Toespraak1

Toespraak gehouden op 18 februari 2010 bij de onthulling van het monument voor de inslag door een V-1 hoek Biezenstraat-Waterstraat

door Joost Rosendaal (Radboud Universiteit Nijmegen)

Zondag 18 februari 1945 was een sombere dag. Het was nevelig. Iedereen in Nijmegen had het die dagen over het grote offensief dat de geallieerden eindelijk hadden gestart. Al maanden was er een grote bedrijvigheid geweest waarbij een enorme legermacht van bijna een half miljoen geallieerden militairen in de stad en omgeving was samengebracht. Na een uren durende beschieting door 1400 in Nijmegen opgestelde kanonnen, was op 8 februari Operatie Veritable begonnen met als doel het Rijnland te veroveren.

De Duitsers werden volkomen verrast. Ze hadden de aanval zuidelijker verwacht. In november en december hadden ze Nijmegen met grote regelmaat beschoten met granaten. Dit was in de eerste maand van 1945 afgenomen. Regelmatig kwamen er nog wel Duitse vliegtuigen over die richting Antwerpen vlogen om de bevoorrading van de geallieerden te beschieten. Hierbij werd ook gebruik gemaakt van zogenaamde vliegende bommen, de V-1’s, die over grote afstand dood en verwoesting konden veroorzaken. Nog geen week na de invasie in Normandië was het eerste van deze Vergeltungswaffen in Londen terecht gekomen. Deze bommen hadden tactisch nauwelijks enige betekenis, omdat ze niet precies gericht konden worden. Bovendien waren ze niet erg betrouwbaar. Regelmatig stortte een bom voortijdig neer door een haperende motor. Strategisch waren de vliegende bommen geducht: ze zorgden voor angst onder de Engelse bevolking en hadden effect op de moraal. Aanvankelijk was vooral Londen het doel van deze wapens. De meeste bommen werden echter op Antwerpen en Brussel gericht. Van de in totaal bijna negen duizend vliegende bommen die gelanceerd werden, kwamen 2500 in beide steden terecht. Daarnaast hadden de Duitsers vanaf september 1944 ook nog de beschikking over de V-2, een raketbom. Vele duizenden burgers werden gedood.

In januari en februari 1945 vlogen met grote regelmaat V-1’s over Nijmegen. Lange tijd leek het goed te gaan. Begin februari was er een harde knal te horen in de stad toen een vliegende bom in de lucht geraakt werd door afweergeschut. De stad bleef echter van dit moordend wapentuig gespaard tot…
Tot zondagmorgen 18 februari een paar minuten voor half zes.
De geneeskundige post van de Luchtbeschermingsdienst in de Biezenstraat meldde als eerste bij het centrale commando de inslag van een vliegende bom. Alle ramen en deuren van de post waren er uit gerukt. Vervolgens kwam de melding dat een aantal huizen totaal verwoest was. Tot ver in de omtrek werd de klap gevoeld.

Een kapelaan van de Groenestraatskerk schreef in zijn dagboek: “’s Morgens 5.30 u hoorde ik in den kelder dat de deuren, ruiten, rolluiken geweldig rammelden. Waarvan? De eerste vliegende bom was op Nijmegen gevallen en wel een meter van zestig voor de kerk van het Waterkwartier, achter de huizen. De kerk is alle deuren en ramen kwijt, de pannen zijn naar beneden gerold. De pastorie heeft binnen op de tweede verdieping alle muren ontzet, plus de nodige stukken aan ramen en deuren. ’n Boog van de kerk is totaal ontzet, men kan er door naar buiten kijken.” 

De Theresiakerk was inderdaad flink beschadigd, maar de huizen aan de overkant van de Waterstraat en in de Biezenstraat, op de plaats waar nu het Clarissenklooster De Bron staat, waren zwaar beschadigd tot praktisch geheel verwoest. In deze huizen werden twee bewoners op slag gedood: mevrouw Migchielsen-Brouwer en Truus van Emmerik die bij haar verloofde inwoonde. Haar aanstaande schoonvader, de heer Van den Broek, bezweek twee dagen later in het Canisiusziekenhuis aan zijn verwondingen. De inslag, achter de huizen op de worstenrokerij van slager Tesser, ‘Dollie’ zoals hij genoemd werd, had een geweldige dreun veroorzaakt. Een straat verderop, in de Lekstraat, sloeg een kinderwieg om. De een maand oude baby, Fransje Dams, overleefde deze val niet. Sommige berichten spreken ook over Britse militaire slachtoffers, mogelijk twee. Naast de vier Nederlandse doden raakten een twintigtal mensen gewond. 

De hulpverlening van zowel Engelse als Nederlandse instanties kwam al binnen korte tijd massaal op gang, maar verliep niet geheel vlekkeloos. Onduidelijk was bijvoorbeeld waar de gewonden heen vervoerd werden. Verder was de brandweercommandant pas een uur na de eerste melding op de hoogte van de inslag en zocht de Luchtbeschermingsdienst tevergeefs contact met de Britse town major. 

In de getroffen huizen was een honderdtal mensen ingeschreven. In eerste instantie werden veertig van hen als daklozen opgevangen in huize Sancta Maria. Matrassen, dekens en tachtig liter eten werden hierheen gestuurd. In de loop van de dag liep het aantal daklozen, mede door de terugkeer van lichtgewonden, op tot een zestigtal.

Gezien de ravage lijkt het een wonder dat het dodenaantal, hoe erg ook, beperkt is gebleven. Een Nijmegenaar schreef in zijn dagboek: “Een vliegende bom in het Waterkwartier, waar nog weer dooden en gewonden zijn en weer huizen kapot.” Na vijf maanden frontstad was Nijmegen inmiddels ‘gewend’ aan de dodelijke en verwoestende beschietingen door de Duitsers. Ook het Waterkwartier had hierin zijn deel gehad.

Al in 1941, op 14 februari, was het dodelijk geweld van de oorlog de wijk binnengekomen. Een aangeschoten Brits vliegtuig liet zijn bommen vallen in de Roerstraat, Nierstraat, Rijnstraat en hier vlakbij in de Waterstraat. Zeven burgers werden gedood. Talrijker nog waren de doden die vielen tijdens de bevrijdingsdagen. Op 20 september, toen de Amerikanen hun heldhaftige oversteek over de Waal maakten, vielen talrijke Duitse granaten in de Voorstadslaan. Ze maakten tientallen doden en gewonden onder de burgerbevolking. Met grote regelmaat werd in de volgende maanden het Waterkwartier, evenals de rest van de stad, getroffen door granaten en bommen. Steeds weer nieuwe slachtoffers makend.

Vandaag zijn wij bijeen voor de onthulling van een gedenkteken voor de ramp van 18 februari 1945. Het was een van de vele rampen die Nijmegen trof. Waarom dan toch een gedenkteken? In zekere zin is het een restauratie, een herstel. Al kort na de inslag van de vliegende bom werd door buurtbewoners een gedenkteken opgericht. Dit was vrij bijzonder, want zover mij bekend is nergens elders in Nijmegen op de plaats van dodelijk oorlogsgeweld spontaan en direct na de ramp een monument opgericht. Dit initiatief was niet naar de zin van de gemeentelijke autoriteiten. In 1949 besloot het college van B&W dan ook om het gedenkteken op ‘ongemerkte’ wijze te ruimen, om ‘aan deze ongewenschte toestand’ een einde te maken. Het monument zou niet meer aan zijn doel voldoen, werd niet beschermd tegen de jeugd en ontsierde de omgeving, zo was het oordeel. Onuitgesproken bleef dat het gedenkteken nieuwbouw in de weg stond en dat de gemeente een wildgroei aan herdenkingen wilde bestrijden.

Maar waarom was destijds het initiatief genomen tot dit gedenkteken? Ik denk dat u als buurtbewoners dit beter weet dan ik, maar laat mij toch een poging tot verklaren wagen. De klap van de inslaande vliegende bom was luid en de ravage enorm. Niet eerder was een dergelijk zwaar projectiel in Nijmegen neergekomen. Het Waterkwartier of zo u wil, de Biezen, werd in het hart getroffen: recht tegenover de parochiekerk toegewijd aan de Heilige Theresia. Het gedenkteken herinnerde niet alleen aan deze droeve, schokkende gebeurtenis, maar in zekere zin ook aan al het oorlogsgeweld dat de wijk getroffen had. 

Ik hoop dat het nieuwe gedenkteken deze laatste functie ook voor de toekomst mag hebben en ons steeds mag herinneren aan de gruwelijkheid van de oorlog, die ook onder de burgerbevolking talrijke slachtoffers maakte, en helaas nog elke dag maakt. Hopelijk zal dit initiatief navolging vinden in andere wijken van de stad. De inwoners van Nijmegen, meer dan van welke andere stad in Nederland ook, hebben de verwoesting en dodelijke gevolgen van de oorlog ervaren. Het Waterkwartier heeft dit ervaren. Door dit te herdenken beseffen we steeds weer hoe belangrijk het geschenk van de vrede is, en dat wij hiervoor moeten blijven werken. Nijmegen heeft de duur betaalde plicht om dit uit te dragen.

Joost Rosendaal

terug

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: