|
© copyright Wigger KF van der Horst, Digitale bewerking; Henk Kersten/Stichting Noviomagus.nl Engelse versie (English version) XIV Bron:
|

| Op donderdag 9 November 1944 vertrok het bataljon van de ‘Stormont, Dundas and Glengarry Highlanders’ (ook wel ‘Glens’ of ‘Glengarrians’ genoemd) vanuit Gent in België naar Grave in Noord-Brabant. Met DUKWs ging het Bataljon van de ‘9th Infantry Brigade’ op 10 november om 21.00 uur richting haar uiteindelijke bestemming: Nijmegen. Op zaterdag 11 november om 23.00 uur werden de Amerikanen van het ‘2nd Battalion, 505 Paratroop Infantry Regiment of the US Army’ afgelost ten oosten van Nijmegen en daarop legerden de SD&G-Highlanders zich in Persingen en Groenendaal. Doel: het bewaken, de verdediging en het veilig stellen van de Waalbrug bij Nijmegen en het omliggende gebied.
|

|
Al snel werd er vastgesteld, dat de vijandelijke troepen in dit gebied dezelfde waren, waartegen de Glens al eerder gevochten hadden in de ‘Falaise Gap’, in Frankrijk: de ‘84ste Duitse Divisie’ en een aantal - voor de Glens - nog onbekende compagnieën, waaronder het ‘1052ste-‘ en ‘1053ste Infanterie Regiment’, en op de rechter flank de Duitse ‘190ste Divisie’ die was samengesteld uit het ‘30ste-‘ en ‘520ste Grenadier Regiment’. Ook waren er in het gebied eenheden van de Duitse ‘9e Divisie Para-troepen’ en de ‘86ste Divisie’ actief. Kort nadat de eenheid zich geïnstalleerd had in haar nieuwe omgeving, besloot het Hoofdkwartier om de Brigades om de zeven dagen te verwisselen, met twee actieve Brigades en één als reserve, waarvan de laatstgenoemde d.m.v. training op peil zou worden gehouden. In de nacht van zaterdag 18 op zondag 19 november 1944 losten de SD&G-Highlanders SD&G-Highlander James Edward Fendly (34), sneuvelde op Woensdag 15 november en vier dagen later kwam het bericht dat Private Reginald Maxwell Barr (24) plotseling in België was overleden. Op zondag 18 november 1944 boorden zich twee granaten van de Duitsers in de kerktoren, waar op dat moment de ‘Regimental Aid Post’ - RAP - ondergebracht was. |



|
Er volgde een periode van dagelijkse patrouilles, waarvan één onder commando van Luitenant James S. Smith, die daarvoor een eervolle vermelding kreeg. Soldaat Lester Joseph McDonough (35) sneuvelde tijdens een actie op maandag 20 november 1944. Op dinsdag 21 November wordt er ‘. . . een vreemde condensstreep gezien, dat veroorzaakt wordt door een ‘soort vliegtuig’, dat vanuit noordoostelijke richting vanaf de grond werd afgevuurd . . . ’. Er zijn aanwijzingen dat het een V-2 is, die vanaf een raketbasis in de buurt gelanceerd is. Er is nóg een voorbeeld uit die periode, waarin de mentaliteit van vastberadenheid en kameraadschap, dat heerste in het bataljon tot uiting komt. Een verhaal dat voor altijd zal leven in de annalen van ‘The Stormont, Dundas and Glengarry Highlanders’: Op woensdag 22 november 1944 werden de Glens (9de Brigade) afgelost door de 8ste Brigade en trokken zij naar de omgeving van Beek voor een zevendaagse trainingsperiode. Major-General ‘Dan’ Spry bezocht het Bataljon op vrijdag 24 november en Captain B.M. Thompson, die verwondingen had opgelopen nabij Boulogne in Frankrijk, keerde bij zijn eenheid terug. Op zondag 26 november 1944 toen de manschappen zich opstelden voor een kerkdienst, viel er een raket of een bom dichtbij het bataljon. Het projectiel verwoestte een huis in de nabijheid en brak alle ramen van het Hoofdkwartier van het Bataljon en andere gebouwen. De soldaten George Edward Mahar en Douglas R. Schofield (19) werden gedood en vijftien anderen gewond. Sergeant Lyle L. Boice (22) and soldaat Francis K. Black stierven op 26 november aan hun verwondingen. Ook waren er een aantal Nederlandse slachtoffers te betreuren, waaronder twee kleine meisjes (naar informatie over de identiteit van deze Nederlanders ben ik nog op zoek - WKF)
Op maandag 4 december was er opnieuw een overname van taken: de Glens losten de de ‘North Novas’ af, waarvan ‘A’- en ‘D’-Compagnieën al in Duitsland waren.
Terwijl de Glens de linies gesloten hielden, werden er tegelijkertijd tactische oefeningen gehouden en administratieve werkzaamheden gecombineerd met patrouille-activiteit maar met 100 procent ‘Stand-TOS’. De druk in de Belgische Ardennen had de aandacht van de Glengarrians. De feestdagen verliepen niet zonder teleurstellingen. Op zondag 24 december 1944 kwam het bericht binnen dat Korporaal Louis J. Jacques (20) ‘mogelijk gesneuveld was’, hetgeen nog dezelfde dag bevestigd werd. Op vrijdag 29 december overleed Private William A. Boate (25) aan zijn eerder opgelopen verwondingen.
Dezelfde dag werd Luitenant Reg Dixon bevorderd tot Captain en overgeplaatst naar het Hoofdkwartier van de 3rd Canadian Division als Intelligence Officer en Luitenant F. Keith Pelton nam de taak op zich van Intelligence Officer in het Bataljon. Eerste Kerstdag - 25 december 1944 - was mistig en erg koud. Omdat het Bataljon als reserve ingezet zou worden, werd het kerstdiner uitgesteld tot Nieuwjaarsdag. Op woensdag 27 december 1944 namen de ‘North Novas’ de taken over van de Glens, die naar de rechter flank vertrokken. Op zaterdag 30 december viel er een V-1 raket tussen de Glens en de ‘North Novas’. Het projectiel was mogelijk gericht op Engeland, maar een defect in het mechanisme verhinderde dat en bovendien was ook de explosieve lading beschadigd, waardoor de V-1 niet explodeerde. Op Nieuwjaarsdag, maandag 1 januari 1945, kwam het zonnetje nog even door en ook Hitler’s Luftwaffe, die laagvliegend hun doel richtten op de Brug over de Waal, maar schade bleef uit.
Hoogtepunt van de dag was het uitgestelde kerstdiner met ‘ingeblikt kalkoen’ en de traditionele ‘plum’pudding dat gehouden werd in het Hoofdkwartier van de Glens - Huize ‘Elsbeek’ in Berg en Dal. Na het diner was enige opwinding, toen er een fornuis dat op benzine brandde, in de keuken ontplofte. De keuken en het aangrenzende huis, waar het Hoofdkwartier in gevestigd was, vloog in brand. Het meest waardevolle papieren en sommige uitrustingsstukken van de eenheid kon worden gered, maar het huis en de overige inhoud werd als verloren beschouwd. De manschappen kregen het kerstdiner in hun linies en werden bezocht door de Brigadier en de Commandant.
Bron: http://www.biblioarnhem.nl/ In januari 1945 waren er geen dodelijke slachtoffers, maar in die periode raakten Luitenant C.B.S. Avery en 58 Glens gewond. De gebruikelijke patrouilles werden dagelijks uitgevoerd en af en toe wisselden de bataljons van positie. De dagen en nachten verliepen niet zonder spanning, vooral toen vanaf zaterdag 6 januari 1945, iedere nacht, een aanhoudend geluid van een paard en wagen in de vijandelijke linies gehoord werd in het gebied van ‘C’-Company. Het geluid kwam vanuit de richting van het Duitse plaatsje Zifflich, net over de Duitse grens. De Glens dachten dat het mogelijk het geluid van een grammofoonplaat was, die binnen de Duitse linies verplaatst werd, om hen in verwarring te brengen. Op vrijdag 12 januari 1945 naderde een Duitse patrouille in witte camouflagepakken te dicht bij ‘A’-Company platoon. Private Scott wilde de leidende Duitse officier van de patrouille staande houden, maar schoot hem in het hoofd toen hij doorliep. Het schot alarmeerde de rest van de
Op woensdag 17 januari 1945 kreeg het bataljon een korte rustperiode in Driehuizen en namen daarna de taken over van ‘The Queen’s Own Rifles of Canada’. Het hoofdkwartier van de Glens werd gevestigd in ‘Huize Rätia’*, een groot huis in de stijl van een Zwitsers Chalet. |

|
Het fameuze ‘Hotel Glen’ was nog steeds in gebruik als een 24-uurs rust-centrum: comfortabel, vriendelijk, met een kantine, met in de avond en nacht vertoning van films en een aanbod van allerlei tijdschriften. Een gebouw van onschatbare waarde voor de Glengarrians. Op maandag 22 januari 1945 kreeg Private G. Cunningham het avontuur van zijn leven toen hij als deelnemer van een patrouille – gekleed in witte camouflagepakken – op weg ging om huizen te verkennen in vijandelijk gebied. In eerste instantie hadden zij door loopgraven willen kruipen die evenwijdig aan een weg liep en die regelrecht naar het doel zou leiden. Echter, in de maanloze donkere nacht vonden zij niet de loopgraven en in een poging om zich te oriënteren trokken zij de aandacht van de Duitsers, waarop deze met een machinegeweer begon te vuren. Op zondag 28 januari 1945 stortte er, ongeveer tweehonderd meter van Mortar Platoon, een vliegtuig neer. Alle negen bemanningsleden landden veilig op de grond. Eén van hen landde dichtbij Tactical Headquarters. De lichte verwondingen op zijn gezicht werden verbonden door de diensdoende MD. De man behield een stuk van zijn parachute, maar gaf de rest aan degene die op dat moment aanwezig waren. Een tweede bemanningslid landde in ‘No Man’s Land’. Een afdeling van de ‘Carrier Platoon’ ging op zoek naar hem. Onderweg kwam het tot een kort vuurgevecht met een kleine eenheid van de Duitsers. De Duitsers had al op de parachutist geschoten toen hij nog in de lucht was. Ze werden na een kort vuurgevecht teruggeslagen en de parachutist werd veilig teruggebracht naar eigen linies.
Op dinsdag 30 Januari viel er ruim 12 cm sneeuw, maar fijne regen deed alles weer smelten en maakte de grond tot een dunne modderbrij. Tijdens een patrouille in het gebied sneuvelde Private Armand Morais (23) tijdens een vuurgevecht op vrijdag 9 februari 1945. Begin Februari 1945 werden sommige kamers in ‘Hotel Glen’ gebruikt voor ‘O’-groepen en ‘Planning’, waardoor het duidelijk werd dat er belangrijke veranderingen op komst waren.
Glengarrian Charles Reginald Dunk CQMS was tijdens de hele periode in het gebied van Nijmegen gelegerd. Na de oorlog, in de zomer van 1945 ontmoette hij een meisje die hem een kaart van de Karolingische Kapel in Nijmegen heeft gegeven. Op de achterkant schreef ze haar naam: Miepie Schenk. Het is zeer wel mogelijk dat er de ontmoeting buiten – bij toeval – heeft plaats gehad. Maar er is nog een tweede optie: de broer van Miepie, Theo vertelt, dat er twee Canadezen ingekwartierd waren in hun huis. De tweede soldaat heette Frank Zimmer C53093, waarvan de familie uit Duitsland kwam. Omdat vader Schenk niet zo sterk in het Engels was, werden de gesprekken in het Duits gevoerd. Het is best mogelijk, dat Charles Dunk bij de familie ingekwartierd geweest is, maar het zal wel altijd een raadsel blijven . . . |

|
Speciale dank gaat uit naar hen, die zich hebben ingezet om de nog onbekende locaties in de foto’s een identiteit te geven: Henk Kersten, Jeroen de Groot, Vincent Uyen en Rob Essers – en hopelijk ben ik niemand vergeten. Notitie * Woensdag 17 januari 1945 - ‘Huize Rätia’ Voor Inlichtingen: Wigger KF van der Horst Reactie 1: Sjaak Gijsbers, 05-02-11: Geachte redactie, U zocht de naam van een gebouw in de Ooij bij het artikel "verdediging waalbrug". Foto 043 is inderdaad de Hubertusschool aan de dijk, eind jaren 60 afgebroken. Ik zat in de jaren vijftig op die school.
|