6 Jan Maelwael, de tweede generatie

 

Voor zover bekend had Herman Maelwael geen kinderen. Zijn broer Willem had er twee: een dochter, Mechteld (Metta) en een zoon, Jan, die beide vóór 1370 zijn geboren. Jan Maelwael was een begaafd schilder. Hij werkte in het atelier van zijn vader aan de Burchtstraat. 
In 1396, een jaar na de laatste vermelding van zijn vader en zijn oom in Nijmegen, duikt hij - als Jean Malouel - plotseling op aan het koninklijk hof in Parijs. Hij werkt aan een opdracht voor de koningin van Frankrijk, Isabella van Beieren. Jean doet er het werk dat hij als Jan in Nijmegen geleerd heeft; hij beschildert banieren met heraldische voorstellingen. Hoe komt een Nijmeegse schilder aan het hof in Parijs? Er is een eenvoudige verklaring: Jan Maelwael kwam met een aanbeveling van de vrouwe van het Valkhof, de Hertogin van Gelre, Katharina van Beieren. Katharina was een tante van de Isabella van Beieren (1370 - 1435), Koningin van Frankrijk.
Het jaar daarop trad Jan Maelwael in vaste dienst bij de Hertog van Bourgondië, Filips de Stoute (1342 - 1404), een oom van Koning Karel VI van Frankrijk en op dat moment de machtigste en meest ambitieuze man van het land. Filips was druk doende met het 'opwaarderen' van zijn hoofdstad Dijon en nam daartoe de 'fine fleur' van Noordwest- Europa's beeldende kunstenaars in dienst. In het Dijon van rond 1400 kreeg de schilderkunst van de Lage Landen voor het eerst een Europese dimensie. De Nijmegenaren Jan Maelwael en de drie gebroeders Van Limburg waren daarbij de belangrijkste namen.

Jan Maelwael maakte snel carrière als schilder én als hoveling. Binnen de kortste keren verwierf hij de eervolle officiële status van 'varlet de chambre' (kamerdienaar). Ook financieel werd hij gewaardeerd boven alle andere kunstenaars. Hij verrichte veel werk voor het beroemde Kartuizer klooster (Chartreuse) in Champmol, net buiten Dijon. Daar schilderde hij panelen met religieuze voorstellingen en polychromeerde hij de sculpturen van Claus Sluter, de grootste beeldhouwer van de Middeleeuwen. Net na 1400 schilderde Jan Maelwael een Pietà voor Filips de Stoute. Deze aangrijpende voorstelling (Louvre, Parijs) is de eerste 'tondo' (cirkelvormig schilderij) uit de Westerse schilderkunst! 
In 1404 overleed Filips de Stoute, niet lang nadat Jan Maelwael nog een portret 'en profile' van hem had geschilderd (verloren geraakt).
Uit het laatste deel van Maelwael's carrière is nog een 'Maagd Maria met Kindje Jezus en Engelen' te bewonderen in de Gemäldegalerie in Berlijn.
Na de dood van Filips kreeg zijn zoon, Jan Zonder Vrees (1371 - 1419) de macht in Bourgondië. Deze Jean Sans Peur was een vechtjas en intrigant met weinig echte interesse in de kunsten. Hij nam het hele artiestencircus van zijn vader over, inclusief Jan Maelwael die in 1406 opnieuw een positie als 'varlet de chambre' kreeg. Maelwael werkte aan het grafmonument van de overleden Filips, beschilderde de wapenrusting van zijn nieuwe opdrachtgever en maakte ook nog minstens één portret van de onstuimige hertog. 
Ondertussen vergat Maelwael zijn geboortestad niet. In 1405, niet lang na de dood van Filips de Stoute, reisde hij terug naar Nijmegen en trouwde daar een bruid uit een aanzienlijke Nijmeegse familie, Heilwig van Redinchaven. Deze verbintenis was waarschijnlijk niet Jan's eerste huwelijk; hij schijnt als weduwnaar uit Bourgondië naar Nijmegen te zijn afgereisd.
Ook in 1413 was Jan Maelwael weer in Nijmegen, samen met zijn vrouw, voor overleg over de erfenis van zijn schoonvader en om zijn eigen zakelijke belangen in de stad te regelen. 
In maart 1415 stierf Jan Maelwael in Dijon. Hij liet behalve weduwe Heilwig vier jonge kinderen achter die in Dijon bleven wonen, maar af en toe in Nijmegen opdoken. Van Jan Zonder Vrees kreeg het gezin een pensioen. In Nijmegen raakte de weduwe verwikkeld in een bitter conflict over de erfenis, een strijd die enkele tientallen jaren voortsleepte.

 

<<  1  2  3  4  5  6  7  8  9  10  11  12  13  14  15  16  17  18  19  >>