Zuuk t mar uut - Wim Janssen

Uit het Nimweegs verleden 28

17-12-80

De kolonialen 2
Omdat de opleidingsperiode twee tot drie maanden duurde, hadden ze ook tijd om Nijmegen 'n beetje te leren kennen en te bekijken. Daar het merendeels jonge, sterke knapen waren, die wel tegen 'n stootje konden, hielden zij, ondanks hun zware training, nog voldoende energie over die de meesten onder hen op hun uitgaansavonden in de stad trachten te ontladen.

Zij wilden wel eens weten wat er waar was van die sterke verhalen die zij gehoord hadden over de vele drankgelegenheden, de bereidwilligheid van de publieke vrouwen en de befaamde kracht van de Nimweegse kaaisjouwers. De ontlading van hun resterende energie richten zij dan ook voornamelijk op: drank, vrouwen en het uitlokken van vechtpartijen in maar ook buiten de cafés. Ik moet hier dan wel zéér nadrukkelijk bij vermelden dat niet alle kolonialen daar aan mee deden. Het was steeds een harde kern van rellenschoppers die er op uit waren door hun brutale manier van optreden onregelmatigheden uit te lokken, zowel met de burgerij als met de politieagenten.
Het waren juist deze onruststokers die vaak een onverdiende smet op de andere kolonialen geworpen hebben. Dat het zelden voor hen goed af liep is te wijten aan de onverschrokkenheid van diverse Nijmegenaren (en van de oude stadsbewoners in het bijzonder) die de slachtoffers van deze woestelingen steeds te hulp snelden.
Hoe de rellen vaak uitgelokt werden, door deze vechtersbazen onder de kolonialen, zal ik aan de hand van een paar waar gebeurde voorvallen trachten te verduidelijken. Vooraan in de Steenstraat, vanaf de Grotestraat gezien, is een pas getrouwd jong paartje komen wonen op een klein bovenwoninkje. De jonge echtgenoot verdient zijn brood als voerman bij een slepersfirma (transportbedrijf). Op een zekere avond hoort het jonge paar geroep en gestommel aan de voordeur. Wanneer de voerman gaat kijken wat er gaande is, ziet hij twee kolonialen onder aan de trap in het gangetje staan. Op zijn vraag wat zij willen geven zij te kennen of zijn vrouw hen niet ten dienste wil zijn in hun behoefte (ik druk mij hier heel netjes uit in vergelijking met de door hen gebruikte taal). De voerman maakt hen duidelijk dat er in zijn huis geen publieke vrouw aanwezig is en dat zij op het verkeerde adres zijn. De kolonialen nemen daar geen genoegen mee en er ontstaat een agressieve woordenwisseling. Wanneer een van twee ongewenste bezoekers op eerste trede van de trap gaat staan, verzoekt de voerman hen beleefd doch zeer DRINGEND om weg te gaan en hem niet kwaad te maken waardoor zij moeilijkheden kunnen voorkomen. Het antwoord hierop is dat zij voor de duivel en zijn oude moeder nog niet bang zijn, laat staan voor de melkmuil die boven aan de trap staat.

Op de vraag van der een kolonialen of hij er niet voor uit durft te komen dat hij met een publieke vrouw getrouwd is, ontsteekt de voerman in een razende woede. Hij breekt een stuk trapleuning van de muur en stormt de trap af. De ongewenste bezoekers, niet bedacht op zo'n vertoning van moed, zijn deels van verbazing en schrik het gangetje uit gegaan en hebben zich in het midden van Steenstraat opgesteld. Voor zij er op bedacht zijn heeft de voerman een van de twee zo'n geweldige klap met het stuk trapleuning op de bovenarm gegeven, dat deze voorlopig uit geschakeld is. Beiden hebben het, achtervolgd door de voerman, op een lopen gezet naar de hoek van de Grotestraat en de Steenstraat.
Tot zijn grote schrik ziet de voerman dat er nog vier kolonialen uit de Vosstraat, waar zij zich verdekt opgesteld hadden, te voorschijn komen. Door de herrie en het lawaai dat nu ontstaat, waarbij het gekreun van de gewonde de boventoon voert, komen er drie kaaisjouwers uit het café van de „Boer Peeters" naar buiten. Deze overzien meteen de situatie en scharen zich aan de zijde van de voerman, die inmiddels het stuk trapleuning kwijt geraakt is. De drie sjouwers en de voerman gaan nu een bikkelhard gevecht aan met de vijf kolonialen, de zesde, die gewond is, telt niet mee, die staat nog steeds te kermen van de pijn.
Langzaam maar zeker verplaatsen de vechtenden zich de Grotestraat op. Bij de Platenmakersstraat aangekomen nemen de kolonialen de vlucht, zij vinden dat zij genoeg slaag gehad hadden. Ook de sjouwers hebben voldoende klappen gekregen, dat bewijzen de gehavende gezichten wel. De voerman en nog een sjouwer hebben zelfs een blauwoog opgelopen, maar de waarderende woorden van de samengestroomde nieuwsgierige buurtbewoners is als zalf op hun wonden. Toen een van buurtbewoners verklaarde om hen op een borrel of glas bier te zullen tracteren voelden zij zich als helden vereerd. Diverse kroegjes, maar vooral „Het Witte Paard", deden die avond goede zaken.
Dat het niet zo voordelig voor de kasteleins afliep, vooral als er een gevecht in hun café plaats vond, wil ik u in een volgend stukje uit de doeken doen.

Klik hier en reageer daarmee per email als u uw reactie hieronder wilt laten plaatsen

Bron (©) 1980 Wim Janssen - Nieuwsblad De Brug Nijmegen

terug

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: