Zuuk t mar uut - Wim Janssen

Uit het Nimweegs verleden 40

26-08-81

Modeverschijnselen (2)

Niet alleen dat er een verschuiving in het gebruik van voornoemde genotmiddelen plaats vond maar ook de kleding en haardracht was langzaam aan veranderingen onderhevig. Zoals ik al eerder opgemerkt heb vonden deze veranderingen bij de jeugdigen vlotter plaats dan bij de ouderen die meer aan tradities gebonden waren. Veel ouderen bleven zo halsstarrig aan de eens door hen gekozen haar en kledingcombinatie vasthouden dat het wel leek alsof zij er mee geboren waren.

Mijn grootmoeder bijvoorbeeld heb ik nooit anders gekend dan met heel lange donkere rokken of jurken die tot op haar enkels afhingen terwijl zij soms een halve schort - ook met smalle blauw witte streepjes - droeg die ook weer tot op haar enkels kwam. Om haar schouders de in die tijd door veel vrouwen gedragen zwarte wollen omslagdoek en op haar hoofd een neepjes of knipmuts die met bandjes onder haar kin vastgeknoopt werd. Dat was haar door-de-weekse en zondagse dracht die zij zowel binnen als buiten droeg. Haar op een na oudste zoon - de altijd vrijgezel gebleven ome Jan - bezat naast zijn werkkleding en platte pet, een driedelig zondags pak en een schipperspet die wel eeuwen oud leken. Een zware horlogeketting ging met een kleine slinger van zijn rechtervestzakje door 'n knoopsgaatje met nog een kleine slinger naar zijn linkervestzakje waarin hij een zwaar horloge aan had. Beide waren van zilver. Mijn vader bezat ook zo'n stel maar dan van goud, alleen was de ketting dunner en het horloge platter. Hij had dat stelletje op wens van mijn moeder uit de nalatenschap van haar vader gekocht die in 1926 overleden was. Al eerder had hij - ook op de wens van mijn moeder - zich een driedelig zondagspak aangeschaft. Maar de grootste verandering in zijn kledinguitrusting vond plaats toen hij onder druk van ons gezin een gleufhoed en lage schoenen voor de zondag kocht. Ja, dat was wat in die tijd; een bootwerker die zondags een hoed en lage schoenen droeg plus een driedelig pak! Vader heeft mij eens verteld dat toen hij voor de eerste keer met de hoed op zijn hoofd „De Oude Toelast" - het café van de kale Mulder" - binnen stapte, hij door de kastelein en nog twee bootwerkers met open mond aangestaard werd, Toen hij een borrel bestelde werd deze op zeer onderdanige wijze door Mulder voor hem neergezet met de woorden; "astublief meneer Janssen", Mijn vader speelde meteen het spel mee en antwoordde uit de hoogte; als deze „meneer" een borrel bestelt dan bedoeld deze "meneer" ook een borrel en géén vingerhoed! Vader doelt hier op een „pot" dat is 'n maatje of 'n tiende liter die in een klein limonadeglas getapt werd. Vervolgens ging hij verder; en als deze tweevoudige lieden en u, ook wat van deze „meneer" willen gebruiken dan zal het mij zéér vereren. U zult wel begrijpen dat er om het een en ander toen zeer hartelijk gelachen is en het aanbod van vader gretig aangenomen is. Toen vader's snor grijze haren ging vertonen kreeg men hem ook zover dat hij de knevels af liet knippen wat hem niet lelijk stond maar hem wel een ander aanzien gaf wat in het begin wel wat vreemd was. 

Moeder was langzaam aan overgegaan tot het dragen van iets kortere kleding en had zich ook een wat moderner mantel en hoed aangeschaft. De hoed droeg zij alleen bij zeer bijzondere gelegenheden verder liep zij steeds blootshoofds. Alle lagen der bevolking werden door de mode beïnvloed, bij de een iets meer, bij de ander iets minder. Hoe de mode in de loop der jaren veranderde kunt u het beste bemerken wanneer u oude familiekiekjes bekijkt of bij vrienden en kennissen kunt bezichtigen. U moet ook eens de oude trouwfoto's uit de eerste twintig jaren van de eeuw maar eens aandachtig en oplettend bezien, dan is het net of je in een andere wereld terecht bent gekomen. Men ziet de heren daarop dan meestal in degelijke donkere stemmige pakken met heel smalle broekspijp hun kin wat omhoog gericht dat hoofdzakelijk kwam door de hoge stijve boorden die soms het idee gaven dat hun keel gesnoerd werd, reden waar ze ook wel „vadermoordenaars" genoemd werden. De dames in lange statige jurken of rokken die haast tot op de grond afhingen, het bovenstuk van de jurk of de blous gesierd met een mooie speld of broche. Om hun hals een breed snoer fraai gekleurde bloedkoralen of een gouden ketting met dito medaillon in de vorm van een ovaal of een hartje waar inwendig twee kleine portretjes of een lokje haar in bewaard werd. Maar zij draagt, aan zo'n ketting ook wel eens 'n klein sierlijk damesremontoir (horloge dat geen sleuteltje nodig had om opgedraaid te worden) wat in die tijd zéér modieus was. Het hoofd als het ware „gekroond" door een prachtig pleureuse, dat was een hoed met een lange, afhangende struis-sierveer waarvan de baarden meestal kunstmatig verlengd waren en waaraan de hoed de naam te danken heeft. Zo'n foto een waardigheid en statie uit die men tegenwoordig niet meer - of heel zelden - aantreft. Maar ja, men ziet tegenwoordig zoveel meer wat men vroeger of tot zelfs vlak voor de oorlog gewend was om te zien in het dagelijks leven. Neem nu eens de overschoenen en de slobkousen voor dames en heren die toen in de mode waren. De overschoenen werden hoofdzakelijk gedragen bij slecht weer, vooral bij regen- of sneeuwbuien, zodat het regenwater en de pekel tegen de sneeuw de gewone schoenen niet aan konden tasten. Men zag ze over het algemeen door de oudere uit de gegoede standen dragen en zij die zeer kostbare schoenen droegen of moesten dragen wegens een bepaalde aanpassing voor een voethandicap.

Klik hier en reageer daarmee per email als u uw reactie hieronder wilt laten plaatsen

Bron (©) 1981 Wim Janssen - Nieuwsblad De Brug Nijmegen

terug

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: