Waalkade

Waalkade 65:

Deze gedenksteen in de gevel van de voormalige Zeilmakerij (nu een café) herinnert aan de watervloed, die Nijmegen en ommelanden eind januari en begin februari 1861 teisterde. In de strenge winter was de Waal dichtgevroren en bij het inzetten van de dooi begon het rivierpeil snel te stijgen. Hoewel her en der aarden dammen werden opgeworpen, kwam een groot deel van de benedenstad blank te staan. Een café werd door ijsschollen zelfs geheel vernield. Door een dijkdoorbraak bij Leeuwen liep het gehele Land van Maas en Waal onder. De ravage was zo groot dat koning Willem III een bezoek aan het getroffen gebied bracht. Hieraan wordt in deze gevelsteen ruim aandacht besteed.
Ook aan de Lage Markt bevindt zich nog een gedenksteen die aan de ‘verbolgen vloed’ herinnert. 

Tot hier, aan dezen steen, stond den verbolgen vloed,
verzwolg hij leven, rijkdom, arbeid, in zijn kolk:
dogh toen ook, Willem III! zoo edel van gemoed,_
toen toonde Gij te zijn de vader van Uw volk!
t'Noodlottig rampvol jaar leve eeuwig door de faam:
want t'sticht ook eeuwig,_Vorst,_eene eerzuil voor Uw naam!

Den watersnood van 1861 uit eigen aanschouwing en ervaring
Ds. B. ter Haar zn.
Wandelingen door Nijmegen. XLI. 
Nijmeegsch Weekblad no. 21, 23 mei 1893, 2e jaargang


Reeds eenigen tijd vóór Kerstmis van het jaar 1860 was de Waal gaan zitten, en dat wel onder de ongunstigste omstandigheden: de ijskorst toch sloot zich onmiddellijk aan de Waalkade aan, zoodat men van de straatsteenen op het ijs stapte. De wensch, dat bij het voortdurend vriezend weer het water allengs zou vallen, werd of niet of in eene onbeduidende mate vervuld. Hoe kon het anders, of een ieder zag het invallen van den dooi en het losgaan der rivier in klimmende spanning tegemoet? In de laatste dagen van Januari '61 hadden de bewoners der benedenstad, van Lagemarkt en aangrenzende straten dan ook reeds alle maatregelen genomen om naar de bovenverdiepingen der huizen de wijk te nemen. De kleeden waren opgenomen of althans losgemaakt, de meubelen, die men niet volstrekt noodig had, waren naar boven gebracht, een bovenvertrek was in een keuken herschapen, enz. Maar men dacht toch niet aan vluchten, voordat de tot het uiterst volgehouden strijd tegen den vijand door zijne overmacht in eene nederlaag was verkeerd. Mijne lezers kennen de dammen, die bij dreigende overstrooming op gevaarlijke punten worden aangebracht. In 1861 en nog meer dan 20 jaren later hadden die dammen heel wat anders te beteekenen dan nu. Verbeeld u zulk een dam, beginnende bij de St. Stevensstraat en loopende langs de kade der toenmalige haven, nu het nieuwe Waalplein, tot aan de fabriek van den Heer Westhreenen, tegenover de Boddelstraat. Hoeveel geld, kracht en tijd het oprichten, bewaken en voortdurend versterken van een dam over zulk een lengte vereischte, behoef ik wel niet te zeggen.
Het was den 30en Januari 1861, 's avonds ± te 6 uur, dat drie kanonschoten der bevolking van Nijmegen en zijne omstreken het bericht aankondigden: de Waal is los! Wel was zij een paar dagen te voren eene enkele maal in beweging geweest, om terstond weer te gaan zitten, maar nu werd het ernst.
Op dat oogenblik was de waterstand ± 13 M. boven A.P.
Het water begon nu op onrustbarende wijze door de aan den Waalwal en aan de Waalkade gelegen huizen heen te sijpelen, neen, te stroomen; door aanhoudend pompen loosde men dit water - evenals het van boven afstroomende gootwater - over de dammen heen in de rivier. Den geheelen nacht hield men dien kamp vol; maar tegen den middag van Donderdag den 31en Januari moesten de strijders het opgeven. Het rivierwater drong door den dam, achter de Vischmarkt geplaatst, zoo sterk heen, dat de daar en aan de Lagemarkt gelegen huizen overstroomd werden en de bewoners de wijk naar hunne bovenverdiepingen moesten nemen. Het rumoer van het pompen, het geluid der elkaar toeschreeuwende stemmen enz. werd nu tegen den avond door eene doodsche stilte vervangen. Wel stond de straat geheel onder water, maar het water was voor het verkeer met schuiten nog te laag. Daar hoorden op eens 's avonds te 10 uur de bewoners der Lagemarkt een doffen slag, gevolgd door verwijderd hulpgeschrei: de bovenbeschreven dam langs de haven was tegenover de Boddelstraat doorgebroken. Met geweld stuwde de rivier hare met ijs bedekte wateren nu de benedenstad in. De Boddelstraat, Lange Hezelstraat, Papengas, Bagijnegas, Brouwerstraten, Priemstraat, Groote Gas, Grootestraat en Lindenberg - om van de Lagemarkt en haven niet te spreken - werden of geheel, of gedeeltelijk - al naarmate de grond daar meer of minder rees - overstroomd. Het was waarlijk duizend wonder, dat bij die plotselinge doorbraak niemand het leven inschoot, daar het water de benedenverdiepingen der woningen in de Boddelstraat terstond tot meer dan manshoogte vulde.
Aan een huis aan de Waalkade, dicht bij de Lagemarkt, vindt men nog een steen met het opschrift:
"In het jaar 1860 en een
Stond het water tot aan dezen steen."
In de Boddelstraat lagen de ijsschotsen van afstand tot afstand; zelfs in de Lange Hezelstraat, vlak tegenover het laatste huis der oude stad - nu door den hr. J.H. Scheers bewoond - , lag een groote schol.
Het was des Vrijdagsmorgens een niet onaardig gezicht, op de Lagemarkt de schuiten te zien aanvaren, die den gevangen luchtbewoners aldaar vleesch, brood en melk aanbrachten.
Korter dan velen gevreesd hadden, duurde voor de inwoners van Nijmegen's benedenstad ditmaal de waterplaag. Maar hun verlossing werd helaas! gekocht door de vreeselijke ramp, die Maas-en-Waal en in de eerste plaats het dorp Leeuwen trof, door de geweldige doorbraak, welke daar in den nacht van den 1en Februari plaats vond en niet alleen onnoemelijke stoffelijke schade veroorzaakte, maar bovendien aan een tal van menschen het leven kostte.
Voor iemand, die - gelijk schrijver dezes - zulke toestanden mede doorleefd heeft, is het een genot, bij het wandelen langs de Waalkade de doeltreffende inrichtingen tot waterkeering te aanschouwen, daar sinds ongeveer een tiental jaren door ons gemeentebestuur aangebracht. Daar, waar de kade langs de haven een weinig begint te dalen, is een waterdichte muur gebouwd, met eene coupure (in tijd van gevaar door een dat te dichten) tegenover de St. Stevensstraat. Voorts loopt een dergelijke waterdichte muur langs de Waalwal achter de daar geplaatste huizen; zulk een muur vangt aan de achterzijde der huizen aan de Waalkade, het Veerhuis, enz., weder bij de voormalige Meipoort aan om door te loopen tot voorbij de Grootestraat en aan het velen welbekende huis met het koepeltje aan te sluiten. Te zeggen, dat eene overstrooming van de benedenstad nu onmogelijk is, ware eene dwaasheid; maar dat door al deze waterkeeringswerken, evenals door het verhoogen van de Waalkade, de kans daarop met 50% is verminderd, dat is zeker niet te stout gesproken.

Meer over deze gevelsteen en de Besienderspoort vindt u hier en hier

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: