DagboekFrontstad
17 sept De week van 17 September 1944 en daarna.
Het begon zoo mooi: zondag avond (17 sept) zagen wij de Duitschers uit het Canisiuscollege wegtrekken en de sleutels geven aan de paters Jezuiten, die daar weer als heeren en meesters op hun stoep stonden in plaats van de Duitsche schildwachten. Van de overburen kwamen velen, jong en oud hun gelukwenschen aanbieden en een rondedansje werd gemaakt van vreugde over het feit, dat de Duitschers verdwenen waren. Wij hebben voor de tweede maal tevroeg gejuicht, veel te vroeg. Zondagavond ging ik slapen in de stellige overtuiging, dat de Duitschers verdwenen waren.
18 sept Maandagmorgen stond ik op met een blij gevoel en ging naar boven mŁlleren en keek uit het raam en zag tot mijn schrik vier duitsche soldaten met het geweer in aanslag op een rij staan bij de MuseumKamstraat blijkbaar op iets wachtende. En --- inderdaad, er kwam iets n.l. de Amerikaansche parachutisten, die den vorigen dag geland waren; deze wandelden vergezeld van mannen en jongelui van de "ondergrondsche" aan weerzijden van den weg en plotseling werd het vuur geopend en hiermede werd het begin gemaakt van iets onzegbaars afschuwelijks n.l. van den stad een oorlogsterrein maken. Er kwamen nog drie auto's uit de hekken van het zg. Bezirksverwaltschaft, schuin tegenover mij, voor wie hun tocht noodlottig zou worden In een van die auto's zat een Duitsch officier; ik zag een Amerikaan zijn geweer aanleggen en de kogel vloog dwars door het achterruitje van de auto en velde dezen officier, die uit het portier neerplofte. Zijn lijk ligt begraven in den voortuin van het college. Een tweede auto werd eenige honderden meters verder tot staan gebracht. Een Amerikaan stapte het Canisiuscollege binnen en kwam met het portret van Hitler naar buiten dat hij in stukken trapte. Overal vormden zich blijde groepjes menschen, die de Amerikanen toejuichten. plotseling klonk, ongeveer tegen elf uur een donderende slag vlak bij ons: een granaat, die ergens invloog, toen nog een en nog een en opeens ontdekten wij, dat Nijmegen gebombardeerd werd. Waarvandaan? Later bleek, dat dit gebeurde van Oosterhout uit, waar in een bosch van het landgoed van de fam. van Boetzelaar een batterij verdekt opstond, die twee dagen lang dood en verderf over Nijmegen zaaide. Moeder en ik kropen in de kelder en hoorden daar dat akelige fluitende geluid van granaten, gevolgd door een hevige slag, keer op keer. Wanneer het een tijdje stil was, gingen wij wel eens even in den tuin en zagen daar dikke rookwolken boven de stad hangen. Dien middag en avond hebben wij in doodsangst doorgebracht en s'nachts hebben wij ons geÔnstalleerd in de salon.
19 sept Dinsdagmorgen, half zeven, kwam er weer een granaat aansuizen en trof de stoep van ons huis, maar ontplofte niet. Maar --- de knal, die door het huis donderde, was onbeschrijfelijk. Een volgende ging vlak over ons huis heen en verdween in de woning van onzen vriend Monshouwer. Er werd plotseling gebeld en daar stond de familie Jansen uit de Barbarossastraat wier huis verbrand was en die den nacht hadden doorgebracht bij de fam. de Jager, waar zij mej. Post Uiterweer hadden aangetroffen en deze bij ons brachten. Van de fam. Jansen hoorde ik de eerste verschrikkelijke tijding n.l. dat de Batavierenweg en Barbarossastraat en aangrenzende straten waren verdwenen door brand. Deze branden zijn aangestoken door de Duitsche soldaten en NSBers die alle blussen verhinderen en de menschen op straat joegen waar straatgevechten aan den gang waren. Vooral de huizen van "kapitalisten" moesten het ontgelden. De verhalen hierover zijn niet te beschrijven. Ik zal enkele indrukken geven: Bij een goede kennis van mij, den heer Varkevisser op de Batavierenweg, kwamen soldaten binnen en vroegen hem om een lucifer. Hij dacht, dat bedoeld werd om een sigaret aan te steken, msar met die lucifer werd het gordijn aangestoken en daarna de fam V. het huis uitgejaagd. Bij de fam. Peiffer in de Staringstraat zaten de drie fam. Peiffer, Hulsberger Henning en Vogel op Maandagavond bijelkaar. Voor het huis van de fam P. werd een doode Duitsche soldaat aangetroffen. De Duitschers kwamen dat huis binnen en stelden de drie heeren daarvoor aansprakelijk en bevalen hen mede te gaan om buiten gefusileerd te worden. Door een wonder zijn zij kunnen ontsnappen en gevlucht naar de Rotterdamsche bank, waar zij in de kluis in een brandgang twee dagen verscholen zijn gebleven, Nijmegen stond weldra in lichte laaie op tal van plaatsen. Vele goede kennissen van ons zijn alles kwijt door brand of gedeeltelijke verliezen door granaatinslag. Ons huis heeft veel schade door kapotte ruiten.

Dien Dinsdagmorgen hield het gefluit en gedonder van de granaten aan en met mej. Post Uiterweer, die zeer slecht te been is, was het niet vroolijker geworden, wanneer ik dacht: nu moest er maar eens iets gebeuren waardoor we snel vluchten moesten. Toevalliger wijze hoorde ik mevr. Noorduin bij onze buren zeggen, dat het Canisiuscollege zijn kelders beschikbaar stelde voor allen, die daar gebruik van wilden maken. Die kelders zijn voor granaatscherven absoluut veilig. Wij besloten daar ook heen te trekken. In elke kelderafdeling konden 25 personen onderdak vinden. Overdag maakten wij van de matrassen sofa's, die langs de muren een gezellig zitje gaven. Wij troffen het bijzonder met onze keldergenoten: de fam. Overes, van der Kun, Riezenbeek en Zoetmulder, alle keurige menschen en als goed Roomsch Katholieken was de domine in hun oog toch wel een "eerwaarde". S'avonds en wanneer het gedonder van de granaten hevig was, werd er gebeden d.w.z. een zg. rozenhoedje, waarin Maria wordt aangeroepen afgewisseld door het Onze Vader. Dat laatste bad ik dan telkens. Ik bracht bezoeken in andere afdeelingen en ik vond, dat wij het bijzonder getroffen hadden door met deze menschen in een afdeling te mogen zitten en de gezelligheid hoogtij konden doen vieren. Al wist Je ook, dat die kelders voor granaatscherven veilig was, toch schrok je telkens door de hevige knallen. Het gebouw is niet minder dan 8o maal getroffen, wat niet zonder brandgevaar is geweest, maar niet tot een gevaar gekomen is.
Vele malen kregen wij per dag een bulletin over het laatste nieuws zoowel van de slagvelden als uit de stad, waar nu het groot tankleger was aangekomen en Nijmegen zuiverde. Wij hoorden de verhalen van het gevangennemen van NSBers, die door de straten moesten marcheeren met de Hitletgroet. Ik kreeg verzoek om bij een politieman te komen die de kogel zal krijgen en nu mij spreken wil. Ik ken hem goed. (terwijl ik dit schrijf, ben ik er nog niet geweest.) Op een nacht kreeg mej. Post Uiterweer het op haar zenuwen, wat zeer goed te begrijpen is, want dat gedonder van die granaten is funest. ZiJ riep mijn vrouw en mij toe, dat wiJ toch vooral wakker moesten blijven. Later vertelde zij ons, dat zij duidelijk had gezien, dat de R.K. menschen ons wilden vermoorden. Ik heb daar ook nog een godsdienstoefening voor de protestanten gehouden in een hoekje van een der gangen. Zoo nu en dan wipten wij eens over naar ons huis om iets te halen en om te zien, of het daar nog stond.
21 sept Donderdags werd verzocht aan allen, die naar huis konden gaan om dat ook te doen, omdat er heel veel aanvragen kwamen van dakloozen. Toen s'avonds de paters hun rondgang kwamen maken, heb ik hen uit den grond van mijn hart dankgezegd voor hun gastvrijheid en zij van hun kant beweerden, dat onze afdeeling, die wij Villa "Nooitgedacht" hadden genoemd, een voorbeeld was van een afdeeling, waar de geest bijzonder goed was geweest. Donderdagavond sliepen wij dus weer thuis. Dien nacht wachtte ons een nieuwe sensatie: De Anglo-Amerikanen hadden op de plaats naast het oude kerkhof bij de Waldeck Pyrmontsingel een batterij gezet om vandaar uit de optrekkende troepen door de Betuwe te steunen. Hun kogels waren dus voor ons niet gevaarlijk, want zij vlogen over de stad heen. Maar dat wisten wij niet. Stel dus voor, hoe wij schrokken, toen daar opeens midden in den nacht een lawaai en een gedonder en een geknal losbarste, alsof de hel en al haar machten zijn dondergeluiden uitbraakte, welk geluid zich zoo om het kwartier herhaalde. Den volgenden dag werd ons uitgelegd, wat dat geluid beteekende en toen droegen wij het gemakkelijker, maar toch blijft het je zenuwen aangrijpen telkens weer wanneer die knallen donderen en blaffen van zoo vlak bij.
23 sept Zaterdagmiddag heb ik voor het eerst een wandeling door Nijmegen gemaakt en niet eens alle getroffen Plaatsen gezien. Voor de tweede maal treft Nijmegen in dit jaar een ramp. Kan het nog een bewoonbare stad blijven? Hoe lang zal het duren voor het kerkelijk leven weer wat op gang is, nu het Centraal Gebouw ook getroff6n is en voor langen tijd onbruikbaar. De ramp schijnt ook voor Beek en Ubbergen ontzettende geweest te zijn. Dien avond bracht ik een bezoek bij onze vrienden Botermans, die in hun schuilkelder woonden. Hij was totaal van streek en beefde van angst. Ik vroeg hem naar de oorzaak en toen vertelde hij mij, dat de Anglo-Amerikanen op een hevige tegenstand stuitten in de Betuwe bij Elst en dat de kans niet was uitgesloten, dat de Duitschers weer terug zouden komen. Wat zou er dan van Nijmegen overblijven? Die mededeeling heeft dien zaterdagnacht voor mij niet gewerkt als een slaapmiddel en de batterij braakte en knetterde en blafte dien nacht zonder pauze.
En hiermede eindigde voor ons deze week, waarin ik gezien heb een stad midden in het oorlogsgeweld, waarin de huizen in brand werden gestoken door de Duitschers en later door Duitschers en Engelschen zijn er huizen als forten gebruikt, waaruit op elkaar geschoten werd; een week waar om ons allende dood voortdurend nabij was en geen oogenblik zonder angstig makende geluiden was.
24 sept Zondag 24 September zou ik een godsdienstoefening leiden in het Canisiuscollege om 10 uur, maar juist op dat moment kwam er een Duitsch vliegtoestel boven de stad en het afweergeschut braakte toen zoo barbaarsch los, dat dit lawaai, dat een tijdlang aanhield, alle menschen binnenhield. Dien dag hebben Willy en ik maar weer thuis doorgebracht achter in de salon. Ik dacht: misschien zijn er velen in ons land, die denken, dat wij in Nijmegen al vrij zijn en feestvieren, terwijl de toestand onbeschrijfelijk ellendig is, doordat Arnhem nog niet gevallen is en ook doordat de brug van Nijmegen een voortdurend object van Duitsche aanvallen zal blijven. Geen oogenblik is er stilte: over de BergenDalsche weg razen onafgebroken engelsche oorlogswagens, tanks, enorme rijen Roodekruis-auto's, de batterijen in de stad donderen voortdurend de Betuwe in, vliegmachines circelen constant boven de stad.
25 sept Maandag 25 Sept. S'morgens hoorde ik tot mijn ontzetting weer dat geluid van een naderende granaat, die niet ver van ons in de Roosendaalstraat insloeg en op de Daalsche weg. Ik zag van het college uit brancards en roodekruismannen en hoorde, dat er wel weer 15 dooden waren gevallen. S'middags hebben onophoudelijk Duitsche vliegmachines pogingen gedaan m boven de brug te komen, waardoor het gedonder en geraas in de lucht voortdurend aanhield. Willy en ik waren even naar de fam. van Driel gewandeld en hebben daar in de kelder gezeten. Dien avond brachten wij weer samen in de salon door en het gedonder en geraas was zoo hevig, dat wij niet naar boven zijn gegaan, maar dien nacht in de salon hebben doorgebracht. Ik rook den ganschen door een pijp en heb voortdurend een psalmwoord in mijn ziel en bid, dat God met ons moge zijn. Collega Creutzberg bracht ons dien dag een bezoek en vertelde velerlei bijzonderheden van afschrijkeliJken aard uit de stad. Het wordt al afschuwelijker doordat de Duitschers ons telkens komen bombardeeren. Dan is het een oogenblik alsof alle hellende honden luid jankend beginnen te huilen en temidden van afweergedonder hoor je dan een bom vallen, Wij slapen nu in de kelder en vluchten daar telkens heen wanneer de bommen vallen. Het wordt een onhoudbare toestand. Moeten wij blijven in ons huis? Half Nijmegen is al gevlucht. Waar moeten wij heen als een bom ons huis treft? O God geef uitkomst.
28 sept Donderdag (28 Sept) zat ik s'avonds in de achterkamer en dacht: wat hoor ik toch voor geknetter en in de serre staande zag ik de horizon rood en een brand woedde in de Groesbeeksche dwarsweg en van Heutzstraat. Die avond moesten mijn vrouw en ik wel zes maal de kelder in vluchten door het hevige afweergeschut. Later hoorde ik, dat 200 Duitsche vliegmachines gepoogd hebben de bruggen te vernielen, wat nog niet geheel gelukt is. Wel hebben zij dien nacht fosfoorbommen over Nijmegen gestrooid en vele branden veroorzaakt. Wij lagen dien nacht in de kelder al dat afschuwelijke aan te hooren met de bede uit deze nood gered te worden. Die aanval is oorzaak geweest, dat de vrijwillige en gedwongen evacuatie nu eerst recht begon: duizende Nijmegenaars trokken weg naar Heumen, Malden, Grave en voor het Canisiuscollege verschenen vrachtauto's voor de ouden van dagen. Een pater ried ons aan mede te trekken; wij aarzelden een oogenblik, maar besloten toch maar te blijven. Ik heb al eenige begrafenissen gedaan en zag op het kerkhof, dat deze plaats ook getroffen is door granaten en grafsteenen in stukken geslagen heeft.
29 sept De vrijdag is behalve groot lawaai rustig verlopen en s'avonds was het zoo koud en guur en de ramen in de serre houden kou niet meer tegen en ik zat in de salon met een deken over mij heen en rookte een pijp en mijmerde over al die Nijmegenaars, die nu in schuren en zolders slapen bij vreemdelingen en mijmerde over allerlei vragen: hoe moet het leven hier zijn gang [gaan] voor zakenmenschen, doktoren, domine's enz. Ik denk, dat wij voorloopig wel elken dag niets anders zullen doen dan de vraag beantwoorden : hoe komen wij dezen dag weer door en hoe voeden wij ons? Om 9 uur begon het geschut weer te donderen en toen gingen wij de kelder weer in en kropen gekleed en wel weer onder de dekens. Ik ben nu in geen dagen mijn kleeren uit geweest .
30 sept Zaterdagmorgen voor het ontbijt waagde ik het even over de Batavierenweg te fietsen en zag die gansche stadswijk als een groote ruÔne met enkel zwartgeblakerde muren en zoo ziet Nijmegen voor een groot deel er uit.
Onze gedachten gaan natuurlijk voortdurend uit naar Karel en Anneke en Geerda en Rupy. Hoe zouden zij het maken en wat zullen zij ongerust zijn over ons.
Zoo eindigde de tweede week, die niet minder ellendig was als de eerste door de constante bedreigingen. Geen oogenblik is er stilte om je heen, altijd geluiden van vliegtuigen of auto's of dat ellendige gedonder van het geschut. Op het rijtje van de BergenDalsche weg zijn wij nog de eenige, die in hun huis slapen. Alles is weggetrokken. Het pijnigt mij wel eens: wanneer er eens [iets] mocht gebeuren, waar moeten wij dan heen?
1 okt Zondag 1 Oct. Vandaag is Anneke jarig. Wat een smartelijk gemis, dat wij het zoo moeten vieren. Vanmorgen ben ik na een onrustigen nacht wakker geworden en heb eerst een compleet gemu11erd, terwijl het geschut raasde alsof het vlak bij ons in den tuin stond. Daarna heb ik een godsdienstoefening gehad in ons huis met 20 menschen. Ik heb gelezen Psalm 77 en gezongen Psalm 42 en Gez 232 en in een gebed God gevraagd om uitkomst en kracht.
2 okt Den volgenden dag 2 Oct. Maandag was een vreeselijke dag; wij dachten aan Karel, die heden jarig is en vroegen ons af, of wij elkaar ooit weer zouden zien. S'middags begon het alweer met granaten te regenen. Tegen den avond zijn Willy en ik de kelder wat gezellig aan het maken begonnen en hebben ons daar toen geinstalleerd. Nauwelijks zaten wij daar of de hel brak los: bommen granaten, die heel dicht bij invielen. De van Nispenstraat en Dominicanenstraat stonden in brand. Zoo vierden wij in angst en beven den jaardag van Karel. O God sta ons bij. Wij waren dien dag al zoo geschrokken, omdat wij even naar mej. Haspels wilden gaan om een boek te brengen. Zij woont in de Jozef Israelsstraat. Het was rustig, maar nauwelijks waren wij op straat, of daar vielen granaten vlak bij ons en doodde een dame, die voor de Museum Kamstraat liep. Dat was voor ons al een oorzaak van een hevige schrik en toen kwam die avond waarop het afweergeschut dood en verderf loeide op die bommenwerpers boven Nijmegen en weer een groote complex huizen verwoestte.
3 okt De Dinsdag ging rustig voorbij en ik had door alle snoeren bijelkaar te voegen kans gezien het electrice kacheltje in den kelder warmte doen geven en daar hadden wij nu een gezellig warm hoekje, waar wij nu met een gevoel van eenige beschutting konden zitten. Want omdat de granaten bleven vallen gingen wij zoo weinig mogelijk het huis uit.
4 okt Woensdag 3 [sic] Oct. ben ik gefietst naar het klooster Albertinum op de Driehuizerweg, dat geheel gevuld is met dakloozen. In de kelders liggen de patienten van het Wilhelminaziekenhuis. Wat een ellendig gezicht al die stakkerds daar in een kelder. Dien dag en nacht verliepen rustig, maar het bericht, dat Walcheren onder water was gezet, doordat de dijk van Westkapelle stuk was gebombardeerd, ontroerde mij diep. De golven zouden nu rollen over dat eiland om de Duitschers te verjagen, ook dus over Grijpskerke, over het grafJe van ons eerste kindje. O namelooze wreedheid van een oorlog.
6 okt Vrijdag 6 Oct. was een stralende herfstdag en -- het verhaal wordt eentonig -- den ganschen dag een stuk onrust door granaten, die over de stad fluiten en donderend neerkomen. Vandaag is Wietske jarig, mijn zuster in Nisse, hoe zal die het hebben? Zou daar ook onrust zijn? Het getal dakloozen in Nijmegen is 26000, dat is meer dan een derde van de bevolking. Ik stond een oogenblik op het achterbalkon in de zon en ontroerde, toen ik er aan dacht, hoe al die huizen rondom mij zonder bewoners zijn. Het wordt eenzaam. Kwam er nu maar eens wat schot in de oorlog. Het blijft maar treuzelen rondom Arnhem en daarom voor ons zoo onrustig.
Zou het daar een stellingoorlog kunnen worden? En dan met den komenden winter? Moeder en ik zitten daarover in de kelder te praten met een deken over onze benen en het electrische kacheltje daaronder en huiveren telkens, wanneer de granaten neervallen, geschoten van uit het Reichswald. Wat is dat duivelswerk om van een gedekte stelling uit op weerlooze burgers te schieten. Het aantal dooden groeit bij den dag en telkens hoor ik bekende namen.
7 okt Zaterdag 7 October verliep rustig, behalve des middags toen er op het Keizer Lodewijkplein een bom viel. En s'avonds hebben wij niets gehoord van eenig rumoer. Hiermede eindigde de derde week in deze helsche sfeer. De dood omringt ons altijd, maar zooals wij dat nu doormaken, is het wel feller, omdat bommen- en granatengevaar niet van de lucht is.
8 okt Zondag 8 Oct. zijn wij de vierde week ingegaan van de ellende, verbonden aan een stad, die in de frontlinie ligt van een moderne oorlog. Ik hield dien dag verschillende diensten, o.a. ook in de kelders van het Wilhelmina ziekenhuis onder hevig granaatvuur. In plaats van meer rust en licht wordt het in deze dagen onrustiger en donkerder doordat de beschieting met granaten aanhoudt dag en nacht. Toch moet ik elken dag bijna een begrafenis leiden en bij al dat leed komen nu die ontstellende berichten over de wreedheden, die de bezette gebieden nu te verduren hebben.
De dagen gaan in eentoonigheid voorbij en telkens, wanneer moeder en ik eens iemand willen gaan opzoeken en wij op straat staan, vliegen er granaten door de lucht, zoodat wij weer spoedig naar huis in de kelder vluchten en de avonden in de kelder zijn rustig verloopen. Het wordt met het eten koken ook moeilijker, daarom wordt er door de volksgaarkeukens gelegenheid gegeven warme spijzen af te halen o.a. in het Canisiuscollege vlak over ons en sinds Vrijdag ga ik daar ook in de rij staan om een pannetje, goed en smakelijk toebereide stamppot te gaan halen. Zondag kwam een zoon van den heer Varkevisser, die uit Leiden was komen fietsn, ons de groeten brengen van Geerda en Ruypy, waar alles nog rustig was. Wij waren wel blij met dit bericht.
15 okt En nu gaan wij de vijfde week in van dezen ellendigen tijd vol gevaren maar toch vrij van de duitsche tyran. De oorlog is in een stadium van weinig vorderen. Hoelang kan dit nog duren?
19 okt Woensdag 19 Oct. had ik een begrafenis van de fam. den Adel, waarvan alleen een dochter overblijft. Dat is bijna niet te dragen van weemoed.
20 okt Donderdag 20 Oct.: De herinnering aan mijn vader's jaardag. De vergelijking met dien tijd zoo vol familiegeluk en huiselijke gezelligheid met deze tijd, nu ik in den kelder woon en door granaten word bedreigd. Dan wordt het me dikwijls bijna te machtig. Gisteren heb ik, omdat het overdag wat rustiger is met de granaten een tocht door de stad gemaakt. Dat tart elke beschrijving. Nijmegen is voor de grootste helft verwoest. Straten en pleinen vol geblakerde muren en stukgeschoten daken en muren met openingen, waar meubelen uithangen: een troosteloze aanblik. Ik was er kapot van. En de oorlog vordert maar niets; wat kan er nog gebeuren hier rondom Nijmegen? Afschuwelijk zijn de berichten over het nog bezette gebied. Branden en moorden en tyrannisseren. Hoe zouden onze kinderen het maken?
23 okt De zesde week van de ellende is ingegaan. Zondag 23 Oct. eerst driemaal dienst gehad en daarna thuis gezeten en het is een week geworden van steeds meer dreiging van granaten, zoowel overdag als s'nachts en het ellendigst is, dat de granaten nu van verschillende kanten komen. Willy en ik zijn eens van de Burg. van den Berghstraat gekomen en het is een tocht geworden vol geluiden om ons heen van granaten, die dicht bij ons insloegen en op de BergenDalscheweg zijn eenige huizen zwaar getroffen o.a. van de fam. Terwindt, eenige honderde meters van ons af. Het is bijna niet om te dragen de gedachte, dat Nijmegen steeds meer een puinhoop wordt en wat is de toekomst? O God zend redding!!
Vooral s-nachts is het een zenuwslopend geluid. Je ligt daar in je kelder en dan hoor je heel in de verte een zware bons. O, dat is een granaat. Die bons komt dichterbij, weer een beetje dichterbij en dan een zware en harde slag vlak bij en dan -- zou nu ons huis getroffen worden? en zoo lig je dan te luisteren en te denken aan al die ellende, die daar weer over Nijmegen wordt uitgestort.
Deze week hebben wij bezoek gehad van een engelsch soldaat met een tolk, die ons huis kwam zien en aankondigde, dat wij tien engelsche soldaten in huis moesten nemen. Wij hebben de bovenverdieping leeg gehaald, want zij eischten niets anders dan ledige kamers om te slapen. Wat zal dat weer worden?
De rustige oogenblikken zijn die, wanneer wij na het eten afdalen in den kelder en daar als twee parkietjes gewikkeld in een plaid en de voeten in een voetenzak gaan zitten lezen om dan zoo tegen tien uur naar bed te gaan. O dat ellendige ontwaken, wanneer ik dan weer een dag voor mij zie met de gedachte: wat zal ons deze dag weer brengen?
29 okt Zondag 29 Oct. zijn wij de zevende week ingegaan van een stad, die in de frontlinie ligt van een moderne oorlog. Een vreeselijke zondag. Eerst preekte ik driemaal op verschillende plaatsen en daarna ging ik met Willy koffie drinken bij de fam. Peetan. Toen is Nijmegen gebombardeerd en wij hebben den dag daar in den kelder doorgebracht. Men spreekt van 60 dooden en vele gewonden. Aan belangen van menschen wordt niet meer gedacht: alleen het oorlogsgeweld geldt met bommen en granaten. Nijmegen wordt steeds meer verwoest en steeds meer een puinhoop en daarbij maken de zware tanks de straten tot modderpoelen.
Ontzettend hebben mij aangegrepen de berichten, dat de strijd nu ook gaande is op Zuid-Beveland. Zou daar ook elk dorp verwoest worden, zooals oP Zeeuwsch-Vlaanderen? Hoe zouden Wiets en Dries en kinderen het maken?
Deze week heb ik het voor het eerst echt koud gehad. Kolen hebben wij bijna niet, zoodat wij een winter tegemoet gaan, die mij ook om die rede zeer donker voorkomt. Ellendig zijn de bezoeken van hen, die bij mij komen klagen, dat familieleden zijn opgehaald verdacht van NSBer te zijn. In het eerst heb ik nog wel eens iets kunnen doen, maar er is later een woedend teruggrijpen gekomen naar allen, die verdacht zijn. In de Tuchtschool worden zij opgesloten en later naar een kamp bij Eindhoven vervoerd. Ik heb dikwijls den indruk, dat hier onschuldigen bij zijn. Wat een leven, dat je nu de straat op gaat met de gedachte: zouden er bommen of granaten komen of niet? Er is geen ellendiger zieldoorpriemend geluid dan het hooren gieren, van zoo'n granaat gevolgd door een bonsende slag.
Bij al die ellende komen nu nog de onrustveroorzakende berichten over het gedrag van de Amerikaansche soldaten, die stelen en rooven, wat zij kunnen. Wanneer daar de helft van waar is, is het al vreeselijk. Zoo leven wij nu in een toestand, waarin wij volslagen zonder steun zijn van politie of andere beschermende machten. Deze week ben ik er dikwijls op uit geweest om zieken te bezoeken en eens werd ik weer overvallen door granaten en kon in de schuilkelder bij de fam. Schuller aan de Parkweg schuilen. Ik bezocht ook het Javaplein, waar een bom gevallen is en was diep onder den indruk van de verwoesting aan de huizen. Ik zit dit nu te typen in de salon, waar ik een hoekje heb ingericht als schrijftafel, maar het is niet om te harden zooals het daar tocht.
4 nov De zaterdag van de zevende week eindigde met een hevige aanval van granaten, juist toen wij gingen eten in de keuken, zoodat wij ons bordje in den kelder meenamen. In de Heydenrijckstraat sloeg een granaat in. De avond verliep verder rustig.
Zoo gingen wij de negende [sic] week in en in die nacht bulderde het kanon hevig en
6 nov s'Maandags 6 Nov. hoorden wij het gerucht, dat Berg en Dal en Beek moesten geevacueerd worden, omdat de aanval op Kleef zal beginnen. En toen ik mijn eten ging halen en in de rij stond met mijn pannetje, hoorde ik iemand vertellen dat er hevig gevuurd wordt op Geldermalsen en Zoelen. Dat bericht deed mij met pijnlijke onrust aan Rupy en Geerda denken.
7 nov De week van 5 tot 12 November zal ons heugen. Dinsdags waren wij bij ds. van Iterson op de thee, maar nauwelijks zaten wij, of de granaten lieten zich hooren en wij stonden in de gang als een troepje bange schapen.
Maar dat zou nog maar kinderspel blijken te zijn vergeleken met wat ons de Vrijdag 10 Nov. zou brengen.
10 nov Ik was dien dag weer voor het eerst naar de Rotarylunch en wilde daarna naar het Weeshuis gaan, maar op de Grote Markt hoorde ik granaten en ging naar de schuilkelder bij koster Seegers, waar ik twee uur geschuild heb, want het was ontzettend. Eindelijk waagde ik het om naar huis te gaan en toen ik voor ons huis kwam, schrok ik zeer bij het zien van wat daar gebeurd was. Een granaat had de tuin van Beerman doorwoeld en had alle ruiten van de huizen vernield en ons huis bood een treurig aanzien: de gordijnen en het bordpapier hing uit de ramen en de tuin lag vol dakpannen. Ik vloog het huis in om te zien hoe Willy het maakte en die vond ik in den kelder rustig breiende. Zij wist niets van wat er gebeurd was. Wij zijn aan het werk getogen om de boel op te ruimen en ik heb een deur van de zolder uit haar hengsels gelicht en die voor een van de ramen gespijkerd. Den volgenden dag heb ik planken uit PniŽl geleend om mijn studeerkamer dicht te maken en zoo zitten wij nu in een donker huis.
11 nov Zaterdagmiddag weer het oude treurige liedje: granaten vielen weer dicht bij ons en doodde twee mannen bij het huis van Dols. Zij eindigde deze droevige week.
16 nov En nu is in de nieuwe week de koude gekomen en hoe moest dat nu in ons huis, waar alle ramen uit zijn en ook de salondeuren bovenaan kapot zijn? Wij besloten daarom in de keuken te gaan wonen, hebben daar een kleed gelegd en eenige stoelen uit de salon geplaatst en nog een tafeltje voor mij als bureau. Het fornuis is nu onze warmtegever, waarin wij met hout en het weinige anthraciet, dat wij hebben, nu zeer zuinig stoken moeten. Zoo slapen wij in den kelder en wonen in de keuken en de rest van het huis is niet meer te gebruiken.
Ik heb vannacht (16 Nov) slecht geslapen door een krantenbericht dat meldde, dat Walcheren zeer waarschijnlijk niet meer te redden valt en van de wereld verdwijnt in de golven. Ik heb daarover gehuild toen ik daarover lag te denken: mijn eiland Walcheren, waar ik zoo genoten heb in alle jaargetijden en mijn kinderen heb zien geboren worden en met jeugdig enthousiasme domine ben geweest ---- en nu rollen de golven daarover en voorgoed, voor altijd!
Ik dacht dikwijls aan het versje, dat mijn vader in onze jeugd ons leerde:
          Eens zal de zeeman op de baren
          Over uw verdronken steden varen
          En vragen: waar lag Nederland?
En intusschen schiet het met de oorlog hier niets op en Nijmegen blijft een frontstad in een moderne oorlog en zal dat nog dezen winter wel blijven. God geve ons kracht om dit door te maken en vol te houden en dan -- die afschuwelijke berichten uit het bezette gebied. Hoe zou het met onze kinderen zijn?
21 nov De nacht van Maandag 20 op Dinsdag 21 Nov. is een verschrikking geweest. Juist om 10 uur, toen wij naar bed gingen, viel een granaat en dat is doorgegaan tot 5 uur toe. Iemand heeft ze geteld: 107 granaten zijn dien nacht donderend neergekomen en hebben vooral enorme schade aangebracht in onze buurt. Ons huis is gespaard, maar het was bijna ondragelijk om die telkens terugkerende slagen aan te hooren. Zoo wordt Nijmegen meer en meer een ruÔne en nog is het einde niet. Dien nacht bedachten wij ook, dat ons kleindochtertje Isabella een jaar oud werd. Hoe zou zij het maken en haar vader en moeder? Over Karel kan ik mij zoo geweldig ongerust maken, sinds ik gelezen heb, dat in de Achterhoek alle mannen tusschen 17 en 40 jaar zijn weggehaald? Zou Karel daar ook bij zijn? De volgende twee dagen regende het onafgebroken, zoo triest en troosteloos en toen ik op zoo'n huildag met mijn pannetje warm eten uit het Canisiuscollege kwam en voor mijn huis stond met alle ramen dicht gespijkerd en voor het huis een groote berg puin en rommel van de ruÔne na de laatste granaatsaanslag, kwam ik toch wel diep onder den indruk van het troostelooze van den toestand vooral op zoo'n regendag.
25 nov Zaterdag 25 Nov. was de middag weer een middag vol granaatmissers.
26 nov Zondag 26 Nov. preekte ik voor het eerst in de kelders van het Sportfondenbad, een plaats, waaraan ik zooveel genoegelijke herinneringen heb en brachten dien dag genoegelijk en rustig door bij de fam. Schuller en aten daar voortreffelijk.
1 dec Nu is het december geworden: de laatste maand van dit rampjaar voor Nijmegen. Deze week kreeg ik een brief uit Nisse: Wietske en Dries leven nog maar het dorp en hun huis hebben veel geleden. In deze week zaten Willy en ik s'middags in de keuken te eten, toen een vervaarlijk gehuil boven ons hoofd gierde: wij verbleekten en hoorden later, dat een vliegmachine over Nijmegen een noodlanding deed en op het Kalfsenboschplein was gestort.
Er zijn deze week ook eenige bommen op Nijmegen gegooid, maar verder hadden wij in drie dagen geen granaten gehoord en dachten, dat deze plaag zou eindigen, maar zaterdagmiddag 2 December, juist toen ik op het punt stond naar den jarigen broeder van Gaalen te gaan om 5 uur, gierde er een over de BergenDalscheweg en kropen Willy en ik in de kelder. Het was juist een lichtloos uur, zoodat wij daar bij een kaarslichtje de granatenbui hebben afgewacht. Troosteloos en ellendig. Met de kou is het tot nog toe meegevallen, omdat het fomuis in de keuken warmte genoeg geeft om er behagelijk bij te zitten. Die keuken is nu studeerkamer en salon en eetkamer en in de overige kamers wordt het steeds vochtiger en klam door de nattigheid, die gemakkelijk door de wijde kieren van de planken kan doordringen. Ik loop soms door die kamers als een vreemde.
2 dec Een vreeselijke ondervinding hebben wij opgedaan, toen zaterdag 2 Dec. 5 uur de eerste granaat viel. Dat is toen een aanval geworden, speciaal op dit deel van Nijmegen, die tot Dinsdagmorgen duurde. De eene aanval werd gevolgd door de andere en zondagavond viel er een vlak achter ons, zoodat een raam in de keuken kapot sloeg. Dat was een wanhoop, nu hebben wij geen enkele kamer meer, die goed is. Dat raam hebben wij dicht gestopt met kussens.
4 dec Maandagmiddag zaten wij vol angst in den kelder; toen het even stil was, ging ik eens kijken door de voordeur en ik was pas terug, toen een hevige knal bewees, dat een granaat vlak bij insloeg, een boom halveerde voor ons huis en --- daar vloog al ons bordpapier en verdere bedekking van onze ramen en het bovenraam van de gangbinnendeur viel donderend en knetterend neer. Die angst duurde zoo voort tot Maandagavond door den eenen slag na den anderen. Voeg daarbij het bericht, dat de Duitschers den Rijndijk hebben doorgestoken zoodat de Betuwe onderloopt, dan is het duidelijk, dat deze dagen zwart van angst en zorgen waren.
5 dec En zoo vierden Willy en ik St Nicolaasavond. Het begon met een half uur in de kelder te zitten, omdat er granaten vielen. Maar de rest van den avond bleef het rustig. Wij hadden van de fam. Hubertus erwtensoep met spek gekregen plus een paar pannekoeken. Ik veroorloofde mij een goede Schimmelpenninck en wij zaten bij het fornuis in de keuken en herdachten vroegere sinterklaasavonden met de kinderen en vol familiegeluk en liefdesuitingen en nu ---- ? Het schrijnde mij diep door de ziel dit hevige contrast met nu.
O mijn lieve kinderen en kleinkinderen, waar zijn je en hoe gaat het met je? Ik kan er zoo over tobben. Nu de Betuwe onder water staat, is het wel duidelijk, dat wij dezen winter niet vrij zullen zijn van het oorlogsgeweld en dus nog langen tijd deze afschuwelijke toestand moeten medemaken. God sta ons bij.
10 dec Zondag 12 [sic] Dec. waren wij de gast bij de fam. Hubertus waar wij vooroorlogs aten met de diaconessen.
15 dec Vrijdag 15 Dec. was ik op de lunch van de Rotary, waar ingenieur Verloren van Themaat een causerie hield over de inundatie van de Betuwe. Hij zag vooral de toestand somber in voor de omstreken van Tiel en meende dat daar wel alle inwoners zouden ge-evacueerd zijn en de mannen naar Duitschland vervoerd. Ik kon wel huilen, toen ik dat hoorde en mijn gedachten waren bij Rupy en Geerda met hun baby en de kinderen van dr. Voet. Waar zouden zij zijn.
17 dec Bij alle narigheid kwam nu nog een ellende: mijn lieve vrouw werd ziek en zondag 17 Dec. bleef zij met bronchitis te bed. Dus kon de kachel in de keuken niet gestookt worden en zoo zit ik na de diensten∑in Canisiuscollege en ziekenhuis alleen in een koude keuken met mijn jas aan en waag het `t electrisch kacheltje een poosje aan te hebben. Somber is de donkere dag van December en de toestand zoo hopeloos en de gedachte aan wat er gebeuren kan en de onzekerheid over de kinderen bijna niet te dragen kwelling en toch heb ik gepreekt over het licht van Kerstfeest. O God! geef dat in rijke mate.
21 dec De donkere dagen voor Kerstmis zijn wel de droevigste uit mijn leven geweest, omdat je voortdurend vergelijkingen maakt met vroeger: toen vond ik het den mooisten tijd van het jaar door de huiselijke gezelligheid, de familie-intimiteit, de zondagschoolkerstfeesten, de radio thuis en de prettige sfeer met de kinderen - en nu die vreeselijke berichten, dat de Duitschers weer BelgiŽ zijn binnengevallen: de angst thuis vanwege de granaten, de avonden in de keuken met voortdurend het gedonder van het geschut, dat het huis er van dreunt en de bijna niet te dragen onzekerheid omtrent de kinderen met de vraag: hoe zullen zij deze donkeren tijd doormaken? Zijn ze thuis of ge-evacueerd? Het ligt alles loodzwaar op je ziel en het denken is een marteling.
Vandaag is het de kortste dag van het jaar, moge het lichter worden niet alleen daarbuiten, maar ook in de vooruitzichten op verandering ten goede.
25 dec Nooit heb ik de tegenstelling tusschen Kerstfeest met zijn licht en blijdschap en vreugde zoo intens gevoeld als dit jaar. Ik had gepreekt en het Centraal Gebouw en Canisiuscollege en den dag verder bij de familie Leentvaar doorgebracht en s'avonds werd de radio aangezet en daar hoorden wij, dat de Duitschers in BelgiŽ snelle vorderingen maken en Dinant en Rocheford bezet hebben en op weg naar Luik zijn. Het maakte mij diep ellendig en ik zag de optocht al voortgaan ook naar Nederland en Nijmegen weer in hun handen overgaan. Deze laatste dagen van het jaar brengen mij in de stemming van het hopelooze, van den ondergang. God kan redden, maar ik zie geen redding meer en bij dat alles opeens felle winterkou. Het fornuis kan mij matig verwarmen. Ellendiger gevoel als in deze dagen heb ik nooit gehad.
31 dec Oudejaarsdag preekte ik in de gang van het Canisiuscollege en s'middags in de kelder van het Sportfondsenbad over: "Ik zal opstaan en tot den Vader gaan" Luk 15 en s'avonds waren wij bij de fam. Hubertus. Met ons leed tot God gaan en bij Hem uitsnikken, wat ons drukt. Dat troostte ons. Wat een herinneringen aan dit jaar, nu wij onze kinderen weten in het bezette gebied onder vreeselijke druk en nood en wij zelf voortdurend leven onder den angst van moordende granaten, vliegende bommen dag en nacht het gedonder van het geschut hooren. Wat een jaar voor Nijmegen, dat voor drievierde verwoest is en voor ons, nu wij in de keuken wonen en afstand hebben moeten doen van de gezellige kamers, die onbewoonbaar zijn. De herinnering aan dat alles is een fel, diep invretend leed, dat het leven nu zeer zwaar maakt op dezen oudejaarsdag van het rampjaar 1944.
6 jan
1945
Kerstmis en oudejaar zijn voorbij en het nieuwe jaar is begonnen onder buitengewoon droevige omstandigheden. De oorlog is in een stadium, waaruit blijkt dat de Duitschers nog machtig zijn en bewijzen geven dat er nog zwaar gevochten zal moeten worden, zoo zwaar, dat de vraag gedaan kan worden: eindigt de oorlog in dit jaar? Benauwd is de gedachte, dat er nog vreselijke dingen gebeuren kunnen voor ons en als lood ligt de onzekerheid omtrent Karel en Anneke en Geerda en Rupy op de ziel. De eerste week vielen er weer veel granaten, maar nu in een ander deel van de stad. Met die constante doodsgevaren nabij blijft het leven somber en dwars door dat alles heen doet God zijn vertroostend licht schijnen.
9 jan Bij alle narigheid kwam in de tweede week nog een hevige sneeuwval de omstandigheden nog moeilijker maken. De winter heerschte grimmig en toen ik op mijn stoep stond temidden van al die wintersche sneeuw, had ik het gevoel op NovaZembla te zijn: eenzaam en verlaten, geen sterveling zag ik, alle huizen in de buurt of hermetisch gesloten, of verlaten. Gelukkig kunnen wij het in de keuken behoorlijk warm stoken, maar zoo'n fornuis is toch geen ideaal kachel en aan de beenen blijft het koud, vandaar, dat wij met een plaid en voetenzak warmte moeten zoeken. Vanmorgen (9 Jan) moest ik om groenten te halen, naar Hollemans. Sneeuw en nogeens sneeuw en ik stond daar in de Jan van Goyenstraat en zag de ruÔnes van de Barbarossastraat en in de verte die van de Batavierenweg en alles bedekt met sneeuw wat de aanblik nog troosteloozer maakte. Hoe houd ik dit leven vol? En dan die ontstellende berichten over bezet Nederland, waar honger en koude en terreur nog zoo wreed heerschen!!
12 jan Donderdag (12 Jan) kwam mej. van den Breejen bij ons en vertelde, dat zij gehoord had, dat de heer en mevr. Heuff van KerkAvezaath uit hun huis moesten, omdat hun villa veranderd werd in een fort en dat de bewoners van KerkAvezaath ge-evacueerd waren naar Drente. Is dat zoo? Is het een gerucht of zijn Geerda en Rupy nu dakloos en hun huis en inboedel overgeleverd aan de diefstal en vernieling en zij zelf -- ja waar? Het drukt ons zeer.
16 jan De heer Rijkse kwam ons vertellen (16 Januari) dat hij iemand gesproken had, die uit Silvolde kwam en dat daar alles nog rustig was: geen razzias en nog behoorlijke voedselvoorziening en
20 jan zondag 20 [sic] Jan. hoorde ik, dat Zutfen gebombardeerd was en voor een deel was ge-evacueerd naar Silvolde en omstreken Wat is hiervan waar? Zou Karel het dus nog behoorlijk hebben? Wij weten het niet. Intusschen blijft het bar winter en de sneeuw ligt hoog en de koude is geweldig. Dat verhoogt de misere. Wij gaan s'avonds dikwijls naar nieuwe kennissen: de fam. Smit, eenige huizen van ons af, waar gezelligheid en een warme haard ons zeer welkom zijn.
24 jan De tweede helft van Januari bracht een winter zoo hevig als wij in geen jaren gehad hebben: felle vorst en gestadige sneeuw. Wij leden ontzaggelijk van de koude in onze keuken, waar het fornuis niet in staat was ons behoorlijk te verwarmen. Ik zat voortdurend met mijn winterjas aan, Willy gedroeg zich als een heldin in deze kou. Zij had helaas last van ontstoken vingers door haar harde werken. In de stad is de passage bijna onmogelijk door de zwaren sneeuwval en barre koude. De granatenplaag was wel minder, toch vielen er telkens op het onverwachts. Wij sliepen echter in den kelder onder vele dekens een degelijke slaap. Verschillende families noodigden ons thans uit om de avond bij hen te komen doorbrengen, wat wij dankbaar aanvaarden.
28 jan Zondag 28 Jan. moest ik om 9 uur in Bethel preeken en 10 u. H.Avondmaal bedienen. Ik ging om kwart over 8 uur de deur uit en baggerde door de sneeuw met een koffertje op mijn rug gebonden, waarin mijn toga geborgen was. Ik kwam geen sterveling tegen op mijn gang door de ruÔnes van Nijmegen. Wij brachten den dag verder door bij de fam. Rijkse.
1 feb 1 Febr. dooide het hevig en de regen viel in stroomen, waardoor de stad in een onbegaanbare modderpoel veranderde. De bovenste verdieping was vol lekkage en het drupte daarbinnen zoo hevig, dat wij emmers en kannen hebben geplaatst om het water op te vangen. Donderdag 1 Feb. beleefden moeder en ik weer een hevige schrik, toen wij samen in de keuken zaten na het eten. Er vloog een V.1 voorbij, waar hevig op geschoten werd door het afweergeschut. Plotseling vloog er iets door ons keukenraam, dat verbrijzeld werd. Was het een kogel of een scherf? Wij kwamen met den schrik vrij.
8 feb Er zijn honderde tanks in de stad aangekomen, die de straten vullen. Gaat er wat gebeuren? De stad is nu (8 Febr.) een groot kampterrein. In alle straten staan de tanks in rijen achter elkaar, reusachtige gevaarten, honderde en nog eens honderden. De stad gaat er uitzien als een doorploegde modderpoel. Wij kregen Woensdag inkwartiering van 11 engelsche soldaten-tankdrivers. Zij sliepen op de bovenste verdieping en s'avonds hebben wij hen in de salon ontvangen. Merkwaardig was, dat zij op Walcheren gevochten hadden. Wij lieten hun foto's en ansichten zien van dat mooie eiland in den zomer en toen konden zij vergelijken, hoe het er nu uitziet. Het waren rustige jonge mannen en ik kwam toch wel diep onder den indruk van het leed bij het zien van deze jonge mannen, die ver van huis en familie straks den dood weer zeer nabij zullen zijn.

Donderdag 8 Febr. hebben wij een dag meegemaakt, die wat lawaai betreft alles overtreft wat wij tot nog toe gehoord hebben. Het offensief in het Reichswald begon en daarom werd er van uit Nijmegen een 22 uur kanon-roffelvuur geschoten. Het begon s'morgens om 5 uur: ťťn donderend trommel- en roffelvuur, zonder dat er ťťn seconde stilte was en dat duurde zoo den ganschen dag. Er werd verteld, dat er 1400 kanonnen onafgebroken hun donderend geluid lieten hooren. Je werd er dol van en er was maar een verlangen in je: een oogenblik stilte, maar dat werd niet gegund. Hoeveel duizende granaten dien dag op Duitschland werden losgelaten, is niet te zeggen. Ik dacht dikwijls: wanneer de Duitschers zoo eens iets terug gaan doen op ons.
9 feb Vrijdags werden inderdaad door 5 vliegmachines eenige bommen op onze stad gegooid. Een raakte vlak voor het huis van onze vrienden Jansen in de Kraayenhoflaan een krater van geweldigen omvang en diepte,
11 feb waar ik zondagmorgen, toen ik in Bethel moest preeken, langs kroop. De familie Jansen is er wonderlijk goed afgekomen. Nijmegen is als een mierennest, maar het zijn geen mieren, maar duizende vrachtauto's, tanks en reusachtige schepen op wielen, die nu de stad vullen en her en der donderen. Wanneer je op St Anna, Groesbeekseweg en de andere hoofdwegen wilt oversteken, kan dat vele minuten duren, voor je een kans krijgt. Wat een materiaal en wat een benzine. En dat gaat dag en nacht door.
15 feb Donderdag 15 Febr. werd moeder echt ziek van een zware bronchitisaanval. Wij haalden het ledikant uit de kelder en zetten het in de salon en ontboden dr. van Haaften, die ernstig keek. Zou het pleuris worden? Hij hoopte van niet. Dien nacht steeg de koorts tot 39.8 en het was een groote onrust bij alle onrust. Gelukkig daalde de temperatuur s'morgens en van Haaften constateerde alleen bronchitis. Zij zal eenige dagen rust moeten houden. (het werd zes weken)
17 feb En zoo is 17 Febr. de dag, dat wij een half jaar in deze ellende leven en alle onaangenaamheden van een frontstad in de moderne oorlog zijn. Een half jaar granatenellende, bommengevaar en een half jaar geleefd in kelder en keuken en een winter van siberische kou. Gelukkig is dat in de laatste week iets beter. Wij leven nu in de achterkamer, maar doordat de serre kapot is, voel je toch voortdurende koude luchtstroom langs je heen gaan. Hoelang nog? (ik heb mij vergist. 17 Febr wil zeggen: vijf maanden frontstad en niet - een half jaar) De ziekte van moeder blijkt behalve bronchitis ook te zijn een algeheele verzwakking, een reactie op alles, wat wij dezen winter aan kou en ellende in de keuken hebben ondervonden bij een fornuis, dat niet branden wilde. Van Haaften zei: geduld en nog eens geduld en goede voeding. Het zal dus wel een tijd duren.
18 feb Zondag 18 Febr. HEBBEN WIJ IN NIJMEGEN DEN EERSTEN AANVAL VAN EEN VLIEGENDEN BOM gehad in het waterkwartier. Veel schade en dooden en gewonden. Zou Nijmegen ook daarvan haar deel krijgen. Wij hooren die helsche machines al lang boven onze hoofden vliegen. Een nieuwe zorg.
24 feb In de laatste week van Februari is de ziekte van moeder niet verminderd. De temperatuur bleef hoog. De dokter onderzocht haar telkens en kon toch niets anders dan bronchitis constateeren. Een zieke in huis stemt al droevig, maar onder deze oorlogsomstandigheden is het dubbel moeilijk door de pijnliJke vraag: nu moet er iets gebeuren. Het ziet er wel naar uit, dat het lang zal duren voordat zij weer geheel hersteld zal zijn. Zij is door en door verzwakt.
Zaterdag 24 Feb. hadden wij weer een granaatmiddag. Het gefluit met den neerslag was niet van de lucht af. Het was ver van ons af.
25 feb Zoo vierden wij zondag 25 Febr. onzen zes en dertigsten trouwdag: Willy op haar ziekbed en ik bij de haard. Wij spraken samen over de velen, die er niet meer zijn. Dat wij dezen dag moeten beleven op deze wijze: in spanning door angsten voor bommen en granaten en vliegende bommen. Wel bevrijd van de duitsche ellende en dankbaar daarvoor, maar daarnaast zooveel verdriet en zorgen!!
26 feb en den volgenden dag dachten wij er aan, dat de kleine Diederik zijn tweeden jaardag vierde. Hoe zou het lieve ventje en zijn ouders het maken? In deze lijdensweken zoeken wij Gods genade om dit alles te dragen.
4 mrt Wij hebben nu een verpleegster, zuster Reykers, die moeder komt veplegen. De temperatuur van de zieke wil maar niet verminderen en dat was deze week elken dag viermaal een teleurstelling, totdat aan het einde van de week de beterschap kwam en de koortsthermometer een daling te zien gaf. De zieke gevoelt nu, hoe zwak en moe zij is, maar het is een geluk, dat er niets anders achter zit. Mijn nicht van Albada komt s'middags haar gezelschap houden, zoodat ik dan de gemeente in kan gaan. Het is nu een kwaestie van afwachten en rusten voor haar. Dit schreef ik zondag 4 Maart, waarop ik s'morgens in Bethel gepreekt had.
9 mrt In de week na 4 Maart mochten wij de zieke langzaam beter zien worden en de koortsthermometer bleef zeuren rondom de 37.5. Zij kreeg toestemming van v. Haaften s'morgens en s'avonds een uurtje het bed te verlaten.
10 mrt Zaterdag 10 Maart was weer een granatenellende. Vlak bij ons in de Mozartstraat trof een granaat een bloemenwinkel en doodde een persoon en op vele plaatsen in de stad brachten de granaten dood en verderf.
11 mrt Zondags daarop had ik een stampvol Centraal Gebouw d.w.z. een van de zijzalen. De rest van het gebouw blijft bezet door de militairen.
22 mrt In de week van 17-24 Maart zag ik naast mij eenige timmerlieden bij de fam. Goddijn ramen zetten in de planken. Ik vroeg, of ik ook niet geholpen kon worden, daar mijn timmerman mij in de steek liet. Dat kon en zoo is in deze week door twee timmerlieden drie dagen gewerkt. De ramen in ons huis waren schots en scheef door mij met planken dicht gespijkerd en met een deur, die ik van de zolder had gehaald. De timmerlui hebben die planken op degelijke wijze ingezet en er gaten ingezaagd, waar glas werd in gezet. Zoo is het wel geen stralend licht in de kamers, maar ze zijn toch nu te bewonen en kon ik de studeerkamer weer inrichten.
Dr. van Haaften vond het beter, dat wij weer boven gingen slapen en zoo hebben wij Donderdag 22 Maart weer voor het eerst in de slaapkamer overnacht. In deze mooie lentedagen zijn de berichten over de krijgsverrichtingen wel zeer hoopvol. De westkant van de Rijn is geheel in geallieerde handen.
31 mrt In de week voor paschen waren de berichten van den oorlog denderend en zeer hoopvol. De geallieerden stroomen over den Rijn en op Goeden Vrijdag meldde de radio, dat de geallieerden in den Achterhoek waren binnengetrokken en al op 10 K.M. ver waren. Zou Karel daar ook bij zijn? Is hij vrij of wordt er in Silvolde gevochten [?] Onze spanning was natuurlijk groot en terwijl ik dit op zaterdag voor paschen zit te typen, weet ik niets zeker. Op Goede Vrijdag is moeder weer voor het eerst naar de kerk geweest in PniŽl, waar ds. van Dijk het H.Avondmaal bediende.
2 apr De paaschdagen waren vol gedonder van het geschut, omdat er gevochten werd in de BovenBetuwe en tweeden paaschdag kregen wij een telefoon van mevrouw van Haaften, meldende, dat er een brief van haar zoon uit TerBorch was gebracht door een militair waarin ook stond, dat Karel en zijn gezin het goed maakten en dat Silvolde bevrijd was. Dat was een blij bericht.
12 apr Donderdag 12 April kregen wij voor het eerst een brief van Karel in handen en sindsdien hebben wij meer brieven ontvangen en ook was daarin een schrijven van Gerda aan Karel van eind Maart, waarin wij lazen, dat zij nog in KerkAvezaath is en Rupy een duik heeft genomen en het huis vol menschen zit. Het zijn verheugende feiten voor ons, nu wij iets meer van de kinderen weten. Deze dagen in April zijn vol spannende berichten over de bevrijding van ons land en het optrekken van de geallieerde legers in Duitschland. De honger in het westen maakt tallooze slachtoffers en de mof gaat voort met polders onder water te zetten.
28 apr De laatste week steeg de spanning ten top. De geallieerde legers naderden Berlijn en zaterdag 28 April kwam door de radio het bericht, dat Hitler stervende was en dat Duitschland zou capituleeren. Den gehelen zondag zaten wij bij de radio te wachten op bevestiging van dit gerucht. Die kwam niet, hoewel met zekerheid kon geconstateerd worden, dat het met Duitschland gedaan was. Over Holland in bezet gebied werden enorme hoeveelheden voedsel uitgestrooid.
4 mei En toen kwam het --- Vrijdagavond had ik een vergadering van de werkcommissie. Collega van Nieuwenhuizen voerde het woord --- buiten hoorden wij juichen en schieten van vreugdeklanken. Iemand ging kijken en meldde, dat de radio bericht had, dat de Duitsche bezetting gecapituleerd had. Wij vlogen de straat op en zagen hossende menschen en overal vlaggen uitsteken.
5 mei Zaterdagavond dankstonden en als ik nu mocht horen dat het met Rupy en Geerda alles wel was, dan kon ik zeggen, dat voor ons die nare tijd zonder veel schade voorbij was getrokken.
9 mei Woensdag 9 Mei kregen wij de eerste berichten over Rupy en Geerda door een briefje van Sakko en dienzelfden avond door een telefoontje van mevr. Oosterlee. Alles wel. Er was een klein maartje: Rupy was ziek en zal eenige tijd zijn bed moeten houden. Dat was een teleurstelling. Moge hij spoedig herstellen. Hij heeft zich als burgemeester kranig geweerd en al heeft hij er zijn gezondheid bij ingeschoten, hij heeft zijn eer gered en is niet een slaaf geworden van die driedubbeldoorgehaalde rotmoffen. Het was goed met Diederik. Geerda had zich ook goed gedragen en zich flink door alles heengeslagen. Dat deed mijn vaderhart goed.
10 mei Zoo kan ik een einde maken aan dit relaas. Een herinnering aan een winter, zooals ik er nooit meer een hoop te beleven, een herinnering aan veel angsten vanwege doods gevaar door de granaten en bommen, aan een ellendig verblijf in dien kelder en een ongezellig wonen in de keuken, maar toch mogen wij --- vergeleken met anderen --- dankbaar zijn: ons huis gespaard en onze kinderen eveneens en ons gebed, dat wij elken avond opzonden verhoord. Gode zij dank.

10 Mei 1945

Deze aantekeningen van de periode uit de oorlog, toen Nijmegen bevrijd was, maar frontstad bleef, van September 1944 tot Mei 1945 zijn door mij geschreven als een herinnering voor mijn kinderen.
J.A. van Selms

index

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: