Nieuwe pagina 1

Verhaal de heer Giesbers tijdens herdenkingsbijeenkomst dd. 18-02-2010

Mijn verhaal over die inslag van n vliegende bom op de 18de februari 1945 zoals ik dat toen als jongetje van 14 jaar in mijn dagboek had opgeschreven en dat nu in het herinneringsboekje staat minder dramatisch dan de verhalen van diegenen die slachtoffers te betreuren hadden. Daarom beperk ik me tot wat bijzonderheden over wat aan die inslag vooraf ging, wat er op volgde en de betrokkenheid van mijn vader daarbij.

Wij woonden destijds in Waterstraat 162 (n huizenblok dat er nu nog ongeschonden staat) waar in de achtertuin daarvan mijn vader, toen werkzaam als bouwkundige bij Bouw & Woningtoezicht en met n vooruitziende blik, aan het begin van de oorlog n schuilkeldertje had laten bouwen waarin wij en de buren de bevrijding in september 44 hebben overleefd. 
En daarin ook na de bevrijding nog maandenlang schuilden tegen de granaten die door de Duitsers op Nijmegen als frontstad geschoten werden. Tot het in 1945 wat rustiger werd en wij in de huiskelder durfden te gaan slapen, tot kwelwater daarin ons naar de begane grond joeg.

Intussen hadden de Duitsers n nieuw en geheim wapen ontwikkeld waarmee ze de oorlog alsnog hoopten te winnen: de V1 ofwel vliegende bom: n klein en onbemand soort vliegtuigjes die met het goedmoedig geluid van n Harley Davidson, maar met n vernietigende explosieve lading, over vlogen met als doelwit de havenstad Antwerpen. 
Maar, was ons verteld, de motor nog al eens haperde en dat wanneer dat geluid ophield dat ding naar beneden kwam. Zodat men bij het overvliegen angstig bad: Onze lieve Vrouwke, geef m nog n douwke!

Welnu, Onze lieve Vrouwke op die vroege morgen van de 18de februari 1945 kennelijk nog niet wakker, werd dat met n enorme klap het hele Waterkwartier! Was er in ons huis geen ruit meer heel, terwijl verderop hele straten in puin lagen met n aantal doden en gewonden. Ging mijn vader erop uit om hulp te verlenen en schonk mijn moeder koffie voor in paniek gevluchte overlevenden.

Toen maanden later het meeste puin was geruimd, werd mijn vader gevraagd n herdenkingsteken voor de slachtoffers te ontwerpen. Dat werd op deze plek n gemetseld halfrond muurtje met n houten kruis en de tekst uit Psalm 126: Als de Heer het huis niet bouwt, arbeiden de werklieden te vergeefs
Bij de wederopbouw in 1949 dat gedenkteken verdwenen, hebben wij vele jaren later diezelfde tekst op het graf van mijn vader laten plaatsen.

n Andere tekst gedachtig, namelijk Wie het verleden vergeet, verliest de toekomst! betekent de plaatsing van deze herinneringsplaquette n eerherstel aan de slachtoffers van destijds, maar beschouw ik dat dus ook als n eerbetoon aan mijn vader, waarvoor mijn grote waardering en hartelijke dank aan de initiatiefnemer de heer Anton Ruijters en aan al zijn medewerkers.

Hun taak volbracht zou je zeggen, vroeg Anton me onlangs om samen in die achtertuin van dat huizenblok te gaan kijken of er nog wat over was van dat schuilkeldertje en vonden we, schuilgaand achter wat troep, dat keldertje in vrijwel ongeschonden staat terug! Waarop Anton enthousiast tot n volgende actie besloot: namelijk tot het behoud daarvan als uniek oorlogsmonument. Deze keer niet als herinnering aan de slachtoffers, maar als herinnering voor de overlevenden. Mijn steun heeft ie, wie volgt? Dank u! Wim Giesbers

terug

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: