| © copyright Cees de
Vos, Digitale bewerking; Henk
Kersten/Stichting Noviomagus.nl
Opoe Maria Magdalena Schröder 1876-1949
Johan van Ottele sr. & Maria Magdalena Schröder
Foto:Wikipedia - Dichter Willem Wilmink “ Nergens is de kindertijd Het beroemde boek “De Avonden” van Gerard Reve uit 1948 bracht mij terug in de wereld van mijn kinderjaren. Na het schrijven van het verhaal over onze grootouders Cornelis Nicolaas de Vos & Jacoba Wilhelmina Berendina de Wilde, de familie aan vaderskant (nog hartelijk dank voor de reacties op dit verhaal…!) kon ik er niet omheen om ook, voor zover als mogelijk, de geschiedenis op te graven van de grootouders aan moederszijde. Zeker is dat deze familietak van Opoe Schröder minstens zo interessant is om op schrift vast te leggen, en ook, om de ingewikkelde familieverbanden binnen deze familie eindelijk te ontrafelen! Opoe Maria Magdalena Schröder werd geboren op 26 mei 1876 in het gehucht Weckerath. Het Duitstalige Weckerath ligt in de deelgemeente Manderfeld en maakt deel uit van de Belgische provincie Luik. Het ligt in de “Belgische Sneeuw-Eifel”, tegen de Duits-Belgische grens en behoort tot de gemeente Büllingen.
Het gehucht Weckerath
Opa Johan sr. Van Ottele Maria Magdalena Schröder Voor zover bekend is de Hollander Johan van Ottele sr. omstreeks de eeuwwisseling van 1900 werk gaan zoeken in het dorpje Meiderich bij Duisburg. Het blijft een raadsel op welke wijze het contact tussen Maria Magdalena Schröder wonend in het gehucht Weckerath met Johan van Ottele sr. in Meiderich tot stand gekomen is. Ik veronderstel dat Maria Magdalena Schröder vanuit Weckerath als dienstmeisje werk is gaan zoeken in Meiderich en heeft daar Johan van Ottele ontmoet. Wie méér weet mag het zeggen/aanvullen, er zijn een veelheid aan nazaten…! Ik kan het aan de vijftien kinderen/stiefkinderen van Maria Magdalena Schröder niet meer vragen, ze zijn allen de eeuwigheid ingetreden, de laatste, dochter Lies Dibbets, in januari 2009 te Haarlem. Vast staat dat het echtpaar Johan van Ottele sr. en Maria Magdalena Schröder hebben gewoond in de Jaegerstrasse 9 in Meiderich bij Duisburg in Duitsland.
Het wapen van Meiderich De ‘Werden Abdij’ in de buurt van Meiderich De plaatsnaam Meiderich werd voor het eerst bekend bij een opgedoken document in de ‘Werden Abdij’ en genoemd als ‘Medriki’ dat ‘vochtig gebied’ betekent. De eerste kerk in Meiderich werd gebouwd in de 13e eeuw. In de middeleeuwen was het dorp Meiderich omgeven door zeven gebieden van verzamelden boerderijen waaronder: Berchum, Berg, Borkhofen, Dümpten, Lakum, Lösort en Vowinkel. (Foto’s en tekst: Wikipedia)
Personen op foto uit 1912 van familie J. Ottele sr. /M.M.Schröder & A. Dibbets/M.M.Schröder. - Opoe Maria Magdalena Schröder hangt uit het linker raam met haar handen gevouwen. In 1972 zijn mijn ouders “Cornelis Nicolaas de Vos/Magdalena Adelheid (Lenie) van Ottele” met hun dochter Koos en haar man op zoek gegaan naar het geboortehuis van moeder Lenie in de Jaegerstrasse 9 in Meiderich. Er is een foto gemaakt van het ‘vermoedelijke geboortehuis’…? Als het daadwerkelijk het ouderlijk huis van Opoe Schröder is dan moet er een muur vóór gebouwd zijn om een spouwmuur te creëren met daarin gewijzigde minder fraaie raamkozijnen…! Een aardig voorval deed zich tijdens dit bezoek in 1972 in Meiderich voor: op zoek naar ‘het geboortehuis’ van mijn moeder vroeg mijn vader aan een Duitse vrouw naar het ouderlijk huis van de familie Ottele/Schröder. waarop de vrouw laconiek antwoordde:
Familiefoto ± 1912 in Meiderrich - vlnr: In het jaar 1915 of 1916..? overleed op veertig jarige leeftijd Johan van Ottele sr. Het moet een zware slag voor Opoe Schröder geweest zijn met haar 5 nog jonge kinderen. Om in haar onderhoud voor haar gezin te kunnen voorzien is Opoe huishoudelijk werk gaan doen bij haar ook in Meiderich wonende zwager Antonius Dibbets. De heer A.Dibbets was weduwnaar met 6 kinderen uit een huwelijk met Cornelia van Ottele. Johan van Ottele sr. en Cornelia van Ottele waren broer en zus! Johan van Ottele sr. had in Nederland een tweede zus, Hannah was haar naam. Een dochter van Hannah heette Dien die vrij lang was vandaar dat ze nog wel eens ‘Lange Dien’ genoemd werd. Het verhaal gaat dat Dien, als het haar zo uitkwam, zogenaamd slechtziend was. Twee van haar neven, Hans en Willie van Ottele, hebben eens de woonkamer voor haar behangen. Na het karwei geklaard te hebben volgde een nauwkeurige inspectie door Dien: ze constateerde op een pietepeuterige manier dat twee banen behang op één plekje volgens haar niet juist tegen elkaar waren geplakt. Waarmee maar bewezen werd dat het met dat “Slecht zien van lange Dien” nogal meeviel. Na verloop van tijd kwam het tot een huwelijk tussen Antonius Dibbets en Maria Magdalena Schröder. In Meiderich werden uit dit huwelijk de twee kinderen Lies en Joep (Jos) Dibbets geboren. In verband met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog tussen Duitsland en o.a. Frankrijk verhuisde de familie van Antonius Dibbets en de zwangere Maria Magdalena Schröder in het jaar 1917 naar het neutrale Nederland en gaan zij wonen in een huurhuis aan de Graafscheweg tegenover het Augustijnenklooster. Opoe maakte over die reis vaak een grapje door te zeggen: “Ik heb mien zoon Leo in mien buuk gesmokkeld naar Holland..!” In het huis aan de Graafscheweg volgt de geboorte van haar zoon Leo Dibbets en een paar jaar later dochter Mientje Dibbets. Na een aantal jaren is de grote familie Dibbets/Schröder verhuist naar het huurhuis aan de Hatertscheveldweg 236. In totaal telde het gezin A.Dibbets en M.M.Schröder – met de in Meiderich jong overleden zoon Johan van Ottele jr meegerekend - 15 kinderen.
Opa Antonius Dibbets en Opoe Maria Magdalena Schröder In vergelijk met Opoe de Vos/de Wilde aan vaderskant stond Opoe Schröder aan moeders kant gevoelsmatig dichter bij onze familie. Ook qua loopafstand was Opoe Schröder’s huis tot het onze aanzienlijk korter. Er ging bijna geen dag voorbij of er was wel contact tussen Opoe en haar twee dochters Marie en Lenie. Ik zie Opoe Schröder nog aan komen lopen met haar wat waggelende tred om bij haar dochter Lenie aan de Haterscheveldweg nr. 504 in de ochtend de aardappels te komen schillen. Op de terugweg ging ze dan altijd even aan bij haar dochter Marie. Marie met haar man de heer Hein Hacken en dochter Mary woonde aan de Hatertscheveldweg nr. 436. De Hatertscheveldweg bestond in de jaren ’50 en daarvoor uit drie gedeelten: Het eerste stuk vanaf de Graafscheweg tot aan de Groenestraat, het tweede vanaf de Groenestraat tot aan de spoorwegovergang (is nu verdwenen) en het laatste stuk vanaf de spoorwegovergang tot aan de Weg door het Jonkerbos. Opoe Schröder woonde in het tweede, dochter Marie en dochter Lenie in het derde gedeelte van de Hatertscheveldweg.
Foto: Arie Kool / Noviomagus. De verdwenen spoorwegovergang bij de Hatertscheveldweg. De spoorbomen werden op afstand vanaf de spoorwegovergang bij de Groenestraat via een kettingrolsysteem bediend. Dat gaf altijd een rammelend geluid. De spoorwegovergang maakte later plaats voor een loopbrug. Opoe Schröder moet menigmaal voor deze gesloten overgang wachtend hebben gestaan op weg voor een bezoekje aan haar twee dochters Marie op nr. 436 en Lenie op nr. 504. Ik realiseer mij nu hoeveel keren ook ik deze overweg in mijn leven fietsend en lopend ben overgestoken, het moeten er duizenden geweest zijn….
“Opa & Opoe Dibbets/Schröder op weg naar een bruiloft.” Mijn herinneringen aan Opoe Schröder. Aan de Graafscheweg 274 stond (staat) het Augustijnenklooster met daaraan gekoppeld een houten kapel. Deze kapel werd in de volksmond al gauw het 'Houten Kapelleke' genoemd, bekend om het 'vissersmiske' op de vroege zondagochtend. Samen met mijn ruim een jaar jongere broer heb ik van 1947 tot aan 1949 in dit houten kapeleke van de Augustijnenpaters als misdienaar de priester bijgestaan in het opdragen van de H. Mis. In 1963 werd de noodkapel vervangen door de huidige stenen kapel.
Foto: Regionaal Archief Nijmegen. – 1940.
Foto: Google maps.
Foto:Regionaal Archief Nijmegen. – 1930. De geschiedenis van het Augustijnenklooster en haar ‘Houten Kapeleke’. Al in de 17de eeuw waren er Augustijnen in Nijmegen gevestigd (van 1663-1818, de Augustijnenstraat herinnert daar nog aan), maar pas in 1895 worden de verschillende Nederlandse conventen verenigd in een eigen Nederlandse Augustijnenprovincie. Tegelijk met de komst van de Katholieke Universiteit in Nijmegen bouwden de Augustijnen in 1925 een klooster aan de Graafseweg met een eigen theologische opleiding en met het recht van een eigen openbare kapel. Toen het kloostergebouw was gerealiseerd was er geen geld meer voor de geplande kapel, dus werd er een houten noodkapel gebouwd. Deze kapel werd al gauw het 'houten kapelleke' genoemd, bekend om het 'vissersmiske' op de vroege zondagochtend en de gezongen vespers op zondagavond die vaak door de KRO werden uitgezonden. In 1963 werd de noodkapel vervangen door de huidige stenen kapel, naar een ontwerp van architect G.J. van der Grinten uit Venlo. Het gaat om een vierkant gebouw met een geknikt dak waardoor het licht naar binnen valt. Aan de zijde tegenover het koor zijn twee kapellen, een dagkapel en een gedachteniskapel waar tevens een wand is ingericht ter nagedachtenis aan 'moderne heiligen' zoals kardinaal Alfrink, Anne Frank, Martin Luther King etc. Het kloostergebouw aan de Graafseweg werd in 1973 verlaten en de ingekrompen gemeenschap ging wonen in de daarnaast gelegen villa Dennendaal (Labrehuis). In 1990 kwam het huidige wooncomplex gereed (gelegen naast het oude klooster dat nu een kantoorbestemming heeft). Het wooncomplex heeft een paviljoenachtig uiterlijk met puntdaken. In datzelfde jaar werd het Augustijns Bezinningscentrum opgericht dat in het voor- en najaar leerhuisbijeenkomsten organiseert rond ontwikkelingen op theologisch en filosofisch gebied. Momenteel wonen er vijf paters. (Info: Gebouwomschrijving SKKN) Mijn lieve moeder koos op zondag altijd voor het ‘vissersmiske’, zo kon ze, zorgzaam als was, haar vele vossenkinderen en manlief vóór het opstaan van dienst zijn. Als ik kerkdienst had als misdienaar voor het vissersmiske liep ik met moeder mee. Wanneer de priester in een wit lang gewaad met daaroverheen het goudkleurige kazuifel van links het kerkje binnen kwam met de misdienaar Ceesje voorop lopend in een rode toog en witte superplie, keek Mam vanuit haar kerkbankje vol trots toe. Ook de familie Dibbets/Schröder gingen wel “ter kerke” in het ‘Houten Kapeleke’ terwijl de familie naar ik veronderstel als gelovigen hoorde bij de parochie aan de Groenestraat.
Foto's: Wikiepedia. De misdienaar - Groenstraatskerk Nog een herinnering aan het Augustijnenklooster. De leiding en opleiding over de misdienaars had Pater van Kan. Ik herinner mij hem als een vrij lange brildragende donkere sympathieke man. In de kamer rechts van de zware voordeur kregen de aspirant misdienaars les in de handelingen als misdienaar voor de H. Mis en werd hen de betekenis en het uitspreken van de teksten in het Latijn bijgebracht.
Morris-bestelauto Foto: ‘Car and Classic’
Het huis aan de Hatertseveldweg 236 is gebouwd in 1909. Hier in 2010. Goed te zien is hoe de stenen drempel bij de voordeur aan de rechter zijde in de loop van een eeuw danig is uitgehold na zoveel voetstappen te hebben verwerkt..! In de jaren ’30 - ’40 lag er grof grint in het voortuintje, was er een ligusterhaag als afscheiding en stonden er twee muurtjes waartussen een draaiend ijzeren hekje. Boven de deur is een halfcirkelvormig mozaïek van stenen te zien, dat was ook het geval boven de ramen. Hoe kan een mens het in zijn hoofd halen om, vanwege wat verbreding van het benedenraam, het prachtige front van het huis uit 1909 zo te verminken. Zo dom en zo lelijk…! Broer Willie belde aan bij nr. 236 voordat de foto’s werden gemaakt. De bewoner, een gynaecoloog, lag nog in bed en was Willie dankbaar dat hij had aangebeld. Omdat de Hatertseveldweg een vrij nauwe weg is was de overbuurman zo vriendelijk om voor Willie en Christian twee foto’s te maken staande op zijn auto. Van bovenaf kon het woonhuis en de poort beter worden gefotografeerd. Zo zie je maar weer, er zijn best nog spontane aardige mensen die je te hulp schieten als dat zo uitkomt. >> Als je heel goed naar de bijna dichte voordeur kijkt zie je het handje van de gynaecoloog, hij houdt de deur tot op een kier na gesloten voor de foto….!
Luchtfoto van de Hatertscheveldweg en de stoomwasserij “De Zon”
Als ik er als kind doorheen liep - er lag enkel rul zand waarover je liep - klonk het galmend hol. Tussen de achterom-poort en het huis met nr. 236 van Opoe bevind zich nog één woning. Na afloop van de H. Mis in het kapeleke was het vaste prik om even bij Opoe en Opa Dibbets aan te gaan. Dat was een korte wandeling vanaf de Graafscheweg naar de Hatertscheveldweg: je kon “binnendoor” via een smalle doorgang vanaf van de huizen aan de Graafscheweg naar de huizen aan de Hatertscheveldweg lopen.
Opoe Schröder rekende er op dat wij na het kerkbezoek aan de Graafscheweg bij haar aan kwamen. Het was dan voor Mam en Opoe een bakkie Oudhollandse koffie drinken met een snee peperkoek en voor mij een glaasje karnemelk met een snee peperkoek. In de winter zaten we knusjes rondom de kolenkachel omgeven door een van gietijzer scharnierend beschermrekje met warmte-doorgeef-gaatjes. Opa Dibbets pijpje rokend en soms ook een van de in huis wonende volwassenen kwamen er gezellig babbelend bijzitten. Een waar feest was het om op de vroege zondagochtend op bezoek te gaan bij Opoe Schröder aan de Hatertscheveldweg 236.
Opoe Schröder met haar dochters Mientje Dibbets (links) en Lies Dibbets in de siertuin. Dochter Mientje Dibbets en de “Schuufkaas” Van dochter Mientje Dibbets komt de anekdote over “schuufkaas”. Het gezin Dibbets/Schröder had het niet al te breed in de jaren ’30 en “een boterham met tevredenheid” was heel normaal als broodbeleg. Heel af en toe werd er een half pondje jonge kaas in huis gehaald en kregen de kinderen een plakje kaas op het brood. “Om wat langer te kunnen genieten werd het plakje kaas steeds verder naar achter geschoven!” Tja, beste mensen, in die tijd was men zelfs gelukkig met een ‘stukske schuufkaas’.
Foto: 08 mei 1949 En wat ziet Mam er na het baren van 13 kinderen nog bijzonder goed uit….!
Het bidprentje van Opoe Schröder † zondag 17 juli 1949
Bidprentje van zoon Wilhelm van Ottele
Bidprentje van zoon Heinrich Jozef van Ottele De volkstaal veranderd gedurig dat is bekend. Woorden verdwijnen en nieuwe woorden dienen zich aan. Het Engels vermengt zich met het Nederlands en woorden uit Afrika en meer vreemde landen vermengen zich met het zo prachtige Nederlands. Opvallend is dat woorden als mama en papa tot op de dag van vandaag in algemene zin worden gebruikt. Dat is geenszins het geval met het woord “Opoe”, deze aanspreektitel is in Nederland totaal verdwenen. Wij vosjes zijn nog groot geworden met Opoe. Het vandaag meest gebruikte woord is Oma, maar ook Omie hoor je steeds meer. Zo werd Grootmoeder (van Roodkapje en de wolf….) een Opoe. Een Opoe een Oma. En een Oma een Omie. Hoe zal Omie aangesproken worden over dertig jaar…? Misschien weer terug naar Opoe…! Of toch Grandma of Grandmother…? “Vadertje tijd” gaat het bepalen. Mijn moeder Magdalena Adelheid (Lenie), zo ook haar broers, zuster, halfbroers en halfzusters, gebruikten als aanspreektitel voor hun ouders ‘Vader’ en ‘Moeder’. Ook het persoonlijk voornaamwoord je en jij was er niet bij, men gebruikte altijd het woordje U. Dat aanspreken van ‘Moeder’ en ‘Vader’ vond ik iets plechtigs en tegelijk ook iets afstandelijks hebben. Wij vossenkinderen spraken onze ouders aan met papa, mama en U. Vandaag is het je en jij naar ouders heel normaal. Zo verandert er veel in de taal en gebruiken. Opoe Schröder heeft als voornamen Maria Magdalena; het lijkt erop dat ze haar ‘eerste twee dochters’ deze namen heeft gegeven: Marie en Magdalena. Opoe Schröder was een Godsvruchtige vrouw of zoals de protestanten zeggen “Godvrezend”.
Opoe Schröder met haar jongste kind dochter Mientje Dibbets en stiefzoon Martin Dibbets. Zoals gezegd Opoe Schröder was zéér gelovig. Er werd in het grote gezin trouw gezworen aan God en Zijn geboden. Voor en na het eten werd er gebeden en op de knietjes voor het slapen gaan. Ook in Duitsland moet het een vaste ritueel zijn geweest: op vaste tijden met de rozenkrans ‘het Rozenhoedje’ bidden en ter kerke gaan. De Bijbel was het boek dat met regelmaat op de tafel werd opengeslagen waarna “Vader” in het gezin voorging in gebed. Het Heilige Boek waaruit in het gezin Johan van Ottele/M.M. Schröder in Duitsland en in het gezin Antonius Dibbets/M.M. Schröder in Nederland uit voorgelezen werd is - weliswaar wat beschadigd - bewaard gebleven. Na het overlijden van Opoe op 17 juli 1949 erfde mijn moeder Magdalena Adelheid (Lenie)van Ottele de Bijbel.
Vooromslag Bijbel Achteromslag Bijbel Voorblad nr.1 Voorblad nr.2
In de bijbel vond ik allerlei bewaarde herinneringen als:
Het doet mij denken aan het mooie gedicht “Herinneringen aan Holland” van de dichter Hendrik Marsman – Zeist 1899-1940. “Denkend aan Opoe Schröder voel ik warmte, liefde, gezelligheid en medemenselijkheid.” Mijn kleinkinderen logeren regelmatig bij mij in Soest, dat is voor de kinderen een feest en voor mij niet minder. Voor zover ik me dat herinner heb ik nooit gelogeerd bij Opoe Schröder. Op bezoek ging ik er vaak en bleef dan ook wel eens mee-eten. Als Opoe stamppot boerenkool had gekookt en het werd opgediend maakte Opa Dibbets met de onderkant van zijn lepel een kuiltje in de stamppot waar Opoe vervolgens een schepje jus in goot. Als ik stamppot boerenkool eet maak ik ook een kuiltje en leg er een klontje roomboter in. Ook lekker…!
Tijdens een bezoek van zoon Wilhelm van Ottele met zijn zoontje Hansje, gaf de kleine Hans Opoe uit boosheid een schopje …! Waarop Opoe reageerde met: “Hé vlegel, mag jij Opoe zo maar ‘sjuppen’..!” Opoe Schröder verwarde het Duits nog wel eens met het Nederlands. Zo had mijn moeder Lenie van Ottele het altijd over “Ruiberen”, waarmee ze “Rotzooi trappen” bedoelde. De woonkamer. Het interieur van de woonkamer straalde eenvoudige huiselijkheid uit: in het midden de eettafel met de eetstoelen, de kolenkachel met het beschermhekje er omheen, twee makkelijke stoelen links en rechts van de kachel voor Opa en Opoe, de divan met uitzicht op het binnenplaatsje en de achtertuin, de radiodistributiekast aan de muur links van de keukendeur met enkel vier zenders waarvan er één klassieke muziek uitzond, de hangende regulateurklok linksboven de kamerdeur naar de gang. Deze klok hangt nu in mijn huis in Soest de uurtjes weg te tikken. Het kleine zijkamertje naast de woonkamer met daarin twee eenpersoons bedden en een prachtige antieke houten linnenkast. Ook vandaar had je uitzicht op het binnenplaatsje en de achtertuin.
Opoe’s regulateurklok Foto: Marktplaats. - De divan
De radiodistributie met de vier zenders De keuken Voor een arbeiderswoning uit 1909 had het huis best een ruime keuken. Vanaf het binnenplaatsje kwam je de keuken binnen. De inrichting was sober: een keukentafeltje met een paar stoelen, een granieten aanrecht met enkel een koudwaterkraan, een houten inbouw voorraadkast met ernaast het toilet in de vorm van een ‘poepdoos’. Die poepdoos ten behoeve van de stoelgang boeide mij zeer. Het
Houten poepdoosdeksel
Foto 1950 - Huis aan de Hatertscheveldseweg 236 Baldadige Theo-tje Visser gooide een keer het middenruitje boven de deur aan diggelen. Tijdens één van mijn vele bezoekjes als jong kind aan Opoe Schröder haalde zij een groot krentenbrood (krentenmik voor Opoe…) uit de voorraadkast. Ze klemde de krentenmik tegen haar volle moederborst en sneed een paar sneeën krentenmik van het brood. Na drie, vier gesneden sneetjes ontstond er een gat in het midden van het brood. Opoe: “Tja Ceesje, hier heeft een muis doorheen gekropen” Ik geloofde haar, mijn godsdienstige Opoe kon immers niet jokken…? Wat mij ook is bijgebleven: dat er bij de familie Ewijk, de naaste buur van Opoe, nogal eens ruzie was, de vrouw krijste het dan hoog uit en de man bromde mopperend terug. Dergelijke felle vetes was ik van huis uit niet gewend. De familie Daadselaar was Opoe’s andere naaste buur.
Opa A.Dibbets en Opoe M.M.Schröder Het binnenplaatsje
Foto 1950 - Het wat rommelige binnenplaatsje en het lattentuinbankje bij Opoe Schröder.
Foto: Marktplaats. De handmatige wasmachine met wringer bij Opoe Schröder. Wij hadden thuis precies dezelfde wasmachine met wringer, met dit verschil dat het mechaniek onder de kuip d.m.v. een elektrisch motor werd aangedreven.
De voorkamer Deze kamer werd gebruikt als slaapkamer voor het ouderpaar A. Dibbets/M.M. Schröder. Er stond een tweepersoonsbed afgedekt met een gehaakt wit beddensprei met aan weerzijden van het bed een nachtkastje. Verder een paar stoelen en een linnenkast. Op een der nachtkastjes stond een opdraaiwekker met een lichtgevende wijzerplaat. Na hun overlijden in 1949 lag Opoe Schröder in deze kamer opgebaard. Opa Antonius Dibbets is na het overlijden van Opoe Maria Magdalena Schröder gaan wonen bij zijn zoon Antoon Dibbets en in 1951 overleden. De Kelder Van deze ruimte herinner ik mij weinig, het enige wat ik weet dat de deur naar de kelderruimte zich bevond onder trap. Op de foto van het huis in 2010 zie je laag bij de grond het roostertje dat lucht geeft aan de kelder. Mogelijk zat/zit er aan de achterzijde van het huis ook een soort raampje of rooster. Links van de voordeur, onder het postbakje, bevind zich een rooster wat toegang geeft tot de kelder. Stoere zoon Heinrich Jozef van Ottele de kolenboer heeft menig mudje antraciet of eierkolen voor zijn lieve moederke “voor een zacht prijsje” via dit gat in de kelder gekieperd. De kelder werd ook gebruikt voor aardappelvoorraad en koeling van etenswaren als boter en melk. Ook Keulse potten en glazen inmaakpotten met ingemaakte groenten uit de moestuin werden er bewaard voor de winter. Een koelkast kende men niet. De eerste en enige verdieping De verdieping van het huis heeft drie slaapkamers en een vrij ruime overloop. Wie en waar de vele kinderen “van Ottele en Dibbets” geslapen hebben is mij onbekend. Mijn moeder vertelde wel dat zij met haar zus Marie op de overloop sliepen en ze nog wel eens geplaagd en bang gemaakt werden door de jongens op de drie slaapkamers. Twee jongens sliepen in het zijkamertje beneden, gelegen naast de woonkamer. “Het tuinpad van mijn Grootmoeder” Foto ± 1939
Foto ± 1942
Foto ± 1941
Opa en Opoe Dibbets/Schröder op het houten tuinbankje in hun siertuin
Foto: Noviomagus.
Bruiloft-feest van dochter Tonia Dibbets met de heer Reintjes. - Links van de bruidegom Reintjes zit Opa Dibbets.
Toon Dibbets en zijn vrouw Annie Kramer vieren hun 25 jarige bruiloft. In de oorlogsjaren moest Theo Visser sr, man van dochter Lies Dibbets, onderduiken in Limburg. De man was min of meer gevlucht vanuit Duitsland waar hij te werk gesteld was in de “Arbeitseinsatz”. Zijn vrouw Lies was in die tijd in verwachting van haar eerste kind. In “geborgenheid” bracht zij haar baby Theo jr. ter wereld in het huis van haar moeder Opoe Schröder aan de Hatertscheveldweg 236. Toen op één na alle kinderen het huis uit waren is het jongste kind, dochter Mientje Dibbets op de bovenverdieping gaan samenwonen met Barend Vermeulen. In de jaren ’49 -‘51 deed Mientje Vermeulen/Dibbets de grote was op de elektrische wasmachine bij haar halfzus Marie van Ottele aan de Hatertscheveldweg 436. Ik bracht als 15 jarige voor de twee vrouwen het wasgoed in een mand achterop de fiets heen en weer voor F1.- en twee sigaretten. Een kinderhand was hier snel gevuld …..!’ Tussen de gynaecoloog en het echtpaar Mientje Dibbets/Barend Vermeulen heeft nog een familie in het huis aan de Hatertscheveldweg 236 gewoond. De familie Vermeulen/Dibbets met hun zoon Barry hebben als familie van Opoe Schröder als laatste het woonhuis aan de Haterscheveldweg 236 in het jaar 1952 verlaten.
- Platte grond, indeling van het huis en de achterom-poort.
Document van de Gemeente Nijmegen betreffende het woonhuis aan de Hatertseveldweg 236 Bedrijfjes en winkels in de jaren ’40 in het gedeelte van de Hatertscheveldweg waar Opoe Schröder woonde. - Kapper Bronswijk (nickname punus) Aan het hervinden van Opoe’s geschiedenis hebben meegewerkt; Het was voor mij, Cees N. de Vos uit Soest, zoon van Lenie van Ottele een genoegen dit verhaal te schrijven. Zie het als “een opstart” tot vele aanvullende herinneringen aan Opoe Schröder….? Het gaat ook hier op: “Zonder verleden, geen heden!” Cees de Vos – september 2010 Reactie 1: 12-10-10: Als reactie op mijn verhaal over Opoe Schröder vernam ik van mijn broer Willie de Vos dat ook hij misdienaar is geweest bij de Augustijnenpaters aan de Graafseweg. Dat was ik kwijt in mijn hoofd. Wat ik ook niet meer wist ( je kunt niet alles weten en samen weet je heel veel..! ) dat de paters een "eigen huiskapeleke" hadden binnen het klooster, het bevond zich achter de vier ramen direkt boven de voordeur. Reactie 2: Wilma Orth, 13-10-10: Ik wil even reageren op het verhaal van mijn neef Cees de Vos. Reactie 3: Diny Tax-Visser, 16-10-10: Hallo Cees, Reactie 4: Con Clavant, 21-10-10: Mijn naam is Con (Kees) Clavant en ik woon in Melbourne Australia.
Reactie 5: Leny Grootel/Dibbets, 28-10-10: Van mijn vader, Leo Dibbets, weet ik ook nog iets leuks. Tijdens een strenge winter gingen zijn vrienden schaatsen op de Hatertsche vennen. Maar ja, mijn vader had geen schaatsen. Uiteindelijk had hij er toch een paar bij elkaar gescharreld. Een mét en een zónder krul, maar dat mocht de pret niet drukken, hij heeft er prima op geschaatst. Grappig he…? Reactie 6: Ria Visser, 31-10-10: Ria Visser uit Haarlem, kleindochter van Opoe Schröder schrijft: Reactie 7: Cees de Vos, 02-11-10: Als vier jarige kleuter zegde Theo Visser uit Woerden een versje op voor zijn jarige Opa Dibbets. Theo's moeder, Elisabeth Cornelia Dibbets heeft het voor haar zoontje Theo tweemaal opgeschreven. Theo's zus Ria Visser uit Haarlem haalt dit voorval aan in haar reactie op het verhaal over "Opoe Schröder 1876-1949". Het tweemaal op schrift gestelde versje is bewaard gebleven.
|