2015-Bart Janssen

 

Herdenking 18 februari 2015 van de V1 bominslag in het Waterkwartier

Bijdrage Bart Janssen, onderzoeker oorlogsdoden 2e WO Nijmegen en schrijver

Toespraak 18 februari 2015 (uit interview januari 2007 met Johann van den Broek, die op 28 januari 2014 op bijna 92 jarige leeftijd overleed)

Johann van den Broek woonde met zijn ouders en zijn broers en zussen in de Biezenstraat 143 in Nijmegen.
Zijn oudste broer Willie was verloofd met Truus van Emmerik, die Willem Heijdtstraat 3 woonde. Johann werkte met zijn vader en zijn broers Willie en Hein bij de Nyma, maar op 7 september 1942 moest hij voor de Arbeitseinsatz naar Duitsland.
Na daar op diverse plaatsen bij bombardementen door het oog van de naald te zijn gekropen, lukte het hem overplaatsing te krijgen naar een fabriek dichterbij, waar hij elk weekend naar huis mocht.
Na het verlof van 1 september 1944 is hij niet meer teruggegaan en in Lent bij de ouders van zijn verloofde Dinie Wanetië ondergedoken.
Bij de gevechten om de Waalbrug op 20 september 1944 werd het huis van Wanetië door een granaat getroffenen en ze moesten vluchten naar een tunneltje onder de spoordijk, waar behalve veel bewoners ook enkele Duitse deserteurs hun toevlucht hadden gezocht. Een woedende SS’er opende daar het vuur op zijn deserterende collega’s en er vielen verschillende doden, maar Johann van den Broek werd niet geraakt. Kort daarna werd hij doodziek. Hij bleek in Duitsland TBC te hebben opgelopen en hij keerde terug naar zijn ouderlijk huis in de Biezenstraat, waar zijn ouders juist van hun evacuatieadres in Wijchen waren teruggekeerd. Voor verlichting en kookmogelijkheid hadden zijn ouders van de ingekwartierde Engelsen een jerrycan petroleum gekregen en de inhoud daarvan was in tientallen glazen flessen en potten in de kelderkast opgeslagen. Johan moest volstrekte rust houden en de slaapkamer naast de huiskamer werd voor hem ingericht. Op zolder werd een extra slaapkamer getimmerd, waar zijn zus en Truus van Emerik, de verloofde van zijn broer, konden slapen. Op zondagmorgen 18 februari 1945 lag iedereen nog in bed, toen om vijf uur een vliegende bom de dakrand van het huis raakte en ruim twintig meter verder tegen de worstkeuken van slagerij Tesser in de Waterstraat 139 tot ontploffing kwam. De woning stortte als een kaartenhuis in elkaar. Zijn twee broers zagen kans zich uit de brokstukken te bevrijden en zijn moeder en zijn twee zussen uit het puin te halen. Zijn zus Ada was ernstig aan haar bil gewond, maar zijn moeder en zijn zus Troutje mankeerden vrijwel niets. Grote delen van de tussenmuur waren beide slaapkamers ingevallen. Truus van Emmerik was direct gedood. Zijn vader werd zwaar gewond en met een slagaderlijke bloeding naar huize Sancta Maria gebracht waar hij op 20 februari, zijn 53e verjaardag, alsnog aan de gevolgen van de ramp overleed.
Die hele reddingsactie was aan Johann voorbij gegaan. Hij lag in de woonkamer vastgeklemd onder het puin. Zijn bed was door de instorting in de kelderkast geschoven en zijn been was door een zware balk gevoelloos geworden. Alles rook naar petroleum. Hij hoorde dat er op een verkeerde plaats naar hem werd gezocht, maar hij had zoveel stof en rommel in de mond, dat hij amper geluid kon geven.
Toen hij werd gevonden, heeft iemand eerst zijn hoofd vrij gemaakt. Het waren de angstigste ogenblikken van zijn leven, want bij het wegtrekken van de kolossale brokstukken en het gezeul aan de zware balk op zijn been dreigde de hoge muur naast hem in te storten. Bovendien kon de kleinste vonk de petroleum laten ontbranden. Engelse soldaten hebben toen eerst het vuur in het kacheltje van de voorkamer gedoofd om te voorkomen dat het naar de petroleum zou overslaan. Johann keek de dood in de ogen, want hij kon geen kant op. Hij hoorde iemand schreeuwen dat ze zijn been moesten afhakken om hem tijdig in veiligheid te brengen. Zijn broer werd woedend en beet die man toe dat hij beter een zaag kon gaan halen om de balk door te zagen. Dat is toen gebeurd en daarna is hij naar het ziekenhuis gebracht.
De hele nacht is er in het licht van de koplampen van de Engelse legerauto’s in de enorme ravage naar slachtoffers gezocht.
Mevrouw J. Migchielsen-Brouwer van de Waterstraat 147 en Fransje Dams, een baby van vijf weken uit de Lekstraat 19, waren de andere slachtoffers. Het huis in de Lekstraat was niet ernstig beschadigd, maar de wieg van Fransje was door de luchtdruk omgeslagen en Fransje was er uitgevallen. Het werd zijn dood.
Er zijn meer dan twintig gewonden uit het puin gehaald. Veertig mensen waren door die ramp dakloos geworden.

terug naar herdenking V1-inslag

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: