Nieuwe pagina 1

© copyright Cees de Vos, Digitale bewerking; Henk Kersten/Stichting Noviomagus.nl

Kerst in Nijmegen jaren 40

Binnen ons grote gezin - vader, moeder en elf kinderen - was de kerstviering elk jaar een gebeurtenis welke ik tot op de dag van vandaag als een dierbare warme herinnering met me draag. De weken voorafgaand aan dit “Kindeke Jezus Feest” was op zich al een warme zintuiglijke beleving over wat er te gebeuren stond in de Kerstnacht van 24 op 25 december. In onze parochiekerk van de H. Antonius van Padua aan de Groenestraat werden in de weken ervoor de nodige voorbereidingen getroffen om het jaarlijks terugkerende Heilige feest weer plechtig en ingetogen te laten verlopen, met als topper de levensgrote kerstgroep bestaande uit: Kindje Jezus in de kribbe met Moeder Maria en Vader Jozef met gebogen hoofd aan weerzijden, de os en de ezel die de wacht houden op de achtergrond en een aantal herders en hun schapen competeerde het kersttafereel. Op 06 januari in het nieuwe jaar werden dan de “Drie Wijzen uit het Oosten” bijgezet met hun geschenken voor de Verlosser van de Wereld: “Wierook, mirre en de goud.” 

In het jaar 1947 was ik een der leerlingen van hoofdmeester W.A. van Steen in de zevende klas van de St. Jansschool. Bestond in die tijd nog: twee jaar Kleuterschool aan de Dobbelmannweg en zeven jaar Lagere School aan de Groenestraat. 
Meester van Steen, prachtige Pasen, Pinksteren, St. Nicolaas en…., Kersttekeningen maakte hij op de achterkant van het driedelige schoolbord. Het rechtse bord draaide hij bij verrassing om, om bij ons knaapjes van twaalf jaar een gemeenschappelijk ohhhh…! te ontlokken. 

Boek: “Dagboek van een Schoolvos”

Hij kon boeiend vertellen; over Mozes in het rieten mandje, over de bruut Herodes 63 v. Chr., de barre reis van de Heilige Familie op zoek naar een droog onderkomen voor de bevalling van kindje Jezus, en over de engelen Gabriël, Rafaël en de gevallen engel Lucifer, je hing aan des meesters lippen, hij gezeten op een wat verhoogde zetel achter zijn lessenaar en wij, getweeën in één houten schoolbankje met bruin gelakt opklapbaar schrijfblad waarin de inktpot met afdek schuifje verdiept in het boven/midden van het werkblad. 
In de laatste twintig jaar van zijn rijke werkzame leven - 46 jaar stond ‘meester van Steen’ voor de klas bij drie verschillende scholen - heb ik het genoegen gehad een van zijn vast bezoekende oud-leerlingen te mogen zijn van de meer dan duizend die hij pedagogisch heeft begeleidt naar een zekere toekomst. Regelmatig zocht ik hem op (tot zijn dood op 02 mei 2004) en haalde hij herinneringen op uit zijn rijke leven in het Rooms Katholieken Onderwijs. Men zou in hoofdmeester W. A. van Steen een voorbeeld weten en moeten zien…..! Een aantal boeken heeft meester van Steen in eigen beheer uitgegeven waaronder – “Limericks en Poëzie” en “Dagboek van een Schoolvos.” 

Bovenmeester W.A. van Steen, 1912 - 2004 was een heel bijzonder mens. 

Het Kerstfeest - het feest ter gedachtenis van Christus geboorte - in ons huis werd circa een week voor deze feestdagen zichtbaar door een complete mini kerstgroep in een grot, een kerstboom versierd met piek en zilveren kralenslingers, kleurige kerstballen op sparrentakken achter schilderijtjes en een groep van zilveren ballen hangend boven de kamerdeur. Het bouwen en creëren van de kerstgrot was elk jaar weer een spannende bezigheid. Veel kinderhandjes werkte er aan mee. We gebruikte daarvoor grijs vrij dik zgn. grotpapier gekocht bij de boekhandel Hendrixs aan de Groenestraat. Het was zaak om een modelgrot te frutselen met veel kenmerkende deuken, kreuken en vouwen zodat na veel geklooi een virtuele grot ontstond. Ergens links of rechtsboven frutselde we een ruwe grote plooi waarachter een verscholen elektrisch lampje omwikkeld met rood crêpepapier, een serene sfeer bracht in de grot. Dit lukte elk jaar weer tot groot genoegen van de vossenfamilie. Boven op de grot sierde een blinkende ster: “De ster van Bethlehem” welke de ‘Drie Wijzen uit het Oosten’ de weg wees naar de plaats waar hun Verlosser geboren was. Aan de voet van de kerstgroep stonden in rij een aantal schroefdraadvormige kaarsjes in meerdere kleuren. 

De kerstsfeer in de woonkamer, met een brandende antracietkolenhaard met raampjes van hittebestendig glas zodat de warmte zichtbaar de kamer instraalde - de haard waar ik zo vaak tot diep in de nacht voor ging liggen luisterend naar de laatste hits van radio Luxemburg terwijl heel de familie in diepe ruste lag - werd pas echt kompleet met een mooi opgetuigde kerstboom. Het past niet direct in de sfeer van heiligheid - met als excuus voor een niet al te ruim inkomen door ons Vader als postbode der PTT binnengebracht voor de mondjes van zijn elf spruiten - maar de sparrenboom werd niet altijd gekocht, soms werd deze ‘georganiseerd’ uit het naburig toen nog groots aanwezige “Jonkerbos”. Dit bos is na de jaren ‘60 verdwenen - zoals zoveel moois zienderogen verdwijnt - om plaats te maken voor woningbouw, bedrijven en wegen en meer…. 

 

In de diepe avonduurtjes - na overdag de juiste boom te hebben gelokaliseerd en gemerkt …! - werd ons boompje zagend van Moeder Aarde gelost en sluiks achter op de fiets naar de Hatertscheveldweg 504 getransporteerd. Het optuigen van de boom was altijd een waar genoegen met de steeds weer stille verwachting welke ballen het hadden overleefd van het jaar ervoor, er sneuvelde nog wel eens wat bij de vuskes. Meestal bleek het nodig dat er een aantal nieuwe ballen of een piek moest worden aangeschaft, wat weer spannend was, het bracht hernieuwde kerstvreugd bij ons vossenkindertjes. Als de boom was opgetuigd m.b.v. lichtjes, kleurige glimmende ballen en zilveren kralenslingers, bespoten met nepsneeuw uit een spuitbus en omhangen met engelenhaar - wat vreselijk jeukte aan je handen - werd als laatste handeling de kroon op het werk gezet in de vorm van: “de piek”. 

Na al deze voorbereidingen was het nu aftellen naar de climax van het Kerstfeest: het bijwonen van de Heilige Nachtmis, de nacht waarin men herdacht dat Kindeke Jezus werd geboren. Deze kerkdienst begon (verschilde per parochie…) omstreeks 05.00 uur. De wat grotere kinderen waren uitverkoren om dit mee te maken. Tegen vier uur werden we gewekt door Mam en onder leiding van de oudste kinderen - mogelijk ook met Papa…? - gingen we op weg naar de kerk wat voor ons vosjes ruim een half uur lopen was. Als er sneeuw lag - wat in die tijd meer voor kwam dan heden - bracht je dat in nog hogere sferen. De sfeer in de kerk was altijd ingetogen: de plechtige Hoogmis met Drie Heren omhangen met kazuifels in goudbrokaat, misdienaars groot en klein gekleed in toog en superplie (wit linnen koorhemd met lange wijde mouwen), her en der brandende kaarsen, de kerststal met het Kindeke Jezus in de kribbe, de grote kerstboom, de lucht van wierrook, het mannenkoor verhoogd zingend achter in de kerk en de kerstliedjes die we gezamenlijk als gelovigen zongen zoals: Nu syt wellecome, Komt allen te samen, De herderkens die in de nacht waakte over Kindeke Jezus en de mooist van allen,“Stille nacht, Heilige nacht”. (gecomp. door de Oostenrijker Franz Gruber in 1818) 

Verzadigd van dit geestelijk voedsel togen wij na de kerkdienst van anderhalf uur huiswaarts waar lieve Mam ons opwachtte met een overdadig gedekte tafel met op de vele bordjes gebakken balkenbrij en in het midden van de tafel een grote schaal met daarop door “ons Mam” gebakken dik gesneden krenten en witbrood, een delicatesse waar de hongerige vossenmaagjes intens van smulden. 
Gekoppeld aan het Kerstfeest was het een traditie om op ‘Eerste Kerstdag’ in de middag de kerstkribben in een aantal andere R. K. kerken in de omgeving van Nijmegen te bezoeken. 
Elk jaar de zelfde stalletjes…, en toch elk jaar weer een openbaring voor de kinderziel. 

In de dagen erna, tot aan Driekoningendag op 06 januari, zongen we voor het slapen gaan bij de kerstkribbe - met de kaarsjes brandend en de kamerverlichting uit - bekende kerstliedjes, met als laatst het onderstaand liedje. Elke avond mocht een ander kind de kaarsjes uitblazen. 

Het is kinderbedtijd
zegt vader vooruit
de kaarsjes die moeten nu uit ….
Wie heeft er de beurt 
van het blazen vandaag
het is kleine Leo 
want die doet dat zo graag:
Fuut - fuut….fuut - fuut…fuut - fuuiiiittt….
de kaarsjes die zijn nu echt uit!

Ps: Leonardus de benjamin in ons gezin, hij mag in dit kerstverhaal de kaarsjes uitblazen. 

Cees de Vos - december 2009 - Soest

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: