|
Heyendaalseweg 121, klooster
Albertinum:
In 1930-1932 verrees aan de toenmalige
Driehuizerweg het dominicanenklooster Albertinum. H.J.A. Bijlard en K. van
Geyn van het architectenbureau van E. Cuypers ontwierpen het in een eenvoudig
expressionistische stijl. Opmerkelijk is de veelvormigheid van het enorme
complex, dat bestaat uit een hoog geknikt hoofdgebouw, twee lage geknikte
vleugels en een haaks daarop staande kloosterkerk. In het midden ligt een
zeshoekige kloostertuin. De halfrond uitgebouwde trappenhuizen met torentjes
tegen het hoofdgebouw geven het klooster het aanzien van een onneembare
burcht. De voor het expressionisme zo karakteristieke trapezium- en
paraboolvormen zijn respectievelijk in de plattegrond van het gebouw en in het
interieur van de kloosterkapel terug te vinden.
Bij de bouw lag Albertinum op een open vlakte aan de rand van de stad en was
er genoeg ruimte voor de aanleg van een grote kloostertuin, ontworpen door W.H.
en H.J. Ebben. Na de oorlog werd het terrein langzaam maar zeker ingesloten
door bebouwing. Eind jaren '60 werd de tot Heyendaalseweg omgedoopte
Driehuizerweg verlegd, waardoor het klooster enigszins geïsoleerd kwam te
liggen. En nu het geboomte in de kloostertuin zo is uitgegroeid, valt het
enorm complex nauwelijks meer op.
Albertinum is nu nog slechts deels in gebruik als klooster: het grootste deel
van het gebouw wordt bewoond door studenten.
|