HET STADSCENTRUM

HET STADSCENTRUM:

De Nijmeegse binnenstad werd bij het geallieerde bombardement van 22 februari 1944 en de brandstichtingen door de Duitsers in september van hetzelfde jaar grotendeels verwoest. Bij de wederopbouw werd het gebied tussen Stikke Hezelstraat, Burchtstraat, Hertogstraat, Tweede en Eerste Walstraat, Parkweg, Pijkestraat en Hessenberg vrijwel geheel geherstructureerd. Het vooroorlogse stratenpatroon - met smalle gasjes en met straten die de oudste stadsomwallingen volgden - maakte plaats voor een modern, verkeersvriendelijk stratenpatroon met brede winkelstraten en bevoorradingshoven.

Houtstraat:
De Houtstraat loopt nu van de Ganzenheuvel naar Plein 1944. Vóór 1944 was de Houtstraat echter twee keer zo lang en liep door naar de Broerstraat. De straat begon op dezelfde plek op de hoek met de Stikke Hezelstraat, maar liep noordelijker dan nu: waar nu de bebouwing aan de noordzijde van de Houtstraat en Plein 1944 staat, lag de straat vroeger. De straat kwam uit op de huidige kruising van Broerstraat en Pauwelstraat.
Net als nu was de Houtstraat een belangrijke winkelstraat. Aan de zuidzijde was tussen 1886 en 1926 het Canisiusziekenhuis gevestigd. Het lag ongeveer ter plaatse van de huidige doorgang naar de Titus Brandsmastraat.

Augustijnen- en Bloemerstraat:
De rond 1880 aangelegde Augustijnenstraat begon tegenover de bakkerij bovenaan de Stikke Hezelstraat en liep ongeveer waar nu de westelijke bebouwing aan de Augustijnenstraat staat. De straat kwam uit op de Houtstraat, waar nu de viswinkel aan de Augustijnenstraat ligt.
De Augustijnenstraat ging hier over in de Bloemerstraat en liep door naar de Smetiusstraat. De straat lag iets westelijker dan nu. De huizen op en nabij de hoek met de Eerste Walstraat zijn de enige vooroorlogse huizen die het bombardement van februari 1944 hebben overleefd.

Scheidemakersgas:

De Scheidemakershof is nu een bevoorradingshof tussen de bebouwing aan de Grote Markt en aan Plein 1944. Vroeger was het de langste gas van de stad: hij verbond de Houtstraat met de Grote Markt. De toegang aan de Grote Markt lag ter plaatse van de dienstingang van de V&D. Halverwege maakte de Scheidemakersgas een dubbele knik en liep hij naar beneden, richting Houtstraat.
Door twee kleine steegjes, het Beijnumsgasje en de Oude Trom was de Scheidemakersgas ook nog met de Broerstraat verbonden. Het eerste gasje kwam in de Broerstraat uit tegenover de huidige doorgang naar het Kerkegasje, de Oude Trom nabij de ingang van de V&D.

Doddendaal en Oude Varkensmarkt:
Het meest westelijke deel van de Doddendaal volgde het beloop van de huidige Kroonstraat en liep verder min of meer parallel aan de huidige Doddendaal. De Doddendaal kwam uit op de Bloemerstraat, ongeveer waar nu de Chinees aan Plein 1944 zit. Vanaf deze kruising liep de Oude Varkensmarkt verder door naar het kruispunt Broerstraat-Pauwelstraat, waar tot 1944 ook de Houtstraat uitkwam.
Van de bebouwing aan de vooroorlogse Doddendaal bleven alleen het weeshuis en een rijtje huizen over. Nu heet dit echter de Kroonstraat. In de Oude Varkensmarkt bleef geen enkel huis gespaard en de straat is verdwenen.

Achter Valburg, Kroonstraat en Zeigelbaan:
Achter Valburg volgde het westelijk deel van de huidige Doddendaal, maar lag iets zuidelijker. De straat liep tot aan de kruising met de Regulierstraat. Daarna liep de straat als Kroonstraat door naar de Bloemerstraat. Tussen de Kroon- en Ziekerstraat, waar nu de zuidelijke bebouwing aan Plein 1944 staat, lag de Zeigelbaan.
Na de oorlog werd een deel van de vroegere Doddendaal Kroonstraat genoemd. Achter Valburg bleef ook als straatnaam, maar deze ligt nu tussen de Parkdwarsstraat en de Regulierstraat. De Zeigelbaan verdween uit de straatnamenlijst, maar er kwam een Zeigelhof voor in de plaats.

Piersonstraat en Karrengas:
De Piersonstraat had voor de oorlog dezelfde loop als nu, maar kwam vlakbij de huidige bioscoop Carolus uit op de nu verdwenen Zeigelbaan.
Tegenwoordig maakt de Piersonstraat een bocht en komt deze uit op de Karrengas. Voor de oorlog was het omgekeerde het geval: de Karrengas boog toen af naar de Piersonstraat. De knik in de Karrengas lag waar nu de bocht in de Zeigelhof zit.

Pauwelstraat en Oude Stadsgracht:
De Pauwelstraat begon op de huidige kruising met de Broerstraat, maar boog al snel naar het naar het oosten af. Na de kruising met de inmiddels verdwenen Houtmarkt en Lange Nieuwstraat - ter plaatse van de westelijke bebouwing aan de huidige Nieuwstraat - ging de straat over in de Oude Stadsgracht. Deze liep in dezelfde oost-noordoostelijke richting naar de huidige kruising Mariënburgsestraat-Wintersoord. Daar boog de straat af naar de Burchtstraat.
Beide straten waren voornamelijk woonstraten met enkele winkels. Aan de Oude Stadsgracht stond een groot klooster en op de oostelijke hoek met de Burchtstraat was de Stadsschouwburg gesitueerd.

Lange Koningstraat en Mariënburg:
De Lange Koningstraat begon op de huidige hoek van de Molen- en Ziekerstraat en liep - parallel aan de Pauwelstraat - naar de huidige kruising van de Pauwelstraat en de Nieuwstraat. Aan de zuidzijde van de huidige Koningstraat staat nog een breed gebouw dat de oorlog heeft overleefd.
Na de kruising met de Houtmarkt ging de Lange Koningstraat over in het Mariënburg. Voor 1910 was dit nog een straatje, waaraan het vroegere Mariënburgklooster lag, maar in 1910 waren de meeste gebouwen gesloopt en ontstond er een groot, driehoekig plein met in het midden de Mariënburgkapel. De noordzijde van het plein liep evenwijdig aan de Oude Stadsgracht en kwam uit op de Hertogstraat, op de hoek met het Wintersoord.

Wintersoord:
Het Wintersoord lag tot 1944 min of meer op de huidige plek, maar liep iets meer van noordwest naar zuidoost. De straat verbond de Oude Stadsgracht en de Hertogstraat met elkaar.

Lange Nieuwstraat en Houtmarkt:
De Lange Nieuwstraat verbond de Burcht- en Pauwelstraat met elkaar. De straat begon naast het stadhuis en heet nu de Korte Nieuwstraat. In dezelfde richting liep de straat door naar de kruising met de verdwenen Korte Nieuwstraat. Deze kruising lag ter plaatse van de huidige ingang van de fietsenkelder van het stadhuis aan de Gruitberg. Hier boog de Lange Nieuwstraat iets af naar de kruising met de Pauwelstraat en de Oude Stadsgracht. Deze lag ter plaatse van de huidige bebouwing op de hoek van de Nieuwstraat, tegenover de achteringang van het stadhuis.
Vanaf deze kruising liep een kort straatje, de Houtmarkt, in zuidelijke richting naar het Mariënburg. De twee straten vonden elkaar op de huidige hoek van de Nieuwstraat en de Pauwelstraat.

Korte Nieuwstraat en Gruitberg:
De Korte Nieuwstraat is tegenwoordig een zijstraat van de Burchtstraat, maar lag vroeger ergens anders. De smalle straat begon aan de oostzijde van de Broerstraat, op ongeveer 50 meter van de kruising met de Pauwelstraat. In rechte lijn liep de straat in oostelijke richting tot aan de Lange Nieuwstraat. Beide straten kwamen bij elkaar bij de huidige ingang van de fietsenkelder van het stadhuis aan de Gruitberg.
Laatstgenoemde straat werd na de oorlog aangelegd als bevoorradingshof. Voor de oorlog was het een straatje dat parallel liep aan de Korte Nieuwstraat: het begon aan de Broerstraat, op ongeveer 25 meter van de kruising met de Pauwelstraat en eindigde bij de Lange Nieuwstraat, vlakbij de kruising van de Pauwelstraat en de Houtmarkt.

Burchtstraat:
De Burchtstraat volgt tegenwoordig nog steeds zijn middeleeuwse tracé, maar was tot in 1944 opgedeeld in twee straten: de Korte en de Lange Burchtstraat.
Beide straten onderscheidden zich niet alleen door hun lengte, maar ook door hun breedte: de Lange Burchtstraat had een gemiddelde breedte van 15 meter, de Korte Burchtstraat was niet meer dan 10 meter breed. De Korte Burchtstraat liep van de Grote Markt naar de hoek met de Lange Nieuwstraat - nu is dit de Korte Nieuwstraat. De rest van de straat heette Lange Burchtstraat.
Vrijwel alle bebouwing aan de Korte Burchtstraat werd bij het bombardement op de stad verwoest. Bij de herbouw van de straat werd ervoor gekozen de hele Burchtstraat ongeveer dezelfde breedte te geven. Alleen het gebouw van de voormalige Peek & Cloppenburg springt nog enigszins naar voren.

Platenmakersstraat:
De Platenmakersstraat is tegenwoordig een kort straatje, gelegen tussen de Grotestraat en de kruising met de Snijderstraat en Mr. Hermanstraat. De vooroorlogse Platenmakerstraat - met slechts één 's' - was langer dan de huidige. De rustige winkelstraat begon op dezelfde plek als nu, aan de Grotestraat, maar liep vervolgens schuin naar de Lange Burchtstraat. Beide straten kwamen bij elkaar ter hoogte van de bushalte naast het stadhuis.
In de oorlog werd vrijwel alle bebouwing aan de Platenmakersstraat verwoest. Na de oorlog werd de straat ingekort. De verbinding met de Burchtstraat werd behouden door de aanleg van de Mr. Hermanstraat, vernoemd naar de bouwer van het stadhuis, Herman van Herengrave.
Het meest markante huis aan de Platenmakersstraat was de Ster, op de hoek met de Grotestraat. Het 14de-eeuwse pand overleefde de oorlog, maar werd in 1958 gesloopt. Alleen de gevelsteen met het huisteken erop herinnert er nu nog aan.

Arminiaanseplaats, Spinthuisplaats en Spinthuisstraat:
Binnen het gebied dat wordt begrensd door Grotestraat, Muchterstraat, Snijderstraat en Platenmakerstraat liggen tegenwoordig drie straten: de Spinthuisplaats, Spinthuisstraat en Arminiaanseplaats. Alleen de laatstgenoemde 'plaats' bestond al vóór de Tweede Wereldoorlog, maar deze lag toen ergens anders dan nu. In feite lag de Arminiaanseplaats ter plaatse van de huidige Spinthuisplaats.
De Arminiaanseplaats was een doodlopend zijstraatje van de Platenmakersstraat. Het begon als een smal steegje en kwam uit op een klein pleintje. Aan de noordzijde van het pleintje lag de doopsgezinde kerk, dat overigens nauwelijks als kerk herkenbaar was.
Bij de herbouw van de benedenstad veranderde er het een en ander. De Spinthuisstraat werd als geheel nieuwe straat aangelegd en een nieuw, doodlopend zijstraatje kreeg de naam Arminiaanseplaats. De oude Arminiaanseplaats kreeg de naam Spinthuisplaats.

Gapershof:
De Gapershof, een doodlopend steegje dat begint aan de Platenmakerstraat, is een herinnering aan de vooroorlogse Gapersgas. Dit smalle straatje was vroeger een verbinding tussen de Platenmakersstraat en de Korte Burchtstraat en had destijds net zo weinig allure als de tegenwoordige Gapershof.
De Gapersgas begon op de hoek van de huidige Platenmakers- en Mr. Hermanstraat en liep met enkele bochten in zuidwestelijke richting naar de Korte Burchtstraat. Daar kwam de gas uit, op ongeveer tien meter van de kruising van Burchtstraat en Grotestraat.

Hoogstraat:
Voor de bebouwing aan de Hoogstraat ligt een ruim 15 meter breed trottoir. Tot in september 1944 stond hier echter een smal, langgerekt huizenblok. De Hoogstraat lag direct voor het huidige pannenkoekenrestaurant - dat had toen uiteraard nog geen uitbouw - en was slechts vijf meter breed.
Het verdwenen huizenblok lag ingeklemd tussen de Hoogstraat en een driehoekig plein, dat het Valkhof heette. Nu ligt hier het kruispunt van Hoogstraat, Burchtstraat, Voerweg en Kelfkensbos.


Niet alleen het bombardement van februari 1944, ook eerdere en latere ingrepen veranderden de loop van sommige straten in en nabij het centrum.

Ridderstraat en Bezembindersgas:
De Ridderstraat loopt voor het grootste deel nog zoals vroeger. Alleen het meest oostelijke stuk lag tot na de oorlog iets zuidelijker dan nu. Komend vanuit de Muchterstraat verbreedde de Ridderstraat zich nabij de kruising met de Stockumstraat en de Duivengas. Vervolgens boog de Ridderstraat naar het zuidoosten af en kwam hij uit op de Hoogstraat. De kruising met de Hoogstraat lag ongeveer 10 meter zuidelijker dan nu.
Bij de kruising van Ridderstraat en Stockumstraat begon ook de smalle Bezembindersgas. Daar waar de Ridderstraat naar het zuiden afboog, liep de Bezembindersgas meer naar het oosten, tot aan de Lindenberg.
Na de oorlog werd het oostelijke deel van de Ridderstraat verlegd naar de plaats van de Bezembindersgas, waarvan de bebouwing al gedeeltelijk voor de oorlog was afgebroken.
Bij de herbouw van de benedenstad kwam de Bezembindersgas op een andere plek terug: als zijstraatje van de Sint Anthoniusplaats. Het is slechts toegankelijk voor aanwonenden.

Duivengas:
De oude Duivengas verdween helemaal met de bouw van cultureel centrum De Lindenberg. Het gasje lag ongeveer ter plaatse van de westvleugel van het complex. Hij begon als zijstraat van de (verdwenen) Strikstraat kwam uit op de Bezembindersgas, waar nu de Ridderstraat ligt.
Bij de wederopbouw van de benedenstad werd naast De Lindenberg een nieuwe Duivengas aangelegd, die echter alleen voor aanwonenden toegankelijk is.

Vleeshouwerstraat en Steenstraat:
Het aantal huizen dat de naoorlogse sloopwoede in de Vleeshouwer- en Steenstraat heeft weten te overleven, is op één hand te tellen. Al voor de oorlog waren er plannen om een groot deel van de bebouwing te slopen, aangezien de leefomstandigheden in de straten erbarmelijk te noemen waren. Het bleef toen echter bij de sloop van enkele panden. 
Werkelijk ingrijpende veranderingen vonden in het begin van de jaren '50 plaats in het kader van de uitvoering van het Groene Balkonplan. Dit project voorzag in de bouw van een brede keermuur, die het hoogteverschil in de oostelijke benedenstad in één keer zou overbruggen. Door de realisatie van het Groene Balkon werd niet alleen de ligging van de Vleeshouwer- en Steenstraat aangepast, maar ook en vooral de hoogteverschillen in beide straten: ze werden helemaal geëgaliseerd.
De Vleeshouwerstraat begon oorspronkelijk aan de Grotestraat, maar dan ongeveer 10 meter zuidelijker - en dus ook enkele meters hoger - dan tegenwoordig. Vervolgens liep de straat geleidelijk richting zijn huidige locatie. Maar in feite lag de rest van de straat, die enigszins slingerend naar de kruising met de Lindenberg en de Lange Baan liep, ter plaatse van de huidige keermuur. Met andere woorden: waar nu de Vleeshouwerstraat ligt, stonden vroeger de huizen aan deze straat.
Heeft de Vleeshouwerstraat nu geen noemenswaardige hoogteverschillen meer, tot 1950 was dat wel anders. Komend vanuit de Grotestraat liep de straat eerst schuin omhoog, tot aan de kruising met de Ottengas. Deze kruising lag ongeveer op de plaats - en hoogte - waar de Ottengas nu op het Groene Balkon uitkomt! Gaat u na: tegenwoordig ligt de Vleeshouwerstraat op dit punt ruim 8 meter lager. Vervolgens daalde de straat geleidelijk af naar de Lindenberg.
De Steenstraat ligt nog grotendeels op zijn oude plek. De plaats waar deze uitkwam op de Vleeshouwerstraat lag echter ruim 50 meter westelijker: op de plek van de achteringang van het casino. De Steenstraat steeg hier ook licht om op het niveau van de Vleeshouwerstraat te komen.

Grotegas:
De Grotegas, een armoedig straatje tussen de Achter de Vismarkt en de Nonnenstraat, verdween bij de grootschalige sloop in de benedenstad. Ook de parallel aan deze gas gelegen Schapengas, Proosthof en Rozengas verdwenen hierbij van de plattegrond.
Bij de wederopbouw bleef er slechts één directe verbinding over tussen Achter de Vismarkt en Nonnenstraat, in de vorm van een naamloze doorgang. Aan de zijde van de Achter de Vismarkt begint deze als een poort in de bebouwing, aan de andere kant begint deze als een smalle trappartij. De vooroorlogse Grotegas lag ongeveer 10 meter westelijker dan deze doorgang.

Oude Havenstraat, Observantenstraat en Kloosterstraat:
De Kloosterhof was vroeger geen echt hofje, zoals nu, maar een straatje dat de Bottelstraat en de Papengas met elkaar verbond. Het lag ongeveer 5 tot 10 meter zuidelijker dan de huidige Kloosterstraat. Er heerste veel armoede in de Kloosterhof.
Ten noorden van de Kloosterhof lag het Observantenklooster, dat door het leger als kazernecomplex werd gebruikt. Nadat het klooster - beter bekend als de Waalkazerne - rond 1920 door het leger was verlaten, werden plannen gemaakt voor een herstructurering van het gebied. De huizen aan de Kloosterhof werden afgebroken en er werden nieuwe straten aangelegd: de Oude Havenstraat, de Observantenstraat en de Kloosterstraat. Het was het eerste grootschalige 'stedelijke vernieuwingsproject' in Nijmegen.

Voerweg:
De Voerweg leidde vóór de afbraak van de stadswallen naar de Hunnerpoort, die overigens in 1882 als laatste stadspoort werd gesloopt. De poort stond nabij de huidige oprit van de Waalbrug, ongeveer 50 meter noordelijk van de Belvédère. De vroegere Voerweg boog dan ook niet af naar de Waalkade, maar liep vlak voor de heuvel van de Belvédère langs.
Er staan tegenwoordig geen huizen meer aan de weg, maar dat is anders geweest. Tot ongeveer 1895 stond er een rijtje huizen aan de zuidzijde van de straat, ten oosten van de voetgangersbrug. Deze huizen, die tegen de heuvel van het Kelfkensbos waren gebouwd, werden vanwege hun bouwvalligheid en armzalige aanzien afgebroken.
Om dezelfde redenen verdween in dezelfde tijd de bebouwing aan de Rozemarijngas. Dit zijstraatje van de Voerweg, gelegen ter plaatse van het huidige plantsoen aan de voet van de Valkhofheuvel, was vroeger de rossebuurt van de stad.

Ubbergseweg:
De Ubbergseweg begon tot omstreeks 1880 bij de Hunnerpoort, ter plaatse van de huidige oprit van de Waalbrug. Vanaf dit punt liep de weg in zuidoostelijke richting naar de huidige kruising van de Ubbergseweg met de Oude Ubbergseweg. Vervolgens lag de weg iets zuidelijker dan nu en volgde hij gedeeltelijk de huidige loop van de Oude Ubbergseweg. Daarna volgde de Ubbergseweg grotendeels het huidige tracé.
Na de afbraak van de wallen werd het begin van de weg iets naar het noorden verlegd. Hij sloot nu niet meer aan op de Voerweg, maar op de Waalkade. Bij de aanleg van de Waalbrug werd de weg hier opnieuw verplaatst. Enkele panden moesten toen voor de oprit van de brug wijken.

Oude Ubbergseweg:
De Oude Ubbergseweg werd na de sloop van de stadsmuren aangelegd in het verlengde van de Voerweg en parallel aan de verlegde Ubbergseweg. Gedeeltelijk volgde hij de vroegere loop van de Ubbergseweg. Bij de aanleg van de Waalbrug verdween de aansluiting op de Voerweg en werd de Oude Ubbergseweg afgebogen naar de Ubbergseweg.

terug naar titelpagina

Reactiepagina
Reactie 1:

Ruud Willemsen, 19-05-2014: Ik ben in december 1946 geboren op de Doddendaal, nr. 81.
Maar in die tijd werd deze straat Doddendaal Rood genoemd.
Ons adres luidde dus: Fam. Willemsen, Doddendaal 81 Rood.
In 1958 verhuisde ons gezin naar Hatert (Treubstraat 48).
Daarna, ik meen eind jaren 70, begin jaren 80, zijn die woningen gerenoveerd en in die tijd ook werd Doddendaal Rood omgedoopt tot de huidige Kroonstraat.
De tentoonstelling in de Mariënburgkapel n.a.v. de 70e herdenking van het bombardement laat op de vloer een plattegrond zien van het stratenplan van vóór de oorlog.
Is deze (of een andere) ook verkrijgbaar? Het zou kunnen helpen allerlei vooroorlogse verhalen en gegevens uit deze omgeving nog inzichtelijker te maken, b.v. de plaats waar de vroegere Franciscuskerk heeft gestaan en het Karmelietenklooster waar Titus Brandsma heeft gewoond.
N.B. Op de plaats van de huidige Titus Brandsmakapel stond vroeger een monumentale poort, een aantal meters vóór het Weeshuis. Die is, meen ik, verplaatst naar de Begijnenstraat.
Met vriendelijke groeten, Ruud Willemsen
Reactie 2:

Co van Eldik, 19-04-2015: Waarom werd rond 1955 een deel van de Doddendaal met 'rood' betiteld?
Reactie 3:

Rob Essers, 19-04-2015: Doddendaal en Achter Valburg waren voor de wederopbouw twee evenwijdige straten. Het laatste deel van Achter Valburg heeft met ingang van 13 december 1950 de naam Doddendaal gekregen. De nog bestaande huisnummers 61 t/m 117A zijn daarbij niet gewijzigd. Om dubbele huisnummers te voorkomen kregen de nog bestaande huisnummers 61 t/m 89 op Doddendaal de toevoeging 'rood'. Op 18 maart 1982 heeft het laatste gedeelte van Doddendaal (huisnummer 61 rood t/m 89 rood) de naam Kroonstraat gekregen en is de huisnummering alsnog aangepast.

Redactie: Maar waarom rood? En niet blauw of wit of nog wat anders?
Reactie 4:

Rob Essers, 19-04-2015: De kleur rood valt het meest op. Ouderwetse schrijfmachines hadden linten in twee kleuren (rood en zwart). Bij het typen kon overgeschakeld worden op rood. In gevallen waarin men aangewezen was op zwarte inkt werd er 'rood' achter het huisnummer gezet (eventueel tussen haakjes). Op de gevel werd een huisnummer rood aangegeven door het bordje gedeeltelijk wit te schilderen en de cijfers rood.

Foto's te vinden in beeldbank RAN: Doddendaal 63 rood (Kroonstraat 1F) in 1980 en
Doddendaal 83 rood en Doddendaal 85 rood (Kroonstraat 11) in 1960.

Redactie: dat klinkt plausibel maar staat dat ook ergens op schrift? De foto's zijn helaas in zwart-wit.

Rob: Waarom juist voor deze oplossing gekozen is, heb ik niet kunnen achterhalen. Voor zover ik weet is de toevoeging 'rood' voor het eerst gebruikt nadat op 13 februari 1942 was besloten om de Prins Bernhardstraat weer Van Schevichavenstraat te noemen. Op 24 februari 1942 werd besloten: "De nummers der bestaande van Schevichavenstraat blijven met kleur en aanduiding 'rood'."

Dezelfde methode is op 14 april 1942 toegepast bij de Beatrixstraat. Daarbij ging het om slechts drie huisnummers. Op deze wijze gaf burgemeester Steinweg impliciet aan dat het om een wijziging van tijdelijke aard ging. Dat is een opmerkelijke 'verzetsdaad' die onopgemerkt gebleven is.

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: