|
© Corrie van der Pijll-Reichgelt; Digitale bewerking Mark van Loon/Stichting Noviomagus.nl Het Rijksmonument Auto - Palace bestaat 75 jaar. door Corrie van der Pijll-Reichgelt |
|
Naar aanleiding van de recente foto’s van het Rijksmonument Muldersweg 16 ben ik, als echtgenote van de oudste zoon van één der architecten, eens in onze archieven gedoken. Het lijkt me aardig een stukje vroege geschiedenis en oude beelden er aan toe te voegen. Het architectenduo R. J. Meerman en J. van der Pijll heeft een aantal gebouwen in Nijmegen op hun naam staan, waaronder het bewuste pompstation Auto - Palace uit 1936. In familieverhalen zegt men dat Johan van der Pijll het creatieve deel van het duo was. Beiden genoten hun verdere opleiding c.q. ervaring bij Architectenbureau Charles Estourgie. Ik beperk me in deze alleen tot de bouwerfenis van J. van der Pijll. Na WO II werkte hij enkele jaren met J. Cornelissen, ging daarna zelfstandig verder en ontwierp in Nijmegen, de regio en Zuid-Nederland vele werken.
Vanwege het herkenningspunt, de verlichte zuil, sprak men in de volksmond over de Pomp van Merkus, de naam van de naastgelegen busonderneming, die met het garagebedrijf niets van doen had. De officiële opening was op 13 juni 1936. Mede door inspanning van de industrieel archeoloog Yop Segers is het gebouw in 1988 op de Nijmeegse monumentenlijst geplaatst en werd het in 1990 Rijksmonument. De heer Koos van Lith, eigenaar, heeft destijds de restauratie ter hand genomen, er zijn architectenbureau gevestigd en bewoont met zijn gezin de aangebouwde woning sinds 1990. Na een omvangrijke restauratie is op Open monumentendag, 11 september 1993, het pand feestelijk in gebruik genomen met de nieuwe bestemming, waarbij de kinderen van der Pijll aanwezig waren en de oudste zoon één van de sprekers was. In de jaren ’70, ’80, ’90 is het monument in allerlei kranten en tijdschriften besproken. Zo is het wel en wee van de familietrots van alle kanten belicht en aardig is te lezen wat de schrijvers aan informatie uit de geschiedenis naar boven haalden. Voor de geïnteresseerde lezer enige voorbeelden: 1994 Mebest nr. 3: Informatie over renovatie/restauratie (interessant verslag). 19XX Een wit gestuukt benzinestation. Industrieel monument door Architectenbureau K. van Lith. 1985 Nijmeegs dagblad: De verlichte 'vinger' van Nijmegen –zuid. 19XX De Telegraaf, de Woonkrant: Benzinestation wordt woning. 10-06-1988 De Gelderlander: Benzinepomp monument. De gemeente redt gebouw uit handen van sloper. 24-06-1988 De Volkskrant: Nijmegen maakt monument van bijzonder pompstation uit 1936. XX-09-1988 Gemeente Nijmegen. Jonge bouwkunst 1850-1940: Het nieuwe bouwen. 27-04-1989 De Gelderlander: Zicht op monumentale benzinepomp moet beter. Nog drie gegadigden voor opmerkelijk gebouw. 19-04-1990 Barneveldse krant: Benzinepomp op de monumentenlijst. XXXX Vakblad De Architect: Vlucht der snelheid. Adoratie voor een benzinestation. XXXX NRC Handelsblad: Nijmegen- In zijn gloriedagen... XXXX De Gelderlander: Monument voor verdwenen bermpaleisjes. 13-09-1993 De Gelderlander: Wethouder Hompe overwint hoogtevrees. Open monumentendag begint met hijsen vlag op ronde luifel 'Amerikaans' tankstation. 1996 De krant van het jaar. Industrieel erfgoed: Van pompstation tot ijssalon. Zie ook: www.wikipedia.nl en andere architectenwebsites. Tenslotte: enige knipsels uit het plakboek van J. van der Pijll uit de jaren 1935-1937:
Met plezier rijden we af en toe nog eens langs het zo schone “ Bermpaleisje ” ! Oisterwijk, maart 2011 Corrie van der Pijll-Reichgelt |
|
|
|
Reactie 1: Cees de Vos, 27-04-2011: Met interesse het verhaal en geschiedenis gelezen over het in 1936 voor Nederland unieke geopende tank/servicestation "Auto-Palace" aan de Graafscheweg 481 in Nijmegen. Ik realiseer mij nu dat ik 'mogelijk' samen met mijn lieve moeder voor het kopen van brood en kadetjes bij bakker Bossmann aan de Graafscheweg nr. 386 zittend als twee jarige peuter in de wandelwagen - buiten mijn zinnen om...! - het imposante project heb zien verrijzen. In latere jaren vertoefde ik veel in de buurt van het tankstation, vooral de hydraulische hefbrug maakte op mij indruk. Vanuit onze jongensslaapkamer aan de achterzijde van ons tussenhuis aan de Hatertscheveldweg 504 (nu Muntweg) hadden wij ruim zicht op het betonnen spoorbruggetje met op de achtergrond de verlichte zuil van het Auto-Palace. In de verte konden wij het nog vrij rustige autoverkeer vanuit Grave zien komen en gaan. In de winteravonden gaf dit door de felle autolampen op de slaapkamermuur speelse taferelen, wat voor ons opgroeiende jongens voor het slapen gaan elke avond een gratis denkbeeldige filmvoorstelling gaf.
In het verslag in het Nijmeegs dagblad van 1936 lees ik als laatste regel dat de N.V. Jacobine Hollandia de centrale verwarming heeft verzorgd: laat dat nu als vijftienjarige mijn eerste werkgever worden in het jaar 1950. |