Zuuk t mar uut - Wim Janssen

Uit het Nimweegs verleden 7

1979

In november 1908 kon de Nijmeegse electriciteitscentrale de eerste honderd aangeslotenen op het lichtnet van stroom voorzien. Dat waren op de eerste plaats, fabrieken, bedrijven en grote winkels. Om dat de aansluiting op het lichtnet een kostbare zaak was bleven de arbeiders vaak tientallen jaren van electriciteit verstoken.
Eén voorbeeld hiervan is, dat de bewoners van de Anemoonstraat, Geraniumstraat, Begoniastraat, Anjelierenweg enz. pas in 1949 op het lichtnet aangesloten werden.
De huisvrouwen in vroegere tijden misten natuurlijk alle electrische apparaten zoals strijkbout, stofzuiger, wasmachien en verder alle andere hulpmiddelen die het dagelijks leven enigszins konden veraangenamen. Het was overal mee behelpen, men had geen vaste vloerbedekking en vaak werden de vloeren, op de knieën liggend, met een handborstel geschrobd. Het was niet alleen behelpen met de slaapruimtes maar ook met de bedbedekking. In die grote gezinnen had men 's winters nooit voldoende dekens om de nachtelijke koude te weren. De enkele dekens die men had werden dan aangevuld met mantels en jassen die men overdag, buiten zo wel als binnen droeg om warm te blijven. Voor de huiselijke verwarming en het koken had men een fornuis of potkachel die letterlijk alles moesten kunnen branden. Voor de zomer had men dan vaak een petroleumtoestel als bijzetapparaat. De verlichting geschiedde door midden van petroleumlampen zoals men die nog wel eens ziet als zogenaamd antiek. Zo'n lamp was vaak nog te kostbaar in aanschaf zodat men veelal kleine muurlampjes gebruikte. 

Aan meubels bezat men net het hoogstnoodzakelijke en dan nog in diverse stijlen en modellen. Dat kwam omdat de meubels meestal bij wijkkooplui gekocht werden die met een handwagen de gegoede buurten af gingen om tweedehands meubelen en kleding op te kopen. Daarnaast kon men ook nog tweedehands meubels en kleding in het brokkenhuis kopen. Het brokkenhuis was een grote winkel in de Houtstraat en stond onder leiding van de „R. K. Bond Voor Grote Gezinnen". Daar konden de mensen tegen een geringe vergoeding diverse huishoudelijke artikelen kopen. Dat kon zowel een ledikant, 'n tafel, ondergoed of een paar schoenen zijn. Het lag er maar aan wat er toevallig voorradig was, want deze artikelen werden door diverse welgestelde mensen, die aan vernieuwing van hun interieur of kleding toe waren, aan het brokkenhuis geschonken. De bond zelf ijverde zich om voor hun leden bij verschillende zaken korting op de aankopen te krijgen. 

Om de mensen niet helemaal te laten verpauperen waren er door diverse welgestelde dames en heren verenigingen opgericht om de grootste nood te lenigen. Zo waren er de Vincentiusheren die zich toelegden op huisbezoek om de noden persoonlijk te kunnen constateren. Bij hun bezoeken verschaften zij de mensen bonnen voor broden die bij een door hen aangewezen bakker gehaald konden worden, daarnaast gaven zij op geregelde tijden bonnen voor kruidenierswaren die op het kantoor van hen, op de Oude Stadsgracht, verstrekt werden. Daarnaast had men een vereniging van dames “Van De Allerheiligste Verlosser" die ongeveer hetzelfde werk deden als de Vincentianen maar zij konden beter de noden van de vrouwen onderkennen. Dan had men nog de dames van de Sint Elisabeth vereniging die zich speciaal inzette voor vrouwen die in verwachting waren. Door hun activiteiten konden zij deze vrouwen een babyuitzet verstrekken eventueel aangevuld met een wiegje en soms wel een ledikantje voor de peuter die voor de laatst geborene plaats moest maken. Ook kregen de kraamvrouwen 6 weken eieren en melk verstrekt en indien het zeer nodig was nog eens 6 weken. 

Reeds (of moet ik schrijven, pas?) in 1903 is de vereniging voor kindervoeding en kleding opgericht. Deze vereniging beijverde zich om de arbeiderskinderen 4 maal per week een warme middagmaaltijd en 3 maal in de week een warm ontbijt aan te bieden. Als kind werd je dan 's morgens vroeg om kwart over zeven door de ouders gewekt om dan, na aankleden en wassen, op een holletje naar het „breudjeshuus" te hollen.bij de Fransche zusters op de Duivengas.

Ik ben reeds enige malen opgebeld met de vraag of ik ook de diaconie niet wil vergeten die hebben op diverse terreinen ook hun best gedaan. Nu moet ik eerlijk bekennen dat ik daar, omdat ik R.K. opgevoed ben, totaal niets van weet. Ik zou het daarom zeer op prijs stellen, als er mensen zijn die daar iets van weten, om dat mij te vertellen. Wij komen desnoods bij die mensen aan huis om het te vernemen. (1979 red.)

Klik hier en reageer daarmee per email als u uw reactie hieronder wilt laten plaatsen

Bron (©) 1979 Wim Janssen - Nieuwsblad De Brug Nijmegen

terug

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: