Zuuk t mar uut - Wim Janssen

Uit het Nimweegs verleden 97

11-05-1983

De Nijmeegse politie (1)

In 1660 worden er in Nijmegen twee geüniformeerde provoosten - gewapend met een provooststok, versierd met linten in de stadskleuren, aangesteld die onder leiding van een keur- of policiemeister de orde in de stad moeten handhaven. Hun taak is omschreven in een staatkundige verordening wat in feite een lange lijst van ver- en gebodsbepalingen is. Zij dienen nauwlettend toe te zien dat de Nijmeegse burgers zich daaraan houden.

Zij moeten bijvoorbeeld toezien dat verboden Godsdiensten - waarbij de RK. Godsdienst met name genoemd wordt - geen voet aan de grond krijgt, goed te letten op aankomst en vertrek van de beurtschepen, de winkels tijdens de kerkdiensten gesloten zijn, de jeugd niet met
sneeuwballen gooit, de maten en gewichten van de handelaren in de gaten houden enzovoort. Dit is maar een kleine opsomming uit deze verordening.

Oprichting

De oprichting geschiedde in 1810 met als eerste commissaris de Fransman Duchauffour. De sterkte bestond nog steeds uit welgeteld drie personen. Door de jaren heen hebben de diverse commissarissen steeds moeten strijden met burgemeesters, gemeenteraden en de regering om het korps op sterkte krijgen of te houden, en voor de sociale omstandigheden van hun politiemannen in zijn totaliteit. Commissaris Duchauffour wordt in 1813 opgevolgd door Stoltenhof die 11 jaar dienst doet tot 1824. Daarna komt Eveneder die 31 jaar aan het bewind blijft tot 1855. Dan komt Koentz tot 1861. Daarna volgt Beydals tot 1865. Wanneer deze zijn hielen licht wordt zijn plaats ingenomen door Witt. Deze commissaris wordt de man met het langste dienstverband namelijk 32 jaar van 1865 tot 1897. Commissaris Witt was dus de zesde in het rijtje van commissarissen. Wanneer hij in 1897 komt te overlijden wordt er ijverig naar een ander bekwaam persoon gezocht die zijn taak voort kan zetten. De keuze valt tenslotte op De Fouw, commissaris van Zaltbommel die geen vreemde voor of in Nijmegen is. Voordat hij als commissaris in Zaltbommel aangesteld werd had hij in Nijmegen commissaris Witt van 1889 tot 1893 als inspecteur geassisteerd.

De Fouw 1898-1926

Als commissaris De Fouw zijn werkzaamheden op 1 maart 1898 aanvangt, telt het politiekorps 65 manschappen en is het hoofdbureau nog steeds gevestigd op de bovenverdieping van „De Waag" op de Grote Markt. Vroeger noemde men dat „De Hoofdwacht". Het smalle straatje achter „De Waag" heeft daaraan nog de naam van „Achter de hoofdwacht" te danken. De Fouw is een werkzame man.

De gebrekkige huisvesting van zijn korps en de nog zeer slecht werkende telefoonverbindingen met de enkele buitenposten zijn hem een doorn in het oog. Meteen na zijn aanstelling begint De Fouw de gemeenteraad te bombarderen met een aanvraag om versterking van 17 agenten!

Tot ieders verbazing gaat de raad er meteen mee akkoord en hij kan deze mensen in dienst nemen. Dan gaat hij zich weer in zetten om het kader uit te breiden wat ook probleemloos voor elkaar komt. Er volgt een hele reorganisatie die verschillende promoties tot gevolg hebben. De enige inspecteur die hij rijk is wordt gepromoveerd tot eerste klasse die daarbij ook nog assistentie krijgt van twee inspecteurs tweede klasse. Tevens worden verschillende agenten eerste tot hoofdagent en agenten tweede klasse tot eerste klasse bevorderd.
Regelmatig wordt nu het korps uitgebreid in 1901 komen er weer vijf hoofdagenten bij. Op 1 januari 1906 worden een onderinspecteur, twee hoofdagenten, twee agenten eerste klasse, vier agenten tweede klasse, en dertien agenten derde klasse aangenomen. Van deze agenten zijn er twaalf nodig voor de nieuw te bouwen politiepost aan de Koninginnelaan, ook de politiepost aan de Daalseweg krijgt uitbreiding. De Fouw streeft er naar om zoveel mogelijk buitenposten te realiseren met een eigen bezetting, zodat men wijkgebonden agenten krijgt die van alles en iedereen op de hoogte kunnen komen, waardoor er een betere verstandhouding tussen wijkbewoners en het politieapparaat zal ontstaan. Dan gaat de commissaris weer aan het werk om meer deskundigen en specialisten om zich heen te krijgen. Dat was ook wel nodig omdat het bij het solliciteren naar het politieambt het er nogal simpeltjes naar toe gaat. De sollicitant moet twee zinnetjes opschrijven de eerste zin is; De man miste zijn horloge en de tweede zin: het mistte vandaag weer. In de eerste zin moet maar één t voor komen en in de tweede zin twee t's. Schrijft de jongeman deze zinnetjes goed dan is hij „taalkundig" goed bevonden. Bezit hij daarbij een paar grote handen - om het dieventuig in de kraag te pakken en om goed te kunnen rauzen bij eventuele ongeregeldheden - dan is hij al voor negentig procent geslaagd. De andere tien procent wordt met de keuring uitgemaakt Alhoewel De Fouw overtuigd is dat er wat gedaan moet worden om de sociale positie van zijn manschappen te verbeteren, begint hij ook de druk te voelen die de pas opgerichte politievakbeweging op hem uitoefent. Hij meent dat zijn mensen recht moeten hebben op af en toe een dag vrij en enkele vakantiedagen per jaar. Hij vindt ook dat zestig werkuren per week veel te veel is. De vakbeweging dringt daar ook op aan en streefde naar een betere vakopleiding - vooral voor het lagere personeel - dat de vakdiploma's van de bonden erkend worden en een totale verbetering van de sociale voorzieningen van het politiepersoneel.

Klik hier en reageer daarmee per email als u uw reactie hieronder wilt laten plaatsen

Bron (©) 1983 Wim Janssen - Nieuwsblad De Brug Nijmegen

terug

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: