Zuuk t mar uut - Wim Janssen

Uit het Nimweegs verleden 33

20-05-1981

Vermaak en ontspanning 3
In het vorige stukje heb ik uiteengezet hoe het toneelstuk „Genoveva van Brabant" in elkaar zat, hoe het toentertijd gespeeld werd wil ik u nu vertellen. Men moet de spelopvattingen van vroeger niet gaan vergelijken met de hedendaagse opvattingen. Zeker niet met de moderne films en t.v. spelen. Om alles van het spel goed bij het publiek over te laten komen werd alles op het toneel dik aangezet.

Wijdse armgebaren, overdreven met smink omgaan en onnatuurlijk spreken was aan de orde van de dag. Edelmoedigheid werd altijd gekoppeld aan mensen met een knap uiterlijk en recht van lijf en leden. De slechtheid daarentegen werd altijd toegedacht aan lichamelijk gehandicapten en mensen met een minder fraai uiterlijk. In het spel van Genoveva komt dat bij bepaalde rollen zo prachtig uit. Golo, de slotvoogd die door Adry van der Horst gespeeld werd, was de grootste falsaris die er maar te bedenken was. Hij droeg een pruik met ongelijke haarslierten en van een onbestemde kleur daar boven op stond een eigenaardig soort kalotje. Zijn gezicht was gelig bruin gesminkt en zijn wangen en oogkassen waren met grijze
smink aangezet. Zijn ogen keken onder twee dikke, borstelige wenkbrauwen uit terwijl hij onder zijn kin een duivelsachtig sikje geplakt had. Hij droeg een lang donkergrijs kleed (het was een kostuum stuk) dat afgezet was met zwarte stof, tussen zijn riem stak een lange dolk in een schede. Wanneer hij zo op kwam met de hand aan de dolk, zijn rechteroog half dicht geknepen en zijn linkermondhoek enigszins omlaag getrokken maakte hij een echte onheilspellende indruk. Er ging dan meteen een gemompel in de zaal op en stootten de toeschouwers elkaar aan om duidelijk te maken dat men deze persoon in de gaten moest houden. Deze mensen hadden het gelijk aan hun kant, want Golo was een grote boef, een ontzettend slechte en gemene man. Daar ik de rol van Jehan de hofdichter speelde, een knaap met edele gevoelens in zijn hart, zag ik er heel anders uit. Ik droeg een lange, blonde, golvende pruik die over mijn oren viel en een fleurige rood witte muts sierde mijn hoofd. Mijn 
gezicht had ik lichtelijk met wat opmaak aangezet om maar zo zoet mogelijk over te komen. Verder droeg ik een prachtig rood kleed dat met goudbrokaat afgezet was. Op mijn rechterheup droeg ik een witte tas waarvan de lange band over mijn linkerschouder hing. Tas en band waren ook met goud afgezet. U ziet wel, een grotere tegenstelling kon er niet bestaan. In het eerste bedrijf worden wij allemaal bijeen geroepen in het privé vertrek van het hertogelijk echtpaar.Hier wordt ons meegedeeld dat de hertog een lange reis gaat maken en op punt van vertrekken staat.
Bij het horen van dat bericht verschijnt er op het gezicht van Golo een wellustige grijns en werpt hij begeerlijke blikken op de Hertogin. Hij deed dat zo overtuigend (want Adry v.d. Horst kon er wel iets van maken hoor!) dat de toeschouwers 
onrustig werden, zij voelen goed aan dat er onheil in de lucht hangt. 

Maar er treedt verandering op, de hertog deelt namelijk mede dat hij besloten heeft om Jehan (dat ben ik) aan te stellen als vertrouwensman en raadsheer voor zijn vrouw. Als Golo dat hoort doet hij ontzet een stap achterwaarts, zijn gezicht verstrakt van haat terwijl zijn bloedloze lippen een donkere streep vormen, met de dolk half uit de schede getrokken kijkt hij met een wraaklustige blik in zijn ogen naar mij. Zijn hele persoon straalt zo'n moordlust uit dat het voelbaar in de zaal 
overkomt. De hertog neemt afscheid en vertrekt, zijn vrouw en kind treurend achterlatend. Om de trieste stemming wat te breken vraagt de hertogin aan mij of ik mijn lier wil halen om, haar wat van mijn gedichten voor te zingen. Eind eerste bedrijf. 
Nu het tweede. Wanneer het doek open gaat zit de hertogin links in een stoel. Ik kom op door een kasteelpoortje dat afgesloten wordt door twee gordijntjes. Intussen heeft Golo de hertogin met zijn wellustige verlangens het vuur danig aan haar schenen gelegd. Onderwijl dat zij mij dat verteld gaan achter onze ruggen de gordijntjes van het poortje van elkaar en dan staat daar voor iedereen in de zaal goed zichtbaar; de duivelse Golo. De bezoekers roepen ons waarschuwende woorden toe maar wij horen of zien natuurlijk niets. De hertogin vraagt mij een ijlbode naar haar man te sturen om hem te vragen meteen terug te komen. Ik verwijder mij achterwaarts lopend van de hertogin naar het poortje. Wanneer ik daar nog een diepe buiging maak gaan de gordijntjes we
er van een en wéér staat daar de satanische Golo. In zijn omhoog geheven rechter vuist schittert de dolk die hij met een krachtige stoot in mijn rug plant. Terwijl zich dat afspeelde zijn er verschillende waarschuwingskreten uit de zaal omhoog gestegen maar wij hebben wéér niets gehoord. Wanneer ik roggelend en wankelend naar voren strompel wordt de Hertogin pas opmerkzaam. Zij heeft de handen van schrik voor haar gezicht geslagen, maar wanneer ik zéér dramatisch ter aarde neer zijg komt zij wenend op mij af en knielt bij mijn hoofd neer. Zij neemt mijn hoofd in haar handen en zegt lieve woordjes tegen mij. Moeilijk pratend beken ik haar dat ik haar altijd in stilte bemind heb en blij ben mijn leven voor haar heb mogen offeren. Radeloos van smart vraagt zij mij om toch niet dood te gaan. ik kijk haar nog even aan dan valt mijn hoofd voorover en is het met de edele Jehan gebeurd.

Klik hier en reageer daarmee per email als u uw reactie hieronder wilt laten plaatsen

Bron (©) 1981 Wim Janssen - Nieuwsblad De Brug Nijmegen

terug

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: