|
© copyright Cees de Vos, Digitale bewerking; Henk Kersten/Stichting Noviomagus.nl “ Cornelis Nicolaas de Vos - sr 1869 -1959 ” De 19de eeuw is de eeuw van o.a. : Grootvader Cornelis Nicolaas de Vos kwam ter wereld in de 19de eeuw, gezien we nu in de 21ste eeuw leven lijkt die 19de ver weg in de geschiedenis. Tot mijn spijt weet ik weinig te vertellen over grootvaders jeugd, ik moet me als kleinzoon en ‘naamgenoot’ tevreden stellen met hetgeen ik mij bij leven van hem herinner en links en rechts bij familieleden heb weten te vergaren.
Opa en Oma de Vos/de Wilde Cornelis Nicolaas de Vos stond bekend als een Godvrezend mens waarin hij trouw zwoer aan God en Gebod. Op 28 maart 1891 trouwde hij met Jacoba Wilhelmina Berendina de Wilde in de Roomse Kerk en op 21 mei 1891 voor de wet. Zover mij bekend was het een goed huwelijk. Opa de Vos was een levensgenieter en kindervriend als het hem zo uit kwam….! Aan eigen kinderen geen gebrek; zestien in getal zette hij met zijn vrouw Jacoba de Wilde op de wereld met tussendoor nog een viertal miskramen. Ik denk dat ook hier meneer pastoor een flinke vinger in de pap heeft gehad. ‘Het is de tijdgeest die bepaalde.’
Trouwakte voor de Kerk en Wet - Jaar 1891
De geslachten: Cornelis Nicolaas de Vos & Jacoba Wilhelmina Berendima de Wilde |

|
Deze familiefoto uit ± 1915 is gemaakt bij een bekende fotograaf in de Van Welderenstraat in Nijmegen. Het maken van de foto heeft nog heel wat voeten in aarde gehad. Om voor de omgeving niet te veel op te vallen koos grootvader Cornelis Nicolaas de Vos sr. ervoor om tijdens de wandeling vanaf hun huis aan de Daalseweg naar de fotograaf aan de Van Welderenstraat zijn uitgelaten kinderschare in twee groepen te verdelen. Nadat het vrolijke vossenkoor zich verzameld had voor de fotograafzaak en men naar binnen wilde brak de fotograaf bij de aanblik van zo’n immens grote familie uit pure zenuwen de sleutel bij het openen van de winkeldeur en moest in allerijl de slotenmaker er aan te pas komen. Naar de lezing van ons vader zaliger C.N. de Vos jr.: Dochter Maria, de latere kloosterzuster Blandina zit rechts in een stoel met strik.
De zestien kinderen van Cornelis Nicolaas de Vos en Jacoba Wilhelmina Berendima de Wilde
Opgave van de acht oudste kinderen.
Tekst: Ongeteekende Mej. L. Tijl (of Tijt….?) verklaard bij deze dat Cornelis de Vos voor circa 5 jaar (vijf jaar) trouw en ….? Verder vertelt de geschiedenis het niet…. Een ander in onze tijd nauwelijks voor te stellen baantje van opa Vos: Lantaarnaansteker. Tegen de schemering ging hij met een ladder op zijn nek de wijk in om de straatlantaarns te laten branden. Veel licht gaven de gaslampen niet wat met het oog op het toen nog matige verkeer in de straten ook niet zo nodig was. Een auto was in die tijd een attractie en de toevallige passerende ‘paard en wagen’ had in de late avond een stallamp langszij bungelen. Voor kinderen was ‘t een signaal om na het buitenspelen huiswaarts te gaan. Moeder’s motto luidde: "Binnenkomen als de lantaarnaansteker komt, want dan wordt het donker!". Een bekend liedje brengt een ode aan deze Lamplighter.
Lamplighter- Foto: Wikipedia
He made the night a little brighter
Nadat hun zestien kinderen het huis uit waren verhuisde Opa en Oma de Vos in de jaren ’40 van de Daalseweg naar de Da Costastraat in het Willemskwartier. Daar vierde zij op grootse wijze hun vijftig jarige huwelijkfeest.
Opa en Oma de Vos / de Wilde vijftig jaar getrouwd. Foto gemaakt in het Willemskwartier.
Cees de Vos, 30-03-10: Kreeg ik toegestuurd van een volle neef uit Australië. |
|
Da Costastraat - In het
eerste blok woonde Opa en Oma de Vos/de Wilde Een herinnering aan Opa de Vos van nicht Olga van Schie/de Vos uit Australië; Zoals in Opa’s tijd gebruikelijk was werd er door veelal oudere mannen ‘gepruimd’. Opa de Vos was ook een liefhebber van ‘een pruumke in ziene bakkes op z’n tiet’. Bij het als maar kauwen van de pruumtabak komt er het nodige mondvocht vrij, het wordt als het ware gestimuleerd door het als maar doormalen van de kaken. De bruine sap in je mond diende regelmatig geloosd, om dit op te vangen stond naast de potkachel een zgn. kwispedoor.(spuugpot) Het was de kunst om de ‘bruine fluim’ middels een fraaie boog in de hals van de kwispedoor te mikken. Natuurlijk ging dit met regelmaat mis en gleed de kwijl in slowmotion langs de buitenrand van de kwispedoor naar beneden zodat na een tijdje een kwalachtige bruine plas op de vloer zichtbaar werd. Oma de Vos was er goed voor om dit weer te schonen, het hoorde gewoon bij haar huishoudelijk werk. Tja…, zo ging dat in die tijd!
Kwispedoor - Pruimtabak In vroeger jaren was het de gewoonte - mogelijk was dit een plicht naar de Heere God als dank voor een vruchtbaar huwelijk…? - dat in een katholiek gezin een der jongens voor het priesterschap en een meisje als non voor het klooster koos. Zulks gebeurde ook in het gezin de Vos/deWilde. De ‘uitverkorene’ als non werd dochter Maria. Bij haar intrede als novice bij het “H. Hart klooster van de Dominicanessen” in Neerbosch koos ze als kloosternaam ‘zuster Blandina’.
St. Rosa-stichting aan de Dennenstraat. Helaas ‘nagenoeg’ gesloopt...! Zuster Blandina was onderwijzeres en gaf les in de St. Rosa-stichting aan de Dennenstraat. Twee van mijn jongere zusjes volgde de lessen aan de Rosa-stichting en hadden soms een streepje voor bij zuster Blandina alias tante Maria. O.a. werden de twee heimelijk in nieuwe kleren gestoken wat weer verborgen moest worden voor de andere kinderen.
Meisjesklaslokaal in de St. Rosa-stichting aan de Dennestraat.
Voorzijde en Achterzijde’ restgedeelte ” Rosa stichting” Half in de jaren vijftig verhuisde zuster Blandina van het klooster in Neerbosch naar het zusterklooster in Hatert. Het was een bijzonder aardige vrouw waarvan ik als kind tijdens een bezoekje met mijn vader een bidprentje kreeg. (is verloren gegaan…) Bij zuster Blandina’s 12.5 jarig jubileum gaf ze in Hatert een feestje in het klooster. Al haar broers en zusters traden op in een sketch. Er was een deken gespannen waarachter de vijftien vossen en ook nog wat kleinkinderen zich hadden verscholen. Een voor een kwam er een vossenkupke boven de deken uut bij het uitroepen van een naam. Hoe dat precies begon weet ik niet meer, wel hoe het eindigde: “…….?, mien tante, mien ome, mien zuster, mien bruur en Hanneke en Janneke én…., de kleine André…..!
* Zuster Blandina werd geboren in Nijmegen op 9 oktober 1896. Zuster Blandina ligt in eeuwigheid begraven op de begraafplaats ‘Jonkerbos’.
Rustplaats van zuster Blandina met drie van haar medezusters
H. Hart klooster + Kerk in Hatert. Hier beide nog in volle glorie..! Alles is gesloopt..!
R.K Kerk in Hatert - hier gesloopt in 1968. Foto: Regionaal Archief Nijmegen
Opa en Oma de Vos op bezoek bij zuster Blandina in Hatert. De kerk en klooster op de achtergrond zichtbaar. Van mijn zus Koos hoorde ik nog een aardige anekdote over Opa de Vos:
“De paaltjes” aan het begin van het Konijnenpad.
Geboorte-Register van ons vader: “Cornelis Nicolaas de Vos jr. ” 1903 - 1992 De neven Sjaak wonend in Arnhem en Nico de Vos wonend in Canada vertelde de volgende anekdote: Voor een bezoek bij hun Opa namen ze altijd een ‘maatje Ouwe Klare’ mee dat los gekocht werd nabij de Graafsebrug, het werd daar in een zak-flesje overgeheveld. Vooraf werd door de jeneverleverancier aan de nog jonge neven wel eens gevraagd hoe oud ze waren en om dit gezeur te voorkomen droegen ze klompen, zo leken ze groter en ouder in leeftijd. Opa kreeg met regelmaat een maatje jenever van zijn kinderen en kleinkinderen als deze bij hem op bezoek kwamen. Daar rekende hij altijd vast op: met lege handen op bezoek komen bij Opa was er niet bij. Bij aankomst aan de Oude Molenweg spraken Nico en Sjaak af dat ze deze keer zogenaamd niets bij zich hadden. Bij binnenkomst viel het Opa meteen op dat de neven met lege handen kwamen…, verdomme..! Als afleidingsmanoeuvre begon Opa af te geven op een kraai in de boom in zijn achtertuin die hem irriteerde met z’n gekras.
Behalve rookartikelen kon je
in de winkel van J.A. de Vos ook chocolade kopen. In de oorlogsjaren was
de heer J.A.de Vos lid van de Nederlandse Unie, een beweging die zich
fel verzette tegen de gehate N.S.B. en de Duitse bezetter. Toen de heer
J.A. de Vos tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn etalage versierde met
een schilderij van Willem de Zwijger omgeven met een lauwerkrans van
oranje sinaasappels werd de zaak door N.S.B-ers gesloten. De heer de Vos
werd gevangen genomen en later in Kleef als sigarenmaker te werk
gesteld. * Een moedig man die ome Sjaak van ons, daar konden ‘anderen’ een voorbeeld aan nemen…! Nog een anekdote over Opa & Oma de Vos van nicht Olga van Schie/de Vos uit Australië. Je vroeg me Cees wat ik nog weet van Opa en Oma de Vos. Als kind mocht ik soms bij Oma en Opa de Vos logeren aan de Da Costastraat. Ik weet niet of je je het huis herinnert? Opa zat vaak in de voorkamer voor het raam kijkend in de richting van de Dr.Schaepmanstraat en de Bilderdijkstraat, zo kon hij het bezoek zien aankomen. |

|
Foto links: Da Costastraat.
Foto rechts: Links de Dr. Schaepmanstraat, rechts de Bilderdijkstraat. Wij woonden in die dagen in de Hertstraat. Mijn fietsroute naar Opa en Oma: Start Hertstraat >> Dobbelmannweg >>De Groenestraat oversteken >> Dr Schaepmanstraat in fietsen >> aankomen bij Opa en Oma de Vos aan de Da Costastraat: “Dag Opa, dag Oma”. Oma: “Ah…, dag m’n meiske, kom gauw binnen…!” Ik was zes jaar en mocht fietsen op moedersfiets. Ik kon wel afstappen maar niet opstappen. Moeder zette mij thuis op de fiets als ik naar Opa en Oma fietste en voor
de terugweg zette Opa mij weer op de fiets naar huis. Hoe ik er zonder kleerscheuren van afkwam weet ik niet. Je zou het als kind vandaag de dag met de drukte op de Groenestraat niet in je hoofd halen. Als ik bij hen overnachtte maakte mijn vader en moeder een slippertje of wilden zij er even tussenuit op een zaterdagavond. Oma vond mijn bezoek altijd leuk, we gingen dan samen dammen. Zij had altijd lol. Tante Willie vertelde mij dat Tante Dientje een stel poppen had. Dientje was de jongste van de zestien vossenkinderen. (Op de familiefoto is het de baby…) Oma heeft een keer alle poppen op de kop gezet en mosterd op hun achterste gesmeerd, zo vond kleine Dientje haar poppen terug na schooltijd. Oma had veel ondeugende streken. Voordat ik naar Melbourne ging woonden Opa en Oma aan de Oude Molenweg naast dr. de Lange, niet ver van het huis van mijn man Rob van Schie aan de
Van Peltlaan. Ik heb Opa en Oma nog eens opgezocht toen ze tijdelijk inwoonden bij Ome Martin en tante Koos aan de Oude Molenweg. Kort daarna moest Oma opgenomen in een tehuis in de Kwakkenberg. Het scheen dat Opa, als hij de kans schoon zag, haar dáár nog wel eens pak op haar donder gaf. Mijn moeder ging Oma vaak wassen en verplegen toen ze meer hulp behoevend werd. Oma was vaak bang voor die ouwe baas. Mijn moeder en haar zus Tante Cor kwamen er achter dat alles daar niet pluis was, zo hebben ze die twee oude mensen een keer uit elkaar gehaald en Oma in veiligheid gebracht. Ik zie het zo voor me, lachen…! Ik geloof dat Opa uiteindelijk in het Dominicus College terecht kwam. Dat was wel zielig als je aan het eind van je leven niet meer baas bent in je eigen huis. Ik heb ergens een foto gezien van het huis in de Da Costastraat, als ik de foto tegen kom zal ik deze sturen. Opa en Oma hebben ook nog korte tijd bij ons aan de Gaffelstraat ingewoond toen ze in het voorjaar van 1945 vanwege de oorlog hun huis aan de Da Costastraat uit moesten. Dat was voor mijn moeder geen makkelijke tijd, omdat Opa een wat moeilijke man was. Maar niet getreurd, gedane zaken nemen geen keer.
De fietsroute van kleine Olga de Vos vanaf de Hertstraat naar de Da Costastraat - vice versa. >> De tragiek van het ouder worden/oud zijn; het wacht ons ‘met wat geluk’ allemaal. << Nadat Opa’s lieve vrouw Jacoba in 1956 op 86 jarige leeftijd in een tehuis in de Kwakkenberg overleed trad voor Opa de Vos een moeilijke tijd aan, ‘het alleen zijn’ viel bar tegen. Een geluk, een zijner dochters Koos en haar man Martin woonden een paar deuren verder aan de Oude Molenweg. Dochter Koos regelde Opa’s huishoudelijke zaken en zorgde voor zijn welzijn. Na verloop van jaren werd het noodzakelijk dat Opa de Vos in een verzorgingshuis opgenomen moest worden. Gekozen werd voor het Dominicus College aan de Dennenstraat. Ik weet niet precies hoe lang Opa daar heeft gewoond, wel dat hij het daar bepaald niet naar de zin had. Hij werd lastig voor de verplegers, steeds moeilijker in de omgang en lapte de regels van het huis min of meer aan zijn laars. Weer moest er na lang beraad een oplossing gezocht worden…. |


|
Het Dominicus College.
Is gesloopt. * Ik word bedroefd bij het aanschouwen van zoveel moois dat verdween in een vrij kort tijdbestek In 1959 woonde en werkte ik in Den Haag. Zo nu en dan kwam ik een weekend over naar Nijmegen om bij mijn ouders te zijn. ‘Het noodlot’ regelde dat ik in het voorjaar van 1959 juist in dát weekend vanuit Den Haag op bezoek was bij mijn ouders. Het gesprek kwam al snel op Opa’s verblijf in het Dominicus College; dat hij moeilijk deed en daar weg moest. Hoewel Opa het er niet zo naar de zin had wilde hij onder geen enkele voorwaarden verkassen naar elders: “Je weet wel wat je hebt en niet wat je krijgt!”, placht hij te zeggen. Mij werd als zijn kleinzoon gevraagd om assistentie te verlenen ‘bij het vervoer’ van Opa C.N. de Vos naar het verpleeghuis ‘Huize Kalorama’ in Beek-Ubbergen. Opa de Vos had geen notie van hetgeen die dag met hem gebeuren ging…. Ik liet mij overhalen om op die bewuste vroege morgen in het voorjaar van 1959 aan te bellen bij het indrukwekkende statige gebouw aan de Dennenstraat: ‘Het Dominicus College’. Na binnenkomst werd ik door een verpleger naar de eetzaal geleid. Drie vrouwen; Opa’s twee dochters Dientje en Koos en mijn moeder, stonden buiten achter het hek verdekt opgesteld te wachten op wat stond te gebeuren. Dat kon niet anders, als Opa hen in de gaten zou krijgen kreeg hij argwaan en zou hij zich fel gaan verzetten. ‘Een in en in trieste omstandigheid vond ik het!’ De taxi stond reeds voor. In een verder lege eetzaal vond ik mijn oude grootvader gekleed zoals ik hem zo vaak had gezien als hij voor een ‘daggie uut’ ging; deftig in het zwart met zijn bekende schipperspetje op zijn grijze hoofd. Met grote verbazing zag hij mij binnen komen en zijn eerste vraag luidde:“Wie ben jij en wat mot je hier…?” Ik stelde mij voor als Cornelis Nicolaas de Vos zijn kleinzoon, zoon van een van naar hem vernoemde zeven zonen Cornelis Nicolaas de Vos jr. (Vader Abraham had ook zeven zonen…!) Met argusogen staarde hij me aan en mompelde: “De koffiejuffrouw is al naar huus..!” Ik zette mij naast hem neer en vertelde hem dat ik in Den Haag woon en daar werkzaam ben. “Heb je al een vrouw…?”, was zijn volgende vraag. Ik antwoordde dat ik zo hier en daar wel eens een scharreltje had. Een flauwe glimlach ontplooide zich vanonder zijn dikke grijze snor. Na een korte conversatie over zijn kostuum, het mooie Dominicus College en dat hij er zo gezond uit zag stelde ik hem voor om een wandeling door het gebouw te maken. Met een kort hoofdknikje duidde hij dat hij akkoord ging met mijn voorstel. Moeizaam stond hij op van zijn stoel, pakte zijn wandelstok en sjokte naast me voort door de hoge gangen van het gebouw. Het was nu zaak om me sluiks terug te trekken, wat emotioneel niet zo eenvoudig was. Onder het excuus dat mijn sjaal nog in de eetzaal lag zei ik hem bij de voordeur even op mij te wachten. Richting de eetzaal lopend kwamen mij twee stevige verplegers tegemoet….! Bij terug keer zag ik nog net hoe Opa de Vos lichtelijk onder dwang in de taxi werd geplaatst. Ik pinkte een traantje weg voor mijn oude wijze grootvader die ik op hoge leeftijd op de valreep om de tuin had moeten leiden…! Grootvader Cornelis Nicolaas de Vos heeft nog drie maanden doorgebracht in Huize “Kalorama” in Beek-Ubbergen. Hij werd ruim 90 jaar, dat heet een gezegende leeftijd te zijn.
Bidprentje van: ‘Cornelis Nicolaas de Vos sr ‘Vadertje Tijd’ Louis de Góngora y Argote. |
|
Cornelis Nicolaas de Vos jr. jr. (1934) Naschrift: Cees N. de Vos jr.jr. spreekt de hoop en wens uit dat: Na het lezen van dit “levensverhaal over Cornelis Nicolaas de Vos & Jacoba Wilhelmina Berendina de Wilde” hun bijna ontelbare vossen-nazaten in Nijmegen in het land en elders in de wereld een herinnering uit het leven van deze twee mensen weten op te graven om dit ‘als aanvulling’ aan dit verhaal toe te voegen. “Ik ben, dat begrijpt u…!, hoogst benieuwd wat er nog te voorschijn komt …? “ Succes…! Reactie 1: Leo de Vos, 18-11-09: Als jochie van een jaar of acht ging ik met mijn vader op zondagmiddag nog wel eens op bezoek bij Opa de Vos aan de Dennenstraat. Per fiets reden we - ik gezeten op de bagagedrager voor op de fiets…! - richting de Dennenstraat waar we vooraf bij 'De witte Kip' een maatje jenever kochten: want bij Opa de Vos zonder ‘neutje jenever’ aankomen was er niet bij, hij was in staat om je terug te sturen als je met lege handen bij hem aankwam. Bij Opa aangekomen werd het 'maatje jenever' meteen na aankomst genuttigd. Het smaakte Opa altijd voortreffelijk en hij schroomde niet om mijn vader, weliswaar zeer beleefd, te vragen om nog een neutje voor hem te halen. Reactie 2: Jaqueline Elsing/van Eeden, 28-01-10: Een reactie van nicht Jaqueline Elsing/van Eeden uit Zoetermeer, dochter van Riek, een van de zestien kinderen van Opa en Oma de Vos/de Wilde. Opa Vos was een strenge maar rechtvaardige man. Alles moest perfect zijn. Als wij op bezoek gingen namen we ook altijd een borreltje mee, zo'n groene fles, soms ook een half flesje. Daar zat Opa dan in zijn stoel te wachten met zijn geruite pantoffels aan. Hij mocht dan boven even een neutje nemen, de rest bewaarde de zusters; hij zou wel eens een slukske te veel kunnen nemen..! Mama plaagde hem altijd met zijn snor: “Je hebt zeker een hazenlip”, zei ze dan. Opa tilde dan zijn grijze snor op en zei :“Ach nee meidje, kiek maor!” Dat weet ik nog goed. Opa Vos maakte ook altijd zelf cadeautjes voor Sinterklaas: de meisjes kregen dan een pop die gemaakt was van een aardappel op een stok. Toch waren ze er blij mee en natuurlijk was er altijd wel wat lekkers bij. Mijn moeder en haar twee zussen Corrie en Nellie sliepen naast de kamer van Opa en Oma. Elke avond hoorden ze de rozenkrans van het wijwaterbakje afglijden, wat een rollend schuur geluid gaf: er moest voor het slapen gaan wel even tot de Heere God gebeden worden…! De meiden wachten op dit repeterend ritueel en schoten dan hard in de lach, waarna ze prompt tot de orde geroepen werden door Opa. Het maken van de grote “bruine familiefoto aan de van Welderenstraat” was ook een heel gedoe, Opa knorrig en Oma bezorgd of iedereen er wel mooi uit zag, maar dat is goed gelukt.! Ik ken ook nog het verhaal dat Nellie voor het slapen gaan haar gezicht en handen in moest smeren, ze had last van een wat schrale huid. Mijn moeder en Corrie hebben toen een blikje schoensmeer onder haar bed gezet. Alles gebeurde in het donker. Je kunt wel raden hoe kwaad Opa was toen hij hoorde wat er voor gevallen was. |