Zuuk t mar uut - Wim Janssen

Uit het Nimweegs verleden 18

1979

De sociale voorzieningen van vroeger jaren zijn natuurlijk niet te vergelijken met de voorzieningen van nu. Wanneer de arbeiders door omstandigheden zoals: werkloosheid, ziekte of ouderdom geen weekloon konden verdienen dan werd het leven van die mensen een onbeschrijfelijke grauwe ellende.

De sociale verzekeringswetten van nu waaronder de WW, de AOW, de WAO en nog meer andere wetten waar van de zieken, bejaarden en de werklozen kunnen trekken, bestonden toen nog niet. Zelfs de Ziektewet trad pas in 1930 in werking en was bedoeld om de arbeider bij ziekte enige ondersteuning te geven. Dat die ondersteuning maar povertjes was, zal u straks wel duidelijk worden. Ook de toenmalige steun- en werkverschaffingsregelingen waren halfbakken en mensonterend. Hoe dat allemaal in zijn werk ging, zal ik u hieronder uiteenzetten. In september 1933, midden in de crisistijd, kwam ik van school af. Na eerst als loopjongen, voor 1.50 per week, bij een bakker te hebben gewerkt, kwam ik in februari 1934 als leerling-schilder op de kinderwagenfabriek aan de Weurtseweg te werken. Op die fabriek verdiende ik 10 cent per uur ofwel bij 48 uur werken 4,80 in de week. Wanneer u soms in de mening zou verkeren dat de overheid het werken aanspoorde, dan vergist u zich geweldig. In de steunregeling van toen was een artikel ingelast dat bij uitvoering als een straf bij de mensen over kwam. Wanneer n.l. een inwonend kind van een steuntrekker het geluk had werk te vinden, dan werd het geluk weer grotendeels door dat artikel teniet gedaan. In dat artikel stond beschreven dat 2/3 van het verdiende loon van de kinderen op het steunbedrag van de vader ingehouden moest worden. Kunt u het zich voorstellen? Ik verdiende 4,80 in de week, waarvan de steun 3,20 op het steungeld van mijn vader inhield, zodat er l ,60 van mijn loon overbleef als bijdrage in de gezinskosten. Vooruitlopend op mijn eerste verdienste, moest mijn moeder eerst een overall en een paar tweedehands werkschoenen kopen. Daardoor gingen er enige weken voorbij voordat mijn ouders de vruchten van mijn werken, in de vorm van 1,60, konden plukken. Omdat er voorlopig nog geen tweede overall af kon, werd mijn overall iedere zaterdagmiddag gewassen, naast het werk van mijn moeder vereiste dat wassen natuurlijk k wasmiddelen. Omdat ik ook nog belegde boterhammen meekreeg (thuis konden wij wel het onbelegde eten) kunt u, al met al wel nagaan dat mijn ouders mij maar een hl klein bedrag als zakgeld konden geven. 

Het werk op de fabriek begon 's morgens om zeven uur. Iedere werknemer moest dan een genummerd plaatje in een kast van de fabriekshal ophangen. Om precies vijf minuten na zeven ging deze kast op slot. Kwam je te laat, dan moest je het nummertje in een apart bakje deponeren. Voor het te laat komen kreeg je een kwartje boete plus inhouding van de verzuimde tijd, die op halve uren afgerond werd. Toen het mij 'n keer gebeurde, miste ik op het eind van de week 5 cent plus 'n kwartje, zodat er maar f 1,30 over bleef. Een andere straf werd je opgelegd bij ziekte. Wanneer een werknemer ziek werd, dan beurde hij over de eerste drie ziektedagen geen loon, maar ook geen ziekengeld, daarna kreeg hij 80% van zijn weekloon als ziekengeld uitgekeerd.
Wanneer een huisvader wegens ziekte 's maandags niet kon gaan werken, dan kwam
hij die week meteen zonder inkomsten te zitten. De maandag, dinsdag en woensdag kreeg hij niet uitgekeerd en over donderdag, vrijdag en zaterdag maar 80% doch daar moest hij meestal weken op wachten voor dat het ziekengeld afgestuurd werd. Dat was een regelrechte ramp, en was hij en zijn gezin aangewezen op burenhulp en op de goedheid van de bakker, melkboer en de kruidenier, die hem dan in staat stelde, die tijd bij hen te poffen, om niet van honger om te komen.
Er heerste in die tijd een geweldige werkloosheid die zulke vormen aannam, dat er op een ogenblik van de 600 leden van de werkliedenbond er 400 werkloos waren. Menige arme sloeber heeft dan ook toen zijn hand op moeten houden om het schamele steunbedrag in ontvangst te nemen. Dat steungeld kreeg je ook zo maar niet, want de steunuitkerende instantie had nog een prachtige" regeling in petto. Iemand die aanspraak op een steunuitkering maakte, moest zich aan deze regel onderwerpen en dat betekende dat hij tweemaal per dag zijn handtekening op een lijst moest zetten, deze lijsten lagen ter tekening b.v. in de Unitas bij het Valkhof. De tijden om te tekenen waren iedere morgen en iedere middag verschillend.
(Wordt vervolgd.)

Klik hier en reageer daarmee per email als u uw reactie hieronder wilt laten plaatsen

Bron () 1979 Wim Janssen - Nieuwsblad De Brug Nijmegen

terug

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: