Lent lang vervlogen tijd

1591 Keerpunt in de geschiedenis

In het begin van de 16e eeuw bestond Lent eigenlijk uit twee delen: Het oude Lent rond de kerk met een agarische bevolking en de mensen bij de Veerdam en binnendijks van de Betuwse bandijk die van handel, verkeer en dienstverlening leefden. Lent was een centrum waar alle wegen uit het noorden naar Nijmegen samenkwamen bij de overzetplaats naar Nijmegen aan de Veerdam. Op de plattegronden in 'Stede-Atlas van Nijmegen' van F. Gorissen zien wij de bebouwing bij de Veerdam en binnendijks van de Betuwse Dijk. Het leek alsof Lent op termijn een voorstadje van Nijmegen zou worden. Maar het niet werd. In de 16e eeuw is de tijd van de explosieve groei van de Waalstad voorbij. De opstand van Nijmegen in 1585 tegen het Staatse gezag maakte een abrupt einde aan de groei van de economische bedrijvigheid aan de Veerdam. Ten behoeve van de eerste schans Knodsenburg werd alle bebouwing in een brede kring om die nieuwe schans gesloopt en werden alle bomen en boomgaarden in de omgeving gerooid. De handel met Nijmegen lag stil. In 1591 werd de eerste schans Knodsenburg (van 1585) gereconstrueerd om de recalcitrante stad beter met geschut te kunnen bestoken. In juni van dat jaar verjoeg Maurits de Spanjaarden die de schans belegerden naar de overkant van de rivier. Maar hij was niet bij machte superstrateeg Parma uit Nijmegen te verdrijven. Dat lukte pas ruim drie maanden later toen de Spaanse troepen naar het front in de zuidelijke Nederlanden werden gedirigeerd. De 'heylsame reductie' van Nijmegen betekende dat Nijmegen werd gedegradeerd tot schildwacht in de uithoek van de prille republiek en werd afgesneden van zijn natuurlijke achterland. Met de vlucht van het kapitaal van katholieke regenten, kooplieden, reders, gildenmeesters en priesters vertrok elke welvaart uit de stad. Import van wevers en andere ondernemertjes uit het westen had niet het beoogde resultaat.

LL 2: Knodsenburg speerpunt van Maurits op de borst van het recalcitrante Nijmegen. 
LL 18: Krijgsverrichtingen in Lent in de tachtigjarige oorlog. Schans Knodsenburg. 
LL 18: Guerrilla, godsdiensttwisten en oorlog in Gelder in de tachtigjarige oorlog. 

SL 14: Waarom Lent geen voorstad van Nijmegen werd.

SL 17: De doodstrijd van Gelder en de Gelderse Hanzesteden.
SL 24A: Confrontatie Parma en Maurits in Lent.

Afb. 10a: In 'Civitas Orbis Terrarum III van G Braun en F. Hogenberg uit 1571 zien wij een gezicht op Nijmegen vanaf de Lentse oever. De stad is dan op zijn retour. Het gistte en broeide in de stad waar handel en bedrijf stagneerden. Zeker ook door de blokkades van de geuzen maar vooral door de Europawijde verandering van de handelswegen na de ontdekking van Amerika en de achteruitgang van de Hanze. De werkeloosheid nam dramatisch toe en tal van gezinnen moesten beneden de armoedegrens leven. Dat had weer zijn weerslag op de omzetten van de boeren uit het achterland op de Nijmeegse markten. De gewone man begreep niets van de heisa over de nieuwe religie en nog minder over de verregaande tolerantie van het stadsbestuur waar een piepkleine calvinistische minderheid schromelijk misbruik van maakte en kans zag de meerderheid in het stadsbestuur te verwerven. Op 6 maart 1585 sloeg de vlam in de pan in Nijmegen; de calvinistische magistraten werden verjaagd, de twee predikanten uitgewisseld tegen Nijmeegse gevangenen in Arnhem en de soldeniers van de stadhouder de stad uitgeknuppeld. Zij vluchtten naar Veur Lent waar in opdracht van Neuenahr twee schansen moesten worden opgeworpen om de afvallige stad te bombarderen. Alle behuizingen in de wijde omgeving van de schans werden gesloopt om een goed schootsveld te hebben. Het bloeiende dienstencentrum aan de Veerdam dat tot een voorstadje van Nijmegen had kunnen uitgroeien bestond niet meer. Op 23 oktober 1585 ondernamen Nijmeegse schutters een onbesuisde aanval op de nieuwe schans. De aanval werd afgeslagen en de vluchtende Nijmeegse schutters werden achtervolgd tot in de huizen van Lentse mensen die 'werden uitgerookt.' Nog voor de Kerstdagen trok Haultepenne met zijn Spaanse troepen de Waal over om de schans te veroveren en te slechten. De Engels-Ierse bezetting van de schans ontweek de confrontatie maar verwoestte wel de kerken van Lent en Oosterhout en het Nieuw Huis te Lent. In januari 1585 werd Lent getroffen door een ijsramp. Daarna bezette Hohenlohe de schans en liet die verder aan zijn lot over. Lent werd voor zes jaar afgesneden van Nijmegen. Na de mislukte aanslag op Nijmegen door Maarten Schenk van Nideggen liet Maurits de verwaarloosde schans naar de principes van de vestingbouwer Simon Stevin reconstrueren en begon aan een meedogenloos bombardement van de stad. Van Mansfeld verdreef de Staatse bezetting van de schans en verwoestte wat al opgebouwd was. Daarna trok hij zich terug over de Waal en bliksemsnel werd de schans weer bezet en de schans voltooid. Op 13 juli 1591 sloegen de Spanjaarden onder Parma het beleg om de schans. In geforceerde dagmarsen trekt Maurits de Betuwe in en op 24 juli wordt de Spaanse cavalerie in een hinderlaag gelokt en verslagen. Parma is zijn rivaal te slim af en weet de confrontatie met Maurits te beperken tot achterhoedegevechten. Parma had, gedekt door de duisternis, zijn hoofdmacht over de schipbrug over de Waal in veiligheid gebracht. Op 26 juli zag Maurits dat zijn opponent hem te slim af was geweest en dat hij voorlopig geen aanval op Nijmegen kon riskeren. Dat lukte pas toen de hoofdmacht van Parma naar het Franse front werd gedirigeerd waar de oorlog tussen Spanje en Frankrijk in alle hevigheid was losgebarsten. Toen, op 21 oktober 1591, kon Maurits zijn oranjevaandels in de Waalstad planten. Dat werd bepaald niet als een bevrijding ervaren. Met de katholieke regenten, kooplui en ambachtsmeesters trok het handelskapitaal uit de stad. De stad was van zijn natuurlijke achterland afgesneden en door Holland gedegradeerd tot schildwacht van de prille republiek in de uithoek van het land. De ramp voor Nijmegen werd compleet toen in 1635/36 de zwarte dood de helft van de Nijmeegse bevolking het graf insleepte. De ramp voor Nijmegen was een ramp voor de agrarische ondernemers in Lent die het volume van een toch al weinig koopkrachtige markt tot de helft zag slinken. 

Afb. 10b: Op de oudste kaart van Nijmegen, van Jacob van Deventer uit 1557, zien wij binnendijks van de Lentse bandijk bij de Veerdam een dichte bebouwing. Op de plaats waar later de Grift en de Griftdijk kwamen liep toen de doodlopende weg naar Elst. Vanuit Elst was er toen geen weg naar Arnhem, anders dan via Huissen. Tussen de Veerdam en het oude dorp is dan nog geen bebouwing. Op de kaart zien wij het nu nog bestaande stratenplan met Tuinstraat, Steltsestraat, Modderstraat, (Laauwikstraat) en Visveldsestraat. Ten oosten van de bandijk lagen toen brede uiterwaarden.

Afb. 10b1: Kaart van Lent en omgeving rond 1550

Op de kaarten 34 en 78 van Stede-Atlas van Nijmegen geeft F. Gorissen lintbebouwing binnendijks van de Betuwse Dijk bij Lent aan met het zwaartepunt bij de Veerdam in resp. rond 1450 en 1550. Op kaart 78 staat de Lentse molen aangegeven. Op beide kaarten de kerk ongeveer op de plaats waar nu de kerk van de Hervormde Gemeente staat. Het dienstencentrum aan de Veerdam uit die periodes werd voor de aanleg van schans Knodsenburg in 1585 nagenoeg verwoest om de bezetting van de schans een vrij schootsveld te geven. In 1605 werd op kaart 52 van deze atlas heel wat minder bebouwing aangegeven. Na de opening van de Grift en de Griftdijk neemt de bebouwing sterk toe en groeit de Veerdam langs de Grift aaneen met het oude dorp geeft kaart 53 aan. Door ruimtegebrek werd er aan de Veerdam ook buitendijks gebouwd.

Afb. 10b2: Mislukte overval op Nijmegen door Maarten Schenk

Maurits wilde het opstandige Nijmegen bij verrassing innemen en hij vond de Nijmeegse Maarten Schenck van Nideggen bereid om die klus te klaren. In een zwoele zomernacht van 1589 zeilde hij met dertig schepen vanuit Schenckenschans steels naar de Waalkade. Zijn aanval mislukte en zijn mannen zochten in paniek een goed heenkomen op de schepen. Een aantal schepen kapseisde en andere zonken onder overgewicht. Velen verdronken, ook Maarten Schenck. De ontkomen manschappen kwamen tussen Lent en Oosterhout aan land. Of zij in Lent en/of Oosterhout schade hebben aangericht weten wij niet. Wel dat zij plunderend door Westfalen trokken en daar op een markt een waar bloedbad hebben aangericht. Plunderende soldatenbendes waren de schrik van de plattelanders.

Afb. 10c: Deze prent uit de 'Atlas van Stolk' demonstreert de onmacht van Maurits om Nijmegen in te nemen. De stad wordt vanuit Knodsenburg zwaar onder vuur genomen. Na het vertrek van de Spaanse hoofdmacht laat Maurits een schipbrug bij Weurt slaan en omsingelt de stad die 21 oktober valt.

Afb. 10d: Deze prent uit de 'Atlas van Stolk' probeert de oorlog in Lent in 1591 in beeld te brengen. De hinderlaag voor de Spaanse cavalerie, het beleg van Knodsenburg dat met zware Spaanse artillerie wordt beschoten.de gedisciplineerde terugtocht van de hoofdmacht van Parma via de schipbrug en de achterhoedegevechten.

Afb. 10d1: Deze ets van Frans Hogenberg probeert een indruk te geven van het bombardement van Nijmegen vanuit de schans Knodsenburg nadat de schans was ontzet en Parma zijn troepen had teruggetrokken. Er werd gevuurd vanaf de halve bastions met daartussen de redan aan de Waalzijde. De ets suggereert dat ook vanaf uitleggers op de Waal op de stad werd geschoten. Op de ets heeft de tekenaar een kerk afgebeeld. De Lentse kerk was in december 1580 door de terugtrekkende Engelse en Ierse bezetters van Knodsenburg verwoest. (Museum Het Valkhof)

Afb. 10d2: Op deze ets van Hogenberg wordt geprobeerd een beeld te geven van de verovering van Nijmegen door Maurits op 21 oktober 1591. De zieke Parma was toen naar Spa vertrokken om in de baden aldaar genezing te vinden voor zijn aandoeningen. De hoofdmacht van de Spanjaarden in de stad was toen vertrokken naar het Franse front. De overtocht van de Staatse eenheden over de pontonbrug bij Weurt en daarna de inname van de stad verliep zonder noemenswaardige tegenstand. Parma overleed een jaar later.

Afb. 10e: De eerste schans Knodsenburg, opgeworpen in 1585, was (waarschijnlijk) een vier bastionschans. Op de plaats van die eerste schans werd in 1591 de schans van Maurits aangelegd volgens de toen gangbare principes in de vestingbouw, zoals op de tekening van de doorsnede van een schans is te zien. De schans Knodsenburg van Maurits had een lengteas van ca. 176 m. De afstand tussen de voorste bastions was ca. 128 m. en tussen de achterste bastions ca. 110 m. De aarden wallen waren ruim 7 m. hoog en hadden op de kruin een breedte van 4 m. Op het laag gelegen 'terreplein' waren de commandopost, de onderkomens, wapenkamers en de kruithuizen ondergebracht..

Afb. 10f: Deze tekening op een van de documenten van de vrede van Nijmegen in 1678 geeft een beeld van Knodsenburg in dat jaar. Een schans met twee hele bastions aan de landzijde en twee halve bastions aan de Waalzijde. Daartussen een vooruitgeschoven redan. Van de eerste schans Knodsenburg die in 1585 na de opstand van Nijmegen werd opgeworpen om Nijmegen te bestoken zijn geen afbeeldingen of plattegronden. De schans die hier werd afgebeeld is de tweede schans van Maurits uit 1591 volgens de principes van Simon Stevin. De derde schans werd door Menno van Coehoorn in 1702 aangelegd. Een verdedigingswerk om de stad te beschermen en de overtocht over de Waal onmogelijk te maken. De plattegrond van die schans laat zien hoe die schans veel Lentse grond opeiste en de bewoners dwong langs de Oosterhoutse dijk en langs De Griftdijk te bouwen. Die lintbebouwing verbond het oude dorp met Veur Lent zoals onderstaande tekening laat zien.

Afb. 10g: Schans Knodsenburg van Menno van Coehoorn.

Afb. 10h: De tekening geeft een impressie van de soldaten van prins Maurits. De jonge Maurits had, tegen de Europese gewoonten in om in oorlogstijd een leger van huurlingen te werven, in vredestijd een klein staand leger opgebouwd dat intensief werd getraind en dat aan een ijzeren discipline was onderworpen.

Afb. 10i: Plattegrondvergelijking.