Lent lang vervlogen tijd

Emancipatie en politiek geharrewar

Pas na de grondwet van 1848 en het herstel van de bisschoppelijke hiŽrarchie in 1853 komt er vaart in de emancipatie van de katholieken. Leiders staan op zoals Dr. Berends en Simon Petrus Langendam in Nijmegen. Het katholieke basisonderwijs en hoger onderwijs en katholieke zieken- en bejaardenzorg komen in een stroomversnelling. Toch worden de katholieken in de overheidsfuncties nog zoveel mogelijk geweerd. Gemeenteraden werden volgens de nieuwe gemeentewet voortaan gekozen volgens het census kiesrecht. Dat betekende in de praktijk dat de meeste katholieken in Lent geen stemrecht hadden en dus geen katholiek gemeenteraadslid konden kiezen. Toen door veranderde verhoudingen en uitbreiding van het kiesrecht in de gemeenten in 1875 de kans groot was dat er toch katholieken in de Elster gemeenteraad zouden komen werd er door burgemeester van Weezel zodanig gefraudeerd dat de katholieke kandidaten, waaronder Daams uit Lent, gepasseerd werden. De zaak liep zo hoog op dat de geruchtmakende Elster verkiezingsaffaire tenslotte in de tweede kamer werd behandeld. Maar dat was in 1879. Later werd de katholieke E.A. Knipping gemeenteraadslid in Elst. In 'Een eeuw De Gelderlander-Pers' geeft Dr. Jan Brinkhorst een beeld van het moeizame emancipatieproces van de katholieken. In '150 jaar katholiek leven in Lent' een aantal gegevens over de ontwikkeling van de katholieke parochie.

LL 23: Verkiezingsfraude in Elst.

Afb. 17a: Tekening van de korte houten gierbrug aan de Waalkade met de afgemeerde gierpont, Naar een aquarel van J. van Leeuwen rond 1824. Een hooikar, hoog opgetast, met daarachter een diligence met een span van vier paarden staan op het punt om de pont te verlaten. Bij de kraan liggen schepen afgemeerd om gelost of geladen te worden. Op de Waal was ook toen druk scheepvaartverkeer maar de meeste zeilers voeren aan de stad voorbij. Nijmegen leefde met de rug naar de Waal. Van de glorie van de eertijds dominante handelsstad was na de verovering van de stad door Maurits weinig overgebleven.

Afb. 17b: De in Nijmegen geboren en getogen kunstenaar Johannes Franciscus Christ (1790-1845) tekende vele panorama's van zijn stad. Op deze tekening 'Gezigt op de stad Nijmegen van het dorp Lent te zien' zien wij de lange gierbrug aan de ondiepe Lentse oever. Links in het midden grazende koeien in de uiterwaarden. De vetweiderij, bestemd voor de beenhouwers in de stad, had in Lent enige betekenis. De melkerij was in het begin van de 19e eeuw van minder betekenis. De melk werd door melkrijders langs de deuren gevent.

Afb. 17c: Dezelfde Christ maakte een tekening van 'De kade aan de rivier de Whaal en de kraan.' Op de tekening een diligence op weg naar de houten gierbrug. Op de kade een schildershuisje met een schildwacht. De kraan is in vol bedrijf. Langs de kade liggen Rijnzeilers afgemeerd. Op de rivier druk scheepvaartverkeer met daarbij een van de eerste door stoom aangedreven vaartuigen. De Kraanpoort bij de kraan gaf toegang tot de Grotestraat. Lentse agrarische ondernemers gingen van de gierpont via de Grotestraat naar de groetenmarkt in de Korte Burchtstraat en de Grote Markt. Andere gierpontpassagiers deden inkopen in de stad.

Afb. 17d: De commandant van het garnizoen in Nijmegen, Lt. Gen. A Baron Howen ( 1774-1848) was een verdienstelijk tekenaar. Op 1 december 1831 maakte hij een tekening van een volgepakte Waalkade bij een feestelijk gepavoiseerde gierpont. Rechts op de tekening de galerij die in de 17e eeuw was gebouwd. De open galerij werd later dichtgemetseld en van ramen voorzien. Aanvankelijk trefpunt voor de bourgeoisie en voor handelaren was de galerij in de tijd van Howen een schippersbeurs geworden.

Afb. 17d1: Onderdanig begroeten de Elster kerkgangers voor de zondagse kerkdienst hun burgemeester van Weezel. Een bestuurder wiens naam onlosmakelijk verbonden is met de geruchtmakende verkiezjngsknoeierijen in Elst bij de gemeenteraadsverkiezingen van 20 juli 1875. De burgemeester was niet gesteld op gekozen raadsleden die kritiek durfden uiten op zijn beleid en hij wilde katholieken uit de gemeenteraad weren. In 1875 gold het censuskiesrecht d.w.z. dat men, wilde men in aanmerking komen om een stem uit te brengen voor de gemeenteraad, men voor minimaal fl. 10,- door de belastingdienst moest zijn aangeslagen en men die aanslag ook had betaald. In de gemeenteraad van 10 leden incl. de burgemeester als voorzitter had van Weezel maar twee leden op zijn hand en 7 leden deden wat zij als afgevaardigden moesten doen n.l. het beleid van de burgemeester, tevens secretaris, kritisch controleren. Op 20 juli moesten 4 nieuwe leden worden gekozen en prompt werden door de burgemeester en zijn medestanders 4 kandidaten voorgedragen. Om die kandidaten gekozen te krijgen werden 'nieuwe kiezers' gevonden. Mensen die een aangifte deden voor de patentbelasting of de personele belasting waarna de aanslag door derden werd betaald en de betreffende belastingbetaler stemrecht verwierf. Dat bleef niet onopgemerkt in het dorp, vooral niet omdat er een kiezersvergadering onder leiding van een dominee was georganiseerd waar 62 stembriefjes zijn ingevuld, grotendeels door arbeiders onder de invloed van hun op de vergadering aanwezige werkgevers zoals later aan Gedeputeerde Staten wordt gerapporteerd. Op 24 maart 1875 richt een actiegroep onder leiding van A.G. Wouters een adres aan de gemeenteraad dat in de notulen van de vergadering van 25 maart als volgt wordt omschreven: "De voorzitter geeft lezing van een bij hem ingekomen aan deze vergadering gericht adres van A.G. Wouters en 6 andere inwoners dezer gemeente d.d. 24 dezer daarbij mededelende dat zij op de voorlopig vastgestelde lijst der kiezers voor de gemeenteraad hebben gezien dat hun getal met meer dan 80 is vermeerderd; dat naar hun weten in de gemeente noch de bevolking noch de welvaart belangrijk is toegenomen; dat op de lijst een groot aantal personen voorkomen die, deels door de protestantse diaconie worden bedeeld of wier kinderen op de openbare school kosteloos onderwijs genieten, deels in de patentbelasting zijn aangeslagen voor een bedrijf dat zij werkelijk niet uitoefenen en mitsdien verzoekende dat zulks door deze vergadering moge worden nagegaan en hen die ten onrechte op deze kiezerslijst zijn gebracht daarvan worden geschrapt"... Tegen het uitdrukkelijke advies van de voorzitter in wordt met 7 voorstemmen besloten een commissie te benoemen die deze zaak moet onderzoeken. Op 17 april brengt de commissie een teleurstellend rapport uit. De aanslagen voor de personele belasting konden de commissieleden bij de belastingdient niet verifiŽren. Uit de registers van de patentbelasting ter secretarie bleek dat 27 inwoners van Elst en 3 uit Lent in deze belasting waren aangeslagen maar dat niemand van die 30 het bedrijf dat zij aangeven uitoefenen. "Deze kunstmatig gemaakte kiezers betalen niet de aanslag in 's Rijks Belastingen (art. 5 2e lid Gemeentewet) vereist om het kiesrecht uit te oefenen, maar die belasting wordt door anderen voor hen betaald. Langs die weg wordt het beginsel om alleen hen te doen stemmen die geacht worden genoegzaam gegoed te zijn en belang bij de algemene zaak hebben omzeild" Het geknoei ligt er duimendik op: In 1871 had Elst 280 kiesgerechtigden, in 1875 bij vrijwel ongewijzigde verhoudingen 372. De gemeenteraad besloot daarop met 7 stemmen voor deze 30 personen van de kiezerslijst te schrappen. De actiegroep spande bij de arrondissementsrechtbank in Arnhem een kort geding aan om de nieuwe kiesgerechtigden van de voorlopige lijst te schrappen. Bij vonnis van 21 april oordeelde de rechtbank dat dit onwettig was en beval dat de voorlopige kiezerslijst gehandhaafd moest worden. Was de invloed van de burgemeester zo groot? De zaak gaat escaleren. Dwars tegen het uitdrukkelijke advies van de burgemeester in besluit de gemeenteraad met 7 stemmen voor een adres aan de Tweede Kamer te richten waarin zij melding maakte van de knoeierijen met het verzoek in te grijpen en waarin wordt aangedrongen op een aanpassing van de kieswet. Dat adres wordt 5 mei verzonden en op 11 mei behandeld met als resultaat dat het adres naar de commissie voor de verzoekschriften wordt gezonden. Buiten de gemeenteraad om heeft de burgemeester inmiddels Gedeputeerde Staten omstandig geÔnformeerd over de ontwikkelingen in zijn gemeente en over zijn visie daarop. Op 20 juli worden de vier nieuwe kandidaten gekozen en in de raadsvergadering van 7 augustus keurt de commissie voor de geloofsbrieven de vier kandidaten af en adviseert deze niet toe te laten. Elst, Lent en Elden staan op hun kop. De gemeenteraad besluit een tweede adres aan de Tweede Kamer te richten, (weer met 7 stemmen voor)"....dat in deze gemeente bedreven ontduiking van de kieswet waartegen de raad bij adres van 5 mei l.l. van U voorziening vroeg, tot gevolg heeft gehad dat al de aftredende katholieke leden, die sedert verscheidene jaren zitting hadden, zijn vervangen door protestanten; dat deze geheel eenzijdige keuze de gemeenteraad doet vrezen dat het doel dezer kuiperijen is hier bestaande kwesties op onwettige wijze op te ruimen; dat de gemeenteraad van oordeel is in een dergelijke wetsverkrachting niet stilzwijgend te mogen berusten, temeer daar enkele der nieuwe kiezers zich woorden hebben laten ontvallen, die aangaande het plaats gegrepen misbruik het ergste doen vrezen......" Maar de burgemeester stuurde op 9 augustus opnieuw een brief aan de Gedeputeerde Staten met het verzoek de toelating van de vier nieuwe leden te gelasten. Dat gebeurde een dag later al. Maar de gemeenteraad legt zich daarbij niet neer. Men verwijt Gedeputeerde Staten terecht dat zij de gemeenteraad niet hebben gehoord en zij besluiten in beroep te gaan bij de Kroon met het verzoek het besluit van Gedeputeerde Staten van Gelderland te vernietigen. Geharrewar met de Raad van State betreffende de knoeierijen en de teleurstelling over het halfslachtige optreden van de Tweede Kamer verbitterden de raadsleden en de leden van de actiegroep. Op 24 oktober volgt het schrijven van de Kroon die het besluit van Gedeputeerde Staten niet wenst te vernietigen. Beroep is niet mogelijk. De burgemeester heeft gewonnen. Op 20 november worden de vier gekozen leden geÔnstalleerd in aanwezigheid van de burgemeester en twee raadsleden. De overige raadsleden weigerden de installatieplechtigheid bij te wonen. Hulde. De burgemeester zat op rozen met alleen jaknikkers in zijn gemeenteraad. Zat op rozen omdat het werk aan de spoorlijn die Elst uit zijn isolement moest halen al was begonnen. Wat noodzakelijk was om Elst in de komende kwarteeuw uit te laten groeien tot een fruitcentrum in de Over-Betuwe. In Lent en Elden heeft het geschipper van van Weezel heel wat kwaad bloed gezet.

Afb. 17d2: Gemeentehuis en postkantoor van Elst

Tot 1869 moesten de burgemeester/secretaris en zijn medewerkers zich behelpen met enkele gehuurde kamers die dienst dienen als gemeentehuis van de gemeente Elst met de kerkdorpen Elden en Lent. In dat jaar werd het voor die tijd moderne kubusachtige gemeentehuis geopend. Naast de nieuwbouw van het gasthuis van de Hervormde Gemeente dat twee jaren eerder was gebouwd. In 1904 werd links van het gemeentehuis het nieuwe postkantoor gebouwd ter vervanging van het oude gebouw uit 1877. Voor alle gemeentelijke zaken moesten de mensen uit Lent naar Elst. Ook voor het burgerlijk huwelijk. In die tijd was men dan wel enkele uren onderweg.

Afb. 17d3: De topografische kaart van Nijmegen en omgeving uit 1865 in de Historische Atlas van Nijmegen laat de nieuwe forten Lent boven en Lent beneden zien en de 'vesting' Nijmegen. De oude stad ligt ingeklemd binnen de oude wallen met daarvoor de vestingwerken en een 'gordel van woestenij' van honderden meters om de verdedigers een vrij schootsveld te bieden. De beslissing van koning Lodewijk Napoleon om de oude verdedigingswerken aan Nijmegen over te dragen met het recht om deze te slopen werd door een koninklijk besluit van koning WÔllem l in 1815 herroepen. Nijmegen bleef als vestingstad een schildwacht in een van de uithoeken van het nieuwe koninkrijk en de bestaande vestingwerken werden in de periode 1820-1825 uitgebreid met de forten Sterrenschans en Krayenhoff. In de periode daarna tot 1860 raakten de verdedigingswerken door geen of onvoldoende onderhoud in verval. In 1860 besloot het ministerie van oorlog om de verdedigingswerken in moderne staat van paraatheid te brengen en uit te breiden met de forten Afgebrande Molen, Ooi en Kwakkenberg Om de toegang tot ons land via de Waal voor een agressor onmogelijk te maken werden op de noordelijke Waaloever de forten Lent boven en Lent beneden in resp. 1862 en 1863 opgeleverd. Deze forten hadden als primaire taak in oorlogstijd verdachte schepen op de Waal met hun geschut te torpederen. Het ministerie van oorlog wilde onze neutraliteit beschermen door een eventuele aanvaller duidelijk te maken dat het jonge koninkrijk der Nederlanden afdoende beschermd was. Want het gistte en broeide in het Europa van 1860 waar Napoleon III de leidende positie van Frankrijk op het continent had weten te heroveren ten koste van het tsarenrijk en met Engelse steun en later ook met medewerking van de Oostenrijks-Hongaarse monarchie de Krimoorlog tegen de Russen was begonnen. (1854-1856) Na deze bloedige oorlog (de diacones Florence Nightingale verrichtte baanbrekend werk om het lijden van de vele gewonden te verrichten) begon hij met SardiniŽ een oorlog tegen Oostenrijk om Lombardije. Ook die oorlog werd in zijn voordeel beslist. En in Potsdam zat de ijzeren kanselier Bismarck geduldig zijn tijd af te wachten. Engeland benijdde ons om onze koloniŽn in de Oost. Een goede landsverdediging was dus een must. In de aanvankelijke plannen was ook een derde fort in Lent voorzien op de plaats van Knodsenburg. Op de topografische kaart staan de grachten van die schans nog aangegeven terwijl er in dat jaar alleen nog een stukje van de buitengracht over was. Dat derde fort is nooit gebouwd. Toen in de Frans-Duitse oorlog van 1870/71 duidelijk werd dat forten en vestingwerken in de moderne oorlog de oprukkende vijand niet konden tegenhouden werd de strategie herzien en op 18 april 1874 werd de vestingwet door de eerste kamer afgeschaft, Op 6 januari 1875 werden de vele fortificaties aan Nijmegen overgedragen behalve fort Krayenhoff en de Lentse forten. Op 26 januari al werd met de sloop van de Hezelpoort begonnen. Het begin van de stormachtige ontmanteling van de stad. De Lentse forten bleven onder het ministerie van oorlog. Onder de spoorbrug werd een grote kazemat gebouwd en in de eerste wereldoorlog werden rond de bezette Lentse forten manoeuvres gehouden. Daarbij leden Lentse warmoezeniers door onvoorzichtige soldaten schade aan hun gewassen zo wordt in het weekblad De Prins omstandig uit de doeken gedaan. Na de eerste wereldoorlog werden de forten overgedragen. Fort Lent boven, ook fort Sprokkelenburg of fort Bemmel genoemd kennen wij nu als het wijnfort. Fort Lent beneden werd ook fort Nieuw Knodsenburg of fort Hof van Holland genoemd.

Afb. 17e: Op de plattegrond van Lent uit 1868 staan de beide nieuwe forten uit 1862 en 1863, Lent Boven en Lent Beneden aangegeven. Ook de school in de Piepeben en de Waterstaatskerk op de hoek van de Kleidijk en de Steltsestraat, de korenmolen en het Molenpad en de panden van het oude Laauwik aan de Modderstraat. Het Kruis te Lent bij de Lentse kolk is het Nieuw Huis te Lent.

Afb. 17f: De harde winter van 1890/91 was sinds mensenheugenis strenger dan ooit. Wekenlang lag de gierpont vastgevroren aan de Waalkade. Voor voetgangers, karren en koetsen had de gemeente Nijmegen een begaanbaar pad over de Waal naar Lent uitgezet dat in de donkere uren werd verlicht Voor de overtocht moest wel het tarief van de gierpont betaald worden. Na 59 dagen kwam de gierpont weer in de vaart. De armen in de stad hadden veel van de koude te lijden. Zij werden door liefdadigheidsinstellingen met warme maaltijden en brooduitdelingen geholpen. Ook in Lent zorgde Vincentius voor extra hulp. De tekening werd ontleend aan een foto van C.P.Ivens. Op de achtergrond uitspanning Wildenbeest met theetuin en stalhouderij Braam.

Afb. 17g: Een beeld van de achterzijde van de nieuwe herenboerderij Huis Doornik die in 1824 werd gebouwd. Het oude Huis Doornik van Willem van Arenborch had in 1794 en 1795 veel te lijden gehad van eerst de bezetters uit Hannover en daarna van de Fransen en was nu voor de nieuwbouw gesloopt.

Een van de eerste regeringsdaden in 1591 van de kersverse ambtman Johan van Gent, die de mantel over de andere schouder had gehangen zoals dat heette omdat hij protestant was geworden, was de integratie van de heerlijkheid Doornik en Ressen in het schoutambt Bemmel omdat de laatste van Arenborch kinderloos was overleden. Het landgoed bleef in handen van adellijke families en via de van Beeck's en de van Rhenen's komt het goed in bezit van Jan van Hackfort. Met lusten en lasten. De lasten drukten zwaar door ťn de misoogsten ťn de loodzware lasten na de doorsnijding van de Ooi toen Doornik werd opgezadeld met een onbeheersbare schaardijk. Jan van Hackfort ging in 1689 bankroet aan de dijklasten. Via baron van Sevenaer die in 1695 het landgoed kocht en aan zijn dochter Amelia Candace gaf die met de Ranitz was getrouwd. Het werden decennia touwtrekken met de dijksteel over de dijklasten en de subsidies van het ambt waardoor de familie op de rand van faillissement kwam. (In Lent lang vervlogen tijd nr. 25 werd die lijdensweg uitvoerig uit de doeken gedaan) Onder de zoon van Amelia Candace, Johan B.S. de Ranitz kwam er weer wat orde in Huis Doornik. Het Huis had in 1794 en 1795 heel wat te lijden van de bezetters uit Hannover en daarna van de Fransen. In 1811 overleed J.B.S. de Ranitz. Het landgoed kwam in bezit van zijn dochter Eliza de Ranitz die trouwde met Roelof Graadt van Roggen. Eliza is de laatste eigenaresse uit een adellijk geslacht. Het landgoed bleef verder in handen van burgers. De zoon van J.B.S., Jacob Frans werd de eerste burgemeester van de gemeente Lent met Doornik en Ressen en na de gemeentelijke herindeling in 1817 burgemeester van Bemmel. Zijn plan uit 1812 om de toenmalige gemeenten Lent en Bemmel tot een krachtige Waaloevergemeente samen te voegen mislukte door de aftocht van de Fransen en het herstel van de oude schoutambten van voor 1795 in de nieuwe Over-Betuwse gemeenten. Evenals zijn zus trouwde Jacob Frans niet met een telg uit een adellijk geslacht maar met de steenrijke steenbakkerdochter Catharina de Cock.

Afb. 17h: Voorgevel en zijgevel van de nieuwe herenboerderij na de oplevering in 1824.

Afb. 17i: De voorgevel en de zijgevel van de nieuwe herenboerderij na enige verbouwingen en uitbreidingen waarbij onder meer een serre werd aangebouwd.

Afb. 17 j en 17k: De herenboerderij Doornik was, zoals vele grote boerderijen in de Over-Betuwe een gemengd bedrijf met extensieve landbouw en veeteelt. Links een indruk van de lange zijgevel van de grote boerderij met daarvoor een arrenslee die wordt ingespannen. Rechts de achtergevel van de grote aangebouwde schuur met een typisch rijtuigje. Huis Doornik was een T-boerderij, het woonhuis stond haaks op de grote schuur.

Afb. 17k1 en 17k2: Links Freule Eliza, Catharina, Johanna de Ranitz, dochter van Jhr. Johan, Bernard, Sigismund de Ranitz trouwde met de Nijmeegse burger Roelof, Gezinus Graadt van Roggen, (rechts.) Uit dit huwelijk werd Johan Hendrik Graadt van Roggen geboren die naar zijn grootvader werd vernoemd. Door dit huwelijk verloor Eliza de Ranitz haar adellijke status en kwam er een einde aan adellijke geslachten op Huis Doornik. Johan Graadt van Roggen werd bekend als lid van het driemanschap Francken, Terwindt en Graadt van Roggen die na de ontmanteling de uitleg van de stad hebben begeleid. Het begin van een sterke groei van de stad.

Afb. 17l: In september 1944 explodeerde een munitiewagen van de Duitsers die dicht bij Huis Doornik geparkeerd stond. Van de riante herenboerderij bleven wat geblakerde restanten van de muren over. De verwoesting was totaal. Na de oorlog werd op dezelfde plaats, weggehurkt achter de hoge bandijk uit 1799 een nieuwe moderne herenboerderij gebouwd. De tekening geeft een beeld van deze boerderij gezien vanaf de oude oprijlaan.