Sint Stevenskerkhof 58: de Kerkboog:

Eind 14de eeuw verrees aan de westzijde van de Grote Markt de ruim 50 meter lange Lakenhal. De begane grond bestond uit een open galerij met een gesloten achtergevel – er was slechts een kleine doorgang naar het Sint Stevenskerkhof – en bood plaats aan kleine handelaren. De overdekte ruimte op de eerste verdieping was bedoeld voor de lakenhandel. Rond 1540 begon een modernisering van het gebouw. Om de verbinding tussen marktplein en kerkhof meer aanzien te geven, werd de Lakenhal in het midden doorgebroken. Hier werd in de jaren 1542-1545 een zware natuurstenen poortdoorgang in laatgotische stijl gebouwd door bouwmeester Claes die Waele. Boven de boog werden de twee gesplitste delen van de Lakenhal waarschijnlijk weer door een overkapping met elkaar verbonden.
Eind 16de eeuw verloor de lakenhandel aan betekenis en werd de Lakenhal opgedeeld in verschillende panden, die vervolgens werden verhoogd tot maximaal drie verdiepingen. De Kerkboog werd in 1605-1606 bekroond met een door Thomas Singendonck ontworpen bovenbouw in Hollandse renaissancestijl. Deze bovenbouw werd voornamelijk opgetrokken uit baksteen en met natuursteenelementen versierd. De middenpijler van de onderbouw werd in 1605 bekroond met een gebeeldhouwde leeuw die het Nijmeegse stadswapen vasthoudt. In 1606 werd boven de bogen een tweetal cartouches met Latijnse teksten aangebracht. Links staat ‘Concordia res parvae crescunt discordia maximae dilabuntur’ (Door eensgezindheid groeit het kleine. Door tweedracht gaat het grote ten onder), de rechter tekst komt uit psalm 40 en luidt ‘Beata gens cuius dominus spes eius’ (Gelukkig het volk, dat hoop stelt op zijn heer).
Pas een jaar na de voltooiing van de bovenbouw werd aan de achterzijde, naast de doorgang, een traptorentje gebouwd dat toegang gaf tot de eerste verdieping. Voor de spil van de wenteltrap gebruikte men een zeven meter lange boomstam, waarin de leuning werd uitgehouwen. 
In 1613 werd de ruimte boven de kerkboog toegewezen aan het chirurgijnsgilde. Chirurgijns waren vaklieden die zich hadden bekwaamd in het verrichten van medische ingrepen, zoals aderlatingen en amputaties. Deze verrichtingen gebeurden onder toezien van de stadsdokter. In de 17de en 18de eeuw was de ruimte boven de Kerkboog – sindsdien bekend als ‘chirurgijnskamer’ – het medische hart van de stad. De chirurgijns wisselden er hun kennis uit, studeerden en voerden operaties uit. In de jaren 1656-1678, toen de medische faculteit van de Kwartierlijke Academie boven de Kerkboog was gevestigd, gaven de chirurgijns hier ook colleges. Waarschijnlijk vonden er toen ook ontledingen van lichamen plaats – vandaar wordt de chirurgijnskamer ook wel ‘de snijkamer’ genoemd.

In 1798 werden de gilden officieel opgeheven, maar de chirurgijns bleven de chirurgijnskamer nog lange tijd gebruiken. Maar nu samen met de krijgsraad en het trompetterkorps! Vanaf 1830 moesten de chirurgijns de ruimte delen met kunstenaar H. Wiertz, die het als tekenlokaal gebruikte voor zijn vereniging ‘Oefening kweekt kunst’.
In 1880 nam de gemeente het gebouw in gebruik. Onder leiding van stadsarchitect Jan Jacob Weve werd de Kerkboog in 1885-1886 gerestaureerd. Één van de foto’s toont een inscriptie in de voorgevel, die hiernaar verwijst. Weve verwijderde bij de restauratie onder andere de zonnewijzer, die rond het eind van de 17de eeuw bovenin de sierlijke gevel was aangebracht. Verder werd in de achtergevel een door Henri Leeuw sr. gemaakt zandstenen reliëf geplaatst. De gevelsteen toont twee leeuwen die het stadswapen van Nijmegen dragen.
Na de restauratie werd de chirurgijnskamer achtereenvolgens gebruikt door twee architecten en door de geneeskundige dienst. In 1944 ontsnapte de Kerkboog ternauwernood aan het oorlogsgeweld, in tegenstelling tot de nabijgelegen Sint-Stevenskerk. De Hervormde gemeente maakte na de oorlog tijdelijk gebruik van de ruimte boven de Kerkboog. Later werden hier de restauratieplannen voor de Sint-Stevenskerk en de kanunnikenhuisjes gemaakt. In 1955 en in 1972 onderging de Kerkboog enkele opknapbeurten en sinds 1974 heeft het markante gebouw een woonbestemming.

In de chirurgijnskamer zijn nog diverse originele interieurelementen bewaard gebleven, waaronder de vier eeuwen oude houten vloer. Het smeedijzeren rozet in het plafond, de versierde schouw en de classicistische 18de-eeuwse kast zijn beschermd.
De interieurfoto’s werden gemaakt tijdens de Open Monumentendagen in 2005, toen de bewoner het pand eenmalig aan het publiek openstelde ter gelegenheid van het 400-jarig bestaan van het gebouw.

Met dank aan de bewoner!

 

aP0002600.jpg bP0001396.jpg cP0002599.jpg dPICT0204.jpg eP0001105.jpg
fP0001104.jpg gP0001394.jpg PICT1962.jpg PICT1965.jpg PICT1967.jpg
PICT1968.jpg PICT1969.jpg RHylke1.jpg RHylke2.jpg RHylke3.jpg

terug naar Gebouwen terug naar Rijksmonumenten

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: