Zuuk t mar uut - Wim Janssen

Uit het Nimweegs verleden 56

09-06-1982

Religieuzen in de oude stad 2

De Franse zusters van Hallo

Het grootste probleem van de veertig zusters was; hoe voorzien wij in ons levensonderhoud? Dan was er ook nog de noodzaak om zo spoedig mogelijk de Nederlandse faal onder de knie te krijgen. De zusters die belast werden met de inkoop van etenswaren en andere noodzakelijke artikelen losten dat op hun manier nogal makkelijk op.

Zonder de Nederlandse taal machtig te zijn en zonder één cent in hun bezit stapten zij de winkels binnen om dan met handgebaren duidelijk te maken welk product en hoeveel
zij er van moesten hebben. Bij het afrekenen gaven zij ook weer met handgebaren te kennen, dat het op de rekening geschreven moest worden. Aangesproken door het vele goede
en heilzame werk, dat de zusters kosteloos deden, begonnen welgestelde dames en heren - in samenwerking met wat instanties - de grootste nood van de zusters te lenigen. Aangezien dat op deze manier op de lange duur geen haalbare kaart zou zijn, sprak de paus er zijn bezorgdheid over uit. Hij adviseerde de zusters dan ook om verpleegstersdiploma's te halen, waardoor hun werk betaald kon worden en zij niet langer meer van de liefdadigheid afhankelijk zouden zijn. 

Dat deden de zusters dan ook en werden zo vakbekwaam, dat zij zelf verpleegstersopleidingen mochten verzorgen. Hun werk was moeilijk en zwaar, want zij troffen veel ellende, leed en armoede in de oude stad aan. Maar ondanks het vele werk dat de zusters verrichten deden de bewoners van dat oude stadsdeel nooit tevergeefs een beroep op de zusters. Steeds met hun tweeën trokken zij er iedere morgen om negen uur op uit om hun
zegenrijk werk te doen. Niet alleen om de zieken te verzorgen en wonden te verbinden, maar ook om het huis op orde te brengen. Het huiswerk deden zij met de middelen die zij dan daar aantroffen. Met oude kranten werden vaak de ruiten gezeemd. De vloeren werden geschrobd, matten geklopt, bedden opgemaakt, stof afgenomen en eventueel de was gedaan. Het een en ander gebeurde allemaal met de hand, want elektrische apparaten of elektriciteit was toen niet aanwezig. Het was een hele toer om de huizen schoon en zuiver te krijgen en te houden, want de bedsteden (meestal in de huiskamers) en de andere ledikanten met de strozakken zorgden voor heel veel stof. Óók de zusters constateerden daar in verschillende huizen vlooien, luizen en ander ongedierte. Zij werkten aan een stuk door tot 's middags twaalf uur en mochten van de mensen niets aannemen, in welke vorm dan ook. Bij een stervende bleven zij tot de laatste ademtocht om haar of hem in de laatste ogenblikken bij te staan en de naaste gezins- of familieleden tot troost te zijn. Ook zorgden zij voor het „afleggen" (opbaren) van de overledenen, met, alle bijkomstigheden van dien. Bij gebrek aan ruimte werd de kist met 'n overledene op twee schragen in de huiskamer geplaatst, totdat na drie dagen de begrafenis plaatsvond. 

De activiteiten van de.zusters beperkten zich niet alleen tot de ziekenverpleging, maar zij waren ook op andere gebieden werkzaam. Zo hadden zij naai- en borduurclubjes voor meisjes en vrouwen, jongenspatronaten, mannencongregaties en nog veel meer.

Katholieke kinderen die op de openbare scholen waren, konden bij hen op lering komen voor de eerste Heilige Communie, die zij dan ook in de kapel van Hallo konden doen. Na afloop werden de kinderen dan met hun ouders op een fijne koffiemaaltijd met krentenbroodjes getrakteerd.

Het klooster van Hallo was zeer ruim wat vertrekken betrof. Er waren ook nog drie speelplaatsen die op verschillende hoogtes lagen. De St. Nicolaasmiddagen waren bij de jeugd geweldig in trek. Het was geen zeldzaamheid, dat er op zo'n middag achthonderd kinderen, over drie groepen verdeeld, aanwezig waren. ledere groep had een aparte St. Nicolaas en vierde het feest zonder dat de ene groep iets van de andere zag of er last van had. Vroeger konden de arme schoolkinderen 's winters op maandag-, woensdag- en zaterdagmorgen een gratis ontbijt, verse puntbroodjes met warme melk of pap, komen nuttigen.

Toen in de eerste jaren van 1950 de gemeente de laatste restanten van de oude stad op een baldadige wijze ging slopen, de eeuwenoude Lindenberg onteerde door deze af te sluiten en op te hogen en men een hoge muur ging bouwen (het zogenaamde „groene balkon"), waardoor het stadsgezicht aan de Waalkade ontsierd werd, was het gedaan met Hallo. De zusters verhuisden naar het St. Canisiussingel nr. 22, waar zij nu nog wonen. Maar niet meer voor lange tijd, want eind september wordt het huis gesloten en gaan drie zusters - waaronder zuster Josephine - naar klooster Mariënbosch op de Groesbeekseweg. Zij gaan daar hun werk verder afbouwen, hun dagboeken bijwerken, om deze, evenals de andere dagboeken, naar hun moederhuis in Parijs te sturen. De band met hun bejaardenbond - die volgend jaar 25 jaar bestaat - zal wel aangehouden worden. De andere zusters gaan naar hun vaderland terug, zoals België en Oostenrijk.

Dan wordt er een historisch hoofdstuk van de Nijmeegse geschiedenis afgesloten. Ondanks dat de gezondheidszorg tegenwoordig op een zeer hoog peil staat en de mensen niet meer afhankelijk zijn van de liefdadigheid van de zusters van Hallo, nemen wij toch met gemengde gevoelens afscheid van onze zusters.

Door middel van dit stukje wil ik, namens zeer veel mensen in Nijmegen, de zusters héél hartelijk dank zeggen, die als engelen van God door onze straten liepen en onze armoedige huisjes betraden om daar hun zegenrijk werk te verrichten.

Klik hier en reageer daarmee per email als u uw reactie hieronder wilt laten plaatsen

Bron (©) 1982 Wim Janssen - Nieuwsblad De Brug Nijmegen

terug

Reactiepagina
REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's meesturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Layout kan wel, bv Dit is <b>dik</b>, dit <i>schuin</i>. geeft Dit is dik, dit schuin.
 
  Uw naam:   en e-mailadres: