de Nieuwe Markt aan de achterzijde van Terminus.

Op de foto uit 1990, gemaakt door Theo van Zwam (Bron: Regionaal Archief Nijmegen, documentnummer F22278) , is te zien dat dezelfde gedenksteen destijds aan de Voorstadslaan lag. Is de huidige locatie van de gedenksteen op het Joris Ivensplein wel helemaal juist?

Reactie 5

Rob Essers: HIER EN DAAR VIEL JAN VAN HOOF...

"(...) Wel is de herdenkingssteen voor verzetsheld Jan van Hoof alvast een eindje verplaatst, zodat die straks geen auto's op zich hoeft te dulden." (De Gelderlander, maandag 14 januari 2008)

Uiteraard kon ik het niet nalaten om ter plekke te gaan kijken waar Jan van Hoof dit maal gevallen is. De steen ligt nu weer een stukje dichter bij het kruispunt Nieuwe Markt en Lange Hezelstraat.

Mijn verzameling van foto's van de herdenkingssteen wordt steeds groter. De archieffoto uit 1975 laat zien dat er vroeger minder omzichtig mee werd omgegaan. Waarschijnlijk staat hierop nog de originele steen uit 1945. Uit welk jaar de (nieuwe) steen op www.4en5mei.nl stamt, heb ik 
nog niet kunnen achterhalen.

Links; de steen in 1975 Rechts; de oude situatie (foto 2004)

De nieuwe situatie (foto 2008)

Reactie 6:

A.W. Kuiken: Toevoeging op reactie 3.
De Humber Scout Car van de Royal Engineers vertrok vanaf het hoofdpostkantoor. Vermoedelijk was Lance-Sergeant Berry de mening toegedaan, dat hij met zijn technische kennis op aanwijzing van Van Hoof in staat zou zijn het ontstekingsmechanisme van de spoorbrug onklaar te maken. Van Hoof was er van overtuigd, dat dit zich bevond in een café op de Nieuwe Markt. De Scout Car volgde de Ziekerstraat, Houtstraat en de Lange Hezelstraat, dwars door het tijdens het bombardement zwaar getroffen stadsdeel. Nauwelijks op de Nieuwe Markt aangekomen, werd de wagen door een 20mm luchtafweerkanon, nu ingezet tegen gronddoelen, beschoten. Dit kanon stond opgesteld in de tuin van het huis van de familie J. Daniëls
(1) . Het was toen even over half zes in de middag. Vanuit de Scout car werden nog enige salvo's afgevuurd, maar de benzinetank werd getroffen en de wagen vloog in brand. Berry en Shaw zagen nog kans het voertuig te verlaten, maar zij vielen, brandend als fakkels, zielloos neer op het trottoir bij drogisterij Schott (2). De Duitse wachtpost, die aanvankelijk het café van B. van Hees (3) was binnengevlucht, schoot nu toe. Jan van Hoof sprong van het spatbord. De Duitsers riepen hem aan. Hij antwoordde zoiets als: “Hollander, Vrij Nederland”, en deed hinkend een paar stappen naar voren. Op het pleintje (4) zakte hij ineen. Duitsers ontrukten hem zijn portefeuille en oranje armband, al schreeuwend: “Du, Partisan”. Ze sloegen en schopten hem en één van de soldaten schoot Van Hoof in het achterhoofd. Hij stierf ter plaatse. De Duitsers lieten de lichamen op de Nieuwe Markt liggen. Woensdagmorgen om 7 uur werden de stoffelijke overschotten overgebracht naar Terminus, waar een Ierse aalmoezenier de absoute verrichtte. De drie gesneuvelden werden, samen met twee Duitsers, begraven in het Kronenburgerpark. Op vrijdag 22 september werd het stoffelijke overschot van Jan van Hoof opgegraven en op de r.k.-begraafplaats aan de Daalseweg ter aarde besteld.

(1) Hoek Lange Hezelstraat – Kronenburgersingel
(2) Hoek Lange Hezelstraat – Nieuwe Markt
(3) Lange Hezelstraat 135
(4) Vermoedelijk het stuk trottoir, rechts van Terminus en tegenover drogisterij Schott

RAN-F30236 Hoek Kronenburgersingel en Lange Hezelstraat.
Tuin van waaruit de Scout Car werd beschoten.

RAN-F71036 Onthulling gedenkteken voor Jan van Hoof in het trottoir van de Lange Hezelstraat voor Terminus en de Veemarkthallen. Rechts op de foto vader van Hoof, verder v.r.n.l. zijn moeder, twee zusters en een broer. 19 september 1945.

Algemeen:
De straatnamen ter plaatse waren in 1944 anders dan nu. De Lange Hezelstraat liep door tot aan de Hezelpoort en de Nieuwe Markt liep links en rechts van Terminus en de er achter liggende veemarkt.

RAN-F27549 Zie reactie 3. De witte auto bij de grote ingangspoort (rechts) markeert de plaats 
waar het wrak van de Scout Car na het incident uiteindelijk terecht kwam.

Conclusies of “zo zou het gebeurd kunnen zijn”:

De Scout Car, komende uit de Lange Hezelstraat, is op de hoek met de Nieuwe Markt rechtsaf geslagen. De mogelijkheid bestaat dat men hierna een moment is gestopt om de situatie te bestuderen en een beslissing te nemen. Feit is dat de manschappen van het Duitse 20mm kanon genoeg tijd hadden om hun stuk te draaien en opnieuw te richten op de onverwacht verschenen Scout Car. Men kan aannemen dat het kanon gericht stond op de Hezelpoort, omdat vanuit de Oude Heselaan/Kraayenhoflaan gevechtslawaai te horen was. Een andere Brits/Amerikaanse aanvalsgroep deed namelijk tegelijkertijd van die zijde een aanval op de Spoordijk/brug. De Scout Car werd aan de linker-achterzijde getroffen en vloog in brand. De Duitse wachtpost aldaar vluchtte omdat er in hun richting werd geschoten (eigen vuur). De Britse bemanning zag nog kans het voertuig te verlaten, maar viel, brandend als fakkels, neer op het trottoir bij drogisterij Schott. Jan van Hoof zat hoogstwaarschijnlijk op het linker voorspatbord, omdat de Scout Car “rechtse” besturing had en de chauffeur door zijn kijkspleet anders niets kon zien. Jan van Hoof, hoewel ontsnapt aan het vuur, moet toch iets meegekregen hebben want hij hinkte en zakte op het trottoir rechts voor Terminus in elkaar.
Daar is hij uiteindelijk omgebracht. De Duitsers trokken die nacht zich terug richting Valkhof.

Waarom het wrak van de Scout Car zo ver van de plaats des onheils is terecht gekomen (±100m) is niet meer te achterhalen.

Bronnen: 
1. Privé archief
2. Corridor naar de Rijn – 1988
3. Fotocollectie Regionaal Archief Nijmegen

terug

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: