|
© copyright Cees de Vos; Digitale bewerking: Mark van Loon/Stichting Noviomagus.nl 't Heuveltje door Cees de Vos
Sinds 2008 leg ik mijn jeugdjaren in de Keizer-Karelstad Nijmegen bij noviomagus.nl vast. Steeds weer denk ik aan het eind van mijn verhalenreeks te zijn en steeds weer komen nieuwe beelden en ideeën uit een ver verleden schijnbaar uit het niets naar boven, vaak door zo maar een opmerking van derden of van mijn familie en soms ook door een foto van het ‘Regionaal Archief Nijmegen’. Nu bracht mijn oud buurtvriendje Frits de Koning uit Australië mij op het spoor. Laten we wensen dat er nog meer verhalen opborrelen over: “Vroeger was alles beter!” “De menselijke geest, het blijft een Godswonder.” Mijn verhaal gaat over de twee alleenstaande huizen aan het begin van de Hatertscheveldweg en de omgeving aldaar, het gedeelte dat in het jaar 1955 Muntweg is gaan heten. Als schoolgaand kind kwam ik dagelijks, lopend op weg naar de Sint Jansschool aan de Groenestraat en terug naar huis vier keer langs deze twee huizen. In stille verwondering keek ik als jongen zo nu en dan zijdelings nog wel eens naar deze twee woningen en dacht; “Wat moet het een zegen en weldaad geven om in zo’n huis te kunnen en mogen wonen!”
Met hulp van Rob Essers, mijn altijd weer vraagbaken, heb ik geprobeerd te achterhalen waar de naam ‘t HEUVELTJE vandaan komt. Dat blijft enigszins een gok. In de periode 1872-1908 wordt in de Gelderlander een aantal malen de verpachting aangekondigd van 10 percelen bouwland op de “Muntheuvel”, meestal samen met 3 percelen “Paddepoel”…. !
Wat de bewoners van huisnummer 400 aan de Hatertscheveldweg in 1925 voor ogen stond om hun huis ‘t HEUVELTJE te noemen laat zich raden. Op een afstand van circa 25 meter vanaf de achterzijde van de twee alleenstaande huizen aan de Hatertscheveldweg met de huisnummers 400 en 404 ligt de spoorbaan. Dagelijks denderen er treinen over dit spoor, dat moet knap lawaaierig voor de bewoners zijn, hoewel, alles went op den duur. Dan waren wij vosjes met huisnummer 504 beter bedeeld, de spoorbaan lag ruim 100 meter van ons huis verwijderd. (Zie mijn verhaal ‘De spoorbaan’ onder Mijmeringen) De woning met de naam ‘t HEUVELTJEmet huisnummer 400 is gebouwd in het jaar 1925, het werd vanaf de bouw tot aan de jaren ’60 bewoond door de Hr. en Mevr. J.E. van Aanhold, een ouder echtpaar. Het huis ernaast met huisnummer 404 is gebouwd in 1930 en wordt tot op de dag van vandaag bewoond door de twee dochters Els en Truus Peters. Het gezin G.J.M. Peters-Aanhold bestond uit vader, moeder en vier dochters. De twee huizen met de huisnummers 400 en 404 zijn de eerste woningen aan de Hatertscheveldweg, het gedeelte vanaf de ‘spoorwegovergang’ tot aan het begin van de Heideparkseweg. Er bestaad een familieband tussen de bewoners van de twee woningen: het echtpaar J.E. Aanhold met huisnummer 400 zijn de ouders van mevrouw Peters. De herdershond van het huis met de naam ‘t HEUVELTJE heette Walda. In de jaren ’30 werden de rijtjeshuizen gebouwd. De eerste wat luxe serie van 10 woningen door de aannemer L. Boers in Nijmegen beginnend vanaf het hoekhuis met het huisnummer 410 van de familie G. H. de Groot, een gezin met negen kinderen, tot aan het hoekhuis met huisnummer 428 van de familie Nabuurs. De heer Nabuurs runde in de jaren ’40, ’50 en ’60 een autorijschool aan huis en had als enige in de Hatertscheveldweg een luxe auto aan de weg staan, in mijn herinnering was dat een Ford-Taunus.
Na Nabuur’s huis volgde een serie van 40 rijtjeshuizen (6x2, 8x3, 1x4 = 40 woningen) beginnend met huisnummer 430 van de familie H.J. Bouman, met als sluitstuk het enige vier-onder-een-kap huizenblok met de huisnummers 502-504-506-508. De Nijmeegse architect M.E. Veugelers zorgde bij deze 40 woningen voor verscheidenheid in bouwen. De in totaal vier afwijkende “puntdakkapellen” zijn daarvan een sprekend voorbeeld. De meeste huizenblokken van drie woningen hebben aan de voorzijde geen dakkapel, de muren lopen bij deze huizen over de volle breedte door tot aan de dakgoot. De huizenblokken van 4x2 woningen met standaard dakkapel liggen iets verder van de weg, waarvan Rob Essers zich herinnert dat dit de iets duurdere zgn. ‘cottages’ waren. Cottages=landhuisjes.
Zie voor de buurtwinkel op nr 440 mijn verhaal ‘Bertus’ – onder Mijmeringen.
*Jammer dat er destijds geen ‘eerste steen’ is geplaatst bij huisnummers 410 en 430 …?
De tuin van ‘t HEUVELTJE met huisnummer 400 oogde in de zomermaanden een paradijs aan bloeiende bloemen en heesters met langszij het voetpad een pruimenboompje waarvan een aantal takken over het pad hingen. Op weg naar school snaaiden wij kwajongens tot groot verdriet van het ouder echtpaar J.E. van Aanhold menig pruumke van de boom. Later kwam het tot een deal met mevrouw des huizes; “Als wij beloofden de vruchten niet meer te gappen, was zij bereid ons een handje pruimen te geven.” Daar gingen we mee akkoord. Achter het voorraam in de erker van het huis met nr. 400 stond in mijn kindertijd een prachtig kunstwerkje van gekleurd matglas in de vorm van een smalle fles.
Van dochter Truus Peters hoorde ik een gedenkwaardige anekdote: "In het voorjaar van 1925 kocht de heer J.E. Aanhold, de grootvader van Truus Peters, een groot braakliggend stuk grond aan de Hatertscheveldweg met de intentie daar een woonhuis op te bouwen, het huis wat later bekend zou gaan worden als het huis met de naam ‘t HEUVELTJE. Grootmoeder mevrouw Aanhold vertelde aan haar kleindochter Truus dat ze, voordat in 1925 het bouwwerk een aanvang nam, zij met een blèrende geit vanaf de Wezenlaan 61, waar zijn toen met haar man woonde, richting de Hatertscheveldeweg is gelopen om het ruwe gras en ander wildgroei ter plekke alvast wat kort te maken om zo het grondwerk t.b.v. het te bouwen huis te vergemakkelijken. Dat scheelde werk voor de grondwerkers en de aannemer." Een oorlogsdrama In de oorlogsjaren ’40 -’45 speelde zich op een dag een zeer aangrijpende gebeurtenis af op de spoorbaan, pal achter de twee huizen met de nrs. 400 en 404. Welk oorlogsjaar het was weet ik niet. Op weg naar de St. Jansschool kwam je langs de bewaakte spoorwegoverweg met twee op afstand bediende slagbomen. Aangekomen op de plek, waarvandaan wij onze weg vervolgden via de Muntweg naar school, werden we opgehouden door een groep mensen die allen hun blik gericht hielden op een bepaald gedeelte van de spoorbaan achter het huis met de naam ‘t HEUVELTJE. Het maakten ons reuze nieuwsgierig en we wilden ook wel eens weten wat dáár nu wel voor belangrijks te zien was? De schrik sloeg ons om het hart wat we op een afstand van zo’n dertig meter voor ons uit zagen: er lag een man langs de spoorrails, zijn hoofd was gescheiden van zijn romp met naast het onthoofde lichaam een blauw/groen rond gesloten busje met deksel, waarin mogelijk zijn laatste maaltijd en afscheidgroet. Voor een kind een vreselijk gezicht…! Later hoorden we dat het een man op de vlucht voor de moffen was en uit nood zelfmoord had gepleegd. Veel jonge mannen werden in de oorlogstijd verplicht te werk gesteld in de wapenfabrieken in Duitsland, ‘mogelijk’ dat deze man daarom voor de dood koos. Het kan ook een verzetsman zijn geweest. In de analen van de Gemeente Nijmegen moet het voorval bekend zijn en destijds vast ook de Gelderlander Courant ‘gehaald’ hebben….?
De herinnering van broer Henk de Vos over dit vreselijke voorval aan de spoorbaan: Cees, wat ik mij van deze gebeurtenis herinner is dat ik een dode man heb zien liggen op de spoorbaan, achter deze twee woningen.Wij gingen die morgen naar school en zagen veel mensen staan kijken in een bepaalde richting en wilden ook wel eens weten wat er loos was. We zagen tot onze ontsteltenis een onthoofde man naast de rails liggen. Tussen de rails lag het hoofd van het slachtoffer en buiten de rails het ontzielde lichaam. Twee ziekenbroeders pakten het lichaam op en legden het op een brancard. Vervolgens werd het bebloede hoofd erbij gelegd. Een luguber aanzien. De brancard met de overleden man werd in een gereed staande ziekenauto gelegd. Ik vond en vind het nog steeds geen prettige herinnering! Iedere keer als ik er langs rijd, moet ik daaraan denken.
Een bijzondere gebeurtenis verteld door mijn oud vriendje Frits de Koning uit Australië: "Dat was me destijds een belevenis in de tuin van de familie Peters!” In hun achtertuin stonden wat vruchtbomen waaronder een perzikboom. Ingeval er nog geen riolering in de weg lag loosden alle bewoners van de Hatertscheveldweg hun ongerechtigheden in een zinkput die op gezette tijden tegen betaling werd geleegd door de Gemeente Reiniging van Nijmegen. Half in de jaren vijftig werd de gemeenteriolering in de weg aangelegd waarop men een huisaansluiting kon aanvragen. De meesten zinkputten bevonden zich aan de voorzijde van de huizen, bij de familie Peters week dat af, hun put bevond zich aan de achterzijde van het huis onder een aantal vruchtbomen. In onze straat woonde een knul met de naam Erik, een wat sullig figuur die nog wel eens in het ootje werd genomen. De buurtjongens, de gebroeders Henk en Jan Bouman, kwamen op het idee om Erik een poets te bakken. Erik werd wijs gemaakt dat er bij de familie Peters laat in de avond ongezien malse perziken te jatten waren. Daar was Erik wel voor te porren! Vooraf hadden de vlegels ongezien in de avond de deksel van de put verwijderd. Nadat het donker genoeg was om op jacht te gaan naar de rijpe perziken werd het tijd om vriendje Erik te waarschuwen om hem de gelegenheid te geven de eerste en lekkerste perziken bij de familie Peters te plukken. Met Erik, gekleed in een sjofel kort broekje en dito hemd met aan zijn voeten een paar zware zgn. soldatenkistjes, togen wij op sluikse wijze richting de achtertuin van de familie Peters. Zo te zien was alles daar veilig en in diepe rust. Vooreerst moesten we over een hek klimmen, wat voor Erik een ware hindernis bleek met zijn zware soldatenkisten aan zijn onderstel. Heel omzichtig naderden we de plaats des onheil. Om er zeker van te zijn dat Erik de ‘juiste richting koos’ ging Jan Bouman de niets vermoedende Erik voor en fluisterde hem in zijn oor: “Hierheen Erik, aan deze boom pluk je de lekkerste perziken..!” Aangekomen op de plaats van de put deed Jan een stapje opzij waarna gesmoorde kreet volgde en een wat bedompte plons, het leek wel wat op een dieptebom. En daar stond Erikje, in de diepte, bijna tot aan zijn nek in de blubber. Paniek alom..! Met zijn beide armen in de hoogte smeekte de knul ‘zijn vrienden’ hem er weer uit te halen. Zo goed en zo kwaad als dat ging werd de jongen uit de put getrokken wat enige consternatie veroorzaakte met als gevolg dat de familie Peters werd gewekt; er werd in een slaapkamer licht ontstoken! Na de deksel vliegensvlug op de put te hebben gelegd kozen we zo snel als onze benen het aan konden het hazenpad met een onwelriekende Erik proestend en bellen blazend achter ons aan. Door zijn spastische manier van lopen met vol gelopen soldatenkistjes aan zijn voeten en doorweekte kledij, regende het spatjes drek die wij tot ons ongenoegen over ons heen kregen. De gebroeders Bouman, de bedenkers van de stunt, hebben Erik bij thuiskomst toch maar van schone kleren voorzien. Het was bedoeld als een geintje…!" Nader beschouwd was het een levensgevaarlijke onderneming, Erik had zijn benen of nek kunnen breken of erger..! De stunt verdiend bepaald niet de schoonheidsprijs en zeker geen navolging en de familie Peters zou het zeker afgekeurd hebben.
Rob Essers memoreert:
Nog een herinnering van Frits de Koning uit Australië: In de Katholieke kerk aan de Muntweg werd in de jaren ’60 ingebroken door vandalen. De kerk staat tegenover het huis van de familie Peters en het huis met de naam ‘t HEUVELTJE. De familie Peters waren op een avond getuigen van een inbraak in deze kerk waarna zij, plichtsgetrouw als een mens dient te zijn, de politie op de hoogte brachten. De politie was zo dom om op klaarlichte dag met een flitsende politieauto voor te rijden om bij de familie Peters aan te bellen voor nadere informatie, wat al snel bekend werd bij de laffe inbrekers. Ik zou zeggen heren van de politie: “Bel die mensen vooreerst of laat ze bij gelegenheid aan het bureau komen!” Als wraak voor het melden van de inbraak aan de politie werden door de dieven ruiten van het huis van familie Peters ingegooid. Met dank aan het sublieme politieoptreden…! “Van fouten kan men leren.” Moet je niet hardleers zijn! Een alsnog goedmakertje zou goed zijn…
De R.K. kerk uit 1963 is tien jaar later veranderd tot multifunctioneel complex (bouwvergunning d.d. 07 december 1973) en daarna gedeeltelijk verbouwd tot bibliotheek. (bouwvergunning d.d. 03 oktober 1994) Het adres van de bibliotheek is Muntweg 207 pc. 6532 TH Nijmegen. Wijkcentrum ‘De Klokkentoren’ blijft gevestigd op het adres Slotemaker de Brüineweg 272 pc 6532 AD Nijmegen. Info: Rob Essers Verder wist Frits de Koning uit Australië nog een vervelend voorval te melden: Vanuit zijn woning aan de Hatertscheveldweg (Muntweg) met huisnummer 416 zag Frits, terwijl hij naar een wedstrijd van Ajax op tv zat te kijken, de schuilkoepel bij het Rosarium op de Goffert in brand vliegen. Jongens afkomstig uit de Kolpingbuurt bleken de daders. Het bouwwerk is later in volle glorie hersteld. Helaas niet met het oorspronkelijk schilderachtige rieten dak….!
Tussen het huis van de familie Peters met huisnummer 404 en het eerste rijtjeshoekhuis van de familie H.J. de Groot met het huisnummer 410 bevind zich een onbebouwd stuk grond tot aan de spoorbaan. Dit stuk grond werd in vroegere tijden door de heer Linzen de melkboer in de straat gepacht van de familie Peters. De heer Linzen woonde op nr. 420. De melkboer Linzen was een broer van groenteboer Linzen op nr. 498 waarover ik voor nioviomagus.nl een verhaal schreef onder titel “Oog om oog”. (zie onder Mijmeringen) Melkboer Linzen verbouwde op het braakliggend stuk grond diverse soorten groente en aardappels. Linzen moet ook de melkboer van de vosjes geweest zijn. Wat ik mij van de man herinner is, dat het een wat krenterig menneke was. Maar och, daarom niet getreurd, zo heeft elk mens zo zijn kuren en voordelen. Ondeugende Frits de Koning, die in latere jaren van huisnummer 442 met zijn echtgenote Hetty van Brakel op nr. 416 is gaan wonen, gapte in de avond nog wel eens een fleske pudding of melk uit de achtertuin van melkboer Linzen. Ohhhh, wat een schande Frits..! Dit stuk grond is tot op de dag van vandaag eigendom van de familie Peters. Het voorste gedeelte is beplant met wat bomen en struiken. Op het achterste gedeelte tot aan de spoorbaan wordt door Truus en haar zus Els groente verbouwd. Een goede zaak, dit perceel zou anders al lang gebruikt zijn om er een paar huizen op neer te knallen of nog erger, een kantoorpand…! Van Martine Peters vernam ik dat er tot leedwezen van haar ouders in de jaren ’80 plannen waren om via dit stuk grond een verkeersbrug over de spoorbaan te bouwen..? De plannen voor “een doorgaande route” stammen uit jaren ’30. Ze zijn bedacht door de stedenbouwkundige “Ingenieur Peter Alphons Maria Siebers” (1893-1978) naar wie in 2008 bij de Goffertweg een pad is genoemd: “Alphons Sieberspad”. Ir. P.A.M. Siebers was in de periode 1930-1952 als stedenbouwkundige werkzaam voor de gemeente Nijmegen. Het “Doorgaande Route Plan” dat uitgebreid wordt beschreven in de Gelderlander van 28 oktober 1933, is uiteindelijk na veel wikken en wegen afgeblazen en ging definitief ter ziele in 1987 bij de bouw van het politiebureau “Bureau Muntweg” aan de Muntweg. Zie voor Alphons Sieberspad bij Google onder : “Rob Essers stratenlijst”, letter A. Een verkeersbrug vanaf deze plek, en in die straat, daar moet je toch niet aan denken…! * Houwen zo, laat Moedertje Natuur daar maar lekker haar gang, ook leuk voor de vogelkens.
Terzijde: Wandeling van Moeder Magdalena Adelheid de Vos -van Ottele naar het Wit-Gele Kruis Mijn lieve moeder moet deze schilderachtige boerenhoeve van Jan Derkse in het nog woeste landschap regelmatig gezien hebben terwijl zij met o.a. mij als baby in de kinderwagen op weg was naar de zuigelingenzorg van het Wit-Gele Kruis aan de St. Annastraat huisnummer 93. Zie ons moederke in de jaren ’30 en ’40 op weg gaan vanaf het eind van de Hatertscheveldweg richting de Muntweg. Op de Muntweg passeert ze de A.S.W-Apparatenfabriek en de Swit-Schoenenfabriek. Verder wandelend over de Groenestraat loopt ze langs de Draadfabriek en Transformatorenfabriek van Willem Smit, het Evangelisatiegebouw v/d Gereformeerdekerk en huize Saskia, de Kantoor/boekhandel/bibliotheek van Hendrix, de R.K. Groenestraatskerk met ernaast de Sint Jansschool waar een van haar kinderen de lessen volgden en de Chocoladefabriek Van Dungen, waar haar lieve man het brood voor zijn gezin verdiende. “Verstild voor zich uit, groet ze hem even…!” Bovenaan de Groenestraat, ter hoogte van Clevers-ijsfabriek steekt mam schuin de straat over en zet ze haar wandeling voort aan linkerzijde van de weg. Aan het eind van de Groenestraat slaat ze links af en loopt de St. Annastraat op in de richting de St. Annabrug. Ze passeert tijdens haar wandeling de Splendor-Gloeilampenfabriek en Garage Moll. Na de St.Annabrug steekt ze - even voorbij de Groenewoudseweg - de straat over. Lopend nu aan de rechterzijde van de St. Annastraat wandelt ze richting de stad en telt de huisnummers af om te stoppen bij huisnummer 93 van de Zuigelingenzorg van het Wit-Gele Kruis. Daar wordt haar baby gewogen, onderzocht en krijgt de kleine de nodige fascinaties. Vele keren in haar leven heeft onze zorgzame moeder met haar baby’s in de kinderwagen, met mogelijk een kleuter aan de hand, deze vrij lange wandeltocht van huis naar de zuigelingenzorg van het Wit-Gele Kruis aan de St. Annastraat 93 gemaakt. In latere jaren zal ze de bus hebben kunnen nemen.
De zusters van Bethlehem in het leer gekleed op hun motoren voor het gebouw van het Wit-Gele Kruis aan de St. Annastraat 93. In een in het jaar 1930 gesloten overeenkomst tussen het Wit-Gele Kruis en moeder overste van “Huize Bethlehem” was bepaald dat de zusters de kraamverpleging van on-vermogenden en min-vermogenden op zich zouden nemen.
Een van deze dienstige zusters, genaamd ‘zuster Rumunda’, is menigmaal in de jaren ’30 en ’40 tijdens een bevalling en als hulp in de huishouding aan de Hatertscheveldweg 504 aan het werk geweest. Ook baby Ceesje heeft zij geboren zien worden. Zeer wel mogelijk dat zuster Rumunda mij op zaterdagmiddag zittend in een zinken teiltje heeft gewassen in ons piepkleine keukentje. Ik herinner mij als jong kind deze zusters van “Klooster Bethlehem” heel goed. Bij de foto van de zusters van Bethlehem uit 1950:
Hier pak ik de draad weer op over de boerenhoeve van Jan Derkse. In mijn verhaal “Wandeling door het Goffertpark” voor noviomagus komt de boerenhoeve van Jan Derkse in beeld. Deze hoeve moest half in de jaren ’30 plaats maken voor de Goffertboerderij. Truus Peters wist zich als jong meisje deze hoeve goed te herinneren. Vanuit hun huis aan de Haterscheveldweg 404 had je in de begin jaren ’30 een weidse blik over het toen nog ruige terrein waarop in de tweede helft van de jaren ’30 het Goffertpark werd aangelegd. In de verte was de hoeve vanuit hun huis goed te zien. In mijn verhaal geef ik aan dat de bewoner van deze hoeve Jan Derkse heet. Truus Peters herinnert zich dat er ook een man met de naam H. Verbiezen heeft gewoond. Een ding is zeker: eens woonde er een grote vent met de bijnaam “De Goffert”, wat een grof persoon betekent. Vandaar “Stadspark De Goffert” Jan Derkse leefde vermoedelijk rond 1740. het is onduidelijk waar hij gebleven is. In 1780 was de boerderij in bezit van “Het Weeshuis”. (De Wezenlaan is ernaar vernoemd) In 1929 werd de boerderij gepacht door H.J. Teunissen.
Een krantenbericht van 12 december 1929 meldt: De boerderij “De Goffert” aan den Goffertschenweg nabij de Wezenlaan is hedennacht in vlammen opgegaan. Deze aardig gelegen boerderij in het landelijk gedeelte der gemeente aan die zijde, was eigendom der gemeente Nijmegen en werd bewoond door den pachter H.J.Teunissen en diens gezin, bestaande uit man, vrouw en 9 kinderen. Lees verder het originele verslag van de brand:
Ik herinner mij als kind dat het met de fiets vanaf de spoorwegovergang een kort klimmertje was om boven te komen. Lopend nam je vanaf de wat verdiept liggende overweg de kortste weg middels het zgn. 'olifantenpaadje'; meteen na de spoorbomen liep je rechts de berg op. Boven op de berg stonden een stel grote beukenbomen. Van Truus Peters vernam ik dat één beukenboom de tijdgeest overleefd heeft, hij staat in de tuin van de huidige bewoners van het huis met de naam ‘t HEUVELTJE. De berg, mogelijk dat de naam ‘t HEUVELTJEer iets mee van doen heeft…? P.S.
Colofon: Met speciale dank aan de familie Peters, Rob Essers, Christian de Vos en zeker niet in de laatste plaats het Regionaal Archief Nijmegen, zonder hen had ik dit voor mij bijzondere verhaal over het “Derde gedeelte van de Hatertscheveldweg” niet kunnen schrijven. Cees de Vos Oktober 2011 Heeft u ook herinneringen aan dit stukje Nijmegen? Stuur ons een mailtje! Reactie 1: Reactie 2: |