BiljartXIX

© Sjaak Rutten, internetbewerking 20-12-2013 Mark van Loon/Stichting Noviomagus.nl

intro · Nijmegen · demonstraties · toernooien · toelevering · sport · einde · reacties

Biljarten in Nijmegen in de 19e eeuw

1. Inleiding: biljarten in Nederland in de 19e eeuw 1 

Zoals in de meeste West-Europese landen zou de negentiende eeuw ook in Nederland het tijdperk worden van de democratisering van het biljartspel. Voorheen was biljarten een tijdverdrijf voor de machtigen der aarde: koningen, edellieden en andere hooggeplaatsten die tijd en geld genoeg hadden om zich met deze destijds relatief dure vrijetijdsbesteding bezig te houden.

Met nadruk wordt hier gesproken over ‘biljartspel’, want tot een echte ‘sport’ heeft het biljarten zich pas ontwikkeld in de 20e eeuw. Dat neemt niet weg dat er ook in de 19e eeuw al getalenteerde biljarters waren die door hun bekwaamheid in staat waren om zich van een goedbetaalde boterham te voorzien d.m.v. exhibities en lessen, dit waren de zogenoemde ‘professeurs de billard’. De uitvinder van de pomerans, François Mingaud is daarvan een voorbeeld, maar zover bekend is die nooit in Nijmegen geweest. In hoofdstuk 3 zullen we een paar exponenten van dit soort vroege professionals ook Nijmegen zien aandoen.

De toenemende populariteit van het biljartspel in de 19e eeuw hield verband met het groeiend zelfbewustzijn van de regentenklasse en andere ‘’hogere burgerij’, in die tijd in Nijmegen vooral van protestantse origine . Zij verenigden zich in de 18e-19e eeuw in meer of minder deftige sociëteiten, in eerste instantie bedoeld voor maatschappelijk omgang en discussie op niveau. Maar enige tijd later werd deze ontwikkeling ook gevolgd door de toenemende emancipatie van de ‘gewone’ burger. Koffiehuizen en gewone cafés boden ook de middenstand en arbeiders de gelegenheid om kennis te maken met het biljartspel als tijdverdrijf.

Toch valt niet te ontkennen dat de belangrijkste oorzaak van de grote doorbraak vanaf het midden van de 19e eeuw was gelegen in de aanzienlijke verbetering van het materiaal. In het begin van de 19e eeuw was het materiaal waarop moest worden gebiljart nog zeer gebrekkig. Veelal werd op een houten ondergrond gespeeld, platen van glas, marmer of leisteen kwamen pas veel later. De banden waren nog gevuld met veren of vlas, gummi en rubber moesten nog worden uitgevonden. De keu ketste voortdurend omdat ook de pomerans nog niet was uitgevonden. De Fransman François Mingaud ontdekte in 1827 dat door de bevestiging van een stukje leer op de top van de keu allerlei voorheen ondenkbare effecten mogelijk werden. Rechts effect, links effect, doorschieten, trekstoten, piqué, massé. Hij schreef er een boek over, “Le noble jeu de billard”, met als ondertitel: “buitengewone en verrassende stootbeelden die de bewondering hebben gewekt van de meeste vorsten in Europa”. 2  Dat zegt genoeg. De koningen en edelen waren verbluft. De massa volgde al spoedig. Door de verbetering van de materialen ontwikkelde het biljarten zich in snel tempo van geluksspel naar behendigheidsspel. Allerlei oude varianten van het biljartspel werden door deze technische ontwikkelingen minder interessant. De biljarts met daarop vaak allerhande bogen en kegels, die als hindernis dienden, werden minder aantrekkelijk nu men de mogelijkheden om ballen effect te geven had doorgrond. Ook het spelen op biljarts met 6 zakken werd, althans op het continent van Europa, steeds minder populair.
 

2. Nijmegen: sociëteiten, koffiehuizen, cafés 3 

2.1 Inleiding

Het begin 4 

Het kroegverleden van Nijmegen begint waar de stad is ontstaan: aan de Waal. In het kielzog van de ontluikende handel schieten de herbergen vanaf de Middeleeuwen als paddenstoelen uit de grond. Je kon er allerlei behoeften bevredigen: eten, drinken, overnachten, vaak ook een bad nemen en de diensten inhuren van een prostituee. In de herbergen in de benedenstad kwamen vooral vreemdelingen: reizigers, schippers en handelaars.

Van benedenstad naar bovenstad: De Grote Markt

Vanaf de 13e eeuw kruipt de stad langzaam de heuvel op. Met de bouw van de Sint Stevenskerk verschuift het economisch en religieus centrum van de rivier definitief naar de Grote Markt. Rond het plein verrijzen sjieke herbergen die zich onderscheiden van de dranklokalen uit de Benedenstad. Veel ervan verwerven internationale faam. Nadat de Bourgondische hertog Karel de Stoute in 1473 Nijmegen verovert, laat hij zich toejuichen vanaf het balkon van herberg De Adelaar. Tsaar Peter de Grote vereert herberg De Zwaan met een bezoek, terwijl de gevreesde Spaanse hertog Alva overnacht in Het Rode Hert. Eind 18e eeuw lagen hier ook nog de cafés De Rodenburch 5  en De Zwarte Adelaar. Samen met de Groote Sociëteit (zie verderop) allemaal op de plek van de huidige Hema en V&D. Hun roemrijke verleden weerklinkt gelukkig nog een klein beetje in de tegenoverliggende rij kroegen. Inclusief een hotel (Atlanta), hedendaagse erfgenaam van een middeleeuwse herberg.
Terwijl de allure van de Bovenstad stijgt, daalt de reputatie van de Benedenstad. De haven blijft een onweerstaanbare aantrekkingskracht uitoefenen op schippers, soldaten en schurken. En dames van lichte zeden. Van het garnizoen dat Nijmegen in de 19e eeuw moet bewaken, loopt 95% rond met een geslachtsziekte. Beruchte kroegstraten zijn de Steenstaat en de (dan nog bebouwde) Voerweg. De Pepergas staat bekend als het langste straatje van Nederland: als je er 's avonds ingaat, kom je er 's morgens pas weer uit. 

Koffiehuizen en sociëteiten

Rond 1660 vinden koffie, thee en cacao via de koloniën hun weg naar de Nederlandse horeca. Onder invloed van buitenlandse voorbeelden ontstaat een totaal nieuwe soort horecagelegenheid: het koffiehuis. Voor het eerst in de geschiedenis ontdekt de Nijmeegse elite het uitgaan. In de koffiehuizen discussieert men met veel genoegen over kunst, de burgerlijke moraal en wetenschappelijke vooruitgang. Erfgenamen en/of tijdgenoten van de koffiehuizen zijn de 18e- en 19e-eeuwse herensociëteiten zoals De Groote Sociëteit op de Grote Markt, De Kleine Sociëteit op de hoek Grotestraat/Kleine Burchtstraat, Burgerlust op het Valkhof, (Buitensociëteit) De Vereeniging aan het Keizer Karelplein en De Harmonie aan de Burchtstraat. Oude krantenadvertenties bewijzen dat in sommige van deze etablissementen werd gebiljart. Daarover meer in paragraaf 2.2.

Pas in 1904 sloten de horeca-ondernemers van Nijmegen zich aaneen in een gezamenlijke vereniging: De Nijmeegsche Vereeniging voor hotel-, koffiehuis- en restauranthouders en slijters. Daarvoor waren ze vooral elkaars concurrenten, met vele faillissementen ten gevolg. Verderop in deze publicatie zullen we daarvan nog vele voorbeelden zien .

De eerste vermeldingen van biljartactiviteiten in Nijmegen

De oudste krantenberichten waaruit kan worden opgemaakt dat er biljarts in de stad aanwezig waren staan hieronder afgedrukt. Het bericht uit 1833 is daarbij wat curieus. Er worden caramboleballen en potballen te koop aangeboden. Nu wordt carambolebiljart gespeeld op een tafel zonder zakken, terwijl het potspel 6  wordt gespeeld op een biljart met zes zakken. Daarin moeten ballen worden “gepot”, vandaar de benaming. Het is dus niet duidelijk om wat voor soort te verkopen tafel het hier gaat.


PGNC 8/3/1825


PGNC 7/5/1833

Opvallend aan bovenstaande twee advertenties: aanbieder is de boekhandelaar C.A. Vieweg, tevens uitgever van de PGNC. Kennelijk was het toen nog gebruikelijk dat dergelijke aan- en verkopen via de uitgever van de krant werden geregeld.

Ook de uitgever van De Gelderlander, Langendam doet het 30 jaar later nog zo. Let op de “veeren banden”. Het materiaal was kennelijk nog steeds gebrekkig. Ook in 1862 waren er nog geen gummi- of rubberbanden, althans niet bij deze biljarttafel. De afslag van de ballen was dus nog steeds tamelijk ongewis.


Gelderlander 27/7/1862

Soms geschiedde verkoop ook rechtstreeks door de eigenaar.


PGNC 1/4/1863

Onderstaande twee advertenties laten zien hoe de biljarts in de Nijmeegse koffiehuizen binnenkomen. Welke koffiehuizen hier precies bedoeld zijn wordt niet duidelijk. Bij de advertentie uit 1863 zou het misschien om Hof van Brabant/Korenbeurs kunnen gaan.


PGNC 22/7/1848


PGNC 14/4/1863

2.2 De Sociëteiten in Nijmegen 7 

Zoals in alle andere steden in Nederland ontstonden in het midden van de 18e eeuw ook in Nijmegen de eerste zogenoemde ‘sociëteiten’, verzamelplaatsen van de toenmalige elite. Daar waren ook in Nijmegen enkele zeer specifiek gerichte gezelschappen bij zoals bijv. de Vrijmetselaarsloge St. Lodewijk (opgericht midden 18e eeuw, in ruste sinds 1799, maar heropgericht in 1843) en ook enkele voornamelijk politiek geörienteerde sociëteiten zoals ‘In den Doelen’ (Mariënburg/Houtmarkt) en ‘Voorbeelden Trekken’ (opgericht 1786, vooral gericht op de patriottenbeweging).

Belangrijker voor ons doel, de beschrijving van de opkomst van de biljartcultuur in Nijmegen, zijn de meer ‘algemene’ sociëteiten.
De oudste daarvan was de ‘Groote Sociëteit’, 8  opgericht in 1760, onder het motto: ‘Alles op sijn tijdt’. Deze club had, na een aanvankelijk onderkomen in het logement ‘De Zwaan’ (sinds 1805) domicilie op de bovenverdieping van het pand genaamd ‘Het Rode Hert’ aan de Grote Markt (op de plek van de huidige HEMA). Het ledenbestand omvatte bekende namen uit de toenmalige Nijmeegse elite zoals De Lynden, Van Haeften, Van Balveren, maar ook officieren uit het Nijmeegse legergarnizoen meldden zich aan als lid. Tegen betaling van een dukaat inschrijfgeld en 6,5 stuiver entreegeld voor zichzelf en een eventuele introducé (geen dames!) stond het de leden vrij te kaarten, schaken of dammen, zolang het maar geen kansspelen waren. 9  Dagelijks kwamen de leden van half elf ’s morgens tot twee uur ’s middags bijeen in de ruimte boven de herberg, waar de kastelein werd geacht een rek schone pijpen aan de muur te hebben en de haard te hebben opgestookt. De sociëteit droeg er zorg voor dat de beste kranten voorhanden waren, alsmede wat standaardliteratuur zoals atlassen, woordenboeken, en militaire literatuur . Consumpties waren voor eigen rekening. De statuten van de ‘Groote Sociëteit’ geven een helder beeld van de vrijetijdsbesteding van de bestuurders van de stad en het garnizoen. Beschaving en maatschappij voerden de boventoon, geen onwelgevoeglijke spelletjes (biljarten???). De latere ontwikkeling van de Groote Sociëteit – in 1829 werd het pand verbouwd om er een fatsoenlijke concertzaal in te kunnen hebben – geeft echter wel aan dat de ontspanning haar plaats kreeg aan de Grote Markt. Of dat ook betekende dat er biljarts geplaatst werden is onduidelijk. In 1828 werd de sociëteit opgeheven. Het pand werd een koffiehuis, waarschijnlijk toen wel met een of meerdere biljarts.

Ook bij de ‘Kleine Sociëteit’, hoek Grotestraat/Korte Burchtstraat, onder het motto ‘Dat buigt breekt selden’10, kastelein Van Dam, opgericht in 1776 hebben wij niet kunnen vaststellen dat er biljarts in het pand aanwezig waren.

De Groote en de Kleine Sociëteit bestonden voornamelijk uit leden van de oude protestantse elite in Nijmegen. Met de oprichting van De Harmonie en zeker met de komst van sociëteit ‘Burgerlust’ op het Valkhof kregen ook meer en meer katholieke Nijmegenaren toegang tot het gemeenschapsleven. En sinds de oprichting van sociëteit ‘Concordia’ (Lindenberg) in 1861 en ‘buitensociëteit De Vereeniging’ (1882) aan het Keizer Karelplein begonnen de Nijmeegse katholieken zich steeds meer thuis te voelen in de sociëteiten. Het is ietwat speculatief, maar misschien heeft deze katholieke, zo u wilt bourgondische invloed er mede toe geleid dat de Nijmeegse sociëteiten zich steeds meer gingen openstellen voor wat frivoler gezelschapsspelen zoals biljarten.

Over die oudste Nijmeegse sociëteiten schrijft H.C.W. van Schaik het volgende: “de meeste sociëteiten zijn ontstaan in de Franse tijd, toen men behoefte had tezamen te komen om de gebeurtenissen van de tijd te bespreken en een zeker samenhorigheidsgevoel tot uiting wilde brengen … De verschillende sociëteiten in onze stad zijn nooit zonder schulden geweest en telden daarom naast de ‘ordinaire’’ leden ook steeds leden ‘geldschieters’. Tussen deze twee categorieën ontstonden wel eens meningsverschillen… In de Kleine Societeit schijnen destijds zulke moeilijkheden te zijn ontstaan dat in het voorjaar 1812 een 20-tal leden zich afscheidden en in het café van de heer Aldus aan de Molenstraat een nieuwe sociëteit stichtten genaamd de Harmonie.”11
Bij deze sociëteit vinden we de oudste vermelding van de aanwezigheid van een biljart.

Sociëteit De Harmonie Burchtstraat (ook wel: Oude Stadsgracht)

Van Schaik verwoordt de oprichting van ‘De Harmonie’ als volgt:
“De societeit de Harmonie begon met 45 leden geldschieters die ieder 1 aandeel namen van f 200,-, waardoor f 9000,- bij elkaar werd gebracht en 80 ordinaire leden, zodat de societeit startte met 125 leden…. Men begon direct aan te kopen van de erven van Wouter Godfried baron van Nieuwkerken genaamd Nijverheim een pand aan de Burchtstraat… met het achtereinde uitkomende ‘Achter den Esel’, waarin de societeit tot het einde is gebleven, voor f 10319,- en 15 stuivers… Het societeitscomplex bestond uit een grote zaak aan de Burchtstraat, een tuin met kolf- en kegelbaan en aan ‘Achter den Esel’ een biljartzaal.”
In het reglement van 1812 is te lezen: Deze societeit heeft alleen ten doel, om zich een gepaste uitspanning te verschaffen. Zij zullen verder beoefenen het spel op het billard, de kolf- en kegelbaan…


PGNC 27/5/1837


Sociëteit De Harmonie, ergens tussen 1870 en 1880


PGNC 27/11/1889

In het adresboek Nijmegen 1868 staat te lezen dat het bestuur toen bestond uit Mr. W.J.J.G. Most, President. J. Bousquet, Thesaurier. W.C. Böthlink, Secretaris. De contributie bedroeg f.25,=.

In legio advertenties, ook in Nijmegen, werden biljartjongens of ‘marqueurs’ gevraagd. Dergelijke figuren, dikwijls kinderen van nog geen 14 jaar, waren werkzaam in sociëteiten of andere voorname behuizingen. Men onderhield het biljart, hield de score bij of was op een andere manier behulpzaam bij de verzorging van de clientèle, zoals het aanreiken van drank e.d. Ze hadden niet altijd een gemakkelijke taak: indien er onenigheid bij de score was (niet zelden door overvloedige inname van drank door de betreffende spelers c.q. studenten) werd de biljartjongen soms uitgevloekt en zelfs met de keu beroerd. Het salaris was ook niet bepaald denderend…12

Societeit Concordia 1861 Lindenberg.13


PGNC 10/8/1864

Burgerlust. 1839 Valkhof


Sociëteit Burgerlust op het Valkhof


PGNC 1/6/1839


PGNC 31/12/1864

In 1892 organiseert Burgerlust een biljarttoernooi om het kampioenschap van Nederland.
De aankondiging daarvan stond in De Gelderlander van 6 november 1892.
“Nationaal Biljartconcours in Societeit ‘Burgerlust’ te Nijmegen op 5, 6 en 7 November. Uitgenoodigd door het Bestuur van ‘t Nationaal Concours, dat gehouden wordt in de concertzaal van ‘Burgerlust’, die zich bijzonder voor dergelijken kampstrijd leent, als voldoende vooral aan de voorwaarden van licht en ruimte, zagen wij dat er reeds heden-middag veel animo heerschte. In de sierlijk gedecoreerde zaal prijken de fraaie en smaakvolle prijzen, voor de winners bestemd, prijzen die zelfs de minst bedrevene in het biljartspel zullen aansporen tot het nemen van een of meerdere concours-kaarten. Doorloopend waren nu reeds de 5 biljarten bezet … Het kampioenschap van Nederland is de eerepalm van dezen kamp. Zondag en Maandagavond wordt er gespeeld op 3 nieuwe carambolesbiljarts systeem Toulet. De uitslag der loting van het Concours was als volgt:
(volgt een lijst van 46 inschrijvers waaronder biljarters uit Groningen, Amsterdam, Den Haag, Amersfoort, Akkrum etc. “

Buitensociëteit De Vereeniging Keizer Karelplein


Sociëteit De Vereeniging Keizer Karelplein

Op 5 en 6 januari 1887 organiseert Societeit De Vereeniging een biljarttoernooi, alleen voor de eigen leden.
In de organisatiecommissie zit o.a. C.A. Vieweg, directeur van de PGNC. Die zal dus ook wel de advertentie voor zijn rekening hebben genomen.


PGNC 1/1/1887

Het komt maar zelden voor dat de Nijmeegse kranten na afloop van zo’n toernooi ook nog een wedstrijdverslag in de kolommen opnemen. Bij bovenstaand toernooi was dat echter wel het geval. De PGNC van 8 januari 1887 meldt het volgende:

Grappig om te zien: de president van het organisatiecomité wint de vijfde prijs: P.A. Moorrees

Een jaar later organiseren ze een gecombineerd toernooi kegelen/biljarten


PGNC 11/3/1888

2.3 Koffiehuiscultuur in Nijmegen

Het Hof van Brabant/De Drie Zwanen. Korenmarkt 8-10.


Een oude advertentie van Hof van Brabant, Korenmarkt 8


PGNC 25/8/1855


PGNC 16/2/1896

 
Kennelijk werd Hof van Brabant in 1890 heropend en omgedoopt tot ‘Rotterdamsch Heineken’s Bierhalle. Maar nog steeds met een biljart.


PGNC 7/9/1890


PGNC 2/11/1894

Het volkskoffiehuis De Drie Zwanen, Korenmarkt 10.

Het koffiehuis stond bekend als een goede plek om handelswaar te verkopen zoals blijkt uit de vele advertenties in het Nijmeegs Dagblad. Het koffiehuis en tevens herberg werd in 1821 geëxploiteerd door weduwe Joana Linders.
Een van de gasten in die jaren was Theodor Glatz, een klokkenmaker uit het Zwarte Woud, dorp Unterkirnach, die anno 1820 samen met andere klokkenmakers naar Nederland kwam om daar hun handelswaar aan de man te brengen. Theodor is geboren op 15 maart 1796. Hij werd verliefd op de dochter van de herbergierster, Helena Linders, en trouwde met haar in 1829. Volgens een akte uit 1821 mocht Theodor zich permanent vestigen in Nijmegen. Theodor (en Helena) namen in 1830 de exploitatie van zijn schoonmoeder over en kochten het pand in 1831. Theodor is overleden op 4 mei 1839.


In 1920 heette het pand Korenmarkt 10 ‘Geheelonthoudershotel’

 

Pools(ch) Koffijhuis Plate(n)maker(s)straat 10

W. Kros nam dit koffiehuis in 1888 over, voorheen stond het pand bekend als café J. Holleman.
Na de dood van W. Kros zetten zijn beide dochters Koos en Wien het bedrijf decennialang voort. Het was het eerste “Parijse” café in Nijmegen.14


PGNC 5/1/1889


Gelderlander 12/3/1891

Koffijhuis Dahrs. Groote Markt, Wijk D, No.8


PGNC 28/6/1837

De Nieuwe Stadsherberg. Waalkade (Veerpoort). Koffijhuishouder Holleman15


Een oud schilderij van het pand 1870


PGNC 18/1/1874

Groot Schippers Huis. A. Geljon. Waalkade


PGNC 27/5/1840

Koffijhuis De Goudberg. Haven (Veerpoort). 16


PGNC 5/9/1849

Koffijhuis De Gallerij. F.P. Anteni. Waalkade

Over dit oude etablissement meldt stadshistoricus Jan Brinkhoff het volgende:
De Galerij of ‘Galderij’, gebouwd in 1646 “tot vermaak en ontspanning van de gewone man” tegen de walmuur aan de Waalkade enige tientallen meters ten westen van de Grotestraat. Een sierlijk bouwwerk met kruisgewelf en arcaden, rustend op negen Toscaanse zuilen van Naamse steen. De Galerij werd een trefpunt niet alleen van de wandelaars die daar beschutting tegen de regen zochten en ongestoord van ’t drukke verkeer op de Waal wilden genieten, maar ook van schippers en kooplui, die er hun commerciële aangelegenheden regelden en niet in het minst de invalide oude van dagen en veteranen, die onder de beschermende bogen herinneringen aan hun jeugd en al dan niet gepresteerde heldendaden ophaalden. Nogal drastisch en behoorlijk realistisch beschrijft Arkstee in zijn berijmde kronike van Nijmegen het mismaakt en vervuild gezelschap dat hier zijn urenlange en goedkope uitspanning vond… “Hier staan of zitten zij in ’t rond / wie, meest verminkt met kruk en staken / de zever langs den baard en kaken / uit hun verkleumde lippen sluipt / daar ’s anders neus gedurig druipt”.17

De open galerij werd later dichtgemetseld en van ramen voorzien. Aanvankelijk trefpunt voor de bourgeoisie en voor handelaren was de galerij later een schippersbeurs geworden. Nog later werd het dus een koffiehuis. In 1840 wordt ook al melding gemaakt van een biljart in het pand.


PGNC 4/4/1840


PGNC 24/3/1852


PGNC 26/5/1852


PGNC 21/1/1854


PGNC 11/2/1854

Op 17 augustus 1856 wordt de Galerij wegens voortdurende verzakking van de kade grotendeels afgebroken. Drie pilaren met tussenliggende muur worden behouden, waarin een politiewacht wordt gevestigd. Een paar jaar later worden ook twee van de drie resterend bogen afgebroken. De laatste boog wordt ingericht als wachtlokaal voor de Waalpolitie.18

Koffijhuis Het Klokje aan de Waal (ook wel genaamd De Gierbrug, buiten de Meipoort); Eigenaar; W.J. Nuijs19


PGNC 24/2/1855

Rotterdamsch koffijhuis. Waalkade. G.A. Roelofs


Gelderlander 9/5/1875

Koffijhuis H.S. Heijdt. Kannemarkt.


PGNC 6/12/1878

Het Nederlandsch koffiehuis. J. Eekhoudt. Platemakerstraat 21 & Snijderstraat 22


Gelderlander 13/10/1889


Gelderlander 9/2/1895

 

2.4 Andere biljartcafés binnen de stadsgordel.


PGNC 20/3/1892


PGNC 15/12/1894


PGNC 4/5/1890


De oudste teruggevonden foto van een biljartzaal in Nijmegen: Café Suisse, (Lange) Burchtstraat 34, 1906


Suisse 1910

2.5 Biljartzaken buiten het oude centrum

Vlak voor en onmiddellijk na het afbreken van de oude wallen in Nijmegen, eind 19e eeuw, breidde de stad zich snel uit. Ook vele cafés, veelal met biljart, vestigden zich in de nieuwe wijken. Hieronder een paar voorbeelden.


Gelderlander 28/4/1885


PGNC 24/5/1891


PGNC 27/2/1898


Gelderlander 12/6/1898

 

3. Biljartdemonstraties

De toenemende belangstelling voor het biljartspel in Nijmegen werd ook gevoed door het organiseren van demonstraties, gegeven door min of meer beroemde biljartvirtuozen, de zogenoemde ‘professeurs de billard’.
Zij waren vooral eind 19e eeuw en begin 20e eeuw actief. In Nederland werden werkelijk duizenden demonstraties georganiseerd waarbij een dergelijke ‘professor’ werd uitgenodigd om tegen een bepaald bedrag zijn kunsten te vertonen. De uitspanningen zaten meestal overvol.20
In deze paragraaf een paar leuke voorbeelden van biljartkunstenaars die Nijmegen aandeden.

3.1 Léon Goffart21

In 1885 kwam de wereldberoemde Belgische ‘professeur de billard’ Léon Goffart naar Nijmegen. Hij gaf twee exhibities, een in Sociëteit Burgerlust en een in Sociëteit De Harmonie.
Léon Goffart was een van de beste biljarters uit de 19e eeuw. Geboren in 1842 in Ougrée, in de buurt van Luik. Hij begon al op z’n 6e te oefenen in het café van zijn ouders. Al vanaf zijn 8e jaar versloeg hij de beste spelers uit Luik, ook al moest hij zijn stoten toen nog vanaf een krukje maken. Vanaf zijn 27e ging hij op reis. Hij gaf gedurende vele jaren biljartdemonstraties in Frankrijk, België, Duitsland, Oostenrijk, Rusland, Turkije, Italië en Nederland. Onderstaande advertenties bevelen hem aan.


PGNC 11/4/1885


PGNC 15/4/1885

Eugène Mangin (1881) beschrijft hem als volgt: le teint colorée, le nez long, une forêt de cheveux, une faconde de diable, inurgitant des bocks de façon à la faire prendre pour le tonneau des Danaïdes, voila Goffart.22

3.2 Prof. “’T Is-Me-Edso”

Onder dit merkwaardig pseudoniem verborg zich de Groningse biljartfabrikant E.J. de Schepper.
Edmondus Jodocus de Schepper was de stichter van een van de eerste grote biljartfabrieken in Nederland: Bierling-De Schepper (‘Het Noorden’) in Groningen. De schuilnaam waarmee hij zich presenteerde stamt uit zijn Belgische tijd (hij kwam oorspronkelijk uit Gent), toen omstreeks 1882 in de Borinage een grote mijnramp plaatsvond. Er waren heel veel slachtoffers en in België kwam men in actie om voor de weduwen, wezen en overige familie iets te doen. Dat werd ook aan Edmond de Schepper gevraagd, in die tijd de beste biljartspeler van Gent. Daaraan wilde hij wel voldoen, maar niet onder zijn familienaam. Hij nam het pseudoniem ’t Is Me Edso aan. Zijn pseudoniem verklaart De Schepper zelf als volgt: Voor dit eerste optreden in het publiek moest echter een schuilnaam gekozen worden, en de jeugdige biljartvirtuoos vormde dien van zijn initialen. Op z’n Engels schreef hij: It is me E.d.S., waaruit met wat dichterlijke vrijheid ”’t Is Me Edso” groeide.23
Onder die naam heeft De Schepper gedurende twintig jaren Europa verschillende malen doorkruist. Hij bezocht buitenlandse biljartfabrieken, speelde er op hun tafels en raakte zo door en door bekend met biljartconstructies. Een prima investering om nadien zelf een biljartfabriek te beginnen.
In 1888 kwam deze biljarttovenaar dus zijn kunsten in Nijmegen vertonen.

Zes jaar later komt hij nog een keer naar Nijmegen, nu naar de Poort van Cleve.


Gelderlander 8/4/1896

3.3 Mr. Gazay24


PGNC 6/3/1884

3.4. Soirée Oscar


PGNC 4/2/1891

3.5 Georg Mösslacher

In 1899 komt de beroemde biljartkunstenaar Georg Mösslacher op bezoek in Nijmegen. Hij geeft twee voorstellingen: in Café Van den Berg op de Korenmarkt en de Poort van Cleef in de Grotestraat. Georg Mösslacher of Mößlacher was een Oostenrijkse biljartprofessional, beroemd om zijn kunststoten. Hij reisde heel Europa door en was ook vaak in dienst als markeur of biljartleraar in koffiehuizen. In Oostenrijk wordt nog tot op de dag van vandaag een zog. renverséstoot (lang, kort, lang) als een "Umkehrstoß" naar hem genoemd, "ein Mößlacher."25


PGNC 10/2/1899


PGNC 8/2/1899

3.6 H.F. Smith

Hermanus Franciscus Smith (Amsterdam 10 februari 1858 - Amsterdam, 23 september 1920) speelde talloze demonstraties door het hele land. Hij was ook vele jaren biljartleraar van de hoofdstedelijke biljartvereniging KRAS. In 1895 schreef hij een 87 pagina’s tellend boekje: ‘Biljart-Onderricht. Het biljartspel verklaard en door 89 teekeningen aangetoond benevens verklaring en teekeningen van verschillende buiten gewone kunst- en fantaisiestooten en verschillende reglementen voor biljartwedstrijden en gezellige spelen’.26


PGNC 15/11/1898


PGNC 15/11/1898


Gelderlander 15/11/1898


PGNC 19/11/1898

 

4. Toernooien

En dan begint men vanaf 1882 de eerste toernooien of ‘concoursen’ te organiseren.
Het spits wordt, voor zover na te gaan was, afgebeten door W.G. Geurts van Café ‘Bonte Os’ die in de jaren 1882-1883 binnen een paar maanden een reeks van drie toernooien organiseert in de Molenstraat. Spelsoort onbekend. Wat een concours ‘met 4 ballen’ inhoudt is niet duidelijk.


Gelderlander 26/11/1882


Gelderlander 31/12/1882


Gelderlander 8/2/1883

Gezien de mededeling dat het 3e toernooi liefst 2000 partijen omvatte, lijkt het organiseren van concoursen een gouden greep. Andere lokaalhouders volgen dit initiatief dan ook al snel na.


PGNC 21/3/1882


Gelderlander 14/1/1883


PGNC 6/1/1884

 


PGNC 30/9/1888


PGNC 24/9/1889


Gelderlander 26/11/1889

 


30/1/1898


13/3/1895

 

5. Toeleveringsbedrijvigheid

Naarmate het biljartspel in Nijmegen vaster voet aan de grond kreeg meldden zich ook allerlei toeleveringsbedrijven in de plaatselijke kranten. Hieronder advertenties van een wasserij van biljartlakens, een fabrikant van gasverlichting voor biljarts, een openbare verkoping van biljartlakens, een verkoper van lijm voor het bevestigen van pomeransen alsmede de melding van vestiging van de eerste biljartvakhandel in de stad.


PGNC 23/3/1836

In een heel grijs verleden werden de biljarts aan de onderkant verwarmd met waxinelichtjes. Na de invoering van elektriciteit gebeurde dat via gloeispiralen die onder het biljartblad werden aangebracht.
Ook de verlichting boven de tafel geschiedde vroeger met kaarsen. Later deed gasverlichting zijn intrede. Deze oude advertentie getuigt daarvan. Hallo was een bekende naam in Nijmegen, de gaskoning.


PGNC 26/6/1844

In de loop van de 19e eeuw werden de vanouds houten biljarttafels bedekt met biljartlaken. Daardoor gingen de ballen natuurlijk veel zuiverder lopen dan op een kaal houten blad. Deze advertentie getuigt ervan. De vermelding ‘billardlaken van 3 el breed’ zegt iets over de afmetingen van de biljarts in die dagen. Een el is 69 cm., zodat de maximale lengte die kon worden overspannen 2,17 meter bedraagt. Daarmee is het waarschijnlijk dat de toenmalige biljarts hooguit 2 meter of 2.10 meter lang waren. Biljartlaken kun je immers niet in stukken aan elkaar vastnaaien. Dat zou ongewenste oneffenheden veroorzaken. Dus maten de tafels in de 19e eeuw waarschijnlijk 2 bij 1 meter, of 2.10 bij 1.05. Dat is aanzienlijk kleiner dan de huidige gebruikelijke maat 2.30x1.15.


PGNC 29/1/1853

Een leuke oude advertentie voor wonderlijm, waarmee o.a. pomeransen op biljartkeus kunnen worden bevestigd. Zo te zien stond meneer Stuvé tijdens marktdagen met een kraam op de grote Markt.


PGNC 3/10/1877

In 1889 verschijnt dan de eerste gespecialiseerde vakhandel in Nijmegen, zij het nog met biljarttafels die gemaakt worden in Oosterhout.27


De Gelderlander 2/6/1889

Twee jaar later blijkt Bruijnzeels te zijn verhuisd naar de In de Betouwstraat.


Gelderlander 26/7/1891

In maart 1900 lijkt er nog een andere biljartfabriek in Nijmegen te zijn. Paulstraat (Pauwelstraat) 21. Zie hieronder.


29/3/1900

 

6. Wedstrijdwezen (en het einde in de 21e?)

Landelijk

Biljartverenigingen zoals we die nu kennen waren er in het begin van de 19e eeuw eigenlijk nog niet. Zoals we gezien hebben werd er in sociëteitsverband en in koffiehuizen wel steeds meer gebiljart. Meestal tamelijk vrijblijvend, onderlinge partijtjes om een kleine geldinzet. Later ook grotere toernooien met min of meer open inschrijving. Van wedstrijden tussen verenigingen onderling was zeker in Nijmegen in de 19e eeuw geen sprake. Die ontwikkeling startte eind 19e eeuw in Groningen en Friesland. 28Want merkwaardig genoeg was niet Amsterdam de bakermat van de georganiseerde biljartsport, maar het hoge noorden. In Groningen werd al lange tijd veel en goed gebiljart in de Sociëteit De Harmonie, opgericht in 1840. Uit deze sociëteit kwam uiteindelijk De Groninger Biljart Club voort, de oudste biljartvereniging van Nederland. Hoewel de GBC pas officieel statutair werd opgericht op 28 november 1897 zijn er vele bewijzen van clubactiviteiten in het midden van de 19e eeuw.29 In Leeuwarden werd vlak na de eeuwwisseling de Friesche Club gevestigd (15 maart 1901), in Den Haag de ’s-Gravenhaagsche Biljartclub (7 september 1905). In Amsterdam ontstond eveneens in 1901 de Vereeniging Amsterdam, spelend in café De IJsbreeker aan de Weesperzijde. Een van hun prominentste leden was de destijds zeer beroemde Nederlandse schrijver Israel Querido. Hij schreef nog een interessant boekje over die begintijd van de opkomende biljartsport in Amsterdam.30

Nijmegen komt in beeld. De 20e eeuw

Bovengenoemde clubs gingen onderlinge wedstrijden spelen om de ‘’Zilveren Lauwerkrans’ en spraken met elkaar ook over de mogelijke oprichting van een biljartbond. Intussen was ook in Nijmegen een biljartvereniging opgericht: de Nijmeegsche Biljartclub, exacte oprichtingsdatum niet achterhaald. Deze NBC stond in 1911 mede aan de wieg van die zo gewenste Nederlandsche Biljartbond, gevestigd te Amsterdam. Eerste penningmeester/secretaris van deze nationale bond: Petrus Vermeulen, kandidaatnotaris (later notaris) in Nijmegen, tevens voorzitter van de Nijmeegsche Biljartclub (met 16 leden de kleinste van de clubs die samen de Nederlandsche Biljartbond oprichtten). Zie foto verderop.

Het georganiseerde wedstrijdwezen kon een aanvang nemen. Ook in Nijmegen kwam al spoedig een bloeiend verenigingsleven tot stand, met in de hoogtijdagen van de 20e eeuw enige tientallen lokale en regionale biljartclubs die elkaar in de diverse districtscompetities wekelijks bestreden. De behandeling van deze gouden tijden overstijgt de bedoeling van dit verhaal.

De Nijmeegsche Biljartclub had dus zijn domicilie in Hotel Moderne31. In 1912 werd een kadertoernooi georganiseerd tussen de Arnhemse topbiljarter Jan Dommering en zijn Nijmeegse evenknie P. Vermeulen.
Geweldige moyennes voor die tijd.


Gelderlander 23/1/1912

 

De toekomst

Het lijkt er helaas op dat die bloeitijd in onze huidige 21e eeuw (definitief?) voorbij is. De KNBB en de districten kampen al jaren met teruglopende ledenaantallen. Het biljarten lijkt langzaam terug te zakken tot het marginale niveau van begin 19e eeuw. Misschien heeft de sport toch teveel last van een ietwat stoffig (19e-eeuws?) imago, een spelletje voor oude mannetjes. En dat past niet in de digitale razendsnelle 21e eeuw…

Noten

 1  Uitgebreide informatie over het begin van het biljarten in Nederland: Coolegem, Hans, 100 jaar biljarten 2011; en in: Sprangers, Cees Encyclopedie van de Ereklasse 2011
 2  Mingaud, François; Le noble jeu de billard. Paris 1827. Een Engelse vertaling verscheen in 1830 onder de titel: The noble game of billiards, London, Thurston 1830 (voor geïnteresseerden: hiervan bezit ik een kopie, SR)
 3  Het adresboek Nijmegen bevat een aardige artikel over de horeca in die dagen: Art. 142. Alle houders van koffiehuizen, tapperijen, kroegen en dergelijken moeten hunne huizen en lokalen des avonds om 11 uren voor het publiek sluiten, tenzij de Burgemeester hun heeft vergund die langer geopend te houden. Zij mogen die niet weder openen vóór des morgens om 6 uren in de maanden October tot Maart, en om 5 uren in de overige maanden. Gedurende dien tijd mogen zij aan niemand eenige dranken of ververschingen verkoopen of leveren, gelagen zetten of doen zetten. Gedurende dien tijd mag zich niemand, die niet tot hun gezin behoort, in de lokalen ophouden, waarin zij hun bedrijf uitoefenen.
 4  De tekst in deze paragraaf is deels ontleend aan: Nijmeegs kroegverleden; door Paul van der Heijden (oorspronkelijk verschenen in het blad “De Blik”, daarna overgenomen op www. noviomagus.nl).
 5  Oudste vermelding: Rodenburcht 1615; Oud Rechterlijk Archief Nijmegen 1872, fol. 81v
 6  Een bekende humoristische beschrijving van het 19-eeuwse potspel (Frans: partie de la poule) vinden we in Hildebrands Camera Obscura: ‘Hildebrand ziet de stad en Pieter (Stastok) verstout zich biljart te spelen’. Voor wie de exacte spelregels van dit potspel wil leren kennen zie de lezing van L. Simons in: Verslagen en Mededelingen v.d. Koninklijke Vlaamsche Academie van Wetenschappen 1906-1907 (kopie in mijn bezit SR)
 7  Mede gebaseerd op Schevichaven, H.D.J. van ; De oude sociëteiten te Nijmegen (Penschetsen, dl. 2); En ook gebaseerd op: Nijmegen, Geschiedenis van de oudste stad van Nederland (dl.2, Kuys/Bots, p.483 en deel 3, Brabers, p.163)
 8  Er is een reglement behouden gebleven, ‘Reglement der Sociteit [sic] tot Nijmegen, Nijmegen, A. Van Goor 1760 ; oudste vermelding Het Roode Hart (Hert) 1768, Oud Rechterlijk Archief Nijmegen 1964, fol.1
 9  Zoals we hiervoor gezien hebben werd biljarten in die dagen nog vooral als geluksspel gezien, dus een biljart zal er in die beginjaren nog wel niet gestaan hebben.
10 Adresboek Nijmegen 1868 meldt hierover het volgende: J.W. Robijn, President. H. ten Hoet, Secretaris. C.H. van der Wedden, J.J. Schuller, W.J.F. Knoops, Directeuren
11 Schaik, H.C.W. van; Voordracht… 1952
12 Sprangers, Cees; Encyclopedie van de Ereklasse, p.41
13 In het adresboek Nijmegen 1868 staat het volgende te lezen: C.H. Robbers, Voorzitter. A.W. Mosselmans. J. Ekkart, Thesaurier. Jhr. H. van Rijckevorsel, Secretaris. Contributie: gewone leden per jaar f.13,=. Buitengewone f.9,=. Hoofdofficieren per maand 80 cent. Kapiteins 60 cent. Luitenants en Sergant-volontairs 50 cent.
14 Een vermakelijk stukje over deze beide zusters in: Brinkhoff, J.; Nijmegen in vertellingen, p.134 vv.
15 Oudste vermelding 1782: Oud Rechterlijk Archief Nijmegen 1978, fol.44
16 Oudste vermelding ‘Den Goudbergh’ 1778: Oud Rechterlijk Archief Nijmegen; 1974, fol. 105v
17 Aldus Jan Brinkhoff in: De toren van het schone zicht (Gelderlanderrubriek Gezien vanaf de toren), 21 augustus 1958
18 Bron: Calendarium Noviomagus 1851-1900
19 Oudste vermelding 1773; Oud Rechterlijk Archief Nijmegen; 1969 fol. 70v
20 Zie Sprangers, Cees, Encyclopedie van de Ereklasse 2011, p.49 vv.
21 Informatie ontleend aan: Leon Goffart. Grösster akademisch excentrisch gebilderter Billardkünstler; [Wien, Eberle ca.1880], kopie in bezit SR
22 Mangin, Eugéne, Le billard appris sans maître. Paris 1882. (In bezit SR)
23 Aldus De Schepper zelf in “Biljartfabriek Het Noorden. Prijscourant der nieuwste modellen biljarts…”, Groningen-Helpman z.j [ca.1910], p.8
24 In Sprangers, Cees; Encyclopedie van de Ereklasse 2011, p.65 zien we nog een advertentie van een paar weken later. Mons. Gazaij (met ij!) treedt dan op in het Friesch Koffijhuis in Leeuwarden
25 Informatie verkregen van Dieter Haase, Biljarthistoricus uit Kassel, Duitsland
26 Sprangers, Cees, Encyclopedie van de Ereklasse 2011, p.56
27 Een echte biljartmaker zien we in Nijmegen pas arriveren in de 30-er jaren van de 20e eeuw (zij het vanuit Arnhem): de firma Nijenhuis (Champion biljarts) heeft zo’n 70 jaar in Nijmegen gezeten. Begonnen in de Parkdwarsstraat 10; daarna Bloemerstraat 84 ; St. Stephanusstraat 34 (werkplaats St. Annastraat 199); daarna St. Jacobslaan en Heidebloemstraat. Inmiddels zijn fabriek en winkelactiviteiten weer terug in Arnhem
28 Uitgebreide informatie over deze beginjaren in: Coolegem, Hans; 100 jaar biljarten 2011; en in: Sprangers, Cees, Encyclopedie van de Ereklasse 2011
29 Zie voor de geschiedenis van GBC: Hoepman, H.R.; Groninger Biljart Club 1997.
30 Querido, Israel; Van het groene laken. Amsterdam, Scheltens & Giltay [1911]
31 Volgens de telefoongids uit 1915 gaat het hier om Hôtel-Café-Restaurant "Moderne", voorheen St. Canisius, in 1915 van eigenaar A. Joosen, Broerstraat 36
REAGEER
terug
Reactie 1:

Theo Janssen, 25-12-2013: Kei mooi stuk super.

Cees Sprangers, 02-01-2014: Complimenten . . .

Frans van Lingen (Amsterdam), 23-01-2014: Prachtig verhaal, goed gedocumenteerd, zoals je zelden ziet. Ik zag tot mijn verbazing dat Th. Bruinzeels, die later in Amsterdam zou neerstrijken, al een eigen zaak runde in Nijmegen.
Reactiepagina
Reactie 2:

Rob Voeten, 30-07-2014: Als eerste mijn complimenten voor dit stuk. Ik heb ook veel plezier in het spelen met de ballen op het groene laken. Maar wat schetst mijn verbazing in dit stuk komt het Hof van Brabant, Korenmarkt 8, voor. Daar heeft mijn moeder gewoont. Mijn opa had daar toen een bedrijf in (overgenomen) genaamd "Lekas". Grappig om dat tegen te komen. Bedankt voor dit artikel.
Reactie 3:

René Klomp, 17-08-2014: Sjaak, ik heb met veel interesse en plezier je artikel gelezen... ook mijn complimenten! Het was extra leuk om te lezen omdat ik rond dezelfde tijd ontdekte dat mijn overgrootvader Otto Klomp een aantal jaren (zeker van 1900-1905) een (biljart)café 'Noviomagum' heeft gehad aan de Bloemerstraat 101:


Bron: PGNC 14 februari 1903

Dit was onbekend bij mijn vader, ik moet zijn broer nog eens vragen... Veel meer familie is er niet meer die dit zouden kunnen weten.
Maar Otto Klomp kwam uit Millingen a/d Rijn in 1900 en trouwde met een Kuijpers. Zij was de dochter van een caféhouder op de Priemstraat/Lage Markt. Dus mogelijk is het via zijn schoonvader gelopen dat zij een café aan de Bloemerstraat hebben gekocht. Is er meer bekend over dit pand of dit café? Zijn er misschien nog foto's van? Het is in 1944 helaas verdwenen bij het bombardement.

Aanvulling: Ik vond nu een foto van de Bloemerstraat 101 van 1940 - nog steeds een café maar met een andere naam (Maastrichts Bierhuis).


Bron: beeldbank RAN F26771

Reactie 4:

Boy van Pelt, 17-08-2014: Hallo Hr. Sjaak Rutten,
Met veel belangstelling uw artikel gelezen, wat echter mij een groot plezier deed, was de advertentie dat mijn overgrootvader G. van Pelt zijn zaak had verkocht, aan de Hr van Rijswijk.


PGNC 4/5/1890

Mijn opa en oma hebben nog lange tijd het tegenwoordige café 't Haantje gehad, mijn vader is daar in 1905 geboren.
Reactie 5:

Hans van den Berg, 20-08-2014: Ik ben in het bezit van een fotoansichtkaart van pand Bloemerstraat 101. Boven de pui: CAFE BILLARD en op het raam links van de ingang: MAASTRICHTS (+) Bergplaats voor Rijwielen (+): J. PILET. Verlof. Op het raam rechts van de ingang: BIERHUIS (+) J. PILET. Verlof. In de deuropening staat de heer J. Pilet.
Op de keerzijde van de fotoansichtkaart een stempel: J. Pilet, Nijmegen.
Reactie 6:

Rene Klomp, 26-12-2014: Bij toeval kwam ik nog langs deze foto van Biljartfabriek Nijenhuis in de Parkdwarsstraat 10.


Bron: Beeldbank RAN F33570

Reactie 7:

Peter van Bommel, 03-05-2015: Geweldige pagina over de geschiedenis van biljarten in Nijmegen. Een juweeltje. Ik probeer al tijden de geschiedenis van biljarten in Grave in beeld te krijgen, maar het wil niet echt vlotten zonder digitale bronnen :)
Reactie 8:

Rhea Strik, 19-12-2016: Beste lezers,

Heel mooi inkijkje en informatief over vroegere tijden in het "sportieve recreatieve" aspect van het horecaleven in de binnenstad. Laten we nu juist in dat gebied ook mee bezig zijn in het kader van een familieonderzoek met een vraag aan jullie: het gaat specifiek om hotel Hof van Brabant en de Drie Zwanen aan de Korenmarkt 8-10. Graag zouden wij weten wanneer de naam hotel Hof van Brabant overgegaan is in Hotel Noord-Brabant. Wij hebben namelijk een oud briefdocument (1934) waarin deze naam vernoemd wordt op Korenmarkt 8, de naam van de eigenaar is moeilijk te lezen. Omdat vader daar gewerkt heeft mogelijk jaren tussen 1926 en 1934 zijn wij benieuwd naar de eigenaren en de werkkring van vader in die periode. Is er een archief van het hotel zijn er nazaten? Mogelijk is er dan nog meer informatie te achterhalen.

Vraag 2: was het koffiehuis De drie Zwanen nummer 10 in feite ook het eigendom van bovengenoemd hotel?

Behalve deze site zijn wij nog geen andere sites tegengekomen die aandacht besteden aan horecagelegenheden in de periode 1900 tot 1960 van de vorige eeuw in de Nijmeegse binnenstad. Dus elke zij-invalshoek in dit geval geschiedenis van het biljartspel is zo welkom.

Graag horen we nog, Rhea Strik
Reactie 9:

Rob Essers, 20-12-2016:
1. Hotel "Hof van Brabant" heeft bestaan tot omstreeks 1913 toen het de naam "Hotel Central" kreeg; zie De Gelderlander van 18 juni 1913. De glorietijd was voorbij. In 1916 werd Korenmarkt 8 door J.H. Peperkamp & Co. in gebruik genomen als verkooplokaal en rond 1924 nam de Nachtveiligheidsdienst en dienstverlening "Lekas" zijn intrek in het pand; zie elders op deze website. In 1930 verhuisde de Spiritistische Zuster- en Broederkring "Nieuw Leven" naar Korenmarkt 8 (bron: PGNC, 6 februari 1930).
Tot 1936 was "Lekas" op dit adres gevestigd. Dat er in de jaren '30 een hotel in het pand gezeten zou hebben, lijkt mij niet erg aannemelijk. De beschrijving bij archieffoto F78328 (Datering: 1936) is vermoedelijk gebaseerd op de oude naam die na het afbladderen van de verf weer tevoorschijn kwam.

2. De Drie Zwanen, Wijk D, nr. 319, was de naam van het pand naast Het Hof van Brabant, Wijk D, nrs. 320 en 321. De Drie Zwanen werden in 1861 al de "Stad Rotterdam" genoemd (bron: PGNC, 20 juli 1861). Voor zover ik weet hebben de panden altijd verschillende eigenaren gehad.
Reactie 10:

Marcel van Dinteren, 21-12-2016: Dag Rhea, V.w.b. je eerste vraag heb ik naar de naam Hotel "Noord-Brabant" gezocht in historische adresboeken en kranten (De Gelderlander en de PGNC). Daar komt deze naam niet in Nijmegen voor, wel waren er in deze periode Hotels met deze naam gevestigd op het Vreeburg te Utrecht van P. Mulders en Zoon en op de Markt 45 te 's-Hertogenbosch van W. Mulders.
In de adresboeken zijn ook lijsten van Hotels te vinden in Nijmegen maar geen van deze lijsten bevat de naam "Noord-Brabant".
In 1912 was Hotel "Hof van Brabant" aan de Korenmarkt 8 van Mulder & zoon, hotelhouders (Opmerkelijk de namen Mulders/Mulder voor de Hotelhouders).
Tot en met 1913 heet het nog "Hotel Hof van Brabant" (R. Mulder), echter in 1914 wordt het "Hotel Central" van F.J.A. v. Es.
Daarna (1916) is het een verkooplokaal voor "Onroerende Goederen" van J.H. Peperkamp en Co en in de periode 1924-1934 wordt op dat adres nachtveiligheidsdienst Lekas genoemd.
Onder de naam Lekas worden ook nog andere diensten aangeboden, zoals Bestel- en Spoedbesteldienst Lekas dir. A. v. Boxtel in 1936. Lekas komt nog voor in 1940 maar in 1948 is het een magazijn.
Geen vermeldingen dus van "Hotel Noord-Brabant" in Nijmegen. Ik ben benieuwd naar de brief, zou je een scan of foto hiervan willen mailen naar info@noviomagus.nl? Dan kunnen lezers misschien nog de naam ontcijferen en verder onderzoek doen.
Reactie 11:

Rhea Strik, 30-12-2016: Bij deze het geschreven briefdocument.

Reactie 12:

Rob Essers, 30-12-2016: In de Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant van 24 december 1931 staat een aankondiging van het veilen en verkopen van: "Het van ouds bekende sinds 1916 met succes geëxploiteerde HOTEL met CAFé-RESTAURANT NOORD-BRABANT v/h. ESSER, gelegen te Nijmegen hoek In de Betouwstraat— Smetiusstraat, plaatselijk gemerkt In de Betouwstraat Nos. 42-44-46 (...)"

Volgens het adresboek was E. Esser in 1934 nog de hotelhouder. Engelbert Esser overleed op 12 november 1935 op 73-jarige leeftijd. Het getuigschrift is ondertekend door Johannes Martinus Devenijns (1893-1968). Volgens het adresboek van 1934 woonde hotelhouder J.M. Devenijns op het adres Oude Molenweg 7.

Zie ook RAN F58579:

Reactie 13:

Rene Klomp, 31-12-2016: Vond nog wel deze advertentie in het Algemeen Handelsblad van 24-06-1871... Hierin wordt gesproken over een Hotel "Het Hof van Noord-Brabant".

Redactie: Deze eenmalige vermelding is allicht een verschrijving van "Hof van Brabant".
Reactie 15:

Rene Klomp, 02-01-2017: Hierbij een vroegere advertentie van de Hof van Brabant (hier wel Brabant genoemd en geen Noord-Brabant), afkomstig uit het Algemeen Handelsblad van 08-08-1857.

Reactie 16:

Leo Peters, 04-01-2017: Bedankt voor jullie reacties. Ben blij dat we eindelijk de lokatie hebben gevonden en de verwarring met Hof van Brabant kunnen loslaten.
Groet Leo Peters en Rhea Strik

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: