|
Sint Stevenskerkhof 63: de
Sint-Stevenstoren:
Rond 1326 kreeg de Sint-Stevenskerk voor
het eerst een toren. Als hoogste punt in de stad was deze vaak het
mikpunt van allerlei geweld. In 1429 brandde de toren door
onvoorzichtigheid van de wachters grotendeels af. Twee jaar later was
hij weer hersteld. Natuurgeweld verwoestte de toren in februari 1566: de
toren werd getroffen door de bliksem. Hierbij smolten ook nog eens alle
klokken.
Tot in 1569 werkte men aan een nieuwe spits. Deze hield het nog geen
kwart eeuw vol, want in 1591 werd de toren zwaar beschadigd bij de
belegering van de stad door de Staatse legers van prins Maurits.
In 1593 was de onderbouw hersteld, maar pas in 1604-1605 werd de
torenspits in renaissancestijl herbouwd. Het ontwerp van Peter Gerritsz
Verspeck was geïnspireerd op de torenspits van de Oude Kerk in
Amsterdam.
De toren uit 1605 heeft het ruim drie eeuwen volgehouden, al stond hij
begin 20ste eeuw al een eind uit het lood. Bij het geallieerd
bombardement van 22 februari 1944 stortte de torenspits in en slechts
een deel van de uit 1310 daterende onderbouw bleef staan. Bij de
restauratie, die van 1949 tot 1953 duurde en werd geleid door A.W. Jansz,
kreeg de toren een stevige betonconstructie. Naast de toren werd een
kleiner torentje met een wenteltrap gebouwd. Dit torentje heeft
weliswaar nooit eerder bestaan, maar past wat stijl betreft aardig in
het beeld. Vanwege het ontbreken van historische gegevens berust ook de
vormgeving van de westelijke toreningang op fantasie.
De torenhaan uit 1605, die de ruim 70 meter hoge toren opnieuw had
moeten bekronen, bleek in 1949 gestolen. Wel hangen er nog enkele oude
klokken. De Catharinaklok uit 1566 is de oudste en met een middellijn
van 1,65 meter ook de grootste. Verder hangen er nog 18 klokken uit
1734, 17 klokken uit 1780, een klok uit 1953 en een tiental klokken dat
in 1980 is geplaatst.
De toren is in de zomermaanden geregeld te beklimmen. Binnenin zijn een
aantal voorwerpen van de oude toren te bezichtigen.
|