JAAR 1819

Tweede Vervolg
der
KRONIEK VAN NIJMEGEN

tot en met den jare 1900

door H. D. J. van Schevichaven

Digitale bewerking: Hans Giesbertz. Internetbewerking: Henk Kersten 2004

 

Bij deze digitale bewerking is zoveel mogelijk uitgegaan van de originele typografie. Deze digitale versie van de Kronijk van Nijmegen is voor studiedoeleinden vrijelijk te gebruiken. 

Bronvermelding wordt zeer op prijs gesteld; www.noviomagus.nl

V O O R W O O R D.

Johan Smetius, de oudere, stelde een Latijnsche kroniek der stad Nijmegen samen, loopende tot het jaar 1591, die door zijn zoon Reinier werd vertaald en uitgegeven omstreeks 1679. Deze kroniek werd later herdrukt, "uit de eigenhandige aanteekeningen verbetert en vermeerderd, voorts vervolgd tot den jare 1784." Hoewel dit laatste werk anoniem verscheen, is het wel bekend, dat het was van de pen van Mr. Johan in de Betouw. Dezelfde oudheidskundige gaf, op 87-jarigen leeftijd, een "Vervolg der Chroniek" in het licht, loopende tot het jaar 1818 incl.

Thans, nu het eind daar is der 19e eeuw, waarin de stad Nijmegen voorzeker de allermerkwaardigste gebeurtenissen van haar gansche bestaan beleefde, schijnt de tijd gekomen, om een vervolg te maken op dat Vervolg van In de Betouw, en de wederwaardigheden onze stad van af 1819 tot op den huidigen dag te boek te stellen. Dat is geschied in de volgende bladzijden.

Afwijkend van het stelsel, gevolgd door de oudere kroniekschrijvers en door In de Betouw, zijn in deze aanteekeningen, op enkele uitzonderingen na, stilzwijgend voorbijgegaan: bijzondere weersgesteldheden, bezoeken van vorstelijke personages, vondsten van Romeinsche oudheden, het verschijnen van kometen, het zitten van de Waal, dijkbreuken en ijsgangen en dergelijke gebeurtenissen meer, welke den lezer onzer dagen niet langer die belangstelling inboezemen, waarop zij bij onze vaderen mochten rekenen.

Daarentegen vindt men in de volgende bladzijden in het kort bijeen verzameld de gegevens, waaruit men de verjonging en het opbloeien onzer stad op den voet kan volgen, sedert het jaar van gratie 1878, toen zij eindelijk bevrijd werd van het noodlottig dwangbuis der vestingwerken, dat haar opkomst en ontwikkeling zoo lang onmogelijk had gemaakt.

1819 Gedurende den zomer van dit jaar werd de Gasthuis- of Regulierenkerk, in 1808 ingevolge eener verordening van Koning Lodewijk aan de Roomsch Katholieken overdragen, in orde gebracht, en werden de graven daarin geruimd. Het orgel werd aanbesteed voor f 6000. Het voormalige "cys" of accijnshuisje, naast het O.B. Gasthuis, eveneens aan de R.K. gemeente afgestaan, werd, met een daarnaast gelegen huis, tot een pastoorswoning verbouwd. De kerk werd ingewijd in 1821.
1820 In den herfst begon men op den Hoenderberg te graven, teneinde de fondamenten te leggen van de revÍtementsmuren van het fort Sterreschans, waarbij een paar honderd menschen arbeid vonden.

Op Zondag, den 22 October, werd aan de R.K. gemeente in de onderscheidene kerken een brief bekend gemaakt van J.B.R. baron van de Velde van Melroy, primaat van Gelderland, inhoudende de indeeling der stad in vier parochiŽn; die van de Broederkerk, welke den H. Dominicus, die der Regulierenkerk, welke den H. Ignatius, die der Augustijnenkerk, die den H. Augustinus, en die der Franciscanenkerk, welke den H. Franciscus tot patroon heeft. Deze indeeling trad in werking op 1 November 1820.

11 November sterft Mr. Johan in de Betouw. Als kundig jurist was hij ťťn der zeven rechtsgeleerden, aan wien door het Uitvoerend Bewind der Bataafsche Republiek in 1798 de samenstelling van een Burgerlijk Wetboek werd opgedragen. Niet minder muntte hij uit als oudheidkenner en geschiedkundige. Aan zijn voorspraak is men hoofdzakelijk verplicht, dat bij het afbreken van den Burcht, in 1796, de beide kapellen gespaard bleven. Zijn rijke verzameling van Romeinsche oudheden werd den 30en September 1822 en volgende dagen te Amsterdam in het openbaar verkocht.

1821 Belangrijke reparatiŽn werden in dezen zomer verricht aan den toren der St. Stephenskerk; o.a. werd hij aan de Westzijde geheel met een nieuwen muur bekleed.
1823 Door de stad werd aangekocht een huis aan de Duivengas, behoorende aan de familie Singendonck, dat in 1825 als kazerne in gebruik werd genomen.

14 October. Des avonds te zes uur kwam hier voor de eerste maal een stoomboot aan, de "Nederlanden" genaamd, welke dien morgen om 7 uur van Rotterdam was vertrokken. Een groote menigte had van 2 uur af, de komst van dit vaartuig afgewacht. Den volgenden morgen om 6 uur keerde het weder naar Rotterdam terug, waar het te 2 uur aankwam.

In de maand November begon men, na veel tegenkanting van Z.M. den Koning, met het maken van den straatweg onder langs den Hoenderberg naar Kranenburg. De eerste klinker werd gelegd op 27 April 1824 door den burgemr. van den Steen, als voorzitter der commissie voor het aanleggen van dien weg.

20 December werd het gebouw aan de Kaaskorversgas ingewijd, dat in den loop van dit jaar door het Dep. Nijmegen der Maatsch. tot Nut van het Algemeen was aangekocht en verbouwd tot een schoollokaal, een woning voor den hoofdonderwijzer en een vergaderzaal voor de leden.

1824 19 Maart, kwam het nieuwe regeeringsreglement voor deze stad in werking, en werden de nieuw benoemde burgemeester, wethouders en raadsleden als zoodanig afgekondigd.

6 Juni. Eerste Pinksterdag, de straatweg tot aan het kerkhof te Beek voltooid zijnde, werd door de commissie, onder feestbetoon, het eerst bereden. 's Namiddags telde men op den weg duizenden wandelaars en meer dan honderd paarden.

11 October. Koning Willem I bezoekt Nijmegen, bezichtigde den aanleg van een nieuw fort aan den Waaloever, beneden de stad, bij de batterij Batavia en gaf het fort den naam van Kraijenhoff, den ingenieur belast met de aanlegging. Z.M. hield verblijf ten huize van Gen. baron Kraijenhoff (thans de Josephsschool, aan het Kelfkensbosch), inspecteerde het garnizoen, de schutterij en de vestingwerken en vertrok den volgenden dag naar Maastricht.

In dit jaar werden de kantons Boxmeer, Grave en Ravenstein, van het arrondissement Nijmegen gescheiden, en die van Bemmel en Elst er bij gevoegd.

1825 Door het meer en meer in gebruik komen van stoomvaartuigen, had een gedeelte der beurtschippers op Rotterdam de energie, om in vereeniging met eenige ingezeten, een stoomboot in de vaart te brengen, die onder den naam van "Willem I", den 2 November hier voor het eerst aankwam. Driemaal per week ondernam zij de reis naar Rotterdam; middelerwijl bleven nog zes beurtschepen in het veer varen.
1826 1826 werd de Burchtpoort, aan het einde der Burchtstraat, afgebroken. De klok, afkomstig van de St. Anthoniuskapel, op het St. Anthoniusplein, bleef eigendom der stad, en werd in 1841 voor f 600 naar Utrecht verkocht. Een keten, waaraan een gedeelte van den in 1589 gevierendeelden Marten Schenck eenmaal had gehangen, in den boog aan de Z.zijde van deze poort bevestigd, werd op het Raadhuis geplaatst en berust thans in het Gemeente Museum.

Bij het graven aan het fort Kraijenhoff werden in dit jaar merkwaardige Romeinsche oudheden gevonden o.a. zuilen, kapiteelen en fondamenten van gebouwen.

Het laantje van wilde kastanjeboomen op het Valkhof, voerende naar het Hof, werd in dit jaar geplant. Het ontving den naam van Straalmans-laantje, naar Paul baron Straalman, voormalig burgemeester dezer stad, die een bedrag van f 2000 bij het O.B. Gasthuis geplaatst had, waarvan de rente strekt, ter verfraaiing van de openbare wandelingen. De linkerzijde van dit laantje werd in 1836 opgenomen en langs den Voerweg geplant.

1828 In een rekwest aan den Koning, in dit jaar ingediend, tegen de opheffing van de Rechtbank alhier, wordt gezegd, dat volgens de laatste statistieke beschrijving, Nijmegen een derde meer inwoners telde dan Arnhem, de helft meer dan Zutphen, en nagenoeg drie vierde meer dan Tiel. Bij de wet op het Middel der Patenten was Nijmegen dan ook geplaatst onder de 27 groote steden des Rijks, Arnhem en Zutphen in de vierde, Tiel in de vijfde klasse.
1829 Op 1 Januari trad, volgens raadsbesl. van 5 Sept. 1828, de nieuwe verordening op het gebruik van het algemeene kerkhof, buiten de stad, in werking. 
1830 Uit hoofde van den opstand in BelgiŽ en een zekere gisting dientengevolge heerschende in deze stad, werd de kermis dit jaar niet gehouden en eerst weder ingesteld na de afkondiging van den vrede in 1839.

De Kraanpoort werd afgebroken en met den muur tot aan de Galerij herbouwd. Bij die gelegenheid werd het klokje, dat het vertrek der beurtschepen placht te luiden, op het Hof geplaatst, om het sluitensuur aan te kondigen.

12 October. Ten gevolge eener oproeping van Z.M., namen verscheidene jongelieden van goeden huize dienst als vrijwilligers in verschillende korpsen. Een commissie van 10 leden, 5 uit de regeering en 5 uit de burgerij, werd benoemd, om te voorzien in de behoeften der achtergebleven betrekkingen van de uitgetrokken schutters. SociŽteiten en tapperijen moesten om 10 uur 's avonds sluiten. Met het vallen van den avond waren samenscholingen van meer dan 5 personen, verboden. De buitenwerken werden voorzien van palissaden, de boomen gekapt op den Ooischen dijk en buiten de Hezelpoort, de wachthuizen aan de poorten versterkt en met geschut bewapend aan de zijde der straat, tegen een gevreesde overrompeling door kwaadwilligen. De toegang tot de wallen, waar het geschut in stelling stond, was verboden. De Hoender-, Molen-, Mei- en Kraanpoort, die overdag nog geopend werden, moesten om 5 uur gesloten zijn.

11 November. Het bericht, dat Venloo in handen der opstandelingen gevallen was, veroorzaakte hier groote ontsteltenis. Daar het garnizoen reeds den 30en en 31en Augustus uitgetrokken was, werden in allerijl 400 man infanterie en een detachement kurassiers uit Arnhem ontboden. Den 17en November werd Nijmegen in staat van beleg verklaard. Den 18en kwamen de Groningsche en Amsterdamsche schutters hier in garnizoen, en bleven een half jaar lang ingekwartierd bij de ingezetenen. Den 23en vertrok de Nijmeegsche mobiele schutterij naar Grave, uitgeleid door een groote menigte, na vooraf te zijn toegesproken door den wethouder M.J. de Man, fungeerend burgemeester. Twee kanonneerbooten en twee roeikanonneerbooten werden op de Waal gestationneerd vůůr de stad.

25 November. Prins Frederik kwam hier om de wallen en het garnizoen te inspecteeren.
Het prachtige woud der Vier Perken, gelegen tusschen den Ouden Postweg, MariŽnboom, het reservoir der Waterleiding en de Meerwijken, werd dezen winter omgehakt, teneinde hout voor palissaden te leveren.

1831 In de maand Juli werd hier in een vrijwillige leening voor het Vaderland ingeschreven voor een bedrag van f 153,520.

11 Augustus had er een verkenning plaats naar Mook en Gennep, waar Belgische benden zich vertoond hadden; onze manschappen maakten eenige wapens en een Brabantsch vaandel buit.

10 September. De Prins van Oranje (later Willem II) opperbevelhebber van het leger, werd hier, na den Tiendaagschen veldtocht, met bijzondere eerbewijzen ontvangen. De stad was bevlagd en groengemaakt, eerebogen waren opgericht in de Burcht- en Molenstraat. Na de wallen en forten geÔnspecteerd en een audiŽntie verleend te hebben, vertrok Z.K.H. 's avonds naar Tilburg.

20 September kwam uit het leger hier door de Vrijwillige flankeurs-compagnie der Groningsche en Franeker studenten. Zij werden door generaal George, commandant van het garnizoen, en vele officieren te paard, op den Graafschen weg met militaire muziek tegemoet gegaan en onder de tonen van het Io Vivat de stad binnengeleid. Op de Markt hielden de Generaal en de Burgemeester van Lijnden welkomsttoespraken, waarna den studenten door de officieren der Groningsche Plattelandsche Schutterij, die hier in garnizoen lag, een dejeuner in het logement de stad Frankfort of den Doctor, op den Doddendaal, werd aangeboden. Vele ingezetenen hadden hun huizen voor logies beschikbaar gesteld, waartoe de kaartjes buiten de stad waren uitgereikt. Den volgenden morgen vervolgden de studenten hun marsch naar Groningen.

31 October, kwam een bevel om een geretrancheerd kamp aan te leggen rondom de vesting, strekkende van het fort Kraijenhoff tot aan het fort Sterreschans. Terstond werd daarmede een begin gemaakt.

24 November. Er werden twee loodsen op het Bosch opgeslagen, een voor 120 paarden der artillerie, de andere ter verzameling der manschappen, die des morgens op verkenning uitgingen. Teneinde ruimte daarvoor te maken in het dicht beplante Bosch, moesten een aantal boomen vallen.

1832 Den 31 Januari werd hier ter stede voor f 653,200 ingeschreven, behalve hetgeen te Amsterdam was aangegeven, in een vrijwillige leening van f 138 millioen.

In de maand Juni werd een commissie van 10, later 13 leden benoemd, ten einde maatregelen te nemen tot wering van de cholera, die toen alom begon te heerschen. In Augustus werd een quarantaine van 5 dagen ingesteld op de Duitsche grens. Den 19en Augustus kwam hier het eerste geval voor. Op 21en Augustus werd het ziekenhuis voor choleralijders geopend, waartoe het voormalig fabriekhuis Bethlehem (latere H.B. School) werd ingericht. Aanvraag voor opname moest geschieden op de Kannenmarkt, waar zich dag en nacht een lid der commissie, een geneesheer en een apotheker, benevens oppassers en dragers met draagkorven bevonden. In het ziekenhuis was dag en nacht een der beide stadsdoctoren, Dr. C. van Eldik en Dr. P.S. Scheers aanwezig. Door deze verstandige voorzorgen, nam de ziekte hier geen groote uitbreiding en kon reeds den 25 September bekend gemaakt worden, dat zij geweken was. In het geheel waren 42 personen aangetast, waarvan 19 overleden. Het Schependom bleef geheel bevrijd. Den 2en November werd de commissie ontbonden.

29 September vertrok een bataillon Groningsche plattelandsche schutterij, dat hier anderhalf jaar in garnizoen gelegen had, naar Heumen.
In de maand November begon men de wandelingen op het Hof aanmerkelijk te veranderen en te verfraaien.

24 November werd de landstorm opgeroepen, nadat Engeland en Frankrijk embargo op de Nederlandsche schepen hadden gelegd, en een Fransch leger BelgiŽ was binnengerukt. Negen compagnieŽn, uitmakende het eerste bataillon Geldersche Landstorm, waren geheel samengesteld uit Nijmegenaars. Door den Gouverneur werd aan Z.M. een voordracht voor benoeming tot officieren gedaan, doch daaraan werd geen gevolg gegeven.

1833 7 Mei werd door eenige apothekers op den Doddendaal, ter plaatse der voormalige tuinen van het naar de familie van Bylandt genoemde huis Palsterkamp, een Hortus Botanicus aangelegd, alwaar door hen tevens aan hun leerlingen onderwijs werd gegeven in de Botanie en Chemie. In 1835 schonk het sted. bestuur f 600 tot het bouwen van een broeikas. De jaarlijksche toelage, die de stad jaren lang verstrekt had aan deze inrichting, werd ingetrokken in 1872. Niet lang daarna werd de vereeniging ontbonden en het terrein verkocht aan het kerkbestuur der H. Franciscuskerk in de Houtstraat.

In November werd de toegang tot de wallen weder vrijgesteld, die sedert 1830 verboden was.

1834 Op 10 en 11 Augustus vertrokken weder twee bataljons Groningsche schutters, die hier sedert 1831 in garnizoen hadden gelegen; den 14en Augustus vertrokken de Noordbrabantsche schutters en den 31en kwam een gedeelte der Geldersche schutterij terug. De stad was te hunner eere feestelijk getooid met groen en vlaggen, terwijl de Groote SociŽteit op de Markt (thans de fabrikant van zilverwerken Bielen) tot hun ontvangst was ingericht.

Daar genoegzaam alle schutters met onbepaald verlof naar huis werden gezonden, staakte de commissie, 12 Oct. 1830 opgericht, haar bedeelingen en werd ontbonden. In het geheel waren f22,575 aan hulpbehoevende schuttersfamiliŽn uitgereikt.

1835 29 October. Aanbesteding van het aanleggen van een grindweg buiten de Molenpoort, de Graafsche Weg genaamd, van het glacis tot aan den Teersdijk.
1836 In den zomer hadden er verbouwingen plaats aan de Latijnsche School, bij welke gelegenheid werd weggenomen een grootendeels vergane voorstelling van het Laatste Oordeel, in steen gehouwen, in de eerste verdieping boven de deur.

18 October werd hier een bijzonder sterk Noorderlicht waargenomen, opkomende in het N.Oosten en verdwijnende in het Z.Westen.

29 November stak een geweldige storm op uit het Z. Westen, die tot 6 uur 's avonds aanhield. Bijna geen huis bleef onbeschadigd; vooral leden de daken der Groote Kerk en van het arsenaal op MariŽnburg. Op het Kelfkensbosch, het Hof en elders werden vele zware boomen ontworteld of doorgebroken. De ponten der gierbrug werden weggeslagen. Te Ewijk woei een molen omver en op de Waal, tusschen Lobith en Huissen, verongelukten zes schepen.

In dit jaar werd het houten hek, waarmede het Hof gesloten was, door een ijzeren vervangen.

16 December. Volgens raadsbesluit van 28 October werden de stadsbouwhoven, onder Groesbeek, Heumen, Malden en Oosterhout gelegen, publiek verkocht.

1837 24 Juli. Ingevolge raadsbesluit van 11 Maart werden de beide stadsbouwhoven te Lent gelegen, publiek verkocht.

In dit jaar werd een bliksemafleider op den toren geplaatst, naar het plan van den Luitenant-Generaal Baron Krayenhoff.*) 

*) De tegenwoordige afleider werd geplaatst in 1875, door den heer Funckler te Haarlem, voor den prijs van f 276,64. Ook de Belvedere ontving toen een bliksemafleider, die, wegens de mindere hoogte van het gebouw, slechts f 170 kostte.

1838 Op 6 Januari viel een strenge vorst in, die 16 dagen aanhield. Het ijs in de Waal zette zich den 15en, met een open vak voor de stad. Bij boring werd bevonden dat het een dikte had van 40 c.M., zoodat niet alleen diligences met vier paarden, maar zelfs twee stukken geschut van zwaar kaliber de rivier passeerden. Tot 26 Februari had de overtocht met voertuigen plaats. Eerst den 6en Maart ging het ijs los en dreef af zonder ongelukken te veroorzaken.

Wegens de groote armoede ten gevolge van de langdurige en strenge koude, had zich een comitť gevormd tot uitdeeling van soep, dat door loterijen en concerten in staat gesteld werd, wekelijks 6000 portiŽn aan 3221 behoeftigen uit te deelen. Ook vormde zich een gezelschap van dames, onder den naam van Dorcas, dat zich ten doel stelde, eigengemaakte kleedingstukken aan behoeftigen te schenken, en dat zijn weldadigen arbeid nog tot op den huidige dag blijft voortzetten.

In de maand Juni werd voor f 5185 aanbesteed, het inwendig veranderen en verfraaien van het Stadhuis, meer bepaaldelijk van de zaal voor de Rechtbank en de Secretarie, de Burgemeester's kamer en de Raadzaal.

In September begon men de oude Stadsschuur en Ruiterwacht bij de voormalige Burchtpoort af te breken, teneinde aldaar een gebouw te zetten, dat als Schouwburg en concertzaal zou dienen, hetwelk werd aanbesteed voor f 33,500.

28 September had de beŽediging en installatie plaats der Arrondissements-Rechtbank en van het Kantongerecht; beide zetelden op het Stadhuis.

1 October werd de rechtbank van Koophandel opgeheven.

In dit jaar werden de palissadeeringen, in 1830 binnen de stad bij de poorten gemaakt, opgeruimd.

1839 In de maand Mei is de personeele belasting in deze gemeente verhoogd, wegens vermeerdering van inwoners, wier getal tot 17,280 gestegen was. Het getal 17,280 is dat der inwoners van de stad alleen.

22 Mei, overleed alhier in zijn appartementen aan de Kannenmarkt, Z.D.H. de hertog van Saksen-Weimar-Eisenach, 1e luitenant bij het korps Ingenieurs en Mineurs alhier in garnizoen, in den ouderdom van bijna 20 jaren. Zijn lijk werd op de Protestantsche begraafplaats met vorstelijke en militaire honneurs bijgezet.

In de maand Juli is, na schikking der zaken met BelgiŽ, de staat van oorlog voor deze stad opgeheven, waarna de poorten weder op de vroeger gewone tijden geopend en gesloten werden, naargelang der seizoenen.

In September werd aanbesteed voor f 1270 het graven van een welwatersput op het Valkhof, ter diepte van 80 voet, onder voorwaarde van meerdere betaling, als er dieper moest gegraven worden. De pomp werd in gebruik gesteld 20 Aug. 1841.

In deze maand was voor het eerst sedert 1830 hier weder kermis.

15 October, had de inwijding plaats van den Schouwburg, door de Zuid-Hollandsche tooneelisten onder directie van Hoedt en Bingley, met een expresselijk daartoe vervaardigd stuk, getiteld: "de Tijdgeest of Kunst en Kunstmin", gevolgd door het blijspel "de Bruid van Vreeland of Wie is de Bruidegom?" en ten slotte "de Eerste Minnehandel of Herinneringen uit onze Kinderjaren". Na de voorstelling vereenigden zich een zestigtal feestgenooten aan een souper, dat tot laat in den morgen duurde.

In de maand December werd de houten paardenstal, die in het begin der Belgische onlusten op het Bosch gebouwd was, weder afgebroken en werden de palissadeeringen aan de poorten, in de vestingwerken, en aan de forten opgeruimd.

In den loop van dit jaar werd de sociŽteit "Burgerlust" aan het Valkhof gebouwd. Zij was aanbesteed voor de som van f 11,250.

1840 5 October werden ingevolge raadsbesluit, de boomen op het Kelfkensbosch verkocht en dit terrein tot een exercitieplein bestemd, waar een laan omheen liep. Tevens werden de kastanjeboomen aan de Noordzijde van de Burchtstraat, aan de Westzijde van de Molenstraat en elders opgeruimd, met bepaling, dat er in de straten geen boomen meer zouden worden geduld. Een uitzondering werd gemaakt voor een rij boomen aan de O. zijde van de Houtmarkt, die tot 1900 in stand bleven, eenige boomen aan den Lindenberg en een aan de Korenmarkt, welke laatste thans alleen nog bestaat.

Den 24 November overleed Z.E. de luit.-generaal C.R.T. baron Kraijenhoff, grootkruis van de Mil. Willemsorde, ridder van het Legioen van Eer, titulair gouverneur van Amsterdam, in den ouderdom van 82 jaren. Zijn lijk werd vier dagen later, zonder militaire honneurs, in het naar zijn naam genoemde fort ter aarde besteld, waar, met 's Konings toestemming, reeds in 1826 een grafkelder voor hem was gebouwd.

1841 Het klooster Bethlehem, dat in den loop der tijden gediend had voor de meest verschillende doeleinden, werd ingericht tot woonplaats voor gehuwde onderofficieren of muzikanten. Daarbij kwam de put, die vroeger binnen de enceinte van het gebouw stond, daarbuiten te staan en werd voor het algemeen gebruik opengesteld.

11 Juni. Bezoek van Z.M. Willem II, die hier overnachtte en den volgenden dag naar Venloo vertrok. Daar teekende hij het besluit tot aanleg van een grindweg tusschen Nijmegen en Maastricht.

31 Juli werd het uurwerk op den Schouwburg geplaatst, waarbij de klok werd aangebracht, die vroeger op de Kraanpoort, en sedert 1830 op het Hof had gehangen.

In de maand Augustus werd op de Concertzaal in den Schouwburg voor het eerst een tentoonstelling van schilderijen van levende meesters gehouden, georganiseerd door het teekengenootschap "Oefening kweekt Kunst",*) waarvoor ruim 174 stukken waren ingekomen. Door de stad werden voor f 650 vier schilderstukken aangekocht, die in het foyer van den Schouwburg werden opgehangen.

*) Dit genootschap opgericht in 1830, genoot het vrije gebruik van de kamer boven den Kerkboog en werd opgeheven in 1880, toen bij besluit van 7 Juli de vergunning tot het gebruik van dat lokaal, dat de Gemeente noodig had, werd ingetrokken. Het doel der vereeniging was het teekenen naar het levend model, ('s Woendagsavonds in de wintermaanden,) en het houden van Kunstbeschouwingen (in den Schouwburg) waartoe ook de talrijke niet-werkende leden toegang hadden.

30 November werd door den raad een reglement vastgesteld, op de beoefening der Genees-, Heel-, Verlos- en Artsenijmengkunde. 

18 December werd op een schavot voor den Kerkboog, een misdadiger met een strop aan de galg vastgemaakt, gegeeseld en gebrandmerkt.

In den loop van dit jaar is de zoogenaamde Kleefsche Baan (nu Bergendalsche weg) tot aan het Hengstdal met boomen bepoot. De vroegere laan was in 1832 omgehakt.

1842 Bij raadsbesluit van 7 Maart werd goedgevonden, de oude Latijnsche School die zeer in verval was (zij telde nog slechts tien leerlingen) en niet meer in de behoeften des tijds kon voorzien, te doen vervangen door een Gymnasium. Daaraan zouden werkzaam zijn: een rector en een conrector, verder zou er onderricht worden gegeven in de Wiskunde, Geschiedenis, Aardrijkskunde, de beginselen der Natuurkunde, de Nederduitsche, Fransche, Hoogduitsche en Engelsche talen, voor het onderwijs in welke vakken nog twee leeraren benoemd werden.

Door Burgemeester en Wethouders werd bepaald, dat de verschillende nog op het stadhuis aanwezige voorwerpen afkomstig van de voormalige gilden, en andere oudheden, in een glazen kast zouden worden geborgen, waardoor de eerste grondslag werd gelegd, voor de thans bestaande Gemeente-Verzameling van Voorwerpen van Geschiedenis en Kunst.

10 Juni werd de eerste steen gelegd voor een schoollokaal van de Ned. Hervormde Diaconie, aan de Zeigelbaan, waartoe zij in staat was gesteld door milde bijdragen van de leden der Hervormde gemeente.

23 Juni sloeg de bliksem in de spinnerij op MariŽnburg, doorliep alle vertrekken, waarin vele arbeiders werkzaam waren en een groote voorraad van bewerkt en onbewerkt katoen voorhanden was; hij verliet het gebouw zonder eenige schade aan te richten.

15 Juni werden de negen leden van de Kamer van Koophandel en Fabrieken alhier, door den heer baron van Zuylen van Nievelt, lid der Gedeputeerde Staten van Gelderland, geinstalleerd. De oprichting dezer Kamer was bepaald bij kon. besluit van 21 Juni 1842.

2 Augustus werd in de Waalsche kerk het gymnasium geopend door den rector Dr. J.J. Kreenen met een redevoering in de Lat. taal, "de antiquarum et recentiarum linguarum studio in gymnasiis conjungendo". Des namiddags boden H.H. Curatoren aan de leden van het Dagelijksch Bestuur en aan de onderwijzers aan het gymnasium een diner aan, in het hŰtel de Place Royale. - Het getal leerlingen bij de opening bedroeg 28.

Op aanvrage van het Bestuur bepaalde Z.M. de Koning in deze maand, dat de Kronenburgertoren voortaan, niet dan bij de uiterste noodzakelijkheid, als bewaarplaats van buskruit en ontvlambare ammunitie zou gebruikt worden.

25 October. Plechtige inwijding van de nieuwe school der Hervormde Diaconie aan de Zeigelbaan, waarna de leerlingen, ten getale van 170, feestelijk onthaald werden.

7 November. Aanbesteding te Maastricht van den grooten weg Nijmegen - Maastricht, voor f71.000, waartoe de provincie Gelderland bijdroeg f 10.000, Nijmegen f 5000, Heumen f 500.

December. In deze maand eindigde het contract (tot stand gebracht in 1816) tusschen den ondernemer van de wolspinnerij op MariŽnburg en de Gemeente. Wegens groote uitgaven en weinig voordeel voor deze stad werd de inrichting opgeheven.

Door den stads-plantagemeester F. Borkens werd, na proefnemingen in de jaren 1839 - 41, volgens een door hem ontworpen plan, overgegaan tot de algeheele ontginning van Heumens Oord (een stadsbezitting van ongeveer 400 bunders heigrond). Door den ijver en het goed overleg van dezen verdienstenlijke ambtenaar werd het Heumens Oord een rijke bron van inkomsten voor de Gemeente. De kosten tot en met 1850, benevens de bepoting van het Heumensche Bosch met slaghout, bedroegen de betrekkelijk geringe som van f 14857,70Ĺ.

1843 In de maand Mei werd door de R.K. gemeente het heerenhuis met tuin, aan de W.zijde van de Houtmarkt aangekocht, en den 29 Augustus v. d. j. als diaconieschool en bewaarschool geopend.

Juli. Tweede Tentoonstelling van Schilderijen van levende meesters, die echter niet kon opwegen tegen die van 1841. Ditmaal kocht de stad twee schilderijen, voor den prijs van f 400.

30 September. Op een schavot, staande voor den Kerkboog, op de Groote Markt alhier, had de voltrekking plaats van het doodvonnis door hanging, waartoe zekere J. J. B. was veroordeeld, wegens moord gepleegd in den nacht van 10 Jan. 1843, aan een vrouw te Winsen. In een tijdperk van meer dan 40 jaren was hier ter stede geen doodvonnis voltrokken.

20 November. Tengevolge eener verzakking van den kerkvloer werd, bij gelegenheid der reparatiŽn, de grafkelder onderzocht onder het monument van Anna Katherina van Bourbon, in de St. Stephenskerk.

In de maand December werd hier het bericht ontvangen, dat te Rome de noodige stappen gedaan werden, tot zaligverklaring van den beroemden hier geboren JezuiŽt Petrus Canisius.

13 December werd een bewaarschool voor kinderen van minder-gegoeden opgericht door de Maatschappij tot Nut van het Algemeen, in een huis aan de Burchtstraat.

In deze maand werden vergeefsche pogingen aangewend door de Kamer van Koophandel en Fabrieken, bij den Minister van Binnenlandsche Zaken, teneinde te verkrijgen, dat de Rijnspoorweg van Arnhem over Nijmegen op Keulen, langs den linker Rijnoever zou verlengd worden. Reeds in Januari van het volgende jaar ontving de Kamer het antwoord van den Minister, dat de Koning van Pruisen de concessie langs den rechter Rijnoever verleend had.

1844 In de maand Maart werd door de ingezetenen van Nijmegen voor ruim f 800,000 ingeschreven op de Vrijwillige Leening tot wering eener buitengewone belasting op de inkomsten, noodzakelijk geworden tengevolge van den noodlottigen toestand van 's lands financiŽn. In deze leening hadden o.a. bijgedragen: de stad Nijmegen f 3750; het O.B. Gasthuis f 60,000; het Protest. Weeshuis f19,000; het R.K. Weeshuis f 9000; de Nederd. Herv. Gemeente f 1400; de Nederd. Herv. Diaconie f 1300. Tevens verbonden zich eenige gegoede leden dier gemeente, om de geldelijke schade, die de Diakoniekas door deelneming in de leening zou komen te lijden, voor hun rekening te nemen.

5 Mei. Op den Klokkenberg werd door eenige aanzienlijke ingezetenen *) een Bijzondere School voor Christelijk Onderwijs opgericht.

*) Mr. J.J.L. van der Brugghen (later Minister van Justitie). W. baron van Lijnden, J. baron Mackay en Ds. E. Zubli, Waalsch predikant.

29 Mei werd de wederoprichting der Vrijmetselaarsloge St. Lodewijk plechtig vanwege de Groote Loge bekrachtigd, na sedert het jaar 1800 gesloten te zijn geweest.

28 September. Bij besluit van dezen datum werd door Z.M. toestemming verleend tot de oprichting eener R.K. gemeente te Hatert, en aan die gemeente toegelegd een subsidie van f4500, benevens een jaarwedde van f 400 voor den aldaar te benoemen pastoor.

December, aanbesteding eener herstelling van het voor 20 jaren gebouwde fort Sterreschans, ten bedrage van f 82,000!

1845 Nadat de Waal reeds tweemaal, in December en in Januari, korten tijd gezeten had, zette zich het ijs voor de derde maal vast voor de stad op 1 Maart, bij een waterhoogte van 4 1/2 meter. Op 23 Maart, eersten Paaschdag, hadden de veerlieden de Nederlandsche vlag op de Waal geplant, en daarbij een vuurhaard gemaakt, waarop eieren hard gekookt en door velen ter herinnering genuttigd werden. Des avonds maakte men op vele plaatsen, zoo vůůr de stad als elders, Paaschvuren op de Waal. Den 25en ging men nog te voet over de rivier, doch op den laten avond van 26 Maart ging het ijs los, tengevolge waarvan den volgenden dag een doorbraak in den Ooischen bandijk ontstond, waardoor de straatweg naar Kleef op vele plaatsen onder water kwam te staan. Eerst op 11 April werd de gierbrug weder gelegd, na een verblijf van 125 dagen in de stadshaven.

3 April bezweek de dam aan de Haven, zoodat het water tot in de beneden Hezelstraat, de Boddelstraat, gedeelten van de Papengas en Bagijnengas kwam te staan.

Juli. Het bouwen eener R.K. kerk te Hatert aanbesteed voor f 9890.

23 October. Het R.K. Weeshuis voor een bedrag van omtr. f 10.000 verbeterd en met een nieuwe school voorzien zijnde, werd ingewijd door een kinderfeest, waaraan de kinderen van beide huizen deel namen, in bijzijn der H.H. regenten.

1846 22 Februari werd door een buitengewone Nijmeegsche courant bekend gemaakt, dat den 14 Febr. j.l. een concessie was verleend voor een spoorweg van Arnhem, over Nijmegen, Grave, Veghel naar 's-Hertogenbosch. De concessionarissen waren voor Nijmegen, de heeren J. van der Heyden, C.C. Haverkamp, R.G. Graadt van Roggen en G.C. Rombouts, verder M. Vermaas, te Helvoetsluis en N. Prins te Sliedrecht. 11 April werd door Z.M. de overeenkomst bekrachtigd, tusschen de Ministers van Binnenlandsche Zaken en FinanciŽn en de heeren concessionarissen voor den aanleg en exploitatie van dezen spoorweg. - Ten gevolge van een financieele crisis te Londen, kwam de Zeeuwsch-Limburgsche spoorweg (Vlissingen - Venloo) niet tot stand; hiermede verviel de aansluiting Arnhem - 's Hertogenbosch. Niettemin, eere den bovenstaande mannen, die toen reeds inzagen, wat voor Nijmegen noodig was.

In Augustus had de derde Tentoonstelling van Schilderijen plaats, waarop de stad vijf stukken kocht voor f 325, die dezelfde bestemming kregen als de vroeger gekochte.

1847 In de maanden Maart, April, Mei en Juni heerschte in geheel Nederland een groote schaarschte en dientengevolge duurte van levensmiddelen. De prijs der tarwe steeg alhier tot f 20, die der rogge tot f 16 en die der aardappelen tot f 7 per mud. Met de opbrengst van vele buitengewone collecten, concerten en tooneelvoorstellingen, werd de nood van hulpbehoevenden zooveel doenlijk gelenigd.

Er werd alhier in dit jaar opgericht een afdeeling der Vereeniging St. Vincentius a Paulo, in Nederland toegelaten bij Kon. Besl. van 20 Augustus v. d. j. No. 55.

1848 In Januari heerschte hier sterk de griep, thans influenza genoemd.

1 Juli werden de nieuwe gebouwen van het O.B. Gasthuis, aanbesteed 28 Maart 1846 voor f41.000, opgenomen en goedgekeurd. Met het extra-werk beliepen de kosten in het geheel f52.388.67Ĺ.

26 September werd de Regulieren-kerk in de Molenstraat ingewijd, door Monsgr. J. Zwijssen, bisschop van Gerra I.P.I. De kerk en het hoogaltaar waren smaakvol versierd, een passende leerrede werd uitgesproken door den Weleerw. heer F. Brouwer, pastoor van Pannerden.

Hier ter stede verrezen in dit jaar twee liefdadige vereenigingen. Door leden van de Ned. Hervormde Gemeente werd in de maand October gevormd een Vereeniging tot patronaat over de Armen, wier doel was: het bezoek van bedeelden, de opvoeding hunner kinderen en de verdere zedelijke belangen der armen te bevorderen. - Ongeveer terzelfder tijd vestigde zich hier en in Neerbosch een hulpvereeniging van het genootschap der Zusters van Liefde van de Congregatie van Tilburg, wier reglement was goedgekeurd bij Kon. besl. van 25 Maart, No. 157. Deze instelling heeft ten oogmerk: de verpleging van zieken en gebrekkigen, het onderwijzen van kinderen, en in het algemeen het gratis verleenen van hulp, "zonder aanzien van godsdienst of stand", aan allen, die haar diensten inroepen.

1849 In de maand Maart werd door de Vereeniging van het Patronaat besloten, de oprichting van een ziekenhuis tot gratis opname van onvermogende leden der gemeente, dienstboden en mingegoeden, waartoe uit verschillende bronnen (aandeelen van f 50, voorschot, giften, collecten, voorstellingen, enz.), een som van f 9466.70Ĺ was bijeengebracht door de geloofsgenooten.

17 Maart werd door de afdeeling Nijmegen der Maatschappij tot Nut van het Algemeen een Spaarbank voor den Handwerksstand geopend, waarbij op den eersten dag 53 personen hun spaarpenningen kwamen inbrengen.

27 Maart. Voor de som van f 6300 werd door de vereeniging van het Patronaat een huis aan den Jodenberg gekocht, om tot Ziekenhuis te worden ingericht. Het eerste bestuur bestond uit de H.H.: G.J. Molengraeff, voorzitter; J.J. Kreenen; E. Schiff; A. Noorduijn, Azn., Thesaurier; F.A. de Jager; Mr. W. Francken, NGzn., secretaris. De eerste zitting had plaats op 6 April.

Blijkens eene door den Gouverneur der Provincie geŽischte opgave van het aantal kinderen van 6 - 12 jaar hier ter stede die schoolonderwijs genoten, bleek het, dat dit aantal bedroeg 1668, terwijl 573 bevonden werden daarvan verstoken te zijn.

22 Mei werd de zoogenaamde Blok, inhoudende hoofdzakelijk de oude privilegiebrieven der stad, overgebracht uit een vertrekje aan het eind van den N. kruisarm der St. Stephens-kerk, naar het Raadhuis, en aldaar geplaatst in het portaal vůůr de toenmalige raadzaal (vroeger Gedeputeerden - Vergaderzaal), aangezien de deur der archiefkamer niet breed genoeg was, om de kast door te laten.

1850 20 April. Opening van het uit milddadige bijdragen opgerichte R.K. Ziekenhuis aan de Paulstraat, hoek Houtmarkt; als verpleegsters waren de Zusters van Liefde van de Congregatie van Tilburg aangesteld.

24 Juni. Na een omslachtige briefwisseling was van het Departement van Oorlog opheffing verkregen, van het verbod om de vesting door middel van "loopend gas" te verlichten, en werd de stedelijke verlichting door "pijpgas", bij aanbesteding opgedragen aan de firma D.A. Schretlen en Cie. te Leiden, tegen f 6943 's jaars. Vergeleken met de kosten der olieverlichting, maakt dit een verschil in meer van ca. f 1400.

1 October werd het door het Patronaat opgerichte Protestantsche Ziekenhuis op den Jodenberg geopend.

30 October. De verzameling van Germaansche en Romeinsche oudheden, hoofdzakelijk in en om deze stad gevonden, die de heer D.H.J. van Schevichaven, van af 1810 tot zijn overlijden in 1831 had bijeengebracht, kwam na diens dood, tengevolge van het huwelijk zijner weduwe in 1833, in handen van den hr. P.C.G. Guyot, uit Groningen. Bij diens vertrek naar 's Gravenhage werd door hem een gedeelte dezer collectie (urnen, opschriften, intaglios en anticailles) aan de stad Nijmegen geschonken. Zij vormt den grondslag der Romeinsche afdeeling van het tegenwoordige Gemeente-Museum.

November. Reeds in 1847-48 waren vruchtelooze pogingen aangewend, tot het aanleggen eener nieuwe haven, op kosten van de stad. Dit plan stuitte toen op zwarigheden, gemaakt door het Departement van Oorlog, doch werd opnieuw opgevat door de Kamer van Koophandel en Fabrieken, en ditmaal met succes. Niet alleen verklaarde het Departement van Oorlog zich bereid den benoodigden vestinggrond af te staan, mits de stad den aanleg van de noodige nieuwe verdedigingswerken bekostigde, maar ook was het Rijk gereed, een subsidie van f 30,000 te verleenen, in Augustus 1851 verhoogd met f 10,000. Tevens werd er toen een wijziging toegestaan in het bestek der aan te leggen verdedigingswerken, die een bezuiniging van f 6000 medebracht.

1851 Reeds in het "Overzicht der Gemeente-Aangelegenheden", van 1850, leest men: "de kade, waarvan het vroeger ingestorte gedeelte nabij de Kraan door rijshout is vervangen, blijft gestadig een voorwerp van bezorgdheid." - Na een peiling ging men nu in 1851 over tot het leggen van een zware puinstorting langs de geheele kade, die later, waar het noodig bleek, meermalen herhaald werd.

22 April werd door H.H. regenten de eerste steen gelegd voor een uitbreiding van het R.K. Weeshuis aan de zijde van den Hessenberg. De kosten dezer verbouwing beliepen f 4000.

12 Mei. Bij besluit van Z.M. werd aan B. en W. vergund, het in werking brengen eener fabriek ter vervaardiging van gas, in een daartoe opgericht gebouw op het terrein genaamd de Kat, gelegen achter den Wal, tusschen den Roomschen Voet, Achter Valburg en de tegenwoordige Parkdwarsstraat.

24 Mei. Eerste verlichting door gas, bestaande in illuminatie van de Kat, vůůr den Kerkboog, vůůr het Stadhuis en op het Bosch; ook werd gas gebrand in alle lantarens. De muziek der Schutterij verleende eenige feestelijkheid aan deze gebeurtenis.

9 September had alhier de eerste vrije verkiezing van den Gemeenteraad plaats. Daarbij heerschte een groote spanning, tengevolge van de agitatie, die voorafgegaan was. De opening der stembiljetten duurde tot laat in den nacht, waarbij patrouilles in de nabijheid van het Stadhuis de rust moesten bewaren. De uitslag was ten gunste der candidaten van de Katholieke- en Protestantsche-Kiesvereeniging, waardoor 10 Katholieke en 9 Protestantsche raadsleden werden gekozen. De andere vereeniging had 15 Katholieke en 4 Protestanten aanbevolen. Op 15 October werden de nieuw benoemde leden geinstalleerd. Het getal ingekomen stembriefjes was 871, waarvan 4 van onwaarde.

1852 In de maand April werd door eenige ingezetenen dezer gemeente een verzoekschrift opgesteld aan Z.M. den Koning, om opheffing der vesting Nijmegen. Dit voorstel lag van 13 - 17 October ter teekening in den Schouw-burg, doch vond geen algemeenen bijval. Men misvatte nog geheel het belang van zulk een maatregel. *) Op een rekwest van dezelfde strekking, in de maand Mei daaraanvolgend, ingediend door den heer Mr. J.J.L. van der Brugghen president van de Arrondissements-Rechtbank en van 1856-58 Minister van Justitie, werd afwijzend beschikt.

*) Onder anderen waren er, die vreesden, dat indien de vesting werd opgeheven, zich geen gepensionneerden hier meer metterwoon zouden vestigen. De onderteekenaars waren C. Aldus; W. Francken NGzn.; P.J. Nooren; G.C. Rombouts; W.J. Triebels.

20 Juli. De aanvraag om een subsidie van f 10.000, voor het maken van de nieuwe haven, den 1851 door de Prov. Staten van Gelderland met 25 tegen 21 stemmen afgewezen, werd op 20 Juli 1852 met 49 stemmen tegen 3 verleend.

17 September. Daar de Rijkssubsidie tot het aanleggen der haven niet kon worden verhoogd tot een bedrag van f 50.000, zooals door het sted. bestuur was aangevraagd, werden de bijdragen der Gemeente met algemeene stemmen gebracht op f 70.000, en de uitvoering van het werk aan Burgemeester en Wethouders, in overleg met de havencommissie opgedragen.

28 September werd door de Gedep. Staten van Gelderland goedgekeurd de aanbesteding van de haven, voor f 110.000, met oplevering van het werk in de maand December 1853.

1 October werd door den raad beslist, dat weezen uit de buitenwijken der stad ter verpleging in de beide weeshuizen kunnen worden opgenomen.

1853 11 Maart werd ingesteld en op 22 September ingevoerd, een belasting op honden in Stad en Schependom, waarbij de dieren verdeeld waren in klassen van f 2.50, f 1.50 en f 1. In de laatste drie maanden van dit jaar bracht zij op f 397.37Ĺ; het volgende jaar f 1096.12Ĺ. Deze belasting werd sedert meermalen gewijzigd.

8 Mei regende, sneeuwde en hagelde het den ganschen dag; daarbij was het zoo koud, dat het vee hier en daar in de weiden omkwam.

26 Juli, het maken van de rijkstelegraaf van Nijmegen naar Maastricht, werd in laatstgenoemde stad aanbesteed voor f 59,050.

29 Augustus. Aanbesteding van het maken eener bazaltkade aan de Waal, van het bruggenhoofd tot aan de St. Stephenspoort, voor een som van f 22,240, waartoe een leening was aangegaan van f 30,000 ŗ 4% met jaarlijksche aflossing van minstens f 2000. Voltooid 13 Mei 1854.

18 September. Door Gedep. Staten werd goedgekeurd het raadsbesl. van 22 Juli l.l. bevattende de dading aangegaan met kerkvoogden en notabelen der Hervormde gemeenten van Hees en Neerbosch, met betrekking tot pastorie, kerkgebouwen en schoolmeesterswoning.

Den 15 December was de nieuwe haven zoover afgewerkt, dat zij geopend kon worden, en er dien winter reeds 53 zeilschepen en stoombooten hun veiligheid konden zoeken en vinden. - Het totaal der kosten beliep bij de voltooiing f 129,000. Na aftrek der f 40,000 door het Rijk, en der f 10,000 door de Provincie toegestaan, bleef er dus nog een belangrijke som te voorzien. Deze werd gevonden door het aangaan eener leening van f 90,000 tegen 4%.

1854 14 Januari werd goedgevonden de kermis van den tweeden Maandag in September, te verzetten op den eersten Maandag in October.

15 April. De kabel voor de telegraaf werd door de Waal gelegd. In Mei werden de palen gezet, aanvangende van den St. Hubertustoren (N.W. uithoek der stad) van daar over de Wal tot de Molenpoort, verder langs den weg van St. Anna naar Maastricht. Het kantoor werd geopend 1 Juli 1856.

1855 16 Maart werd het Algemeen Armbestuur bedankt en ontbonden, en een nieuw Burgerlijk Armbestuur geinstalleerd.

9 Mei bij besluit van Z.M. concessie verleend, tot het oprichten eener vennootschap onder den naam van Geldersche Stoomboot-Maatschappij.

1856 In Augustus werd andermaal aan Z.M. een verzoek door eenige ingezetenen gezonden tot opheffing der vesting, dat ook ditmaal geen gehoor vond.

17 Augustus. Wegens voortdurende verzakking van de kade, ter hoogte van de Kraan, werd het gebouw de Galerij (gebouwd in 1646) voor afbraak verkocht. Voorloopig werden drie pilaren met tusschenliggende muur in stand gehouden, waarin een politiewacht werd gevestigd. Bij den lagen waterstand in de maand November namen de verzakkingen zeer toe. Groote scheuren ontstonden in de kade.

Een eerste aanvraag om een telegraaf in de stad te mogen vestigen, werd in 1854 door het Ministerie van Oorlog geweigerd; een tweede, in het volgende jaar, had hetzelfde lot. Nadat het eindelijk was toegestaan, werden in April de buizen gelegd, waardoor de verbindingsdraad zou loopen, van het bureau in de Boterwaag, met de lijn die van Arnhem naar Maastricht langs onze stad liep. Den 1 Febr. 1857 werd een waarborg aan het Rijk verzekerd van f 1,500 sjaars.

1857 Februari. Uit hoofde der steeds toenemende verzakkingen, werd besloten af te breken een huis aan de Kraanpoort, een gedeelte dier poort met daarbij behoorend wachthuis, alsmede de muur achter de Vischmarkt.

Gedurende het najaar was de waterstand buitengewoon laag; in de laatste dagen van November slechts ca. 0.87 M. De binnenhaven was geheel droog. Met uitzondering van de pomp aan de Vischmarkt, waren alle pompen in de stad lens en, op twee na, gesloten. De schipbrug te Lent lag geheel op het droge.

1858 12 Februari. Een commissie van deskundigen, in het vorige jaar benoemd om onderzoek te doen naar de oorzaak der verzakkingen aan de Waal, bracht na verschillende opgravingen gedaan te hebben, rapport uit aan den Gemeenteraad, dat deze verzakkingen plaats grepen in den ondergrond, en dat daarin door gedurige aanvulling moest worden voorzien.

23 Juli en 13 Augustus besloot de Gemeenteraad aan den hr. F.J. Hallo, op diens verzoek, afstand te doen van het middengedeelte der Strikstraat, alsmede van een daaraangrenzend stuk grond aan den Lindenberg. Nadat op dit terrein door hem een twintigtal woningen gesloopt waren, begon genoemde heer aldaar zijn zoogenaamd "Kasteel" Bat-Ouwe-Zate te bouwen, dat hem op f 200,655 te staan kwam. Later werd dit huis door den eigenaar gedeeltelijk verhuurd aan de SociŽteit "Concordia", gedeeltelijk aan particulieren, en ten laatste verkocht aan het R.K. pensionaat MariŽnburg.

1859 De verzakking aan de Waal duurde voort; over een breedte van 30 ellen had de straat een helling van 1 op 8.

25 October werd de nieuwe gierbrug in gebruik gesteld. In plaats van het vroeger op- en nedergaand luik ter breking van den stroom, was daarbij een ijzeren stoomstuwer aangebracht, waardoor het overgieren zeer werd bespoedigd. Van dit laatste stelsel werd in het vervolg evenwel weder afgegaan. Dit vaartuig was van aanzienlijk grootere afmetingen dan zijn voorganger; masten, leuningen, enz. waren van ijzer vervaardigd.

Van 6 September tot 2 November heerschte hier de cholera. "Om de verspreiding daarvan zooveel mogelijk voor te komen," werden de zieken opgenomen in de beide ziekenhuizen. Dertien personen werden door de ziekte aangetast, waarvan 10 overleden.

1860 20 Januari werd besloten de Windmolenpoort, aan het begin van de Molenstraat, af te breken, ter verruiming dier straat.

Nadat verschillende concessies, verleend tot den aanleg van eenen spoorweg, niet tot uitvoer gekomen waren, werd door de Regeering een wet ingediend, waarbij o.a. Nijmegen met Arnhem, 's-Hertogenbosch, Venloo en Kleef spoorwegverbintenis zou verkrijgen. De wet werd in de Tweede Kamer aangenomen. 
Nijmegen, overtuigd het pleit eindelijk gewonnen te hebben, hing reeds de vlaggen uit, doch ziet, in de Eerste Kamer werd het voorstel met een meerderheid van drie stemmen verworpen, ten bate van een minder goede verbinding in het Noorden. Een spoorwegnet werd aangenomen, waarbij Nijmegen, de eenige plaats van zooveel beteekenis, van alle spoorwegverbinding, met zulk een milde hand over geheel Nederland verspreid, bleef uitgesloten. Groot was hier de teleurstelling en de verontwaardiging over het onrecht, onze stad aangedaan. Op velerlei wijzen werd aan die gevoelens lucht gegeven; o.a. werd een meeting in den Schouwburg samengeroepen, die druk bezocht werd, en waar men onder groote opgewondenheid een commissie benoemde van negen heeren, aan wie de behartiging der belangen van Nijmegen met betrekking tot de zaak der spoorwegen werd opgedragen. De namen dier baanbrekers verdienen hier vermeld te worden: *)
A. Noorduijn jr., voorzitter. 
Mr. W. Francken NGzn., onder-voorzitter. 
J.P. Dobbelmann. 
R.G. Graadt van Roggen. 
N.D. van Heuckelom. 
Jhr. F.A.J. Dommer van Poldersvelt. 
Mr. W.J. Triebels, 1e secretaris. 
Mr. M.A. van Roggen, 2e secretaris. 
A. Noorduijn Azn., thesaurier.
Deze commissie liet door den Ingenieur Nierstraz een volledig plan ontwerpen van een spoorweg Arnhem - Nijmegen. Zij vroeg daarop concessie, met aanbieden van vier millioen voor den bruggebouw. Deze werd geweigerd. Niet ontmoedigd door dit ťchec, spande toen de commissie alle krachten in, teneinde den spoorweg van Kleef tot Nijmegen te doen doortrekken. Ditmaal werd haar streven met een gunstigen uitslag bekroond. Er ontstond een Nijmeegsche Spoorweg-Maatschappij.

*) De meeting werd belegd door de volgende wakkere mannen: G.J. Backer+; Dr. J.P.St. Berends; Mr. G.J. Berkhoff; M. Coenen+; J.P. Dobbelmann+; F.T.J.H. Dobbelmann; Jhr. F.A.J. Dommer van Poldersveldt+; J.J. Kok+; A. Noorduijn Azn; P.J. Nooren+; J.F.G. van Roer+; Jhr. H.A.A. van Rijckevorsel+; F.H. Sneltjes+; J.F. Thijssen+; en C.G. Wegelin+.

Verschillende aanvragen om concessiŽn, teneinde de lijn door te trekken tot Arnhem of 's-Hertogenbosch, bleven zonder gevolg, totdat eindelijk op 17 Juni 1872 aan den heer Alexander Brogden M.P.; te Londen, concessie verleend werd voor een spoorweg Tilburg - Nijmegen. *) Groote offers werden geeischt, om dit werk te doen slagen: de Gemeente Nijmegen gaf in den vorm van aandeelen aan subsidiŽn f 480.000, waarbij de ingezetenen het hunne voegden. Men voelde, dat de leus moest zijn: "Nu of nooit" en dat de lijn naar Arnhem over den Bosch moest verkregen worden. De ondervinding bewees, dat men juist gezien had, want nu werd met overbrugging van Waal en Rijn een overbrugging over de Waal verkregen.

*) Dit was de Nederl. Zuid-Oost Spoorweg Maatschappij. Haar eerste directeuren waren: J.Ph. de Bordes; Joh. H. Graadt van Roggen; Mr. J. van der Jagt; Jhr. Mr. J.B. Verheijen; en Alex. Brogden, M.P.

Bij acte van 23 September werden namens het Rijk kosteloos in militair gebruik overgenomen de kazerne Valkhof, kazerne Burchtstraat, de stal in de Hersteeg, de stallen in de Boddelstraat, het manege-gebouw, de magazijnen, de ziekenstal (kerk) en het Apotheeklokaal, alle op MariŽnburg, benevens alle meubels in gemelde gebouwen en in de kazernen MariŽnburg en Papengas voorhanden.

9 November werden de nieuwe telegraafkabels in de Waal, en de grondgeleiding van de rivier tot het telegraafkantoor achter den Hessenberg (later op de Boterwaag) in dienst gesteld, zoodat de luchtgeleiding langs de wallen tot de Molenpoort, alsmede de oude kabel buiten dienst gesteld en weggeruimd werden.

1861 30 en 31 Januari. Zware ijsgang met hoog water. Het logement het Roode Hert, aan de Waal, naast de Galerij, werd door de ijsschollen geheel vernield. Het water steeg tot 14 M. 72 c.M. +A.P., zoodat de met zorg daargestelde dammen langs de oude haven en over de Lage Markt bezweken, waardoor de geheele benedenstad onderliep en het water over den dam heen in de Hezelstraat stroomde. Met schuiten voer men door de Boddelstraat. In de Luthersche kerk stond het water tot boven de zitbanken. Toen de rivier in haar bedding terugtrok, bleef een groote ijsschol in de Hezelstraat, vůůr de Pikkegas, liggen. De meeste schollen, die in de straten lagen, hadden een dikte van 32 tot 37 duim. Op de kade lag het ijs tot manshoogte opgestapeld, en moest het bij aanneming weggeruimd worden.

Tengevolge van een dijkbreuk te Leeuwen geraakte het land van Maas en Waal en het Rijk van Nijmegen geheel onder water, werd gansch Neerbosch, en het lage gedeelte van Hees gedeeltelijk overstroomd. Een commissie van onderstand aan noodlijdenden door den watervloed in het district Nijmegen gaf verpleging aan niet minder dan 507 personen.

In Augustus begon men de verzakking aan de Waal op te vullen en de kademuren te herstellen. Deze arbeid was aangenomen voor f 1600.

6 Augustus werd aanbesteed het maken van een verschanste legerplaats bij Nijmegen, voor de som van f 116,000; het verbeteren van de lunette Kijk-in-de-Pot voor f 136,000. Den 15en November werd aanbesteed het verbeteren van de batterijen, links van de Hoenderpoort en achter den Ooidijk, alsmede het maken van afwegen van den Hoenderberg, het verbeteren der keelverdediging van het fort Kraijenhoff en het slechten van een paar oude lunetten; den 14en December, het herstellen van het fort Sterreschans voor f 50,500, van het fort Kraijenhoff voor f18,500, de verbetering van de redoute buiten de Molenpoort voor f 20,500. Aan ontmanteling der vesting behoefde dus vooreerst niet gedacht te worden.

1862 Nadat het water in het begin van Februari weder op de kade gestaan had, ontdekte men bij het terugtrekken vele gaten in het zinkende gedeelte rondom de Kraan; het grootste aan de Oostzijde had een lengte van omtr. 10, bij een breedte van 4, en een diepte van 1 el 75 duim, ook was de verzakking weder aanmerkelijk toegenomen. Sedert November van het vorige jaar was de Kraan 8 duim gezakt, de bestrating verloor haar vastheid en de muren langs de Vischmarkt weken af. In Januari brachten de H.H. Conrad en Delprat een verslag uit aan de Academie van Wetenschappen, omtrent dit verschijnsel, volgens waarnemingen van Mei 1858 tot November 1861. Zij meenden de oorzaak te vinden in verschuivingen van den ondergrond, niet in eenige werking door druk van hooger gelegen grond. Dit rapport werd ingediend aan den Minister van Binnenl. Zaken.

24 April, de Boterwaag werd tot een Politiebureau ingericht.

1 Juli trad de Hulpbank in werking, die haar aanzijn te danken had aan de afdeeling Nijmegen der Nederl. Maatsch. ter Bevordering van Nijverheid. De commissie bestond uit de heeren C.H. Robbers, voorzitter; J.H. Graadt van Roggen, Secretaris, P.F.J. Noorduijn, thesaurier, W.B. Reijnen, C.A. Vieweg, P.M. Diebels, en H.J.J. Grevink.

De perceelen grond te Lent, de Stad toebehoorende, Sprokkelenburg genaamd, werden door het Rijk onteigend, voor de som van f 9414, ten behoeve van een daar te bouwen fort.

Ophooging van den weg van den Lappentoren langs de Velhuizen, en daarstelling van een basaltkade aldaar.

1863 In dit jaar zijn alhier voor het eerst de namen der straten op bordjes aan de hoekhuizen aangebracht, waarvoor betaald werd f 198,96.

17 November. Feestelijke viering van den vijftigjarigen gedenkdag der Nederlandsche Onafhankelijkheid.

Van de drie overgebleven bogen der voormalige Galerij werden er, ten gevolge der voortgaande verzakking, nog twee afgebroken. De derde, die buiten het terrein der verzakkingen stond, werd gespaard en tot wachtlokaal der Waalpolitie ingericht.

1864 21 October. Aanbesteding van de aardbaan voor den spoorweg naar de Pruisische grens; alsmede op 2 December, der timmer- en andere werken daartoe behoorende.

Op 30 December teekende het water in de Waal 68 duimen, waardoor de verzakking zoodanig toenam, dat zich op verscheidene plaatsen lange en diepe scheuren vertoonden, die steeds in uitgebreidheid bleven toenemen. Vůůr de Kraanpoort zag men op een afstand van meer dan 10 el, onder het water, een ouden kademuur. Binnen 24 uren zakte de grond meer dan 30 Ned. duim.

3 Februari. Op een aanvraag aan het Departement van Oorlog voor het afbreken der drie poorten aan de Waalzijde, werd afwijzend beschikt, doch bij een later besluit werd machtiging gegeven de Mei- en de Veerpoort op kosten der Gemeente te slechten.

1865 8 Augustus. Feestelijke opening van den spoorweg Nijmegen - Kleef. Omtrent een week later begon het goederenvervoer. Den 9 September werden reeds 1250 passagiers vervoerd, hoofdzakelijk Kevelaargangers. Het station stond achter de Vereeniging, nagenoeg ter plaatse van den tegenwoordigen Wilhelminasingel en de Nijhoffstraat.

1 September. De Raad besluit voor de aanzienlijke som van f 500,000 deel te nemen in den Merwe - Waalspoorweg, Dordrecht - Gorkum - Tiel - Elst - Nijmegen - Arnhem, onder voorwaarde eener vaste overbrugging te Nijmegen. Door den aanleg der Staatsspoorwegen werd het beoogde doel bereikt, en kwam de uitvoering van den Merwede - Waal-spoorweg niet tot stand, zoodat de deelneming van de gemeente Nijmegen verviel.

4 September werd de H.B. School, middelbaar onderwijs, in het daarvoor ingerichte voormalige vrouwenklooster Bethlehem, plechtig geopend. Directeur de hr. W. de Hartog. De lessen begonnen twee dagen later. De cursus, aanvankelijk driejarig, werd 1 Sept. 1867 tot een vijfjarigen uitgebreid.

Ingevolge een Kon. Besluit werden de stedelijke octrooien, op die van enkele steden na, opgeheven, weshalve zoogenaamde Commiezenhuisjes, die voor de poorten dezer stad aan de landzijde stonden, werden afgebroken.

1866 25 September. De Kamer van Koophandel en Fabrieken richtte nogmaals een adres aan Z.M., met klachten over het isolement van Nijmegen ten gevolge van haar uitsluiting van de Staatsspoorwegen, en verzocht eerbiedig de slooping der vestingmuren. Dit laatste verzoek zou nog vele malen herhaald worden, alvorens er gehoor aan werd gegeven.

3 October berichtte de courant, dat zich een commissie gevormd had, om een logement op groote schaal op te richten te Bergendal. In het nummer van 12 December las men een advertentie, waarbij om verdere inschrijving verzocht werd. Het terrein was aangekocht en reeds was voor f 40,000 deelgenomen. Dit kapitaal werd echter tot f 75,000 verhoogd en een obligatie-leening ad f 30,000 gesloten. - De statuten der Naamlooze Vennootschap ontvingen de Koninklijke bewilliging 28 Juli 1867, en op den 16 November daaraanvolgend werd de eerste steen van het hŰtel gelegd door Jonkvr. J.W. van Lennep.

1867 1 Augustus. Een dag- en kostschool voor jonge juffrouwen, opgericht in een huis in de Ridderstraat door het Departement Nijmegen der Maatsch. tot Nut van het Algemeen, werd plechtig geopend.

Omtrent dezen tijd werden, in de plaats der stoepen, die voor de meeste huizen lagen, trottoirs en klinkerpaden aangebracht in de voornaamste straten, "hetgeen gepaard aan vele andere verbeteringen, onze stad een geheel ander aanzien gaf," zegt de Prov. Geld. en Nijm. Courant van 20 November. Ook werd er besloten, de kade op te hoogen, en over te gaan tot het uitdiepen van den kadeoever, ten behoeve van aanleg- en losplaatsen. 

1868 20 Maart. Afschaffing van de broodzetting en van den verkoop van visch bij afslag.

17 April. De Raad besloot in beginsel, dat het genot van de O.B. Gasthuis-fondsen, niet alleen aan de bezitters van het oud-burgerrecht toekwam. In de Vergadering van 31 October werd mededeeling gedaan, dat deze verordening door Z.M. was goedgekeurd.

In de maand Juli werd hier voor het eerst een adresboek voor Nijmegen en het Schependom uitgegeven; uitgever was de boekhandelaar H.C.A. Thieme.

Op een request aan den Koning, om Nijmegen als vesting op te heffen, werd afwijzend beschikt.
Bij de conventie, in dit jaar te Mannheim gehouden, tusschen de rivier- oeverstaten, werd de regularisatie van de Waal bepaald.

1869 Bij besluit van 12 Februari, werd het rivierveer door de Gemeente in eigen beheer genomen, de veergelden op 2 ct. gebracht, abonnementen opgeheven, behalve voor diligences en postkarren. Het bruggematerieel en de schuiten werden overgenomen voor f 28602,10.

6 Maart. Door den Gemeenteraad werd het voorstel van de firma Schretlen en Cie. om haar gasfabriek over te nemen, met algemeene stemmen afgewezen. Met 14 tegen 2 werd daarop besloten voor rekening der Gemeente een gasfabriek op te richten, *), en aan den Minister van Oorlog aanvraag te doen, tot kostelooze verkrijging van de noodige ruimte voor die fabriek buiten de vestingwerken. Dit besluit werd bekrachtigd op den 18en Maart 1871.

*) De Commissie van beheer bestond uit de toenmalige raadsleden: Dr. W.H. Daames, J.F.G. van Roer, Mr. W. Francken N.Gzn., H.L. Terwindt, Joh. H. Graadt van Roggen en B. Noorduijn. Tot directeur werd de hr. J.P. Paijens benoemd, in 1888 opgevolgd door zijn zoon, W.F. Paijens.

31 Maart werd het 325-jarig bestaan der Apostolische School op feestelijke wijze herdacht.*)

*) Het is meer dan waarschijnlijk, dat de School uit denzelfden tijd dagteekent als de St. Stephenskerk. Haar bestaan in 1397 staat vast (zie Joosting, Broederschappen No. 65). In 1544 werd de tegenwoordige gevel gebouwd en hadden er ook inwendig verbouwingen plaats.

2 Mei. Het nieuwe hŰtel Bergendal door de HH. aandeelhouders met een feestmaal ingewijd; op Zondag, den 9en daaraanvolgend, werd het voor het publiek geopend door een concert, waartoe honderden waren opgekomen.

24 Juni. De St. Jan's bouwhof te Niel, afkomstig van het St. Jans Hospitaal op de Korenmarkt, werd te Kleef publiek verkocht, voor 37,000 Thaler. Hij placht f 1600 aan pacht op te brengen.

Het Manegegebouw op MariŽnburg werd, op verzoek, door den Minister van Oorlog, ter beschikking gesteld tot het bouwen van twee scholen voor lager onderwijs.

Een adres van de Nijmeegsche Spoorweg Maatschappij, om concessie voor een lijn Nijmegen - Arnhem, met overbrugging van Waal en Rijn, onder genot van een rijkssubsidie van drie millioen, werd afgeslagen. 

1870 Bij het afbreken van den Fransch-Duitschen oorlog, in de maand Augustus, vormde zich hier een hulpcomitť van het Roode Kruis, waaraan ook dames deelnamen.

Bij besluit van 13 Oct. 1870 en 23 Juli 1873 werd de zoogenaamde "Plunderzolder" op het Raadhuis voor Gemeente-archief en bibliotheek ingericht.

1871 Het zoogenaamde kasteel Hallo, dat sedert eenige jaren als sociŽteit Concordia dienst deed, werd met de verdere daarbij behoorende gebouwen aan de heeren A.E. Cohen c.s. te Arnhem verkocht.

27 Juni werd besloten tot oprichting eener gasfabriek, begroot op f 150,000, dezelfde som, die door den heer Schretlen en Cie voor de bestaande werd gevorderd. Het Ministerie van Oorlog verleende het noodige terrein aan den Bottendaal in bedeleen, tegen een huur van 1 cent per H.A., en bepaalde de voorwaarde van ophooging. Het benoodigde kapitaal van f 150,000 werd van het O.B. Gasthuis opgenomen, tegen 5% en aflossing van minstens f 3000 jaarlijks. Later werd nogmaals bij het Gasthuis f 50,000 op dezelfde voorwaarden opgenomen. Het bouwen der fabriek werd aanbesteed voor f 29,200, en op 6 Juli daaraanvolgend de eerste steen gelegd.

Uit het verslag over den toestand der Telegrafen in Nederland in 1870 bleek, dat door het kantoor te Nijmegen in dat jaar 34625 telegrammen verhandeld waren.

2 November ontving men bericht, dat de definitieve concessie voor den spoorweg Tilburg - Nijmegen aanvaard en het vereischte waarborgkapitaal gestort was.

17 November stortte het dak der in aanbouw zijnde gasfabriek in; een vrachtrijder werd door het vallende puin gedood.

Bij besluit van 25 Nov. 1870 was goedgevonden, een museŁmzaal op het Raadhuis te bouwen. Men verbouwde daartoe de de zolders boven de raadzaal; in 1871 werden de drie nieuwe doelmatige lokalen aan de commissie van het museŁm ter beschikking gesteld.

1872 Op 1 April werd het Onafhankelijksfeest (inname van den Briel, in 1572) hier op luisterrijke wijze gevierd. Dienzelfden dag werd de nieuwe Gemeente-Gasfabriek geopend.

12 Juni deed het Prov. Gerechtshof van Gelderland uitspraak in de belangrijke Oud-burgerquaestie. Conform de conclusie van het Openb. Ministerie besliste het Hof, dat het recht op het O.B. Gasthuis een privaat recht is, verbonden aan het burgerrecht, en dat mitsdien een oudburger op 60jarigen leeftijd en in behoeftige omstandigheden recht heeft op verpleging in, of ondersteuning uit de fondsen van het O.B. Gasthuis. De vreugde over deze beslissing was op straat duidelijk merkbaar. Den 27 Juni 1873 werd deze uitspraak door den Hoogen Raad bevestigd.

De toestand van Nijmegen in het oude keurslijf der vestingwerken omkneld, die alle ontwikkeling verhinderden, werd allengs onhoudbaar. In dit jaar werd dan ook een adres, door 1431 ingezetenen geteekend, aan de Tweede Kamer ingediend, ter verkrijging der opheffing van Nijmegen als vesting.*) Op dit request werd wederom afwijzend beschikt.

*) Onder degenen, die het krachtdadigste hebben medegewerkt tot de opheffing der vesting, behoorde de heer T.J. Stieltjes, die reeds in 1847 daarop aandrong en in woord en schrift voor deze zaak ijverde, o.a. door op 10 Juni 1868 een adres in te dienen aan de Tweede Kamer. De dankbare Nijmegenaars schonken den heer Stieltjes dan ook een huldeblijk door een der nieuwe straten naar zijn naam Stieltjesstraat te noemen.

31 December. De Gemeente-Gasfabriek was nu voltooid. Zij had f 220,000 gekost.

1873 5 Mei. Met bijna algemeene stemmen werd door de Tweede Kamer het wetsontwerp aangenomen, om voor rekening van den Staat den spoorweg Arnhem - Nijmegen aan te leggen. Op het ontvangen van dit heugelijk bericht, werd aan vele huizen de vlag uitgestoken. Des avonds gaf de Schutterijmuziek een uitvoering op de Markt. Den 19en daaraanvolgend werd het wetsontwerp door de Eerste Kamer met algemeene stemmen aangenomen, waarop den volgenden dag de geheele stad feestvierde.

Ter plaatse van de gedempte haven werd in dit jaar een beplanting (het Waalplein) aangelegd.

De hoofdelijke omslag werd van 1 1/2 op 1 3/4 % gebracht van het vermoedelijke inkomen, doch de drie laagste klassen werden van deze verhooging vrijgelaten.

1874 Dit jaar vormt een voorname bladzijde in de geschiedenis dezer stad. Het Staatsblad van 18 April No. 54, toch bevatte een wet tot regeling en voltooiing van het Vestingstelsel. Daarbij werd de zoo lang gewenschte en zoo vaak aangevraagde slooping der vestingwerken dezer stad verkregen. Alleen het fort Kraijenhof en de forten boven en beneden Lent bleven behouden. Deze blijde tijding gaf aanleiding tot algemeen vreugdebetoon en feestviering.

5 Mei. Een raadscommissie werd benoemd, teneinde de belangen van de Gemeente met betrekking tot de Spoorweg- en Vestingaangelegenheden voor te staan. Zij bestond uit de H.H. Mr. W. Francken NGzn., H.L. Terwindt Azn. en Joh. H. Graadt van Roggen.

Bij het welgelukken eener proeve tot verbetering van het rivierveer door een ijzeren kabel met tros, werd besloten de ijzeren ketting, rustende op zeven bochtaken, waaraan de gierbrug, volgens het oorspronkelijke plan van Hendr. Heuck (1657), nog altijd heen en weder gierde, in dit jaar te vervangen door een ijzeren draadkabel of toom, waarvan het eene einde onder water langs een gespannen dwarskabel heen en weder glijdt. Deze kabel werd geleverd door een firma te Keulen en kwam op f 1100 te staan.

In November van dit jaar waren alle stadspompen lens. Tot midden in den nacht werd water om te drinken uit de Waal geschept. De Plaatselijke Gezondheids-Commissie stelde een oplossing van chloorijzer ("solutio chloreti ferrici, liquor stypticus") ter beschikking van mingegoeden, doch dit maakte weinig opgang.

1875 Januari. Het maken van de pijlers voor de brug over de Waal toegewezen aan de aannemers.
Juni. Het zoogenaamd kasteel Batouwezate voor f 40,000 verkocht aan een Duitsche R.K. vereeniging van geestelijke zusters, Ursulinen, uit Meppen, Kreis Hannover.

19 Augustus. Aanbesteding van het maken eener poort in den spoorweg over den weg van Nijmegen naar Hees, even buiten de Hezelpoort, met verlegging van den weg naar Hees, enz.

In dit najaar werden hier ter stede de klepperlieden afgeschaft en vervangen door agenten, voorzien van trompetjes. Het aantal politieagenten, dat in 1850 nog vier bedroeg, benevens 4 klepperlieden, werd toen vermeerderd tot 22 en bedraagt thans 57.

1876 26 Januari werd, aan de Hezelpoort, de eerste hand gelegd tot slooping der vestingwerken.

Den 19en Februari werd door den ontvanger der Registratie en Domeinen aanbesteed het maken en bestraten van aarden dammen in de vestinggrachten en het amoveeren van bruggen vůůr de Molen- en Hersteegpoorten. Dit werk werd aangenomen voor f 7578.

In de maand October werden de werkzaamheden buiten de Hezelpoort voor den spoorweg Arnhem - Nijmegen met kracht voortgezet. Op den Bottendaal, waar het station zou komen te staan, werden honderden karren grond uitgegraven, teneinde de hoogten te vormen, waarover de lijn loopen zou. De kosten van de viaduct, die over de verlengde Hezelstraat gelegd werd, beliepen f 90,000. - De gasfabriek kwam toen tusschen twee spoorwegen te staan.

1877 Op 15 Mei werd de Arrondissements-Rechtbank alhier opgeheven en naar Arnhem verplaatst; het rechtsgebied der stad werd bij dat van het Arnhemsche college ingelijfd.

Door den Staat werd aanbesteed het wegbreken van het wachthuis en den toren boven de Ziekenpoort, alsmede het afbreken van de Hezelpoort met het daarvoor gelegen bolwerk.

Op voorstel der Commissie voor de Vesting- en Spoorwegbelangen, werd besloten den Nonnendaalsche weg en de Heessche laan te verleggen, voor een som (onteigeningen enz.) van ca. f 17,000, waarvan f 12,000 door het Rijk aan de stad werden uitgekeerd.

1878 25 Januari werd door den Raad f 15,000 beschikbaar gesteld ten behoeve van voorbereidende werkzaamheden voor den aanleg eener waterleiding. Het opgeheven fort Quackenberg werd voor het reservoir aangekocht, voor f 300, benevens 50 aren boschgrond voor f 1000. Het beheer dezer inrichting werd aan de commissie voor de gasfabriek toegevoegd.

19 Mei, in de raadsvergadering werd met algemeene stemmen besloten, de beschikbare voormalige vestinggronden voor den door den Minister gevraagden prijs van f 181,500 over te nemen, met de Havenlunette en de werken buiten de Hoenderpoort er bij inbegrepen f 198,835. Deze overeenkomst werd goedgekeurd bij een wet van 6 Augustus daaraanvolgend (Zie Staatsblad No. 109). De terreinen tusschen het Spoorwegstation en den weg op Grave werden vergolden door de uitbreiding van de schietbaan in Heumensoord. 

Voor de kosten van slechting der vestingwerken, aanleg der waterwerken, benevens aflossing eener geldleening van f 37,000 ŗ 4 1/2 %, werd besloten tot den verkoop der uiterwaarden te Heumen, die f 238,410 en der grondrenten onder Heumen, die f 20,000 opbrachten. Bovendien werd er bij de begrooting voor 1879 besloten ter betaling van den koopprijs der vestinggronden, de slechting daarvan, de verdere kosten der waterleiding, de vernieuwing van den gevel van het Raadhuis en de meerdere kosten van het Gymnasium, een geldleening aan te gaan van f 400,000 ad 4 1/2 %.

In de maand Augustus werd een Gemeente Bad- en Zweminrichting in de Waal voor het publiek geopend.

10 Augustus. Beproeving van den spoorwegbrug over de Waal door tien locomotieven en een aantal zandwagens, te zamen een gewicht van 660,000 Kilogram, die in volle vaart over de brug stoomden. De kosten van dit bouwwerk beliepen f 3,198,400.

13 November werd door het Departement van Waterstaat, Handel en Nijverheid aanbesteed een tijdelijk hoofdgebouw, alsmede een bergplaats voor goederen op het station te Nijmegen.

In deze maand werd de Vereeniging tot Verfraaiing van Nijmegen en het Schependom opgericht.

21 December. Aanbesteding voor het slechten van een gedeelte der vestingwerken en den aanleg van een "boulevard" tusschen de Verlengde Regulier- en Verlengde Hezelstraat. Dit was de eerste op den weg, die Nijmegen tot een open plaats maakte. Den 7 Januari daaraanvolgend werd bij de Molenpoort een aanvang gemaakt met den arbeid.

In dit jaar werd de verbetering der kaden en het leggen van den strekdam begonnen. Deze behoort niet aan de Gemeente. De strekdam werd aan de Gemeente in beheer en onderhoud overgegeven. Het onderhoud van de strook langs de rivier bleef ten laste van den Staat.

1879 30 Januari, werd het eerste stuk der vroegere vestingwerken, 30 perceelen, ongeveer 1.50 hectare bouwterrein, bij de Nieuwe Haven door het Gemeentebestuur geveild. De totale opbrengst bedroeg f 18,849. De molen op den St. Hubertstoren werd voor f 4000 door de gemeente overgenomen, en met het bolwerk gesloopt.

Maart. De commissie voor de Uitlegging van de Stad (vervangende die voor de Vesting- en Spoorwegbelangen) stelde voor bij de slooping van het terrein buiten de voormalige Hezelpoort, de oude haven en de St. Jacobsgracht te dempen. Alleen het laatste werd door den Raad aangenomen.

12 Juni. Opening van den spoorweg Arnhem - Nijmegen. Door het daags te voren overlijden van Z.K.H. den Prins van Oranje hadden er geen feestelijkheden plaats (f 3000 was daarvoor beschikbaar gesteld). Den 15en Juni, des morgens ten 6 uren, vertrok de eerste personentrein van Arnhem naar Nijmegen, om 7.35 de eerste van Nijmegen naar Arnhem.

De stad kwam in de maand Augustus in het bezit eener eigen waterleiding, waaraan f 315,000 besteed waren. Het machinegebouw, waarin ter diepte van ongeveer 20 M. het water uit den grond opgepompt wordt, ligt aan de Nieuwe Marktstraat; het reservoir op den Quackenberg, ca. 80 M. boven A.P. Deze waterleiding was de eerste, die in een der kleinere steden van ons land werd aangelegd.

31 October. Terreinen, 1.48.25 H.A., buiten de voorm. Molenpoort, tusschen die poort en de Bloemerstraat gelegen, werden verkocht voor circa f 120,422.

Men besloot, over te gaan tot de restauratie van den voorgevel van het Raadhuis, tot een bedrag van f 11,900, onder toezicht van Dr. J.H. Cuijpers. Later kwamen daar, buiten de aanneming, nog f 1389,52 bij, benevens f 2452,50 voor beeldhouwwerk. Ook het oude archief werd verbouwd en van kasten voorzien, waartoe f 700 werden uitgezet. De vernieuwing der vensters in de benedenlokalen was voor f 590 aanbesteed.

1880 In de raadszitting van 4 Januari werd voor de eerste maal overgegaan tot het geven van namen aan de straten, wegen en singels, die alreeds op de voormalige vestinggronden verrezen. Deze waren Keizer Karelsplein, Verlengde Molenstraat, Walstraat, In de Betouwstr., Smetiusstr., Nassausingel, Kronenburgersingel, Stationsweg, Spoorstraat, en Graafsche straat. - Ook werd het bouwen van de eerste villa op het Keizer Karelsplein aanbesteed.

Er werden 22 perceelen vestinggrond, groot 1.18.40 H.A., tusschen de Smetiusstr. en den Kronenburgersingel verkocht.

In de maand October vormde zich hier een naamlooze vennootschap, ten doel hebbende een badinrichting voor warme en koude baden te stichten, met een kapitaal van f 30,000. Op aanvraag werd haar tegen f 5 per c.A. een terrein aan de tegenw. Marktstraat toegezegd, voor de plaatsing van het badhuis. Deze inrichting werd in Januari 1882 voor het publieke gebruik opengesteld.

Er werd besloten, de omgeving van den Kronenburgertoren tot een wandelpark aan te leggen, volgens het plan van den hr. Rosseels, te Leuven, waartoe de kosten begroot werden op f15,000.

Een door ingezetenen aangeboden plan tot verbouwing van den Schouwburg vond ingang bij den raad, die daarvoor een som van f 20,000 beschikbaar stelde. Het gebouw werd later tegen brandgevaar voorzien van ijzeren balkons en ladders.

In dit jaar werd besloten tot het bouwen van een gymnasium en rectorswoning, aan den Kronenburgersingel. Deze beide gebouwen werden aangenomen voor f 46,700, waartoe het Rijk een subsidie van f 8042 verleende. Het huis op den Jodenberg, dat tot dien tijd als rectorswoning gediend had, werd afgestaan aan het R.K. parochiaal armbestuur, ten behoeve van het Canisius Ziekenhuis, tegen een prijs van f 12,000.

In de jaren 1880 - 1882 werd de St.-Franciscuskerk op den Dodendaal gebouwd, voor f100,000; van den toren werd slechts de onderbouw aangelegd.

Omstreeks dezen tijd werd hier een Rijkskweekschool voor Onderwijzers gevestigd, aanvankelijk in een huis aan de Langebaan.

1881 5 Februari. Besluit, om de oude Haven te dempen. Dit werk was voltooid 1 Aug. 1884.

2 Juni werd de Nederl. Zuid-Ooster spoorweg Tilburg - Nijmegen ingewijd en den 4 Juni voor het personenverkeer opengesteld. 

6 September had de plechtige opening plaats van het Gymnasium.

In het najaar begon men met de restauratie van den zijgevel van het Raadhuis. Een adres van 70 ingezetenen tegen de plaatsing van een beeld der H. Maagd, op den hoek van de Nieuwstraat, vond geen ingang.

18 October. Bij circulaire van dezen datum werden door Monseign. A. Godschalk, bisschop van 's-Hertogenbosch, eenige wijzigingen aangebracht in de grenzen der parochiŽn (zie blz. 1) binnen de oude stad, terwijl haar respectieve limitaties werden bepaald in de nieuwe buitenwijken, die vroeger behoorden tot de parochiŽn van Beek, Hatert en Neerbosch. Bij de parochie-indeeling in 1820 was geen rekening gehouden met de ligging der parochiekerken, zoodat de kerk der St.-Dominicus parochie (Broerkerk) buiten haar parochie lag. Zoo lag ook die der St. Augustinus parochie in de St. Franciscus parochie. Bij de nieuwe indeeling kwam de Broerkerk met aangrenzende huizen bij de parochie dier kerk, en eveneens werd de St. Augustinus parochie zoo vergroot, dat de kerk van dien naam in het gebied der parochie viel.

Aan den heer L.A. Brouwer, genaamd Bert Brouwer, architect, werd ten Z. van de stad, aan het tegenwoordige Keizer Karelsplein, de Oranjesingel en den Groesbeekschen weg, 14-25-02 H.A. grond ad f 4 per centiare, en 3 H.A. in erfpacht ad f 100 's jaars, afgestaan, mits hij op het gereserveerde militaire terrein een renbaan, benevens een buitensociŽteit, met terrein van vermaak (de Vereeniging) daarstelde.

Een aanvang werd gemaakt met het ophoogen der kade, ter voorkoming van overstroomingen.
Het Kerkhof achter de St.-Stephenskerk werd in dit jaar afgegraven. Tallooze karrenvrachten beenderen werden naar de gemeentelijke R.K. begraafplaats vervoerd. De kosten van dit werk waren begrepen onder de som van f 80,000, uitgetrokken voor slechting van vestingwerken.

Voor de geleidelijke helling van den weg van de Regulierstraat naar de Hezelstraat, was het noodig, het terrein van de Kat (opgeworpen in 1583) af te graven en de daarop staande gebouwen weg te ruimen. Het ziekenhuis aldaar voor besmettelijke ziekten werd buiten de voorm. Hezelpoort geplaatst.

Terreinen buiten de voorm. Molen- en Hezelpoort, ter gezamenlijke grootte van 1.42.00 H.A. brachten bij veiling op f 138,200. Perceelen aan de Spoorstraat, Nieuwe Markt en Hezelstraat, ter grootte van 0.74.81 H.A. werden verkocht voor f 55,035.

De molen op den Bottendaal, aan den Graafschen Weg, werd gekocht voor f 18,000.

1882 13 Maart werd de Korenbeurs aan de Nieuwe Markt in gebruik gesteld. De kosten harer oprichting bedroegen f 17,000. Een open galerij van dit gebouw werd tot Vischmarkt ingericht.

31 Maart werden de gebouwen der nieuwe Rijkskweekschool voor onderwijzers aan den Oranjesingel in gebruik genomen.

17 Juni. De raad besloot, de Kraan aan de Waalkade te doen sloopen, en van dat gebouw slechts zooveel te behouden, als noodig was om dienst te doen als ijsbreker.

31 Juli. Inwijding der St.-Franciscuskerk op den Doddendaal. Bouwkosten f 120,000. - De oude Franciscanerkerk, hoek Houtstraat en Bloemerstraat, werd, bij besluit van 7 October, aangekocht voor f 18,500 en gesloopt, ter verbreeding van de beneden Bloemerstraat. De kerk besloeg een oppervlakte van 386 c.A.; daarbij werden, 26 Mei 1883, voor dit doel nog aangekocht drie huizen in de Bloemerstraat, voor f 20,300.

Een poging, om den molen op het Soldatenbolwerk aan te koopen, stuitte af op den daarvoor gevraagden prijs van f 40,000.

1883 In het begin van dit jaar werd een post van f 16,000 op de begrooting uitgetrokken voor de levering van een nieuwe ijzeren gierbrug, en 26 Mei de levering dier brug voor de genoemde som opgedragen aan de firma J. en K. Smit, te Kinderdijk.

10 Maart. Het voorstel om de Groote Markt direct met de Bloemerstraat door een straat te verbinden, vond in den Raad geen meerderheid van stemmen. Een voorstel, het vorige jaar gedaan, om den Ganzenheuvel met de Regulierstraat te verbinden, vond geen steun.

15 September werd een som van f 20,000 uitgetrokken, ten einde maatregelen te nemen tegen de overstroomingen, waaraan de Waalkade en aangrenzende straten waren blootgesteld. Voor deze verbeteringen werden in het begin van 1884 nogmaals f 36,000 beschikbaar gesteld.

29 September. De St. Jacobspoort aan de Waal (in het pand No. 7) werd toegemetseld.

27 October. Aan de Commissie voor de oprichting van een gedenkteeken aan den aanleg van den spoorweg Nijmegen - Kleef, werd het Valkhof aangewezen, om dit te plaatsen. Een gedeelte der kosten van het monument werd door de Gemeente gedragen.

10 November. Besloten een straat te maken, van de Boven- (Stikke-) Hezelstraat naar de Houtstraat en Bloemerstraat. Van het bestuur der R.K. Augustijnenkerk werden daartoe voor f71.000 drie perceelen aangekocht, n.l. een huis aan de Hezelstraat, een aan de Houtstraat en de bestaande Augustijnenkerk met pastorie. Een nieuwe kerk zou aan de W. zijde dier aan te leggen straat verrijzen. Verg. hiermede 31 Juli 1882.

15 December. Voorstel, de Hoofdwacht in de Waag van het Rijk over te nemen, ten einde dat lokaal als Boterwaag te gebruiken, met de verplichting, dat de Gemeente ten koste van f 3000, op het terrein van het Arsenaal, aan de Houtmarkt, een nieuw gebouw zou oprichten, om als hoofdwacht dienst te doen (tegenwoordige Militaire Bureel).

1884 De voorgenomen ophooging van de Waalkade en het bouwen van een waterkeerenden muur werd op ca. f 36,000 berekend.

In dezen zomer was het Hunnerpark voltooid. Evenals het Kronenburgerpark, was het aangelegd door den Leuvenschen tuinarchitect Rosseels.

28 Augustus had de plechtige eerste-steenlegging van de Augustijnerkerk plaats, nadat den 13en Juni te voren de eerste fundeeringsteen gelegd was.

4 October besloot de Raad den heer W.J. Brender a Brandis, architect, ingenieur te Maastricht, den deskundige, die de commissie voor den uitleg der stad bij het opmaken van plannen voor de slechting der vesting ter zijde stond, dank te zeggen voor de wijze, waarop hij zich van zijn taak had gekweten.

1885 9 Mei, besluit om de veemarkt van het Valkhof en het Bosch over te brengen naar de Nieuwe Markt.

24 Juni. Het nieuwe R.K. kerkhof aan den Daalschen weg werd door de geestelijkheid plechtig ingezegend.

Aanleg van een riool van de rivier de Waal, door de St. Stevens-, Begijnen-, Hezel-, Hout-, Molen-, Zieken-, van Broekhuyzen-, van der Brugghen- en Berg-en-Dalschen straat naar den Berg-en-Dalschen weg, onder toezicht van den Ontwerper W.C.A. Hofkamp, hoofd-opzichter bij den uitleg der stad.

Op 9 juli 1885 werd aan de Waal begonnen met het ijzeren riool, lang 300 meter, wijd 1.20 meter in diameter, hebbende gekost f 24,438,96Ĺ, terwijl op 10 september 1885 begonnen werd met het cement-betonriool lang 1375 meter, waarvan:
350 meter lengte, wijd 1.03 bij 1.50 M.
448 " " " 0.80 " 1.20 "
577 " " " 0.60 " 1.20 "
Beloopende een som van: f 38,316,38.
Het geheele riool was gereed op 29 September 1886; de totale kosten bedroegen f 62,755,34Ĺ.

11 Juli werd besloten, om het nog bestaande gedeelte der voormalige Kraan, dat bij de veranderde toestanden als ijsbreker minder noodig kon geacht worden, af te breken, ten einde ruimte te winnen voor de loskade boven het veer.

November. In het begin dezer maand waren de werkzaamheden aan de waterkeering tot bevrijding der binnenstad bij hoogen Waalstand, alsmede de verbetering der Waalkade voltooid. Het terrein van den Lindenberg tot voorbij de Groote straat, was tot 12.10 M. + A.P. opgehoogd. In plaats van de vroegere smalle kade was een 12 M. breede weg gekomen, terwijl de waterkeerende muur bij de Grootestraat en de waterkeering rivier-afwaarts, tot 14 M. + A.P. waren opgetrokken.*)

*) In de laatste jaren bedroeg de hoogste waterstand bij open rivier 13.50 M. + A.P., nl. op 4 Jan. 1883, van 6 tot 10 uur voormiddags. Zulk een hoogte was in de laatste 115 jaren slechts eenmaal bereikt. Er blijft dus daar boven nog een speling van 1/2 M. over.

In dit jaar werd een aanvang gemaakt met de restauratie der Waag. De houten kolonnade, indertijd opgericht vůůr de Hoofdwacht, werd afgebroken en het hooge bordes werd vůůr den gevel gebouwd. Bij deze restauratie, die f 18,873 kostte, diende als leiddraad een teekening van P. van Call, in het Gemeente-Museum berustende. Overigens geschiedden de restauraties van deze en andere gemeentegebouwen volgens ontwerpen van den Gemeente-Architect J.J. Weve.

Reeds in 1866 had de kerk der Predikheeren, in de Broerstraat, belangrijke restauratiŽn ondergaan, en werd er o.a. een linker-zijbeuk (zuidzijde) aan toegevoegd. Door het bouwen van een Gothischen gevel, met een slanken, hoogen toren, werd de restauratie ten jare 1885 voltooid.

1886 2 Mei. Plechtige inwijding der Augustijnenkerk, door den Bisschop van 's-Hertogenbosch.

29 Juni. Vier electrische lampen aan de Waalkade aangebracht, tusschen den Lindenberg en de gierbrug.

16 en 17 Augustus. Algemeene feestviering, ter herinnering aan den uitleg der stad. Den 17en werd de brug geopend, die Hof en Bosch verbindt, opgericht ingevolge raadsbesluiten van 2 Nov. 1884 en 30 Mei 1885, als huldeblijk aan de Commissie voor den Uitleg der Stad, de heeren Francken, Terwindt en Graadt van Roggen.*)

*) Voor de plechtigheden, waardoor dit feest, ter herinnering aan eene in de geschiedenis onzer stad ongeŽvenaarde gebeurtenis, werd opgeluisterd, zie Prov. Geld. en Nijm. Courant, 18, 19 en 20 Aug. 1886.

In dit jaar werd de IsraŽlietische begraafplaats bij MariŽnburg opgeheven. Dit grondstuk was de Joodsche gemeente toegestaan bij raadsbesl. van 7 Febr. 1683, en sedert, met uitzondering van den Franschen tijd, voortdurend in gebruik gebleven. Nabij den Broerdijk werd nu een nieuwe begraafplaats gevormd.

De kosten der restauratie van den Kerkboog, die in dit jaar ten einde kwam, beliepen f 4000.

De Augustijnenstraat was in dit jaar voltooid. Zij kwam de Gemeente op ca. f 85,000 te staan.
Ten gevolge der voortdurende toename van het verkeer, besloot men over te gaan tot eene verbreeding van den uitgang Burchtstraat - Valkhof, die nog altijd de breedte van de voorm. Burchtpoort besloeg. Bij besluit van 24 Juli werd het hoekhuis van de Hoogstraat voor f 13,000 aangekocht en afgebroken. Een gedeelte van het huis werd weder voor f 8600 verkocht.

1887 7 Mei. Het nieuwe gebouw der Christelijke Normaalschool, op den Klokkenberg, werd geopend.

1 October, werd het Cellenbroederenhuis, in de Pikkegas, als krankzinnigengesticht opgeheven, na een bestaan van meer dan vier en een halve eeuw. Met de aangrenzende woning werd het gebouw door de gemeente in openbare veiling aangekocht.

De Belvedere werd dit jaar gerestaureerd en tot zijn oorspronkelijken vorm teruggebracht, waartoe gebruik gemaakt werd van een aquarel uit de 17e eeuw, geteekend door J. Doomer, een leerling van Rembrandt. De kosten der restauratie beliepen f 12,000.

Na den dood van den eigenaar werd de molen op het Soldatenbolwerk in het openbaar verkocht, en verklaarden de koopers zich bereid, het gebouw aan de Gemeente in ruil af te staan, tegen een perceel bouwterrein aan de van Berchenstraat.

Nadat 23 Oct. 1886 in beginsel besloten was tot het oprichten eener openbare Gemeente-biliotheek,*) ontving de Gemeente in December van dit jaar de boekverzameling ten geschenke, nagelaten door Mr. L.Ph.C. van den Bergh, in leven Rijksarchivaris te 's-Gravenhage. Dit geschenk werd aangeboden op uitdrukkelijken wensch van den overledene.

*) De vermelde bibliotheek was het overblijfsel der in 1636 opgerichte sted. boekerij.
Een uitbreiding en vergrooting aan den achterkant van het Raadhuis werd in dit jaar ondernomen, kostende f 18,300.

1888 15 Maart, werd de Algemeene Kunstvereeniging opgericht.

Een concessie verleend zijnde voor de exploitatie van een stoomtramweg van Nijmegen naar Beek en Neerbosch, werd aan deze onderneming op 17 Maart een subsidie toegekend van f10,000, te betalen, wanneer de tramweg gedurende 12 maanden geregeld in exploitatie zou geweest zijn. Reeds in den zomer van 1889 kwam deze tram in werking.

11 Augustus, werd aan den hr. J.W. Kaijser concessie verleend voor een algemeen net van telephonische verbindingen in deze gemeente, voor den tijd van 20 jaren, met hoofdbureau in de Waag. In het volgende jaar werd een centraalbureau geopend in den nieuwgebouwden vleugel van het Raadhuis, in de Nieuw-straat. Einde 1899 bedroeg het aantal abonnementen 677.

Het in 1866 opgerichte St. Dominicus-college te bekrompen geworden zijnde voor het steeds toenemend getal leerlingen, werd ten jare 1877 door den H.E.W. pater C. Reijnen de eerste steen gelegd voor een nieuw College, aan de Lange Nieuwstraat, welk gebouw in den loop van 1888 aanmerkelijk vergroot en verfraaid werd.

1889 30 Juni, werd de tramverbinding Nijmegen-Ubbergen-Beek geopend.

Op voorstel van de Commissie voor den Uitleg der Stad, werd een aan den Staat behoorend terrein, aan de Noord-Oostzijde van het Hof overgenomen, en daarmede een uitbreiding gegeven aan deze wandelplaats, waarvoor de kosten geraamd waren op f 12,000.

Op het terrein, dat na afbraak van het door de gemeente gekochte Cellenbroederenhuis, aan de Pikkegas, vrijviel, werd besloten een nieuw gebouw voor de Bank van Leening te doen verrijzen, hetwelk de Gemeente op f 22,000 kwam te staan.

Ten behoeve der verbreeding van de Paulstraat, hoek Broerstraat, werd een daar staand huis gekocht voor f 8,500, en dit, met toegift van f 6000, geruild tegen 35 c.A. van het hoekhuis. Een groote, en zeer noodige verbetering, maar kostbaar, daar men de c.A. of vierk. meter met f 414 moest betalen.

1 September. De Rijks Kweekschool voor onderwijzers wordt opgeheven. Het gebouw verkreeg voorloopig geen andere bestemming.

1890 Bij gelegenheid, dat hier op 1 Juli door eenige leden van het Leidsche Studentencorps (daartoe uitgenoodigd door een vereeniging van heeren) een optocht gehouden werd, voorstellende den Intocht van Karel V binnen Nijmegen op 9 Februari 1546, vereerde H.M. de Koningin-Regentes, vergezeld van Prinses Wilhelmina, deze stad met een bezoek. Op het Hof werd een cour gehouden, waarbij Karel V zijn opwachting maakte aan H.M.

18 October. Na een eenvoudige restauratie, werd als raadzaal in gebruik genomen, de zaal op de bovenverdieping van het raadhuis, waarin vroeger de arrondissements-rechtbank haar zittingen placht te houden.

5 December, overleed Mr. W. Francken N.Gzn., voorzitter van de Commissie voor den Uitleg van de Stad.

In het eind van dit jaar ontving de Tramweg-Maatschappij Neerbosch - Beek concessie, haar lijn uit te breiden tot aan het Hotel Groot Bergendal.

De in 1882 gestichte Josephshof, bestemd voor de R.K. Gezellen-Vereeniging, enz., werd in dit jaar voltooid, aan den hoek tusschen de Smetius- en de van Berchenstraat.

1891 Met toestemming van Z.E. den Minister van Binnenlandsche Zaken, werden de charters, boeken enz. uit de lokalen, waar zij vroeger geplaatst waren, overgebracht naar het nieuwe archief boven de Burgemeesterskamer. Die stukken, welke dagteekenen na 1814, werden gedeponeerd in de nieuwe lokalen van den Burgerlijken Stand en onder bewaring van den Gemeente-Secretaris gesteld.

Voor rekening van het Rijk werd een in de Lange Hezelstraat staand ruim heerenhuis aangekocht en tot Postkantoor ingericht. Vůůr dien tijd placht het kantoor gehouden te worden in het huis, waar de Directeur "pro tempore" woonde.

Op een terrein in het Nieuwveld, onder Hatert, gelegen tusschen de spoorwegen richting Kleef en Tilburg, werd in 1891-92 een Gemeente-mestbergplaats en ontsmettingsoven gebouwd voor f29,100. Tot 1900 beliepen de kosten met inbegrip van aankoop van het terrein voor uitbreiding f49,741.

1892 Den 4 Januari overleed de heer H.L. Terwindt, lid der Commissie voor den Uitleg der Stad.
1893 Voor f 32,000 verkoopt de Gemeente het tiendrecht onder Heumen en Malden, aan het bestuur dier Gemeenten. De stad had dit bezit verkregen bij den aankoop dier heerlijkheden in 1770.

Van de in 1881 aan den heer Bert Brouwer in erfpacht uitgegeven 3 H.A., (zie bl. 49) waarvan in 1883 de canon in tweeŽn gesplitst was, werd de ontbinding van het erfpachtscontract over het achterste gedeelte, ca. 1 1/2 H.A., verkregen, en bij overeenkomst met den Staat, de Nijmeegsche Maatschappij tot Exploitatie van Bouwterreinen e.a., d.d. 2 Juni 1894, wegen gemaakt langs het Militaire Terrein, Fort Kijk-in-de-Pot en omgeving, en van het Militaire Terrein, den Groesbeekschen weg en de St. Annalaan, hetwelk als een uitleg op zich zelf beschouwd werd.

12 Januari. Oprichting der vereeniging "Nijmegen Vooruit"' welker statuten Koninklijk werden goedgekeurd 8 April daaraanvolgend.

1894 Tot verbetering van den toestand van het oude stadsgedeelte gelegen aan den Voerweg, werd de Gemeente voor ruim f 32,000 eigenares van een dertigtal onaanzienlijke huizen gelegen aan den Voerweg, op het St. Geertruidsbergje en aan de Rozemarijngas. Al deze woningen werden successievelijk afgebroken.

7 en 8 Augustus werd het nieuwe spoorwegstation in gebruik gesteld, waarbij een optocht en andere feestelijkheden plaats grepen, die in 1879 bij de opening van den spoorweg Arnhem - Nijmegen, achterwege hadden moeten blijven (zie bl. 47). Met overkapping van het middenperron, het aanleggen van het eerste perron en den tunnel, kwamen de kosten op een totaal van f 661,500 te staan.

In dit jaar werd een aanvang gemaakt met het sloopen van het fort Kijk-in-de-Pot, gelegen tusschen het Kerkhof en den Groesbeekschen weg.

Onder leiding van den Duitschen archaeoloog Dr. C. Plath, werden in den winter van 1893-94 opgravingen gedaan aan de Karolingsche kapel op het Hof. Behalve het feit, dat de vloer dezer kapel oorspronkelijk ongeveer een meter dieper had gelegen, brachten zij weinig nieuws aan den dag. De vloer, alsmede de buitenkant van het gebouw, werden tot hun oorspronkelijk niveau terug gebracht. De opgravingen, die den volgenden winter aan de Romaansche kapel werden gedaan, leverden eveneens weinig resultaten.

In dit jaar werd de oude Regulierkerk in den Molenstraat afgebroken.

1895 1 Mei. Opening van het nieuwe Protestantsche Ziekenhuis, op een terrein bij de Spaarbankstraat.

In Juli 1895 had de plechtige eerste-steenlegging plaats van de St. Ignatiuskerk, in de Molenstraat, op het terrein van de vroegere Regulierenkerk en klooster. Den 30 September 1896 werd het nieuwe gebouw door den HoogEerw. heer Deken F.A.L. Bronsgeest met de gewone plechtigheden ingewijd.

Door een vennootschap, met een kapitaal groot f 17,000 verdeeld in aandeelen van f 100, ŗ hoogstens 3%, werd in dit jaar een Manege tot stand gebracht, in een daartoe opgericht gebouw, aan den Waldeck-Pyrmont-Singel. Deze manege wordt verhuurd, zoodat de paarden, enz. eigendom zijn van den pikeur. Het aantal leden, ad f 5 jaars, beloopt doorgaans 115 ŗ 120.

1896 31 October. Besluit, tot restauratie van de raadzaal, tegen een koste van f 12,000.

Van de drie oude loodsen vůůr den Waalwal, die het verkeer belemmerden en de Waalkade ontsierden, werd de eerste door de Gemeente ter amotie aangekocht in 1896 en spoedig daarna gesloopt. De beide andere ondergingen hetzelfde lot in 1899. Totaal der kosten van aankoop f10,500.

1897 1 April. Vierde de gasfabriek haar vijf-en-twintigjarig bestaan. Het gas geproduceerd van 1 April - 31 December 1872 bedroeg 335.920 M3., waarvoor gebruikt werden 15.670 H.L. steenkolen. De prijs was destijds 14 ct. per kubieken meter. In 1895 werd afgeleverd 2.648.780 M3., waarvoor gebruikt werden 118.175Ĺ H.L. steenkool, terwijl de prijs van het gas 6Ĺ en 6 ct. per M3. bedroeg. Men begon met een pijpennet van 13.400 M.; in 1895 bezat het net een lengte van ca. 40.000 M. In 1872 waren er 2 gashouders, elk houdende 1500 M3. gas, dus 3000 M3.; in 1895 waren er 4, waarvan de twee laatste elk 3000 M3. bevatten, zoodat men nu een gasberging heeft van 9000 M3., of 60% van de productie.

2 Juni. Opening van den paardentramweg naar St. Anna.

26 Juli. De Algemeene Begraafplaats Rustoord, nabij den Broerdijk, door de Diaconie der Hervormde Gemeente gesticht, werd door Ds. E.A. van Hoogenhuijze plechtig geopend, in tegenwoordigheid van H.H. Ouderlingen, Diakenen en genoodigden. Het terrein heeft een oppervlakte van 35.000 M2.

2 October. Eerste raadszitting in de gerestaureerde zaal, welke gebeurtenis kort daarop werd gevierd met een feestmaal, in het Hotel Keizer Karel, waartoe ook de hoofdambtenaren waren genoodigd.

Aan de Tramweg-Maatschappij werd in dit jaar vergunning verleend, om sporen aan te leggen in de van Diemerbroeckstraat, en een terrein daarnaast werd in huur afgestaan, tot stichting van gebouwen en verdere inrichtingen, noodig voor haar exploitatie, waarna haar loodsen en bureau op het Stationsplein werden opgeruimd.

1898 1 September. De Inhuldiging van H.M. Koningin Wilhelmina werd met verschillende feestelijkheden gevierd, waaronder in de eerste plaats een gecostumeerde optocht, voorstellende de Inkomst van Prins Frederik Hendrik met zijn leger alhier, na de zomercampagne in Noord-Brabant, op 15 October 1633. Ter herinnering aan de Inhuldiging werd een lindeboom geplant op het Hertogsplein, omgeven van een plantsoentje en een rijk versierd ijzeren hek.
1899 26 Augustus. Besloten tot het aanleggen en exploiteeren van een Electrischen Tramweg van gemeentewege, met bepaling, dat het electrische krachtstation ook electrisch licht aan particulieren zal kunnen leveren.

23 September. In verband met onderhandelingen, door de Gemeente aangeknoopt met het Departement van Oorlog, van voor den militairen dienst bestemde gronden en gebouwen, in ruil tegen beschikbaar te stellen terreinen, werden 13.90.30 H.A. gronds in het Molenveld aangekocht voor f 81,835,50.

Aankoop van 0.55.90 H.A. voor f 6000, ten behoeve van geprojecteerde wegen in het Galgeveld, tusschen den Groesbeekschen weg en de St. Annalaan.

Den 3 October 1896 werd een voorstel goedgekeurd voor den bouw en de inrichting van een nieuwe H.B. School, die aan den Kronenburgersingel zou komen te staan. Dit gebouw was voltooid in 1899 en werd op den 1en September v.d.j. geopend. De kosten beliepen f 122,300.

De eigendommen der Gemeente in het oude klooster Bethlehem, waarin de H.B. School tot dien tijd gezeteld had, werden na eenige verbouwingen aan het R.K. Armbestuur verkocht voor f17,000.

18 November werd besloten tot het sloopen van de bij besluit van 15 April, door de Gemeente in openbare veiling aangekochte fabrieksgebouwen der ijzergieterij en smederij van de Erven G.W. van Westhreenen. Koopsom en onkosten f 11,456. De onderneming werd in vereeniging met de exploitatie der tramwegen in nieuw opgerichte gebouwen aan de Voorstadslaan, op een grootere schaal voortgezet.

In bovengenoemd fabrieksgebouw waren de overblijfselen der vroegere Boddelpoort gemetseld, die bij den aanleg der Haven aldaar, in de eerste jaren der 17e eeuw, gesloten werd. Deze resten, die uit 1538 en gedeeltelijk van vroeger dagteekenen, werden bij het afbreken gespaard.

30 December. De Gemeente kocht vier huizen aan den Voerweg, alsmede het Vergaderlokaal van het Polderbestuur van het Circul van de Ooi, die alle werden afgebroken. Deze huizen waren de laatste, die nog aan de N. zijde van den beneden - Voerweg stonden. De kosten van alle woningen aldaar beneden de brug, (op ťťne na aan de Z. zijde) alsmede die in de Rozemarijn of Vildergas, beliepen f 99,904,48, waaronder begrepen f 8500 voor het verplaatsen der hulzen van de militaire waschbazen, van achter de Melaten naar de Fort-Kijk-in-de-Potstraat.

1900 Het Gemeente Slachthuis, in beginsel aangenomen in 1896, en tusschen de nieuwe Haven en het fort Kraijenhoff gebouwd in 1898-99, werd Zondag 1 April voor het publiek ter bezichtiging opengesteld en den volgenden dag in gebruik genomen. De kosten van bouw en inrichting beliepen f 260,000.

In het voorjaar was het Canisius-College der Paters JesuÔeten aan den Bergendalschen weg voltooid. De lessen begonnen in den herfst.

Van de vier huizen aan den Roomschen Voet werden drie aangekocht en dezen zomer afgebroken.

In November werd besloten de portierswoning aan het Hof te verbouwen. Dit werk werd aangenomen voor f 8590.

Op voorstel van den Gemeente-Archivaris en voor diens rekening, werd besloten op het koor der St. Stephenskerk een koperen gedenkplaat aan te brengen ter eere van Adolf graaf van Nassau, in November 1608 bij Xanten gesneuveld en alhier op het koor begraven in grafkelder No. 886.

Het Goederen-Station werd in dit jaar in uitvoering genomen. De kosten waren geraamd op f150,000.

Aan het R.K. Weeshuis grepen uitbreidingen plaats aan de N. zijde, langs den Hessenberg.

BIJLAGE A.

Kort overzicht van den Loop der Bevolking te Nijmegen. (De stad zonder schependom)

 

1796

1809

1811

1815

1830

1840

1851

1860

1870

1871

1872

1873

1874

1875

1876

1877

1878***)

1879

1880

1881 

12,783*)

11,664

11,881

11,579**)

17,734

21,182

21,540

21,068

23,093

23,138

22,785

22,721

22,929

23,198

23,509

23,859

24,251

24,897

25,856

26,629

1882

1883

1884

1885

1886

1887

1888

1889

1890

1891

1892

1893

1894

1895

1896

1897

1898

1899

1900

27,539

28,204

28,793

29,710

30,372

31,114

31,742

32,101

32,618

32,990

34,128

34,670

35,795

37,008

38,576

40,098

41,166

42,857

44,034

*) Hierbij waren ingesloten "het Schependom en het district Ubbergen, welck laatste daarbij gevoegd is, als meede onder onze repraesentatie gehoort hebbende." Raadsbesl. 11 Mei 1796.

**) In 1815 met het Schependom 13,326. Dit was 202 minder dan in 1811, dank zij de glorie van Napoleon.

***) 1878 verkoop aan de Gemeente Nijmegen van de beschikbare vestinggronden.

BIJLAGE B.

Debet en Credit van de slooping der Vestingwerken en den Verkoop der Vestinggronden.

Tot en met 31 December 1900.

Openbare Verkoopingen. . . . . . . . . . . . . .

Onderhandsche Verkoopingen . . . .  . . . . .

Diverse Ontvangsten Verkoopingen. . . . . .

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

Totaal der Ontvangsten. . . . . . . . . . . . . . .

Uitgaven. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Meer ontvangen dan uitgegeven . . . . . . . .

Nog te verkoopen oppervlakte: ca. 9 Hectaren.

f 550,381,84

f 1,326,534,95

f 8,887,82Ĺ

= = = = = = = = 

f 1,885,804,61Ĺ

f 1,458,717,84Ĺ

f 427,086,77

terug

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: