|
© copyright Willem Pelser; Digitale bewerking: Mark van Loon/Stichting Noviomagus.nl De Stephanusfeesten te Nijmegen in 1937 door Willem Pelser
“Toen het aantal leerlingen toenam, ontstond er op een gegeven moment ontevredenheid bij de Griekstaligen, die de Arameessprekenden verweten dat de weduwen uit hun groep bij de dagelijkse ondersteuning werden achtergesteld. (.....) ‘Kies, broeders en zusters, uit uw midden zeven wijze mannen die goed bekend staan en vervuld zijn van de Heilige Geest. Aan hen zullen wij deze taak opdragen.’ (.....) Alle leerlingen stemden met dit voorstel in. Ze kozen Stephanus, een diepgelovig man, die vervuld was van de Heilige Geest, en verder ook Filippus, Prochorus, Nikanor, Timon, Parmenas en Nikolaüs, een proseliet uit Antiochië.” (Hand. 6, 1-5) o-o-o-o-o “Toen ze dit hoorden, ontstaken ze in woede en begonnen te knarsetanden. Maar vervuld van de Heilige Geest sloeg Stephanus zijn blik op naar de hemel en zag de luister van God, en Jezus, die aan Gods rechterhand stond, en hij zei: ‘Ik zie de hemel geopend en de Mensenzoon, die aan Gods rechterhand staat.’ Maar ze schreeuwden en tierden, hielden hun handen voor hun oren en stormden met z’n allen op hem af. Ze dreven hem de stad uit om hem te stenigen. De getuigen gaven hun mantel in bewaring bij een jongeman die Saulus heette. Terwijl Stephanus gestenigd werd, riep hij uit: ‘Heer Jezus, ontvang mijn geest.’ Hij viel op zijn knieën en riep luidkeels: ‘Heer, reken hun deze zonde niet aan!’ En na deze woorden stierf hij. Saulus keurde de moord op hem goed.” (Hand. 7, 54-60)
De aanleiding om deze tekst over de St. Stephanusfeesten in 1937 te Nijmegen te schrijven is de vondst van het notulenboek van het Comité ter voorbereiding van deze feesten in de kluis van de pastorie van de St. Stephanuskerk aan de Berg en Dalseweg. Er zijn in onze stad waarschijnlijk nog maar weinig mensen die weten dat de eerste martelaar, de heilige Stephanus, patroon is van Nijmegen. Vandaar ook dat hoog boven de stad de toren van de Stevenskerk uitsteekt. Vandaar ook dat in de twintiger jaren van de vorige eeuw opnieuw een katholieke kerk aan deze heilige is toegewijd boven aan de Berg en Dalseweg, omdat de St. Stevenskerk al sinds lange tijd in protestante handen was overgegaan. Vandaar ook dat er meerdere uitingen in het straatbeeld en verenigingen de naam van St. Stephanus dragen. Om weer een steentje bij te dragen aan de geschiedenis van Nijmegen, heb ik me ertoe gezet deze notulen, maar ook de vele krantenartikelen uit te pluizen en daar min of meer een verhaal van te maken. Willem Pelser, Nijmegen voorjaar 2011
INHOUD HOOFDSTUK I: uit de notulen .....
HOOFDSTUK II: uit de pers .....
HOOFDSTUK I: uit de notulen ..... Aanleiding Toen in maart 1937 het mozaïek in de absis in de St. Stephanuskerk aan de Berg en Dalseweg door Joan Colette voltooid was, bracht dat de toenmalige pastoor G.W. van der Heijden op het idee of de mogelijkheid bestond deze voltooiing met een extra feest op te luisteren. Al pratende met deze en gene binnen de parochie, merkte iemand op: “1937, dat kan een belangrijk jaar voor ons worden. St. Stephanus was de eerste martelaar; mogelijk is het dit jaar juist 19 eeuwen geleden, dat onze patroon (tevens patroon van de hele stad Nijmegen) de marteldood is gestorven. Dus een reden voor een grandioos eeuwfeest, niet alleen voor de parochie, maar de hele stad zou moeten meevieren.”
De geschiedschrijvers werden geraadpleegd en die ontdekten dat dat feest een paar jaar te laat kwam. Enkele dagen later echter werd men aangenaam verrast door een bericht uit Rome, dat daar voorbereidingen werden getroffen voor de viering van het eeuwfeest van St. Stephanus’ marteldood én de bekering van de H. Paulus, die eerder de naam Saulus droeg en bij de dood van Stephanus aanwezig was geweest.
“(.....) Waar die feesten zullen worden gehouden is nog niet bekend, er is dienaangaande nog geen program vastgesteld. Alleen is op het feest van St. Paulus’ bekeering, des 25 Jan. l.l. een plechtigheid gehouden in de St. Paulus-basiliek. Dat deze plechtigheid in deze basiliek werd gehouden, is duidelijk. De feesten, die speciaal op St. Stephanus betrekking hebben, zullen natuurlijk gehouden worden in de kerken aan hem toegewijd (waarschijnlijk in de basiliek van St. Lorenzo, waar zijn gebeente rust tesamen met dat van den H. Laurentius). (.....)”
Al spoedig werden de eerste voorbesprekingen gehouden om in navolging van Rome ook in Nijmegen te komen tot een waardige viering van het 19e eeuwfeest.
Tijdens deze vergadering wordt besloten een meer algemene vergadering uit te schrijven en te komen tot de opvoering van een St. Stephanus-spel.
De vergadering wordt geleid door pastoor Van der Heijden die de plannen voor het toekomstige feest uiteenzet. Er zal sprake zijn van een dubbel feest, zowel kerkelijk als niet-kerkelijk, d.w.z. voor de stad.
De feestelijke, kerkelijke vieringen zullen op 3 augustus (feest van de vondst van de overblijfselen van de heilige) geopend worden met een viering in de St. Stephanuskerk en het eeuwfeest wordt afgesloten op 26 december (de feestdag van St. Stephanus) met een Pontficale H. Mis, op te dragen door de bisschop van ’s-Hertogenbosch, Mgr. A.F. Diepen in dezelfde kerk. Althans, dat zijn de voorlopige plannen. Andere activiteiten:
Om alle risico’s te vermijden wordt voorgesteld voor deze activiteiten een waarborgsom bijeen te brengen. Het voorlopig comité was inmiddels al begonnen met de actie om geld in te zamelen o.l.v. mevr. Banning bij gelegenheid van examens, verjaardagen, huwelijken, enz.
Op die vergadering van 24 juni zijn een vijftigtal personen aanwezig. Zij hebben gehoor gegeven aan de uitnodiging van het Voorlopig Comité, dat onder voorzitterschap staat van de heer Van Schaik. In deze vergadering worden de volgende bestuursleden van het Voorlopig Comité gekozen:
Het is de bedoeling, dat er ook een ere-comité samengesteld wordt, waarvoor o.a. de Deken van Nijmegen, de Rector-Magnificus van de Universiteit en de Burgemeester gevraagd worden daarin zitting te nemen.
Al eerder in de vergadering zette de voorzitter in het kort het doel van deze vergadering uiteen en gaf voor verdere toelichting het woord aan pastoor Van der Heijden. Deze deelt o.m. mee, dat het feest het 19e eeuwfeest betreft van de dood van de heilige Stephanus en dat het tevens ongeveer 700 jaar geleden is dat de stad Nijmegen de heilige als patroon heeft gekregen. In Rome wordt het feest op een plechtige manier gevierd en dan mag de stad van St. Stephanus natuurlijk niet achterblijven. Het moet dan ook geen feest worden voor de parochie alleen, maar een feest voor de gehele stad. De opzet van het Voorlopig Comité is een kerkelijke én een burgerlijke feestviering. Wat het kerkelijk feest betreft, heeft Mgr. Diepen al toegezegd op 26 december de pontificale Hoogmis te celebreren en het burgerlijk hoogtepunt van het feest moet het St. Stephanusspel zijn, dat meerdere malen door beroepsspelers opgevoerd zal gaan worden. Ook de armen zullen niet vergeten worden. De opzet is om 20% van alle ontvangsten en een eventueel batig saldo te bestemmen voor de armen van de stad.
Met betrekking tot het hoofdstuk ‘financiën’ vraagt de voorzitter de vergadering naar plannen om een garantiefonds van fl. 3.000,- bijeen te brengen. En plannen worden inderdaad naar voren gebracht: 500 kaarten à fl. 10,- voor de gala-avond, een optocht door de stad om zakenmensen te bewegen geld in de pot te stoppen, een speldjesdag, een blanco girobiljet zenden bij gelegenheid van een geboorte, een huwelijk, etc. Er zijn overigens al wat toezeggingen gedaan.
Tijdens de volgende vergadering op 23 juli worden als eerste de verschillende commissies en subcommissies geformeerd en die zagen er als volgt uit:
Vervolgens wordt een opzet gemaakt voor het tweemaal opvoeren van het St. Stephanusspel en kapelaan Verhoeven is van mening, dat daar fl. 3500,- voor nodig is. Men kan dit bedrag wellicht als volgt bijeen brengen: 200 kaarten à fl. 10,- en 800 kaarten à fl. 1,-. De tweede avond moet fl. 700,- op- brengen. Prof. Brandsma, pastoor Van der Heijden en de heer Van den Broek zullen een onderhoud hebben met de heren Van Schaik en Lombaers, want deze hebben te kennen gegeven niet langer hun medewerking te verlenen om hen moverende redenen. Vandaar ook dat hun naam ook niet meer voorkomt in een van bovengenoemde commissies. Voor het St. Stephanusspel werd ondertussen al contact gezocht met de bekende pater Schreurs, die jammergenoeg hiervoor geen tijd had.
Voor het maken van een spel werd toen gedacht aan pastoor W. Smulders en deze ging hierop in. Daar echter het comité dat de opdracht heeft gegeven echter een voorlopig karakter heeft, wordt eerst de gedachte hierover aan de algemene vergadering gevraagd. Bij die vergadering op 27 juli gaan stemmen op om dit werk op te dragen aan een der jongeren. Naar aanleiding hiervan wordt de spelcommissie veranderd. In die vergadering van 27 juli neemt Prof. Titus Brandsma het voorzitterschap over van de heer Van Schaik. De heer Van den Broek stelt zich beschikbaar als penningmeester i.p.v. de heer Lombaers.
Ook in de volgende vergadering (op 8 september) komt het St. Stephanusspel weer uitgebreid aan de orde. Het blijkt dat de beoogde schrijver, de heer Jan Derks, in Rome verblijft en drukke bezigheden heeft. De vraag rijst dan, of het spel wel op tijd klaar zal zijn, want dan komen het instuderen en de propaganda aardig in de verdrukking. Ook vanuit literair standpunt bekeken zou het jammer zijn als de heer Derks het spel niet zou schrijven.
Wat de verhouding van het Comité tot de heer Derks betreft wordt na discussie besloten het volgende voorstel aan hem te doen: “Jan Derks levert vóór 1 Oct. 1937 het toneelstuk van St. Stephanus voltooid af aan het Comité voor de Stephanusviering te Nijmegen en ontvangt f. 100,- honorarium. Het stuk blijft voor een eerste opvoering ter beschikking van het Comité tot 1 Oct. 1938. Wordt vóór dezen datum het stuk vanwege het Comité opgevoerd, dan ontvangt de auteur alsnog f. 150,- , terwijl de auteur verder alle rechten behoudt, die hij als zodanig na dien datum op zijn werk kan doen gelden. Wordt het stuk vóór 1 Oct. 1938 niet vanwege het Comité opgevoerd, dan ligt het stuk vanaf die datum ter beschikking van de auteur tegen terugbetaling van f. 100,-.” Kapelaan Verhoeven zal in ieder geval de heer Albert van Dalsum schrijven, terwijl de heer Schrievers na zal gaan wanneer de grote zaal van De Vereeniging beschikbaar is.
Voorbereidingen en beraadslagingen In ieder geval is er op 13 oktober één kogel door de kerk: de huldigingsavond wordt gehouden op woensdag 15 december 1937. Prof. Dr. Titus Brandsma, voorzitter van het Comité, deelt mee, dat Prof. Gerard Brom zich bereid heeft verklaard op die avond te spreken, terwijl de heer Simon Terpstra de muzikale leiding van deze avond op zich zal nemen.
Een commissie die uit leden van verschillende armbesturen zal bestaan, zal bepalen hoe de verdeling zal geschieden. In die commissie zullen twee leden van het Comité zitting nemen. De giften zullen worden verstrekt in natura om aftrek van de steunuitkering te ontlopen. Verder zal bij alle katholieke gezinnen een zakje aan huis worden bezorgd, dat men later (gevuld) in de kerk kan afgeven.
Op 11 december zal een herdenkingsnummer van “De Gelderlander” verschijnen. De secretaris, de heer Bol, zal zich voor persberichten in verbinding stellen met de heer Weijers. En tenslotte zal er een erecomité worden gevraagd, bestaande uit de Deken, de Rector Magnificus en de Burgemeester. Op 19 oktober blijkt, dat de avond van 15 december zo’n fl. 1.070,- zal gaan kosten. De voorzitter waardeert het werk van de commissie, maar vindt de hoge kosten voor deze avond een ernstig bezwaar. Het orkest van buiten de stad (A.O.V.) is een factor, waaraan oorspronkelijk niet is gedacht. Toch is een orkest zeker nodig en het is moeilijk om een orkest uit Nijmegen te krijgen. Ook wordt opgemerkt dat het zeker aantrekkingskracht zal hebben bij de kaartverkoop. Het is allemaal zo professioneler.
Een drukke vergadering: 29 oktober · Kapelaan Damen deelt in de vergadering mee dat de pastoors tegen het houden van een Triduum zijn. In plaats daarvan zal op zondag 12 december in alle H. Missen de preek en de schaalcollecte voor de armen gehouden worden. Waar het kan, zal dan ook een plechtige Hoogmis met drie heren opgedragen worden. Prof. Titus Brandsma zal bij het bisdom aanvragen op die dag de Mis van de H. Stephanus te mogen lezen in alle kerken. · Naast de Pontificale H. Mis om 10.00 uur door Mgr. Diepen op 26 december zal er ook in de St. Stephanuskerk een Pontificaal Lof zijn. De bisschop zal ook een woord spreken en de plaquettes inwijden. Ter gelegenheid van de Stephanusfeesten heeft de beeldend kunstenaar Albert Termote namelijk een plaquette ontworpen, een zgn. “patronale”. Een patronale dient om het parochiebewustzijn te versterken en aan de parochianen een zinrijk symbool van hun parochieverbondenheid te verschaffen. De patronale meet 20 x 10 cm en wordt uitgevoerd in terra cotta of majolica. De bedoeling is dat deze plaquettes onder de katholieken van Nijmegen verspreid worden om op die manier hun verbondenheid te uiten met de stadspatroon.
· Leerlingen van het Canisius College zullen zich belasten met de verspreiding van een “Leven van St. Stephanus”. Zij zullen dit boekje verkopen à 10 cent aan 17 kerken. Pater Daniëls zal een kleine inleiding schrijven over “St. Stephanus, Patroon van de stad”. · De Olympische dag zal waarschijnlijk gehouden worden op de 2e zondag van november. · De vergadering van de R.K. Besturen van de liefdadigheidsverenigingen heeft plaats gehad. In december zal een grote inzamelingsactie plaatsvinden ten bate van alle R.K. armen van de stad. De verenigingen zullen zelf geen inzamelingen houden. Er is een commissie gevormd van 12 mensen en 4 van hen vormen het dagelijks bestuur. Er zullen drie methoden worden toegepast:
· Het concept van de circulaire voor de gaven in natura wordt voorgelezen. · Het blijkt dat de Bond van Grote Gezinnen niet uitgenodigd was op de bovengenoemde vergadering. Als de Bond van Grote Gezinnen adressen opgeeft aan het comité, dan zal er rekening mee worden gehouden. · De Deken heeft geen bezwaar tegen het houden van een Fancy Fair in de Advent, "mits ze niet ontaard in slemp- en danspartijen....". · Het orkest (A.O.V.) dat in eerste instantie benaderd is om te zorgen voor het muzikale gedeelte tijdens de feestviering op 15 december kan geen medewerking verlenen en bij navraag ook niet het Utrechts Stedelijk Orkest. De heer Terpstra heeft onderhandeld met het Studentenorkest. Aangevuld met anderen zou dit orkest de begeleidingstaak op zich kunnen nemen. Het wordt aan de Spelcommissie overgelaten eventueel nog te onderhandelen met het Philharmonisch Orkest uit Venlo (85 leden).
· In de loop van de tijd is gebleken, dat het St. Stephanusspel niet doorgaat. Er was veel te weinig tijd om het spel in te studeren. In plaats daarvan zullen er tableaux uit het leven van St. Stephanus vertoond worden door een aantal acteurs. Er zijn zo´n 25 acteurs en actrices nodig, maar deze zijn nog niet beschikbaar. Ondertussen heeft de heer Wim van Woerkom de schetsen van twee tableaux klaar. Als onderwerp hebben zij:
· Bij voorverkoop wil men proberen 200 kaarten à f. 5,- kwijt te raken en voor de overige plaatsen betaalt men f. 0,25 f. 0,50 f. 1.00 of f. 2.50. Aan scholieren zal reductie worden gegeven (Nebo, Canisius College, Mater Dei, Dominicus College, Soeur Anne). De plaatsbewijzen zullen verkrijgbaar zijn bij de R.K. boekhandels Richelle, Hooydonk, Kloosterman, Dencker, bij het bureau van "De Gelderlander" en aan de zaal. Ondertussen zijn er door deze of gene al toezeggingen gedaan voor en bedrag van f. 360,-. · De plaquette van St. Stephanus zal verkocht worden voor f. 0,90 (terra cotta) en f. 1,20 (majolica) bij Polman en anderen. Er zullen 200 plaquettes besteld worden. Op de vergadering van 16 november wordt meegedeeld dat de sportdag is tegengevallen, maar er is een klein overschot. De publiciteitscarrousel draait inmiddels op volle toeren. Voor het feestnummer van de "De Gelderlander" is er kopij genoeg. Op dinsdag 7 december zal het nummer in elkaar gezet worden. De bekende Pater De Greeve zal op de radio in zijn programma "Lichtbaken" de Stephanusviering bespreken, terwijl de Deken een artikeltje in het Feestnummer zal schrijven. De opzet van dat Feestnummer wordt verder aan de Perscommissie overgelaten. De tekst voor het affiche wordt aan de zorg van de heer Creyghton overgelaten.
De Perscommissie en Rector Mommersteeg zullen zorgen voor een artikel in de "St. Jansklokken", het officiële bisdomblad.
Met betrekking tot de feestavond op 15 december moet er ook nog een aantal zaken geregeld worden:
Een terugblik: de eindvergadering op 25 januari 1938 Zoals alle vergaderingen van het Algemeen Comité werd ook deze vergadering gehouden in het gebouw van "De Gelderlander" aan de Hezelstraat 21 te Nijmegen.
De secretaris deelt mee dat de heer Van den Broek en hijzelf na afloop van het Pontificale Lof op 26 december hun opwachting hebben gemaakt bij Mgr. Diepen en deze de bisschoppelijke zegen voor alle leden van het Comité heeft gegeven.
Hiervan werd aan 1500 katholieke gezinnen f. 4.200,- in contanten gegeven en voor f. 640,- gesmolten vet. Verder werd uitgekeerd:
De in natura ontvangen kledingstukken zullen ter beschikking worden gesteld van de St. Elisabethvereniging.
(*) De kerkcollecte uitgesplitst per parochie:
HOOFDSTUK II: uit de pers ..... De kranten hebben in het jaar 1937 vol gestaan met artikelen en advertenties over de Stephanusfeesten van dat jaar. Artikelen van informatieve aard, om mensen te porren geld te geven voor de armen, herinneringsartikelen, enz. Ook de advertenties waren vaak van dien aard. Hierna volgt een bloemlezing uit de vele artikelen die dat jaar zijn verschenen. Aangezien er bij de gevonden artikelen geen datum en geen bron staat, mogen we aannemen dat ze meestal wel afkomstig zijn uit dagblad “De Gelderlander”. Verder is er ook sprake van de “St. Jansklokken”, het bisdomblad, en de “Kerkklokken”, het blad van de Nijmeegse katholieken. Een eerste oproep De aftrap werd gedaan door Rector Baljon van het Psychologisch Instituut. Hij was van februari tot en met augustus assistent in de St. Stephanusparochie en hij schrijft een artikel om het 19e eeuwfeest van St. Stephanus aan te kondigen. Er worden plechtige vieringen in Rome en heel de wereld gehouden, samen met ook al het 19e eeuwfeest van St. Paulus’ bekering en Nijmegen mag natuurlijk niet achterblijven.
Kapelaan Ton Verhoeven volgt het voorbeeld van Rector Baljon en ook hij schrijft eigenhandig een artikel in de krant. Na een wat moeizaam begin van de festiviteiten (het toneelspel ging niet door, de opbrengst van de Olympische dag viel een beetje tegen), ademt het vervolg van zijn tekst veel positiviteit uit om de mensen te bewegen mee te doen met de feestelijkheden. Er moet een feest komen voor het gehele Nijmeegse volk en dan heeft dat volk – zo vindt kapelaan Verhoeven – het recht precies te weten hoe het met de zaken staat.
“Laten wij gezamenlijk optrekken en God bidden om den zegen over het werk, opdat de laatste zin uit het Te Deum tenslotte ook zijn volle waarde krijgt: ‘In te Domine speravi, non confundar in aeternum’.
St. Stephanus, weldoener der armen Door een aantal artikelen in de kranten werden de Nijmegenaren opgeroepen tot liefde voor de armen van de stad. “Honderden gezinnen gaan al jaren gebukt onder de druk van de werkloosheid. In veel gezinnen is een groot tekort aan kleding en beddengoed ontstaan. Wie zelf niet jaren aanhoudende armoede heeft moeten ondergaan, kan zich daarvan geen begrip vormen.
Nijmegen in het Lichtbaken
Het wordt tijd dat er iets geschreven wordt over de St. Stevenskerk, dé verbinding van de heilige Stephanus met onze stad Nijmegen. In die dagen verscheen in de “St. Jansklokken”, het bisdomblad, een artikel “Uit de geschiedenis der Sint Steven”, geschreven door de historicus F. van Hoek s.j. Hierna volgt een korte samenvatting van dat artikel.
Met de keizerlijke burcht op het Valkhof was toentertijd de Sint Stevenskerk het meest imposante gebouw van Nijmegen. De oudste parochiekerk van de stad was toegewijd aan de H. Gertrudis, dochter van de Frankische hofmeijer Pepijn van Landen. Deze kerk stond op het terrein van de keizerlijke palts op het Valkhof en werd in de zevende eeuw gebouwd. De Gertrudiskerk werd midden 13e eeuw afgebroken omdat ze de uitbreiding van de burcht in de weg stond. De kerk kwam buiten de omwalling te staan en het was in oorlogstijd voor de parochianen erg gevaarlijk zich buiten die wallen te begeven. Een nieuwe kerk, de Sint Stevenskerk, verrees op de nog vrijwel onbebouwde Hundisburg en werd op 7 september 1273 door Albertus de Grote, dominicaan en bisschop van Regensburg ingewijd. Een deel van het oude kerkhof bleef bestaan en stond bekend als het ‘Oude Kerkhof’. Halverwege de vijftiende eeuw werd op het restant van het ‘Oude Kerkhof’ een kapel gebouwd die – net als vele andere kerkhofkapellen – aan Gertrudis werd gewijd. De kapel was bestemd voor de bevolking die buiten de Burchtpoort woonde. De Gertrudiskapel werd in 1579 afgebroken, omdat zij de versterking van de stadswallen belemmerde.
Albertus de Grote, ook wel Albertus Magnus, stelde de nieuwe kerk onder bescherming van de H. Maagd en de eerste martelaar St. Stephanus. Dat patronaat van St. Stephanus hing samen met het feit dat een relikwie van de heilige aan de kerk werd geschonken. In de eerste twee eeuwen werd de kerk herhaaldelijk verbouwd. De oorspronkelijke vorm was een zgn. Grieks Kruis van ongeveer gelijke armen met in het midden daarvan het priesterkoor. Na een paar veranderingen die later weer ongedaan werden gemaakt, mogen we nu aannemen dat in het midden van de 15e eeuw de St. Steven de gedaante had zoals de kerk er nu uitziet. Veel strijd is er gestreden om van de Sint Steven een kapittelkerk te maken. Daardoor zouden de priesters die aan de kerk waren verbonden de waardigheid van Kanunnik ontvangen, zodat de kerk enige gelijkenis kreeg met de hoofd- of domkerk van het diocees. De pastoor van destijds, Jan Vijgh, de volksprediker pater Jan Brugman en Catharina van Bourbon, gemalin van hertog Adolf van Gelre hebben zich daar vooral sterk voor gemaakt. Uiteindelijk werd dat hoge aanzien door paus Pius Sixtus IV aan de kerk verleend en konden de Nijmegenaren roemen over de voorname plaats die de Sint Stevenskerk innam onder de kerken van ons land. Het was een majestueus gebouw. De gewelven werden gedragen door 33 kolommen en het licht viel binnen door een veertigtal ramen. Het hoogkoor was omstraald met 12 straalkapellen en in de zijbeuken bevonden zich nog twintig andere kapellen. Over de inrichting en de kerkschatten is helaas maar heel weinig bekend. Documenten van kerken en kloosters werden tijdens de Hervorming per pond verkocht....! Uit de eeuwen dat de kerk in het bezit was van de katholieken is feitelijk maar één monument bewaard gebleven: de graftombe van Catharina van Bourbon. Het fraaie orgel, de preekstoel, de lichtkronen zijn van later tijd (N.B. Dit artikel van pater F. Van Hoek werd in 1937 geschreven, dus voor W.O. II. Verwoestingen uit die tijd zijn dus door hem natuurlijk niet beschreven. wp). Toen in de tweede helft van de 16e eeuw het protestantisme meester werd in Nijmegen en beslag legde op kerken, kloosters en kerkgoederen, hebben de katholieken getracht nog zoveel mogelijk te redden en in veiligheid te brengen over de grens, in het land van Kleef. Uit de brieven die bewaard zijn gebleven om die zaken terug te krijgen, blijkt dat drie bijzonder belangrijke relikwieën beschreven worden: een arm van St. Stephanus, de zweetdoek of het omhulsel waarin hij begraven werd en het hoofd van de heilige martelaar. Aangezien de bisschop van Capus de rechterarm ten geschenke had gekregen, moet Nijmegen dus de linkerarm in haar bezit hebben. We weten – zo schrijft pater Van Hoek s.j. – dat uiterste voorzichtigheid geboden is bij verhalen over middeleeuwse relikwieën. Wanneer en hoe die linkerarm in Nijmegen terecht is gekomen? Volgens sommigen zou Albertus Magnus deze reliek in 1272 aan de kerk hebben geschonken en naar aanleiding daarvan tevens ook de oude kerktitel van Sint Gertrudis veranderd hebben in die van St. Stephanus. De Nijmegenaren hadden grote verering voor zo’n kostbare schat. Ieder jaar op 3 augustus, de dag dat de overblijfselen van St. Stepanus zijn gevonden, werden de relikwieën plechtig tentoongesteld en er was dan een bijzondere aflaat te verdienen.
Waar zijn deze kostbare relikwieën gebleven? Deze vraag kan slechts onvolledig beantwoord worden. Zaak is dat de protestanten tweemaal vreselijk hebben huisgehouden in de Sint Steven. Altaren en beelden werden vernield en de kerk werd ontdaan van “paapsche afgoderij”. Toch zijn tot tweemaal toe ook kerkschatten en ook de relikwieën veilig over de grens gebracht naar Kranenburg, Kleef, Emmerik en Xanten. Sindsdien zijn de relieken echter spoorloos. Eeuwenlang is de Sint Steven, die de enige parochiekerk was, voor de Nijmegenaren het middelpunt van het geloofsleven geweest, totdat het protestantisme daar een eind aan maakte. Meerdere priesters, ook van de Sint Steven, gingen tot het nieuwe geloof over, zoals bijvoorbeeld kapelaan Jan van Venraaij in 1565. In dat jaar ook kwam Petrus Canisius naar Nijmegen en preekte in de kerk, waar hij was gedoopt en waar hij de “eerste grote genaden van de hemel had ontvangen”, zoals hij in zijn “Belijdenissen” schreef. Op 14 februari 1566 sloeg de bliksem in de toren en deze brandde af. Maar dat was niet de enige ramp die de stad trof. Langzaam breidde de invloed van de protestanten zich uit en zo kregen predikanten toestemming van het stadsbestuur in de Sint Janskerk op de Korenmarkt te preken. Op 25 september kwam het tot een uitbarsting. De burgerij liep te wapen en eiste dat verdere prediking verboden moest worden. Het gevolg was dat de predikanten de stad moesten verlaten. Tien jaar later echter kregen de protestanten op bevel van Jan van Nassau, stadhouder van Gelderland, de Sint Antoniuskapel in de Ridderstraat en de Sint Janskerk op de Korenmarkt tot hun beschikking. Naar aanleiding van de begrafenis van een protestante vrouw in de Sint Steven besteeg een predikant, ondanks een verbod, de katholieke preekstoel en hield een lijkrede. Dit veroorzaakte een groot tumult dat in een hevige beeldenstorm ontaardde. Van een gerechtelijke vervolging van de beeldenstormers wordt niets vermeld, wel dat de kerk op last van de Staten van Gelderland werd gesloten. In het begin van het jaar daarop werd de kerk door de protestanten in gebruik genomen en gedurende vijf jaar zijn de katholieken van hun parochiekerk beroofd gebleven. In 1585 hebben de katholieken onder leiding van een paar voorname burgers, vooral uit de families van Van Triest, Kanis, Uwens, Van Rijswijk en Verheijen kans gezien het Staatsche garnizoen te ontwapenen en uit de stad te verdrijven en daarmee meester te worden in de stad. Maar de kansen keerden in 1588 en in 1591 moest Nijmegen zich overgeven aan Prins Maurits. Voor de katholieken brak nu een zeer moeilijke tijd aan in schuilkerken en kerkschuren. Verreweg het grootste deel van de Nijmeegse bevolking bleef trouw aan de Moederkerk. De geestelijkheid werd verboden kerkelijke bedieningen uit te oefenen en alle kerken werden aan de katholieken ontnomen. In de Sint Steven werden alle beelden en alles wat met de eredienst te maken had uit de kerk gesleept en op de markt verbrand. Toen zou ook het Mariabeeld gered zijn dat nu in de Molenstraatskerk vereerd wordt. In de 17e eeuw braken betere tijden aan en werd het door Spanjaarden en Fransen wat gemakkelijker voor de katholieken in de stad. In het jaar 1794 brachten de Fransen “vrijheid, gelijkheid en broederschap” en waren tot op zekere hoogte de katholieken weer vrij hun geloof te beleven. Maar de Sint Steven bleef in protestante handen. Tot zover pater F. van Hoek s.j. in 1937. Het “Leven van Sint Stephanus” verschenen Dit boekje is geschreven door de bekende Nijmeegse journalist, Uri Nooteboom.
De voorbereidingen voor de Sint Stephanus-feestavond De voorbereidingen voor de huldigingsavond op woensdag 15 december zijn in volle gang. Regelmatig staan er oproepen in de krant voor de repetities voor de zang- en muziekafdelingen o.l.v. de dirigent Simon Terpstra, vaak in het parochiehuis van de St. Stephanuskerk aan de Berg en Dalseweg. Ook de toneelspelers die een rol spelen in de “tableaux vivants” o.lv. de kunstschilder Wim van Woerkom hebben zo hun repetities. Van Woerkom werd bijgestaan door de regisseur Henk Kramer. De huldigingsavond vindt plaats in “De Vereeniging”. Om de recette van deze avond geheel ten bate van de armen te doen toekomen, heeft het Comité een beroep gedaan op meerdere particulieren, instellingen, congregaties en verenidingen om een geldelijke bijdrage om de kosten voor deze avond van tevoren te dekken. Zo werd een bijdrage gegeven door o.m. R.K. Bond voor Groote Gezinnen, R.K. Werkliedenvereeniging, R.K. Onderwijzersbond, R.K. Boerenbond, 3e Orde St. Dominicus, St. Jozefcongregatie, St. Stephanuskerk, St. Aloysiuscongregatie, St. Canisiuskerk, Mariavereeniging, R.K. Vrouwenbond, Rectoraat St. Jozefskerk en van de godsdienstige vereenigingen van de St. Stephanusparochie.
De plaatsbewijzen kosten 5,-, 2,50, 2,-, 1,50, 1,-, 0.90, 0,25 en 0.10 De begunstigerskaarten van f 5,- waren al snel uitverkocht evenals de kaarten van f. 0,90 en vlak voor de avond waren er nog maar enkele plaatsen van f. 0,25 en f. 0,10 over. De middenkaarten waren er nog wel. “De Vereeniging telt 1500 plaatsen en het Comité hoopt dat al deze plaatsen op de avond bezet zijn, zodat er zoveel mogelijk geld naar de armen gaat.”
De Sint Stephanusviering in alle kerken Voorafgaand aan de feestavond op woensdag 15 december wordt op zondag 12 december in alle kerken van Nijmegen de plechtige Hoogmis gezongen als Votiefmis van de H. Stephanus. In alle kerken wordt ook een feestpredikatie gehouden ter ere van de heilige. Als feestredenaars zijn priester-Nijmegenaars gevraagd en voor zover zij konden en niet verhinderd waren, hebben zij enthousiast gereageerd. In de krant verscheen een lijst van welke priester in welke kerk de feestpredikatie hield. Tevens wordt er er een collecte gehouden voor alle katholieke armen van de stad. Ook worden in alle kerken de boekjes verkocht, waarin het leven van St. Stephanus staat verhaald. Deze kerkelijke viering werd gezien als de “beste en naaste voorbereiding van den grooten Herdenkingsavond in het Concertgebouw “De Vereeniging” op Woensdag 15 December.” De St. Stephanus-viering in “De Vereeniging”: een indrukwekkende bijeenkomst Donderdag 16 december “In tegenwoordigheid van Z.H. Exc. Mgr. Dr. J.M. Buckx (Apostolisch Vicaris Finland), den H.E. Heer J.L. van Mulukom, den burgemeester van Nijmegen Jos. Steinweg en den Rector- Magnificus van de R.K. Universiteit, Prof. Dr. K.L. Bellon, had gisteren in de groote zaal van “De Vereeniging” de feestelijke herdenking plaats van Sint Stephanus’ marteldood. Ruim 1100 Nijmegenaars waren bijeen, waaronder professoren van de R.K. Universiteit en vertegenwoordigers van de organisaties. De avond werd geopend met het zingen van Schulz’ Motette “Wie heilsam ist’s.” Zo begint de inleiding van een uitgebreide terugblik op de herdenkingsavond op woensdag 15 december.
Daarna betrad Prof. Dr. Gerard Brom het spreekgestoelte. Hij schetste St. Stephanus als de grote Godsgetuige, die door zijn vurig geloofsleven, zijn grote offervaardigheid voor de armen en zijn grote levensmoed en edelmoedigheid jegens zijn vijanden tot in de dood toe, een toonbeeld is van de ware katholiek van de daad. Verder ging hij in op de waarde die het leven van de heilige Stephanus voor de mensheid en in het bijzonder voor de Nijmegenaren betekende, in een ver en nabij verleden en in het heden. We moeten, zo zei hij, Stephanus zien als een stadspatroon, niet degene die vroeger leefde en is gestorven, maar degene die nog steeds de stadpatroon is. Het verlies van de oude St. Steven betreuren we nog, maar de nieuwe kerk is opgericht op een hogere plaats. Na de rede van Prof. Brom werd het “Alleluja” uit de “Messias” van Händel gezongen. Vervolgens was er pauze, die weer werd gevolgd door de St. Stephanus-tableaux en het “Te Deum” van Anton Bruckner. Een hoogtepunt tijdens de herdenkingsavond was de vertoning van de twee tableaux vivants: het ene liet de heilige Stephanus zien terwijl hij brood uitdeelde aan de armen. Hij staat daar temidden van de havelozen, die van alle kanten opdagen om een aalmoes te ontvangen. Een vervallen huis, een kermiswagen en een verweerde boom suggereren de ellende en armoede waaruit de mensen komen. Een groot, dominerend kruis vormt de achtergrond, de liefde symboliserend waarvoor Stephanus voor de armen bezield is. Het andere tableau toonde de steniging van de heilige. Stephanus ligt geknield, stervende aan de voet van het kruis, dat ook hier symbolisch bedoeld is, nl. dat de dood van Christus uit liefde voor alle mensen aan St. Stephanus de kracht geeft om als martelaar voor het Geloof te sterven. Hij wordt omringd door mannen die hem met stenen te lijf gaan en opgehitst worden door duistere, wraaklustige figuren. Op de voorgrond een groep arme mensen, onmachtig om Stephanus te helpen. De achtergrond bestaat uit rotsen met de stadspoort, waarbuiten de steniging plaatsvond. Volgens de pers lag het bijzondere ongetwijfeld in het coloriet van aankleding en decors. In beide belangrijke onderdelen was de invloed van beeldend kunstenaar Wim van Woerkom duidelijk zichtbaar. Hij was erin geslaagd “zijn eigen coloristisch temperament ook in de tableaux tot gelding te brengen. De sobere decors met het kruis in het midden waren de levendige accentuering van de taferelen, die tegelijkertijd symbolistisch en realistisch werden gehouden. Het symbolisme vonden we in het kruis en in de hedendaagse aankleding der figuren, het realisme in de menselijke gebaren en in de eenheid van de groepering.” De verslaggever vond het overigens jammer dat de tableaux maar een paar minuten duurden. Graag had men wat langer van deze beelden genoten. Maar de regisseur, Henk Kramer, wilde van de toneelspelers niet het onmogelijke eisen. De leider van het muzikale gedeelte van de avond, de heer Simon Terpstra, heeft een hachelijke taak op zich genomen. Het koor voor deze avond is in alle haast gevormd uit zangers en zangeressen uit meerdere Nijmeegse koren en de orkestleden zijn ook op het laatste nippertje overal vandaan gehaald. Dat betekende heel veel repeteren, avond aan avond en desondanks heeft Simon Terpstra er wat moois van weten te maken. Het ging niet helemaal feilloos, maar dat mag je dan ook niet verwachten na een dergelijke voorbereiding. Klapstuk van het muzikale gedeelte was het “Te Deum” van Anton Bruckner, voorwaar geen gemakkelijk te zingen compositie. Met een wat gemakkelijker werk was de heer Terpstra waarschijnlijk beter voor de dag gekomen. Een dankwoord van dirigent Simon Terpstra aan koor- en orkestleden volgde later in “De Gelderlander”: “Aan het koor van de St. Stephanus-avond.
Maar het was alleszins aanvaardbaar. Bij alle fouten die opvielen was het alles bij elkaar een ware verdienste. Niet alleen het koor, maar ook de vier solisten hebben zich prima van hun moeilijke taak gekweten, gezien de mogelijkheden. De Pontificale H. Mis in de St. Stephanuskerk
Tweede Kerstdag, 26 december 1937, het feest van St. Stephanus, eerste martelaar.
Het helle licht van de kaarsen, de rode bekleding van de altaarwanden en het stralende goud van de feestelijke paramenten weerspiegelden levendig in de kristallen facetten van de kleurrijke mozaïeken in het priesterkoor.
Na de H. Communie werd een bisschoppelijke brief voorgelezen door deken Van Mulukom, waarbij aan alle aanwezigen een aflaat van 50 dagen werd verleend.
Terwijl de geestelijkheid en de mensen de kerk verlieten had een orgelbespeling plaats. Om ongeveer kwart voor twaalf was de Pontificale H. Mis ter ere van St. Stephanus afgelopen. Maar ’s middags was er nog een Pontificaal Lof, ook weer gecelebreerd door Mgr. A.F. Diepen ter sluiting van de kerkelijke viering van de herdenking van het 19e eeuwfeest van St. Stephanus’ marteldood. De gezangen werden op voortreffelijke wijze uitgevoerd door het parochieel kerkkoor, versterkt door het koor van de Maria Geboorteparochie, onder leiding van de heer Willem Hijstek. Tijdens het plechtige Lof werden door de bisschop honderden patronalia van St. Stephanus gewijd, waarna hij het slotwoord sprak van de geslaagde St. Stephanusviering. Maar de feesten waren nog niet ten einde. Op 26, 27 en 28 december werd er in de bovenzalen van “De Vereeniging” een kermis, een fancy fair, gehouden ten bate van de armen van Nijmegen. Een pas tot standgekomen Bond van Binnenhuiskerremisexploitanten heeft zijn schouders onder deze activiteit gezet en de leden deden dat geheel Pro Deo: alles moest ten goede komen aan de armen. Alle standplaatsen moesten verpacht worden en er werd o.a. ingeschreven voor een danssalon, een theater Minerva, een etablissement Olibola, een panopticum een Albert-Bas toneelensemble, een Rad van Avontuur, enz. Er bleek dus veel animo te zijn.
En er kwamen nog meer plannen: er waren drie bands geëngageerd. Er werd een bierkelder ingericht, een Bolsbar en ook nog een Champagnebar voor de royaalste bezoekers. Voor de fancy Fair werden prijzen en attracties gevraagd aan particulieren, winkeliers en fabrikanten. Alle gaven waren welkom. Na toespraken van de voorzitter van dit kermiscomité, de heer Joh. Verheij en van Burgemeester J.A.H. Steinweg werd de fancy fair geopend op de dansvloer. Er heerste al meteen een grote drukte op de drie bovenzalen, waar de kermis was opgericht. De een vond zijn plaats in de St. Stevenskelder waar best bier werd getapt en rondgediend door vriendelijke kelnerinnen in Beierse klederdracht, de ander vond zijn vertier op de dansvloer in het “dennenbos”. Het Rad van Avontuur trok meteen al tientallen deelnemers en er waren dan ook mooie prijzen te winnen, belangeloos ter beschikking gesteld door vele schenkers en schenksters. Zo was er kostbaar smeedwerk te winnen dat gemaakt was door jonge vaklieden van de Centrale Werkplaats. En de kunstschilder Peter van der Braken, die op dat moment een expositie hield in het Waaggebouw, stelde een fraaie pastel ter beschikking van de fancy fair. Andere prijzen en cadeaus konden al eerder bij de gulle gevers thuis worden opgehaald of men kon ze ook brengen naar de Openbare Leeszaal aan de Burgemeester Van Schaeck Matonsingel. Later op de avond trokken de Bolsbar en de Champagnebar ook de nodige bezoekers, maar de hoofdaandacht ging toch uit naar de kleine concertzaal waar de piano-accordeonkapel “Apollo” onder leiding van J. de Goeij jr. lustige dansmuziek speelde. Verder werd er muziek gespeeld door de “Happy Collegians”, de “John’s Hawaiïan Serenaders” en de Nijmeegse Studentenband. Op 28 december, het feest van Onnozele Kinderen, werd er een speciale feestmiddag georganiseerd voor de kinderen. De jonge gasten werden zoveel mogelijk verwacht in de kleding die op het feest van Onnozele Kinderen gedragen werd en voor het leukste kostuum was er een mooie prijs. ’s Avonds 28 december verwachtte men eigenlijk niet zoveel mensen vanwege de hevige sneeuwval en gladheid, maar er kwamen toch een paar honderd mensen opdagen. Deze Sint-Stevens-kerremis was het einde van de herdenking van het 19e eeuwfeest van de marteldood van de heilige Stephanus, patroon van de stad Nijmegen.
De extra bijlage van “De Gelderlander” van 11 december 1937
Op 11 december “1937 kwam het dagblad “De Gelderlander” met een extra bijlage, gevuld met allerlei artikelen die betrekking hadden op Sint Stephanus, Nijmegen en de Stephanusfeesten. Deze bijlage bestond uit een viertal pagina’s met teksten van bekende, meestal Nijmeegse vertegenwoordigers van de geestelijkheid. Onder de bovenstaande tekening van de hand van Henk Daniëls, voorstellende de heilige Stephanus die brood uitdeelt aan de armen aan de voet van “onze” Stevenskerk, schreef Mgr. A.F. Diepen, bisschop van ’s-Hertogenbosch de volgende tekst: “Na de voorbereiding, met zoveel ijver getroffen door de Geestelijkheid van Nijmegen en op initiatief van den Zeereerw. Pastoor der Parochie van den H. Stephanus, gaat de Ons zoo dierbare stad Nijmegen het 19de Eeuwfeest vieren van den Marteldood van den Patroon der stad, den H. Diaken Stephanus.
Tot zover de woorden van de toenmalige bisschop van ’s-Hertogenbosch.
De pagina’s waren ook voorzien van illustraties. Zoals al gezegd stond op de voorpagina van deze bijlage een tekening van Henk Daniëls.
Op de laatste bladzijde is veel ruimte besteed aan in Nijmegen geslagen munten. Op veel munten komt een afbeelding voor van de H. Stephanus waaruit de verering blijkt van de heilige door de inwoners van de stad.
Heeft u herinneringen bij dit artikel? REAGEER Reactie 1: Reactie 2: |