Zuuk t mar uut - Wim Janssen

Uit het Nimweegs verleden 5

1979

Alhoewel er in de ouwe stad veel kinderen geboren werden was de kindersterfte zéér hoog. Dat kwam hoofdzakelijk door de reeds eerder beschreven erbarmelijke woonomstandigheden die epidemieën in de hand werkten. Men dient daarbij ook te bedenken dat de medische en gezondheidszorg nog niet het peil bereikt had waarop het nu staat.
Miskramen kwamen veelvuldig voor en ook werden regelmatig kinderen dood geboren. Dat kwam voornamelijk doordat de vrouwen in een verzwakte toestand te vlug weer in verwachting kwamen. Ik heb een vrouw gekend die dertien keer bevallen is en toch maar drie kinderen groot heeft kunnen brengen.
De primitieve omstandigheden waaronder de kinderen op dé wereld kwamen vormden een goede voedingsbodem voor kinderziektes, zoals mazelen, rode hond, waterpokken, difterie enz. Deze ziektes maakten veel slachtoffertjes onder de zuigelingen en de kleuters.

Een van de ergste kinderziektes was de slijm- of kinkhoest (in de volksmond „de kwaoje hoest" genoemd) die veelvuldig voorkwam. Het was een vreselijke krampachtige hoestziekte waar de kinderen erg onder leden en die hen totaal uitputte. Door het hoesten moesten de kinderen, slijm opgeven maar omdat dat diep gehaald moest worden en het slijm de luchtwegen blokkeerde kwamen zij in grote ademhalingsmoeilijkheden. Dat ging gepaard met ijzingwekkende uithaalgeluiden die vreselijk waren om aan te horen. De ouders stonden daar angstig en machteloos tegenover want zij konden geen hulp aan hun kinderen verlenen. Het enige wat men kon doen was de armpjes omhoog houden om zo een minimale verlichting te- bezorgen.
Deze ziekte duurde achttien weken, negen weken op en negen weken af. Omstreeks de achtste week werd het zeer kritiek want dan trad er een crisis in die tot ongeveer de elfde week duurde. Daarna nam de ziekte geleidelijk aan af, wat niet wil zeggen dat het gevaar geleden was. Tot de laatste weken toe gebeurde het dat zo'n lijdertje toch nog slachtoffer van deze ziekte werd.
De hoestaanvallen kwamen zowel overdag als 's nachts voor en bij meer lijdertjes in één gezin hadden de ouders hun handen vol met deze kinderen. Het hart draaide dan in hun lichaam om van angst en ellende. Daarbij kwam ook nog dat deze kinkhoest zeer besmettelijk was. Wanneer een kind deze ziekte kreeg werden alle kinderen van dezelfde leeftijd en daaronder, die met het patiëntje in aanraking kwamen, met deze ziekte besmet. Wat dat teweeg bracht in zo'n dichtbevolkte wijk kunt u zich wel voorstellen. Wanneer een tweejarig kind het eerst deze hoest kreeg moest men het ergste vrezen voor de zuigelingen. Was het echter een vijfjarig kind dat deze hoest overbracht dan kon men de zuigelingen en de éénjarigen wel afschrijven terwijl men voor de twee- en driejarigen het hart vast moest houden. Dat kwam omdat de besmetting van een vijfjarig kind véél ernstiger en zwaarder was dan van een tweejarig kind.

Mijn ouders hebben twee kinderen aan deze ziekte verloren. Een kind in 1923, het andere in 1931. In 1923 was ik nog geen vier jaar toen ik door deze ziekte besmet werd. Daardoor stak ik mijn zusje van twee jaar en het jongste zusje van een halfjaar aan. Het laatste was op 8 januari 1923 geboren en overleed op 19 oktober van hetzelfde jaar. Mijn andere zusje en ik kwamen er gelukkig doorheen. Op 16 augustus 1931 overleed toen het jongste broertje dat net 14 maanden oud was. Nooit zal ik dat tafereel op die bewuste zondagmiddag vergeten. Nog zie ik mijn moeder met het kind in haar armendoor de kamer heen en weer lopen (het broertje had inmiddels een stuipaanval gekregen) God en alle heiligen aanroepend om haar het kind te laten behouden. Het mocht echter niet baten. Even later zat zij stil en verslagen te huilen waarbij haar tranen op mijn overleden broertje drupten. Mijn vader stond wanhopig handenwringend en tandenknarsend van ellende en onmacht naast haar.

Mijn vrouw en ik hebben in 1945 ook meegemaakt dat onze eerste twee kinderen van drie en van één jaar deze ziekte hadden. Gelukkig hebben wij geen van beiden hoeven missen dankzij de vooruitgang van de medische ontwikkeling.

Tegenwoordig kunnen de moeders met hun kindjes naar de zuigelingenzorg toe waar ze onder controle staan van een kinderarts. Deze beschikt over spuitjes waarvan de inhoud zo samengesteld is dat daardoor aan diverse kinderziektes een halt wordt toegeroepen. Dat was vroeger niet het geval en moesten de kinderen alles ondergaan wat over hen heen kwam en konden zij in één jaar diverse kinderziektes gehad hebben.
Niet alleen de kinkhoest maar ook de reeds eerder genoemde ziektes maakten slachtoffers. Buiten de medicijnen van de dokter behielpen de moeders zich vaak met de toen bekende huismiddeltjes. Een goed middeltje tegen hoest en slijm maakte men als volgt klaar: Van een rammenas werd het bovenste kapje afgesneden, de rammenas werd gedeeltelijk uitgehold en gevuld met bruine basterdsuiker. Na een paar dagen was er dan een siroop ontstaan die zeer goed werkte. Men kon de rammenas ook tot onderaan uithollen, een gaatje in de punt maken, vullen met het uitholsel en basterdsuiker en het kapje er weer opdoen. Zette men het in een hoog glas kon men daar het ontstane drankje in opvangen. Zo waren er nog veel meer huismiddeltjes die de moeders gebruikten.

Klik hier en reageer daarmee per email als u uw reactie hieronder wilt laten plaatsen

Bron (©) 1979 Wim Janssen - Nieuwsblad De Brug Nijmegen

terug

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: