Herinneringen aan Toon Janssen

Herinneringen aan Toon Janssen 

(Origineel Engelse tekst, klik hier)

De familie Janssen in 1943

Bovenste rij vlnr: Wim, Bernard & Johan Janssen
Onderste rij vlnr: Gerard, Antonius (Vader Toon), Henk, Trees, Peter (Piet), Hendrika Janssen-Gelden (Moeder) & Wilhelmina (Miep)

 

Antoon Janssen werd op 27 december 1894 geboren in Wijchen in een gewone boerenfamilie en moest op de boerderij werken om het bedrijf staande te houden na de vroege dood van zijn moeder. Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog werd hij opgeroepen voor het leger. Hij koos voor de cavalerie, waar hij de taak kreeg om voor de hoge officieren te zorgen.
Na de Eerste Wereldoorlog kreeg hij een baan als chauffeur in Den Haag. Hij ontmoette Hendrika Gelden (onze Moeder) en zij trouwden in 1921. Onze Moeder kon niet aarden in de grote stad Den Haag, en na de geboorte van Bernard (Bert) in 1922 verhuisden ze terug naar Nijmegen.
Na zijn terugkeer had hij de smaak te pakken voor de automobielindustrie, en rond 1923 begon hij zijn eerste bedrijf GARAGE “DE HOOP”. Dit was hoofdzakelijk een taxibedrijf met een plaats waar klanten hun auto ’s nachts konden parkeren uit de kou (antivries bestond nog niet). Zijn garage lag vlakbij het treinstation, en dat gaf hem een goede start met zijn taxidienst, want er waren niet veel taxi’s, laat staan auto’s.

Adresboek 1928:
Garage "De Hoop" Arend Noorduynstraat 15-17, bij 't Station. - Telef. 2760.
Janssen, A. J., auto-verh.inr., A. Noorduijnstr. 17, [telefoon] 2760.
Groot, J. J. de, aannemer, v. Welderenstraat 49, [telefoon] 1327.

 

Hij verdiende veel geld toen er een grote overstroming was in het hele district van Maas & Waal, want hij was populair bij politici en andere hoogwaardigheidsbekleders om hen de overstroomde gebieden te laten zien omdat hij het gebied goed kende en een erg onderhoudende prater was.
Rond 1928 kreeg hij samen met een aannemer De Groot, die een stille vennoot werd, het idee om een veel groter complex te bouwen. De bouw begon kort daarna en werd voltooid tijdens een extreem koude winter in 1929/30. Eén van de bouwvakkers vond de dood ten gevolge van het extreem koude weer.

 

In 1929/30 opende hij zijn nieuwe bedrijf garage “AUTO PALACE”, dat tijdens de winter centrale verwarming had. De automobielindustrie begon te groeien en dokters, notarissen en allerlei zakenmensen namen een eigen auto. De garage was zo groot dat er 2 rijen van 25 auto’s geparkeerd konden worden aan beide kanten van een middenpad, tot een totale capaciteit van 100 auto’s. Achter de grote muur was ruimte om auto’s te wassen en een werkplaats waar de voorman met zijn mecaniciens werkte. 

De ingang van de garage aan de Nieuwe Marktstraat, niet ver van de Spoorstraat. Bij ingrijpende veranderingen van de stationsomgeving in de jaren '60 van de vorige eeuw is dit gedeelte van de Nieuwe Marktstraat verdwenen. Nu staat op deze plaats een studentenflat aan de Vredestraat.

 

Kort daarna verkreeg hij het “RENAULT” dealerschap, in die tijd het grootste in Nederland. Pap reisde regelmatig naar Parijs, en moest dan de nieuwe auto’s terugrijden. Dit was prima in de zomer, maar in de koude winter, als hij chassis terug moest rijden op een houten doos als stoel, dan kon je wel spreken van toewijding. Ik kan me nog herinneren dat Pap me als kind vertelde dat hij altijd een jas met 7 voeringen droeg, en bij zijn jongere broer, die in Frankrijk vlakbij de Belgische grens woonde, waar hij vaak even stopte, had hij ijspegels aan zijn neus hangen. De grote verandering van temperatuur als hij een verwarmde kamer in liep was dan vaak te veel, en deed hem bijna flauwvallen. 
Deze man zag grote kansen voor al zijn kinderen. Hij had een verkoper in dienst genaamd Ten Bokkel Huinink, die betrokken was bij de ontwikkeling en het ontwerp van het eerste Nederlandse auto raceparcours in Zandvoort. 

Genealogie Ten Bokkel Huinink: www.tenbokkelhuinink.nl/website/familieframeset.htm?/website/familie000204.htm#204 
Arnoldus Gerardus ten Bokkel Huinink,
Geboren te Ubbergen op 19 nov 1900,
Beroep: autohandelaar, auto-verkoper-garagehouder,
Woonplaatsen: o.a. Ubbergen, Zandvoort, Nijmegen, Berg en Dal,
Overleden te Nijmegen op 15 aug 1978.

 

Ook was er een nachtwacht in dienst, die met zijn vrouw en twee kinderen in het huis tussen kantoor en garage woonde. Het was zijn taak om de auto’s te wassen en zonodig banden te repareren. Vaak moest hij ook de geparkeerde auto’s bij dokters afleveren als die ’s nachts naar een noodgeval geroepen werden. In de wintermaanden was het daarnaast zijn taak om de grote verwarmingsoven gaande te houden met kolen.

Auto Palace: Links de sales Manager De heer Ten Bokkel Huinink, rechts mijn vader, Directeur Toon Janssen

 

Het Renault dealerschap kwam tot grote bloei in 1935/6, doordat Pap naar het centrum van de stad ging om de verschillende voordelen van de auto of vrachtwagen die hij wilde verkopen zelf te demonstreren. Zo liet hij bijvoorbeeld de kracht van een voorruit zien door het op 2 kisten te leggen en daar zelf als een man van 90 kg op te springen. Als er iemand interesse toonde gaf hij ze een sigaret of aan een prospectieve koper een sigaar. De jongensschool stond er vlak naast, en vaak zei de onderwijzer “Janssen, daar komt je vader om de hoek”, dus je kunt zien dat de appel niet ver van de boom valt.
Tijdens de vroege fase van het leven bij de garage kan ik me herinneren dat de benzinetanks met de hand bediend moesten worden en aan de rand van het voetpad stonden. Pap’s partner De Groot wilde op een gegeven moment zijn eigen garage hebben. Toen kreeg hij rond 1937 het volgende goede idee om een benzinestation te ontwikkelen en bouwen aan een grote weg net buiten de stad Nijmegen. We trokken uit ons huis in de Vredestraat zodat het gerenoveerd en geschilderd kon worden. Voor ongeveer 6 tot 9 maanden woonden we in een huurhuis aan de Groenewoudseweg terwijl het benzinestation gebouwd werd. 

Meer over het tankstation aan de Graafseweg-Graafscheweg-Muldersweg:
ontwerp van architectenbureau Meerman-van der Pijll
tot 1988: Benzinestation 'Auto-Palace'
foto's van het ontmantelde tankstation rond 1980
vanaf 1991: Architectenbureau Koos van Lith

 

Het originele plan was dat ons hele gezin met acht kinderen daar kon wonen. Het had een glazen toren, die van vele kilometers of mijl afstand gezien kon worden, en waar Texaco op stond. Maar uiteindelijk hebben we er nooit gewoond, want De Groot veranderde van gedachten, en we verhuisden terug naar Vredestraat. Een manager werd aangesteld om voor het benzinestation te zorgen.

Het woonhuis van Toon Janssen op de hoek van de Vredestraat (links) en de Nieuwe Marktstraat (rechts).

 

Toon Janssen raakte ook betrokken in de BOVAG, een organisatie voor garage- en benzinebedrijven. Hij was jarenlang secretaris, zowel voor als na de Tweede Wereldoorlog. Pap gebruikte vaak het gezegde “benzine stinkt en zal altijd blijven stinken”.
Garage “Auto Palace” werd in het begin van de oorlog direct ingenomen door de Duitsers, die het voor verschillende doelen gebruikten. Omdat Pap niet voor hen wilde werken werd hij verschillende keren met getrokken geweer afgevoerd, maar hij kon zich er elke keer weer uit praten. Veel andere garagehouders gaven wel toe en gingen bij de NSB waar ze veel werk konden verdienen. Echter, na de bevrijding werden zij allen door de stad gemarcheerd en voor maanden of jaren opgesloten.
Tegen het einde van de oorlog werd Nijmegen bij vergissing gebombardeerd in februari 1944. Veertig straten werden totaal vernietigd. Sommige huizen waren door het bombardement slechts deels beschadigd maar vervolgens compleet afgebrand door de Duitsers. In onze buurt was het enige wat over was de garage “AUTO PALACE” en het huis, kantoor en woning van de nachtwacht, met de naastgelegen school.
Tijdens de oorlogsjaren moest Pap werk zoeken, en hij had het geluk om een baan te krijgen als chauffeur van een vrouwelijke kinderarts. Hij reed haar rond naar naburige steden met een DKW. Benzine was alleen beschikbaar voor dokters met bonnen, en later werd de auto omgebouwd met een kolen- en houtkachel. Daarnaast ging hij ook vissen, waarmee hij zo ongeveer de hele straat van vis kon voorzien. Om zijn gezin te onderhouden bracht hij ook melk en boter naar huis achterin de auto van de dokter, tussen zakken gras voor de mooie blauwzilveren konijnen die hij in een hoek van de garage mocht houden. Op een dag ging hij bijna te ver: hij had een dood varken geregeld, dat hij zelf ophaalde in de auto van de dokter, maar hij dreigde te worden aangehouden door de Duitse politie op de brug over het kanaal. Hij gebaarde dat hij niet kon stoppen, wees naar het bordje “dokter” op de auto, en reed er snel vandoor. Terug bij de garage aangekomen liet de Duitse soldaat die de wacht liep voor de voordeur hem naar binnen zoals gebruikelijk, en ging verder met wachtlopen. De Duitse politieagent op zijn motorfiets die hem achterna gezeten had kwam even later voorbij, maar verwachtte natuurlijk niet dat hij de verdachte tussen de Duitse soldaten zou moeten zoeken. Ondertussen was Pap binnen bezig met de hulp van een slager het vlees in stukken te snijden. Dat betekende weer enige voedselvoorraad voor het gezin.

Rond die tijd, 1943, wilde de stille vennoot van het partnerschap af en werd Pap gedwongen om op zoek te gaan naar iemand om aandelen te kopen. Hij vond een multimiljonair genaamd Portocarero die geïnteresseerd was, en hij en onze accountant Van Hulst gingen aan de slag met al het papierwerk. Die papieren werden nooit getekend (ik denk omdat mam en pap de zaken liefst voor zich hielden). 

Adresboek 1948:
Automobielen v. d. Bosch en Jansen Nieuwe Marktstraat 4 CHEVROLET - BUICK
Bokkel Huinink, ten A. G., St. Stephanusstraat 5.
Bosch & Jansen v. d. - kantoor - werkplaats - verkoop Nieuwe Marktstr. 4 - 
magazijn: Vredestr. 1 Garage: Holtermanstr 18-24
Hulst, van wed. Th. H., geb. J. M. A. Beker, K. Beynenstraat 14.
Janssen, A. J. dir. autogarage, Vredestr. 3
Hugo de Grootstraat 22 Garage [in 1959 heeft dit pand huisnummer 94]

 

Daarop bekokstoofden die multimiljonair en Bosch & Jansen garagehouders een vuile truc in de gevangenis (na de bevrijding) om het garagegebouw over te nemen. Vader’s accountant werd in het laatste deel van de oorlog gedood, en daarom werd Pap zodra alle foute garagehouders vrijgelaten werden uit de gevangenis gedwongen om een partnerschap te vormen met Bosch & Jansen, die de Chevrolet & Buick dealers waren. Maar die partnerschap werd direct beëindigd toen de miljonair de slag om het eigendom van het garagegebouw won, door het verlies van documenten en de dood van de accountant in het bombardement. In mijn ogen als jonge tiener was dit de grootste teleurstelling in het leven voor mijn ouders.

Partnership met v/d Bosch & Jansen. Foto genomen vanaf Kronenburgersingel richting de achterkant van het gebouw aan de Vredestraat. De foto werd gemaakt op 10 april 1950. Mijn broer Wim (Fransiscaan) vierde zijn eerste Plechtige Heilige Mis en we gingen in processie van de Vredestraat naar de Noodkerk in de Bottelstraat. Ik kan me herinneren dat de Doddendaalse Franciscaanse kerk was gebombardeerd en dat we daarom de Noodkerk moesten gebruiken.

 

 

Er waren ook een aantal mooie verhalen. Direct na het einde van de oorlog werd Pap gebeld door een dame die zei: “Mr. Janssen, er staat een Renault in mijn garage thuis. Die was van mijn echtgenoot, die kapitein in het leger was en in de oorlog gedood is. Voor hij naar de oorlog ging heeft hij de wielen van de auto gehaald die u hem verkocht heeft en heeft de auto op blokken laten plaatsen. Zou u geïnteresseerd zijn om hem terug te kopen?”. Vader zei ok en betaalde terug wat zij betaald had. Toen hij de auto oppikte, en lucht in de banden en benzine in de tank had gestopt met een nieuwe batterij startte de auto direct op, dus reed hij naar huis en besloot om naar zijn geboorteplaats te gaan om zijn familieleden op te zoeken. De auto deed het prima, maar op weg naar huis zei ik (jonge Peter): “Pap, zou het niet grappig zijn als de auto er mee op zou houden?”, net op het moment dat hij begon te sputteren. “Nou,” zei hij, “als dat gebeurt lopen jullie allemaal maar naar huis”. Het gebeurde, en hij hield zich aan zijn woord. Zelfs toen de takelwagen langs kwam rijden gaf hij de opdracht om niet te stoppen. 
Enkele weken later moest Pap naar een BOVAG vergadering in Den Haag, en hij besloot met de auto te gaan. Dus de mecanicien controleerde de auto voor zijn baas de nacht daarvoor, en zette ‘m in positie zodat Pap er de volgende morgen zo mee weg zou kunnen rijden. Maar Hank (één van de kinderen) dacht dat het aardig zou zijn om de auto voor te rijden, en startte in volle versnelling, niet beseffend dat de auto in z’n achteruit stond. Ik heb nog nooit iemand zo de trap op zien rennen tot helemaal op zolder, achterna gezeten door zijn vader. Hij riep: “je krijgt me toch niet”. Vader’s antwoord was: “ik moet nu de trein gaan halen, maar ik krijg je vanavond wel”, en dat gebeurde. Ik zal het nooit vergeten, want ik sliep in dezelfde kamer.
Een andere gebeurtenis was ten tijde van het partnerschap met de Chevrolet dealer. Pap had een nieuwe Buick verkocht aan de directeur van een schoenenfabriek, en na lang wachten tot de auto beschikbaar kwam moest hij ‘m ophalen in Rotterdam. Ik (Peter) was de gelukkige die met hem met de trein mee mocht. Wat een prachtige rit was dat. Maar onderweg moest Pap stoppen in Utrecht om bij iemand langs te gaan, en terwijl hij weg was zat ik te spelen met de verschillende knoppen. Eén knop bleef aan mijn duim vastplakken – het was de sigarettenaansteker. Ik verborg de pijnlijke duim zonder het aan Pap te vertellen.
Pap zou nooit opgeven en besloot een eigen nieuw, kleiner bedrijf op te richten, met de verwachting dat veel klanten hem zouden volgen met hun steun. Hij begon als “TOON JANSSEN” in de Hugo de Grootstraat in Nijmegen, maar door de afstand van “AUTO PALACE” vielen veel klanten weg. Hij wist wel een legercontract van de overheid binnen te halen, om legertrucks en jeeps te repareren. Die moesten helemaal uit elkaar gehaald worden, en chassis en panelen werden vervoerd naar een zandschuurmachine en daarna geverfd en teruggestuurd om weer in elkaar gezet te worden nadat alle onderdelen hersteld waren.

Eén van mijn laatste klussen was het op een weekend afleveren van een VW kever die we verkocht hadden aan een mr. Amsing, van wie een broer al jaren in Australië woonde. Hij was een man van de tijd, precies één uur op een zaterdagmiddag. Hij moest in zijn geheel betalen, dus hij nodigde me naar binnen en telde het volledige bedrag contant neer in harde zilveren munten. Ik kan me niet precies herinneren hoeveel guldens het was.

Onze broer Gerard had besloten om naar Australië te emigreren in december 1949 en kwam aan in januari 1950. Het plan was dat zijn broer Peter zou volgen zodra ik 21 jaar was, en zo arriveerde ik in mei 1951. Omdat het nog niet zo makkelijk was om een baan te krijgen bij General Motors Holden’s in die tijd moest ik tot oktober/november wachten voor ik een baan kreeg bij de Nasco Divisie in reserve-onderdelen. Nadat ik gespaard had om het geleende geld van mijn overtocht terug te betalen, konden Gerard en ik (Peter) in 1953 samen een huis in Surrey Hills kopen dat geschikt was voor de rest van de familie. De familie arriveerde, maar het huis was nog niet beschikbaar, dus moesten we iedereen in tijdelijke behuizing zien te krijgen. Onze dierbare Moeder overleed de ochtend na aankomst in de haven van Melbourne. Zij gaf het leven aan 8 kinderen, zorgde voor ons allemaal tijdens de oorlog, en steunde Toon, haar echtgenoot, toen hij zich in Australië wilde vestigen met de rest van de familie. 
Bert, onze broer, bleef nog een tijdje achter in Nijmegen wachtend op toestemming om te emigreren. Kort nadat de familie in Australië was aangekomen stuurde hij een paar foto’s van “Auto Palace”, dat platgebrand was. We hebben nooit geweten hoe dat gebeurd is, maar iemand heeft zijn verdiende loon gekregen.

De restanten van de garage na de brand in 1954. De bovenste foto toont de Vredestraat met rechts het woonhuis. Op de achtergrond is het Kolpinghuis zichtbaar. De middelste foto is genomen vanuit een huis aan de Vredestraat. Het gebouwtje rechtsboven is de oude Openbare school No. 1, links achteraan staat de Marie Adolffontein of het Quackmonument. De onderste foto is genomen vanuit de Nieuwe Marktstraat.
 

Nadat we in Surrey Hills waren komen wonen en het huis opnieuw geschilderd hadden was de zwaarste taak om voor de hele ploeg te koken. Pap’s kennis van de engelse taal was beperkt. Na een tijdje kreeg een buurvrouw, die weduwe geworden was, medelijden met die Nederlandse familie, en bood aan om voor ons te koken. Dat aanbod namen we dankbaar aan, en tegelijk kreeg Pap wat les in het Engels. Na een lange tijd kon Pap “Thanks Love” zeggen, en trouwden deze dame en Pap. Ze hadden het plan om een benzinestation op te richten.
Peter en Pap besloten een afspraak te maken met de Caltex groep (Texaco) en vroegen om een plek in Victoria. Ze zeiden: “hoe weten we nu wie jullie zijn en of jullie dat kunnen?”. Nou, wij vroegen hen of ze een bibliothecaris hadden. Die hadden ze inderdaad, en toen vroegen we hem om het benzinestation op te zoeken dat Pap en zijn stille vennoot rond 1937 in Nijmegen hadden gebouwd, en dat toentertijd op de voorpagina’s was gekomen bij Texaco vanwege het ontwerp van het gebouw. Toen ze dat zagen, gaf hun verkoopmanager ons een lijst van plaatsen in Victoria om te gaan bekijken. 
Na verschillende tochtjes het land in kozen we voor de plaats in Wangaratta, Victoria. Met hulp van Allice Dadsey, die tegen die tijd met Toon Janssen getrouwd was, verhuisden ze naar Wangaratta aan de Hume snelweg met hun zoon John en Hank, onze jongste broer, die mecanicien was. Ze begonnen een eenvoudig benzinestation, met een kleine koffie en sandwichbar erbij. In die tijd mochten benzinestations alleen gedurende bepaalde uren open zijn. Dit doet me denken aan die periode dat ik (Peter) eens per twee weken bij hen langs ging om de boekhouding te doen. Als je er veel tijd in stopte dan kon je geld verdienen met zo’n benzinestation, maar dan moest je dus langer open blijven. Toon kreeg tenminste een keer per maand een bekeuring vanwege te lange openingstijden. Maar de transportindustrie kwam snel genoeg te weten dat Toon Janssen Caltex benzinestation aan de tweebaans Hume snelweg vaak langer open was – zo zeer dat het lokale politiebureau hem wel eens opbelde in de vroege ochtend om hem te smeken om zijn benzinestation eerder te openen omdat de weg geblokkeerd werd door auto’s die wachtten op benzine.
Tegen die tijd hadden Allice & Toon een “weatherboard” (houten) huis gekocht. Maar Pap wilde per se een kelder bouwen, vanwege al zijn herinneringen aan de oorlog, dus groef hij die zelf voor ze een aanbouw bouwden voor de ouders van Allice, Mr. & Mrs. Gorell. Dit benzinestation hield Toon druk aan het werk tot het hem allemaal teveel werd en hij overwerkt raakte. Hij moest vertrekken, omdat Hank & Bert ook hadden besloten te vertrekken om een Shell benzinestation te openen in het centrum van Melbourne op de hoek van Spencer straat & Latrobe straat.
Weer een paar jaar later, terwijl ze ook een werkplaats onderhielden, verhuisde de familie van Hank’s vrouw van Melbourne naar de Goudkust, en dus besloten Hank en zijn gezin ook daarheen te verhuizen. Bert bleef alleen achter, en besloot een benzinestation te openen in Kaniva in de provincie Victoria. Hank opende kort na aankomst in Queensland een Shell benzinestation in The Gap, een buitenwijk van Brisbane, die hij 25 jaar lang beheerde.
Peter begon met werk voor General Motors Holden’s in 1951, werd “material control supervisor” en was 42 jaar in dienst.
John startte zijn werk voor General Motors Holden’s in 1953, werd “budget supervisor” en was ongeveer 38 jaar in dienst.
Miep arriveerde in 1953 in Australië en kwam ook in dienst van General Motors Holden’s in 1954 als secretaresse van de “Electrical Engineer” met kennis van 4 talen en steno, en werkte daar 8 jaar. Ook John de Winkel (Miep’s echtgenoot) begon in dienst van GMH in het magazijn voor reserve-onderdelen in 1959 en eindigde in de Computer kamer tot zijn pensioen na 27 jaar in dienst van het bedrijf.
Gerard, die zijn loopbaan begon als banketbakker, kwam ook te werken bij GMH in het magazijn voor reserve-onderdelen als “storeman” en werkte zich omhoog tot voorman van het “process store”, waar alles werd verpakt. Hij overleed in augustus 1988 na 27 jaar bij GMH gewerkt te hebben. 

DE JANSSEN FAMILIE HEEFT GENERAL MOTORS IN TOTAAL 142 DIENSTJAREN GELEVERD.

Om het verhaal af te maken: Bert’s zoon Wim werkt bij het bedrijf aan het opknappen van auto’s en houdt van motorracen.
Peter’s zoon Richard werkt in de reparatie van radiatoren en is geïnteresseerd in “hot rods racing”.
Peter’s zoon Michael heeft zijn eigen werkplaats and is gekwalificeerd in Mercedes Benz; zijn hobby is motoren.
Hank’s zoon Tony heeft vele jaren als mecanicien gewerkt voor zijn vader in het benzinestation, hij houdt ook van zijn motoren.
Peter’s dochter Helen’s oudste zoon Dane is bezig met een stage om een Holden dealerschap te verkrijgen.
Trees’ oudste zoon Johny werkt al jaren in de wegtransportindustrie, en jongste zoon Mark werkt op dit moment voor Holden “special vehicles” en heeft ook een passie voor het helpen in een motor race team.

WIJ EREN ANTOON JANSSEN VOOR ZIJN INZET EN VOORUITZIENDE BLIK IN DE BENZINE- EN AUTOMOBIELINDUSTRIE.

Opgesteld door Peter A. Janssen, mei 2004, met hulp van mijn zus Wilma de Winkel-Janssen.

© copyright Peter Janssen 

Digitale bewerking; Henk Kersten/Stichting Noviomagus.nl 

Aanvullend onderzoek: Hylke Roodenburg en Mark van Loon

Vertaald vanuit het Engels door Anna Simon, juni 2005.

Reactiepagina
 
Reactie 1:

Antoine van der Meer, 29-11-2016: Lees voor een bijzondere kijk op de brand van de garage het boek "Een ongeduldig verlangen" uit 2016 van acteur Willem Nijholt. Hij werkte er als kantoorbediende ten tijde van de brand.

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: