|
Geert Grooteplein Noord 9: Huize
Heyendaal:
In 1912 werd het eeuwenoude landgoed
Heyendaal aangekocht door margarinefabrikant Frans Jurgens uit Oss, met
de bedoeling er met zijn gezin te gaan wonen. Aangezien het reeds
bestaande landhuis - het huidige 'Oud-Heyendael', aan het eind van de
René Descartesdreef - oud en te klein was, gaf hij architect Charles
M.F.H. Estourgie de opdracht een groot landhuis te ontwerpen. In
november 1912 werd met de bouw begonnen.
Tegelijkertijd liet Jurgens het landgoed onder handen nemen. Rondom het
in aanbouw zijnde huis werd een park in Engelse landschapsstijl
aangelegd en aan de Sint Annastraat kwam een fraaie toegangspoort. In de
bossen liet Jurgens duizenden rododendrons planten om de wildstand te
verbeteren - jagen was namelijk een van zijn favoriete hobby's.
In 1914 was het neorenaissancistische 'Huize Heyendaal' gereed. De
architect bleek duidelijk geïnspireerd door de Hollandse
renaissancestijl, waarvan de trapgevels aan voor- en achterzijde en de
vele versieringen in natuursteen duidelijke kenmerken zijn. Het gebouw,
dat ten opzichte van de tuin enigszins verhoogd ligt, is asymmetrisch
van opzet en heeft aan de noordzijde een 30,5 meter hoge, achthoekige
toren.
Het beeldhouwwerk aan de buitenzijde komt grotendeels van de hand van
Egidius Everaerts. De hoofdingang aan de noordzijde - in de vorm van een
Grieks tempelfront - en het grote balkon aan de zuidzijde zijn geheel
uit natuursteen opgetrokken. De trapgevels worden bekroond door stenen
arenden en in de friezen (onder de daklijst) zijn uitgehouwen
vrouwenkoppen te zien, die de elf Nederlandse provincies voorstellen.
Ook de hoofden van architect Estourgie, aannemer J.C. Kropman en
eigenaar Jurgens zijn in natuursteen vereeuwigd. Her en der is nog meer
fraai beeldhouwwerk te vinden.
Ook het interieur is bijzonder, al is er in de loop der tijd veel
verdwenen. Het werd grotendeels ontworpen door de neef van Estourgie,
kunstschilder A.H. Trautwein. Een aantal elementen is uit huizen elders
in het land gehaald en soms al eeuwen oud.
Een groot glas-in-loodvenster in het trappenhuis toont Frans Jurgens met
zijn vrouw en vier kinderen, omringd door figuren van bloemen en
planten. Bijzonder zijn verder de schouw in de grote hal, de versierde
plinten in het trappenhuis, verschillende stucplafonds, lambriseringen
en schilderingen, waarvan enkele uit de 18de eeuw.
De onderste foto's tonen de vroegere eetzaal, die in Lodewijk XIV-stijl
is uitgevoerd. Een aantal zogenaamde behangselschilderingen in dit
vertrek is in 1736 door de Duitser Jurriaan Buttner vervaardigd en heeft
vroeger waarschijnlijk in Amsterdamse herenhuizen gehangen. Andere
schilderingen zijn van Trautwein zelf. De schilderingen op het plafond
gingen verloren bij een binnenbrand in 1948 en werden daarna vervangen
door nieuwe.
Huize Heyendaal bleef tot in 1949 in het bezit van de familie Jurgens.
Toen werd het met een groot deel van het omliggende landgoed verkocht
aan de Sint-Radboudstichting, die in 1923 de Rooms-Katholieke
Universiteit had opgericht en van plan was de medische faculteit op
Heyendaal te vestigen. En zo geschiedde het: vanaf 1951 zijn rondom het
'kasteeltje van Jurgens', zoals het huis nu ook wel bekend staat, vele
universiteitsgebouwen verrezen, zodat van een landhuis geen sprake meer
is. Het markante gebouw dient nu als kantoor en is misschien wel hét
symbool van de Radboud Universiteit Nijmegen.
|