| Dit bronzen beeldje -
Mariken van Nieumeghen voorstellend - staat sinds 1956 op de Grote Markt
en is van de hand van Vera Tummers-Van Hasselt. Het 'waargebeurde en
zeer wonderlijke verhaal van Mariken van Nieumeghen, die zeven jaar met
de Duivel samenwoonde', waarschijnlijk geschreven tussen 1485 en 1510,
gaat over de jonge vrouw Mariken, die voor haar oom boodschappen moest
doen in Nijmegen. Als ze de boodschappen heeft gedaan, is het al te laat
om nog naar huis te gaan. Bij haar tante is ze niet welkom, en
verdrietig loopt ze de stad uit. Daar komt ze de Duivel tegen, die zich
als Moenen voorstelt. Moenen haalt Mariken over met hem mee te gaan naar
Antwerpen. Daar leiden ze jarenlang een zeer losbandig leven. 'Emmeken'
- zo heet Mariken inmiddels - wil dan haar familie wel weer eens
terugzien. Samen gaan Emmeken en Moenen naar Nijmegen. Daar aangekomen
ziet Emmeken een wagenspel, waarin duidelijk wordt gemaakt dat iedereen
vergeving van God kan krijgen voor zijn of haar zonden. Tijdens het
bekijken van dit spel komt Emmeken tot inkeer. Moenen, die dit ziet
gebeuren, probeert Emmeken daarop te vermoorden door haar van hoog in de
lucht naar beneden te laten vallen. Emmeken blijft echter leven. Ze
probeert overal vergiffenis te vragen voor haar grote zonden. Moenen
probeert haar ondertussen alsnog te vermoorden, maar dat lukt niet. Volgens de paus zijn Emmekens zonden pas vergeven als de drie ringen, die zij aan haar armen en hals moet dragen, vanzelf - door toedoen van God - af zullen vallen. Op een ochtend wordt Emmeken, die in een klooster is getrokken, wakker en merkt ze op dat de ringen zijn afgevallen. God heeft haar vergeven! Lange tijd stond het beeldje van Mariken voor een terras aan de noordzijde van de Grote Markt. Na een reconstructie van het plein in het voorjaar van 2001 is het beeldje verplaatst naar een plek vlak voor de Kerkboog. Op de nieuwe sokkel staan twee regels uit het verhaal: Comt nu tot mi ende helpt mi beclaghen, God of die duvel, tes mi alleleens. Dit zegt Mariken als ze Nijmegen heeft verlaten en huilend onder een bosje gaat zitten, omdat ze door haar tante is weggestuurd en nu nergens kan overnachten. De duivel hoort de hulpkreet en weet Mariken voor zich te winnen.
|