Zuuk t mar uut - Wim Janssen

Uit het Nimweegs verleden 55

26-05-1982

Religieuzen in de oude stad l

De Franse zusters van Hallo

Deze zusters waren in de oude stad zéér bekend én bemind. Zij werden „zusters van Hallo" genoemd omdat zij het veel verguisde maar ook bewonderde „kasteel" van baron Hallo bewoonden. De naam „Franse zusters" ontvingen zij van de oude stadsbevolking omdat zij van uit Frankrijk naar Nederland over gekomen waren en in het begin geen enkel woord Nederlands spraken.

Langzamerhand leerden zij zich ook enigszins in het Nederlands uit te drukken maar bleven onder elkaar toch het Frans als voertaal gebruiken. De door hen toch veel gebruikte woorden zoals: mère (moeder) en soeur (zuster) kregen dan ook een vertrouwde klank in de oren van de meisjes en vrouwen die met hen in contact kwamen, en dat zijn er in de loop der jaren zéér veel geweest De congregatie werd ongeveer 150 jaar geleden in Parijs opgericht door Eugenie Smet (ook wel genoemd: moeder der voorzienigheid). Zij gaf de congregatie de naam van: Auxeliatricen; dat (helpsters betekent) en wel van de zielen in het vagevuur. De stichteres was van mening, dat er naast het goede werk dat veel mensen voor de levenden deden, dat er ook iets voor de overledenen gedaan moest worden. Daarom moest het doel van de orde zijn om zich totaal in dienst van God te stellen om daardoor de zielen in het vagevuur te helpen. O, niet om Onze Lieve Heer van het kruis te bidden of zo, maar om de werken van barmhartigheid in de uitgebreidste betekenis van het woord onder de armste der armen uit te gaan oefenen. En dat allemaal letterlijk PRO DEO wat zeggen wilde voor God alléén en zonder er enige vergoeding voor terug te vragen. Daarvoor alleen zouden zij zich in gaan zetten en voor niets anders. Men moet dat natuurlijk allemaal zien in het licht en de opvattingen van die tijd. De stichteres begon het werk met nog vier dames (deze waren nog geen zusters) in drie kleine kamertjes op een zolderverdieping. Toen zij deze kamertjes na korte tijd weer af moesten staan waren zij dakloos. Hierop stapte stichteres naar de bisschop van Parijs om een ander onderkomen te vragen. Maar deze kon haar niet helpen en zag er een zwaar hoofd in of zij zelf wel zou slagen iets naar haar gading te vinden. Maar de onversaagde zuster gaf hem te verstaan dat God haar naar Parijs gehaald had om een congregatie te stichten en dat God dan ook wel zou zorgen dat zij daarvoor een huis kreeg!
Bij haar afscheid liet zij de bisschop - diep onder de indruk van haar grote Godsvertrouwen - achter. En jawel hoor, binnen de kortste tijd wist zij voor een zacht prijsje een onderkomen te bemachtigen in een smal straatje tussen twee hoofdstraten in geklemd. Dat onderkomen doet nu nog steeds dienst als het moederhuis van de Auxeliatricen. Het werk van de religieuzen orden werd toentertijd in Frankrijk door verschillende hoge regeringsambtenaren niet erg op prijs gesteld en men probeerde hen dan op allerlei manieren tegen te werken. In 1903 begon de toenmalige minister Colbe aan een wet te werken om alle orden het land uit te laten zetten. 

Alhoewel dat niet zo vlug en eenvoudig in zijn werk ging begon het er voor de zusters donker uit te zien en zij dachten er hard over om naar een ander en neutraal land uit te wijken. Toen de Franse legerleiding in 1914 hun verpleeghuis in Versailles vorderden als oorlogshospitaal, weken de zusters uit naar Luik in België. Doch zij kwamen van de regen in de drup, want het Duitse leger viel België binnen en wéér was het gedaan met hun goede werk. In het zelfde jaar (1914) besloten zij met veertig zusters naar Nederland te vertrekken en zo kwamen zij in Nijmegen terecht.

Kasteel Hallo

In 1858 had baron Hallo twintig huizen in de Strikstraat en het aangrenzende stuk grond tot aan de Lindenberg voor een respectabel bedrag van de gemeente Nijmegen gekocht Hij liet de huizen slopen en in plaats daarvan verrees er zijn „droom kasteel" Bate Ouwe, dat Betuwe betekent. Hij heeft er echter weinig plezier aan beleefd want de belastingen en het onderhoud vergde zoveel van zijn kapitaal dat hij zijn droombeeld na korte tijd van de hand moest doen. Nadat het, onder andere, in het bezit van een Arnhemse Firma en een Duitse orde van de zusters Ursulinen was geweest, ging het over in handen van de zusters van het (Sacré Coeur) Heilig Hart. De zusters Ursulinen hadden het gebouw meteen de naam gegeven van „Klooster Mariënburg" welke naam het heeft gehouden totdat het gesloopt werd. Na het vertrek van de zusters van het Heilig Hart stond het klooster eigenlijk klaar om ONZE Franse zusters te herbergen. Toen de zusters in Nijmegen aankwamen bezaten zij - buiten hun noodzakelijke persoonlijke bagage - geen geld of andere dingen en waren zij net als wij de armsten der armen. In het klooster beschikten zij over wat tafels en bedden plus voor elke zuster één stoel in hun slaapcel. Deze stoel sleepten zij van uit hun cel naar de kapel en van de kapel naar de refter en van daar naar de recreatie of werkruimte, later naar de eetzaal om hen 's avonds weer mee naar hun slaapcel te nemen en zo dag in dag uit. De zusters waren zo arm wat geld en materiële goederen betreft dat zij zelfs geen bezems of stoffers hadden om alles schoon te houden. Volgens de overlevering gebruikten zij de grote hoedenveren van de postulanten (dat zijn zusters die hun gelofte nog niet gedaan hebben) om de trappen af te vegen.

Klik hier en reageer daarmee per email als u uw reactie hieronder wilt laten plaatsen

Bron (©) 1982 Wim Janssen - Nieuwsblad De Brug Nijmegen

terug

Reactie 1:

Marijke Giesbertz, 14-04-08: Wat leuk om het verhaal van de zusters van Hallo te lezen.
Ik heb in de jaren vijftig 'op Hallo' gezeten. Dat was een club op woensdagmiddag op de Canisiussingel. We hadden een stempelkaart. Elke keer als ik kwam, kreeg ik een stempel op een kaart. Aan het eind van een bepaalde tijd was er 'kermis'. Touwtje trekken, een huis van kaarten bouwen, grabbelton enz. Elke attractie 'kostte' een of meer stempels. 
Op een dag gingen we met de bus naar de Leemkuil. Van te voren leerden we het volgende lied:

Wie gaat er mee naar Hallo
In de vakantietijd
Allen zijn hartelijk welkom
Ieder die zich verblijdt
Wij zingen en spelen
Kleuren en handwerken fijn
Wij gaan met de bus naar de Speeltuin
Jongens, wat fijn, wat fijn
Wij gaan met de bus naar de speeltuin
Jongens wat fijn, wat fijn

Als ik je weer een keer zie dan zal ik het voor je zingen.
Groeten, Marijke Giesbertz. (voorlopig nog in Thailand)

Reactie 2:

Sylvia Eykhout Jordt, 09-05-2013: Ik zat ook op hallo in de 50's. My tante Jet Plamont was van kinds af ook by hallo en bleef daar helpen. Ik en my cousin Isabel gingen ieder week. En ik heb tot now toe nog een hoop van de dingen die ik met my stempels " gekoght" hebt. Ik heb sister jaqueline voor het laats gezien in 1967 toen wy terug waren op vakantie. Maar toen ik in 1988 terug ging was hat allemaal weg.
Those were some great memories.
Sylvia eykhout jordt, delta bc Canada

Reactiepagina
REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's meesturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Layout kan wel, bv Dit is <b>dik</b>, dit <i>schuin</i>. geeft Dit is dik, dit schuin.
 
  Uw naam:   en e-mailadres: