Zuuk t mar uut - Wim Janssen

Uit het Nimweegs verleden 150

03-04-1985

Vasten en onthoudingsdagen

Wanneer ik u vertel dat wij vroeger - ondanks onze klassieke rooms-katholieke opvoeding - ons niet aan de vastentijd hielden maar dat wij dagelijks met het vasten te maken hadden, dan vindt u dat natuurlijk tegenstrijdig. Of niet soms? Dat is ook zo, maar ik zal u wat dat betreft vlug uit de droom helpen.

Volgens de r.k. vastenwet is iedere gelovige tussen 19 en 59 jaar verplicht zich aan de vasten en onthoudingsdagen te houden. Ter verduidelijking hiervan: Het vasten wil zeggen dat men maar één volle maaltijd per dag gebruiken mag, waarbij vlees wel toegestaan is. Daaronder valt de grote of veertigdaagse vasten voor pasen plus de quatertermper en vigilliedagen. Op de onthoudingsdagen (iedere vrijdag is een onthoudingsdag) dient men zich van vlees of vleeswaren te onthouden.

Nu kom ik terug op wat ik hierboven geschreven heb. In die bar slechte tijd van voor de tweede wereldoorlog kwam het heel vaak voor dat de volwassenen (en natuurlijk ook de jongeren) nog niet eens een halve maaltijd te nuttigen kregen, laat staan een volle maaltijd. Een beetje spottend vertelden wij dan ook wel eens dat wij thuis net zo veel konden eten als we maar kregen. Armoede was troef en schraalhans was dan ook keukenmeester. Het was dan ook niet uit weelde dat wij als kind naar het „broodjes- en soephuls" gingen, of liever gezegd, moesten! Verder gold de wet; éét wanneer er te eten valt en eet dan zoveel je kunt of zoveel als er is! Van het wettelijk vasten kwam dan ook natuurlijk niets terecht. Net zo min als van de onthoudingsdagen. De enkele keer dat wij vlees kregen aten wij dat ook, ongeacht of het een onthoudingsdag was of niet. Voor de mensen die over voldoende geldmiddelen beschikten was het natuurlijk een genoegen om de advertenties van diverse vishandelaren te lezen. In gloedvolle bewoordingen prezen deze handelaren hun koopwaren aan, en vaak op zo'n manier dat bij het lezen daarvan het water al in je mond kwam. Maar ja, dat was voor ons niet weggelegd, die heerlijke vette gerookte paling en de verschillende soorten verse zee- en riviervis en de levende alen om soep van te koken. 

Moeder van ons - en natuurlijk ook vele andere moeders - moest zich van andere bestanddelen bedienen om een flinke pot soep te koken. Het meest voorkomende waren de onderpootjes van een varken, de bovenpoten waren vaak nog veel te duur. 

O ja, de toenmalige minister-president Colijn heeft eens voor de radio en in de kranten een recept van vissoep bekend gemaakt Men had daar alleen maar wat flinke viskoppen voor nodig volgens zijn vrouw. Zij had zo'n soep voor hem en haar klaar gemaakt, en hij kon niet anders zeggen dan dat het een zéér krachtige soep was geweest.
Hij raadde de arbeidersvrouwen dan ook aan om haar voorbeeld na te volgen want daar zouden zij veel eer en voldoening van hebben.
Maar hij vertelde er niet bij hoe men aan de benodigde viskoppen kon komen én hoe of een bootwerker of een arbeider uit de werkverschaffing zo'n maaltijd zouden vinden als zij 's avonds hongerig en moegewerkt thuis kwamen. Hij wist denk ik ook niet dat een hardwerkende handarbeider ander voedsel nodig heeft dan een ruim zeventigjarige oude heer die totaal geen spierarbeid hoefde te verrichten, zoals de heer Colijn. 

Dan had - onder andere - mijn moeder een ander recept om een voedzame soep te koken. In die tijd kon men bij de slagers „kanen" kopen. Dat waren de kaantjes van uitgebakken reuzel (dat is het bladvet aan de buik van een varken). Aan deze kaantjes bleef altijd het nodige vet zitten en daar kookte moeder dan een stevige soep van. Verder werden er aardappelen mee gebakken en werden deze ook in de jus gestrooid. Ook koud of warm op de boterham smaakte deze lekker. Zo kregen wij het nodige vet naar binnen. Het uitgebakken reuzel-vet werd door de slagers verkocht onder de naam van „smout" ook voor op de boterham.

Klik hier en reageer daarmee per email als u uw reactie hieronder wilt laten plaatsen

Bron (©) 1985 Wim Janssen - Nieuwsblad De Brug Nijmegen

terug

Reactiepagina
Reactie 1:

J.H. Glas, 01-03-2017: wij hebben geleerd dat onthouden inhield dat er geen sex mocht plaatsvinden. Dat is heel wat anders dan geen vlees eten.
Reactie 2:

Anneke Jorritsma Maass, 02-03-2017: Aswoensdag werd er een askruisje op je voorhoofd gezet en dan begon de 40-daagse vastentijd. De volwassenen mochten geen vlees eten, wel vis.
wij kinderen hadden een snoeptrommeltje. Zondag mocht je iets er uit pakken.
Op Paas Zaterdag, als de kerkklok 12 uur luidde kwamen de snoeptrommels te voorschijn en was de vasten voorbij. En op de eerste Paasdag chocolade Paaseitjes zoeken.
Reactie 3:

Dick Jacobs, 02-03-2017: Voorheen was de vrijdag bij de meeste gezinnen al een vleesloze dag omdat er dan meestal vis gegeten werd. Ook ik herinner me een onthoudingsdag als een dag waarop je geen sex had.
Smout op brood met een beetje zout: Heerlijk!! Jammer dat we dit, naast balkenbrei en zult, tegenwoordig niet meer gezond vinden.
Mijn moeder deed wel eens een likje Nivea-crème op wangen of handen. Ik vond dat geklieder toen (en ook nu nog) erg op smout lijken.

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: