|
Reactie 1:
Rob Essers, 07-06-09: Een P.O. Zuijderhoudt heb ik nergens aangetroffen, wel twee maal een
P.C. Zuijderhoudt.
De eerste is Pieter Carel Zuijderhoudt (1801-1874), (meester)zeilmaker op
Terschelling, die op 8 september 1836 trouwde met Marretje (Maria) Gerrits
Rotgans (1815-1876). Zij kregen ten minste negen kinderen. Het derde kind
was Teunis Christiaan Zuijderhoudt (Harlingen, 18 oktober 1839 - Nijmegen,
10 februari 1915).
Teunis Christiaan Zuijderhoudt, gezagvoerder KNISM, trouwde op 10 mei 1877
op Terschelling met Trijntje Swart (Terschelling, 7 oktober 1859 - Bennekom,
24 Jul 1925). Zij kregen zeven kinderen van wie er in de periode 1880-1894
vijf in Nijmegen werden geboren.
In 1889 verzocht hij om concessie voor de aanleg van een stoomtramweg (zie
bijlage). T.C. Zuijderhoudt volgde J.W. Kayser na zijn dood in 1896 op als
directeur van het Nijmeegsch Telephoonnet.

Ik ga ervan uit dat Teunis Christiaan Zuijderhoudt het huis op St. Anna liet
bouwen en dat de eerste steen gelegd is door zijn tweede zoon Pieter Carel
Zuijderhoudt (Batavia, 25 februari 1878 - Ukkel, 23 januari 1925), die naar
zijn overleden grootvader was genoemd. Dat zou de reden kunnen zijn dat
zijn tweede zoon die op 10 mei 1883 pas vijf jaar oud was, de eerste steen
mocht leggen. (zie foto 5)
Reactie 2:
Rob Essers, 01-07-09: De jongste zus van Teunis Christiaan Zuijderhoudt (1839-1915) was
Pietje Zuijderhoudt. Zij werd op 7 februari 1855 in Amsterdam geboren en
overleed op 9 maart 1936 in Enschede. Toevallig stuitte ik onlangs op de
Begraafplaats Rustoord op haar graf. Zijn was de tweede echtgenote van Jan Willem
Kaijser.
Jan Willem Kaijser (Enschede 14 augustus 1835 - Nijmegen 2 januari 1896)
kende ik tot nu toe alleen als de eerste directeur van het Telephoonnet Nijmegen. Blijkbaar was hij - evenals zijn zwager Teunis Christiaan
Zuijderhoudt - kapitein der koopvaardij. Zij hebben allebei in Batavia gewoond voordat zij zich kort na elkaar in Nijmegen vestigden.
Op 4 maart 1870 trouwde de 34-jarige Jan Willem Kaijser met de 18-jarige
Alida Louisa Fischer uit Amsterdam. Het betreft hier een "huwelijk met de
handschoen". De huwelijksakte is opgemaakt in Enschede, terwijl de bruidegom
in Batavia woonde. Daar werd in 1873 ook hun enige (?) zoon George Conrad
Kaijser geboren.
Na de dood van zijn echtgenote trouwde Jan Willem Kaijser op 26 juli 1875 in
Weltevreden (een door Europeanen bewoonde voorstad van Batavia) met Pietje
Zuijderhoudt met wie hij vijf dochters kreeg. De oudste dochter werd geboren
in Delden-Stad. De overige vier werden tussen 1877 en 1887 in Nijmegen of
Hatert geboren.
Bij het overlijden van Jan Willem Kaijser studeerde zijn zoon George Conrad
waarschijnlijk nog rechten. Bij zijn huwelijk in Nijmegen in 1904 met Maria
Cornelia de Haas, de dochter van een steenfabrikant uit Gorinchem, was hij advocaat. Dat Teunis Christiaan Zuijderhoudt, de broer van zijn
stiefmoeder, in 1896 directeur van het Nijmeegsch Telephoonnet werd, is niet zo verwonderlijk. Het pand St. Annastraat 283 uit 1883 laat zien dat
hij niet onbemiddeld was.
Reactie 3:
Rob Essers, 25-12-10: Villa Helena
Bij het rijksmonument St. Annastraat 283 ontbreekt de naam van de villa; zie
http://www.kich.nl/kich2010/rapport.jsp?id_qualifier=ODB:Rijksmonumentnr&id=523019
Op verschillende plaatsen ben ik de naam Villa Helena tegengekomen.
Hieronder heb ik een paar feiten op een rijtje gezet:
- In 1883 wordt aan F.O. [lees: T.C.] Zuyderhoudt vergunning verleend tot het bouwen van 1 villa aan de St. Annalaan (bron: Hans Giesbertz).
- In 1898 wordt aan G.W.H. Suermondt vergunning verleend tot het bouwen van 1 koetshuis met stal te St. Anna (bron: Hans Giesbertz).
- In De Gelderlander van 11 maart 1900 (p. 2) staat de telefoonaansluiting "699.
G.W.H. Suermondt, Villa 'Helena' St. Anna 210" vermeld.
- In de telefoongids van 1915 staat "1031 Suermondt, G.W.H., villa Helena, St. Annastr. 253".
- De Regenten van de Stichting R.K. Canisius-Ziekenhuis, St. Annastraat No.253, wordt op 1 oktober 1926 vergunning verleend voor het AANLEGGEN HUISRIOLERING (waarbij de naam van de villa niet wordt vermeld).
- Huisnummer wordt in of omstreeks 1932 gewijzigd in nummer 283.
- Op 5 juli 1977 wordt het St. Canisiusziekenhuis, St. Annastraat 283, Nijmegen vergunning verleend voor het VERANDEREN RUIMTE T.B.V. BEDRIJFSGENEESKUNDE (VILLA HELENA).
Ondanks de verschillende nummers gaat het in alle gevallen om dezelfde villa
die in ieder geval in de periode 1900-1977 een naam had. Of deze ook aan de
buitenkant zichtbaar was aangebacht, weet ik niet.
In 1896 kon men in krantenadvertenties nog worden volstaan met de mededeling
dat men zich kon melden "bij den Heer ZUIJDERHOUDT te St. Anna". Ook nadat
dr. J. Enneking, de geneesheer-directeur van het R.K. Cansius-Ziekenhuis, er
in 1926 komt wonen, raakt de naam vooralsnog niet in vergetelheid. Het is de
vraag of de naam van de villa van T.C. Zuijderhoudt of G.W.H. Suermondt afkomstig is.
Gerard Wilhelm Henri Suermondt (Rotterdam 4 oktober 1854 - Nijmegen 4 maart
1925), zoon van Evert Suermondt en Anna Jacoba Cazius, trouwde op 12 mei
1881 in Koudekerk aan den Rijn met Maria Henderika Zirkzee (Beemster 27 april 1860 - Utrecht 12 juli 1910), dochter van Everard Zirkzee en Antje
van Langeveld. Volgens de huwelijksakte was hij landbouwer en woonde hij
op dat moment in Bleiswijk. Waarom hij zich in of omstreeks 1898 in de buurtschap St. Anna in de gemeente Nijmegen vestigt, heb ik niet kunnen
achterhalen. De naam Helena ben ik in zijn familie nergens tegengekomen.
De overgrootmoeder van Teunis Christiaan Zuijderhoudt (Harlingen, 18 oktober
1839 - Nijmegen, 10 februari 1915) heette Helena Jonas (1724-1789). Zij trouwde op 11 april 1745 in Amsterdam met Carolus Leonardus Zuijderhoudt
(1720-1789). Tante Helena Maria Zuijderhoudt (1795-1876) was een zuster van vader Pieter Carel Zuijderhoudt (1801-1874). Zijn halfzusje Margaretha
Helena Zuijderhoudt (1831) is maar negen maanden oud geworden. Het is niet onwaarschijnlijk dat de villa al vanaf 1883 Villa Helena werd genoemd.
Reactie 4:
Cees de Vos, 09-01-11: ‘ Villa Helena ’ en haar zegeningen
Kijkend naar de statige Villa Helena uit 1883 aan de St. Annastraat nr. 283 komen wederom herinneringen bij mij boven die ik met permissie graag wil vast leggen. In mijn relaas over het Staatsbedrijf der Posterijen verhaalde ik dat mijn eerbiedwaardige vader zaliger C.N. de Vos sr. tijdens zijn werkzaamheden als postbesteller aan zijn amicale wijze van mensen benaderen menige relatie overhield. Zo ontstond er tijdens de postbezorging ook een band tussen de deftige bewoners van ‘ Villa Helena’ en mijn vader.
Er bestaan volgens de heer Rob Essers nog twijfels over de naam ‘ Villa Helena’ ?
Wie meer weet mag het zeggen….!
In de laatste twee oorlogsjaren was er een tekort aan levensbehoefte en kleding en als het al voorradig was konden veel mensen het niet kopen wegens geldgebrek of men had een tekort aan zogenaamde distributiebonnen. De lonen voor arbeiders waren karig. Het weekloon van een fabrieksarbeider bedroeg ± F32.- voor een gezin met twee kinderen en als werkloze moest je ‘rond komen’ met de helft. Voor menig arbeidersgezin was het sabbelen en tobben geblazen.
Ons gezin telde in 1944 negen kinderen. Aan distributiebonnen hadden wij geen gebrek, wel aan het benodigde geld om de bonnen te verzilveren. Het voedsel ging voor alles, zonder eten werd je ziek of nog erger…! De kleren werden door mama versteld op haar Singer trapnaaimachine en de sokken gestopt. Ook droeg je de kleren van je grotere broer/zus af.
Het laatste komt vandaag de dag ook nog wel voor. Niks verkeerds aan…!
Mijn vader was vanaf 1943 gezegend met een vaste baan bij de PTT. Wat zijn weekloon in die tijd was weet ik niet, gezien zijn grote kinderschare moet dat in elk geval meer dan de F32.- per week zijn geweest. Daaroverheen kwam de kinderbijslag. Nochtans was het geen vetpot voor het ruime vossennest aan de Hatertscheveldweg 504.
Om toch aan redelijke kledij te komen werden arbeidersgezinnen enigszins gedwongen zich te wenden tot de Kerk of tot mensen die wel het geld maar niet voldoende distributiebonnen hadden om nieuwe kleren en schoeisel te kopen. De familie J. Enneking wonend aan de St. Annastraat 283 was een gezin met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid goed inkomen. Voor zover bekend bestond de familie van geneesheer-directeur Dr. J. Enneking van het in 1926 geopende R.K. Canisius Ziekenhuis uit vader/moeder en vier kinderen: twee meisjes en twee jongens.
Tijdens het overdragen van pakketpost/brieven/telegrammen van mijn vader aan Villa Helena volgde zo nu en dan korte gesprekjes over en weer aan de voordeur. Vader klaagde niet, maar kon soms moeilijk verbergen dat het hem zwaar viel hoe zijn vele kinderen te voeden en te kleden. Tijdens zo’n praatje aan de voordeur kwam het tot een deal tussen Mevrouw Enneking en mijn vader; vader zou mevrouw ongebruikte distributiebonnen leveren tegen gebruikte kleding van haar kinderen. Dat het degelijke en mooie kleding was laat zich raden, kledij die wij ons zeker in die tijd niet konden veroorloven. Het was voor ons kinderen altijd weer spannend wat papa aan jurken, broeken, truien, hemden en schoenen in zijn PTT-fietstas bij thuiskomst voor ons in petto had. Het werd door de vossenkinderen altijd in dank aanvaard.
Persoonlijk ben ik ook eens alleraardigst bediend door de familie Enneking. Na mijn zeven klassen Lageronderwijs op de St. Jansschool en Meester Van Steen aan de Groenestraat 227 startte ik in september 1948 op mijn dertiende jaar de opleiding Machinebankwerken op de Ambachtsschool aan de Nieuwe Marktstraat. “Dat zou een heel eindje tippelen worden voor Ceesje vanaf de Hatertscheveldweg…!” Gelukkig kwam dáár na goed beraad een oplossing voor.
Mogelijk heeft mijn vader bij mevrouw Enneking een visje uitgegooid: of er misschien een oude niet meer gebruikte fiets in de aanbieding was voor in dit geval leergierige Cees.
Vader had beet; Ceesjr werd verzocht de volgende dag maar eens op bezoek te komen.
Op de afgesproken tijd betrad ik de volgende dag via de poort de korte oprijlaan naar de voordeur van de villa. Na aangebeld te hebben, wat een klingelend geluid gaf, werd er opengedaan door de dienstbode. Voor het eerst van mijn leven mocht ik een blik werpen in de ruime hal van de villa, in de jaren ervoor - bij het helpen van vaders bijbaantje bij de Gelderlander, couranten in de brievenbussen deponeren - kwam ik niet verder dan de aanblik van de voordeur. Op de vraag van de dienstbode wat ik wenste gaf ik als antwoord; dat ik voor de oude fiets kwam, mevrouw Enneking was hiervan op de hoogte? De dienstbode antwoordde: “O ja.., dat is mij bekend, loop maar rechts om het huis heen richting de achtertuin, daar word je opgevangen door de zoon van mevrouw, hij is thuis, ik zal hem waarschuwen!” In de achtertuin werd ik opgewacht door een jonge man. Hij stelde zich voor als de zoon van de familie Enneking. Hij leidde mij naar een ruimte waar een aantal fietsen in het fietsenrek stonden. Ik had geen flauw idee welke fiets voor mij zou gaan worden, ze zagen er allemaal solide uit? De zoon pakte een fiets uit het rek en sprak: “Wat dacht je van dit exemplaar, de fiets is van mij geweest, het is nog best een goed karretje, zeker als je de tweewieler opknapt!” Ik was meteen enthousiast en dankte de zoon dat hij voor mij afstand deed van zijn fiets. Bij het afscheid nemen wenste de zoon mij veel geluk en plezier met de fiets. Op de St. Annastraat stapte ik voor het eerst van mijn leven op ‘mijn fiets’ met terugtraprem, echte luchtbanden, fietsbel, verend leren zadel, voor/achterlamp met dynamo, fietsslot en een bagagedrager. “Wat een feestje, voor Ceesje..!”
Thuis gekomen werd ik enthousiast begroet door mijn familie, vooral mijn moeder was erg blij voor mij. Haar reactie: “Nou hoeft dat jong niet zo ver te lopen, hij kan nu fietsend naar de Ambachtsschool in de stad.”
Tijdens de grote vakantie tot aan september is de fiets goed onder handen genomen. In ons knusse schuurke achter het huis heb ik de tweewieler in zijn geheel uit elkaar gehaald, tot aan de lagers van de trappers aan toe. Bij de fietsenmaker Poelen aan de Hatertscheveldweg mocht ik van mijn ouders de nodige onderdelen kopen die qua veiligheid aan vernieuwing toe waren, waaronder de banden. Ook kocht ik een busje zwarte fietslak met een kwastje. Na weken van poetsen, lakken, sleutelen en oliën oogde mijn fiets weer als nieuw, nou ja…, bijna als nieuw. Zo kon ik vol trots en elan in september 1948 mijn studie starten op de Ambachtschool aan de Nieuwe Marktstraat.
Los van dit verhaal;
In de zomer van 1953 ben ik eens heel brutaal bij Villa Helena via het stalen hekwerk op het linker stenen muurtje van de tuinpoort geklommen en volgde vanuit de hoogte de voorbij trekkende vrolijk zingende Vierdaagse-lopers tijdens hun tocht over de “ Via Gladiola”.
|