Stephanus1937

© copyright Willem Pelser; Digitale bewerking: Mark van Loon/Stichting Noviomagus.nl

De Stephanusfeesten te Nijmegen in 1937

door Willem Pelser

 


Beeld van St. Stephanus door Albert Termote op het plantsoen voor de St.Stephanuskerk te Nijmegen

 

“Toen het aantal leerlingen toenam, ontstond er op een gegeven moment ontevredenheid bij de Griekstaligen, die de Arameessprekenden verweten dat de weduwen uit hun groep bij de dagelijkse ondersteuning werden achtergesteld. (.....) ‘Kies, broeders en zusters, uit uw midden zeven wijze mannen die goed bekend staan en vervuld zijn van de Heilige Geest. Aan hen zullen wij deze taak opdragen.’ (.....) Alle leerlingen stemden met dit voorstel in. Ze kozen Stephanus, een diepgelovig man, die vervuld was van de Heilige Geest, en verder ook Filippus, Prochorus, Nikanor, Timon, Parmenas en Nikolaüs, een proseliet uit Antiochië.” (Hand. 6, 1-5)

o-o-o-o-o

“Toen ze dit hoorden, ontstaken ze in woede en begonnen te knarsetanden. Maar vervuld van de Heilige Geest sloeg Stephanus zijn blik op naar de hemel en zag de luister van God, en Jezus, die aan Gods rechterhand stond, en hij zei: ‘Ik zie de hemel geopend en de Mensenzoon, die aan Gods rechterhand staat.’ Maar ze schreeuwden en tierden, hielden hun handen voor hun oren en stormden met z’n allen op hem af. Ze dreven hem de stad uit om hem te stenigen. De getuigen gaven hun mantel in bewaring bij een jongeman die Saulus heette. Terwijl Stephanus gestenigd werd, riep hij uit: ‘Heer Jezus, ontvang mijn geest.’ Hij viel op zijn knieën en riep luidkeels: ‘Heer, reken hun deze zonde niet aan!’ En na deze woorden stierf hij. Saulus keurde de moord op hem goed.” (Hand. 7, 54-60)

 

Voorwoord

De aanleiding om deze tekst over de St. Stephanusfeesten in 1937 te Nijmegen te schrijven is de vondst van het notulenboek van het Comité ter voorbereiding van deze feesten in de kluis van de pastorie van de St. Stephanuskerk aan de Berg en Dalseweg. Er zijn in onze stad waarschijnlijk nog maar weinig mensen die weten dat de eerste martelaar, de heilige Stephanus, patroon is van Nijmegen. Vandaar ook dat hoog boven de stad de toren van de Stevenskerk uitsteekt. Vandaar ook dat in de twintiger jaren van de vorige eeuw opnieuw een katholieke kerk aan deze heilige is toegewijd boven aan de Berg en Dalseweg, omdat de St. Stevenskerk al sinds lange tijd in protestante handen was overgegaan. Vandaar ook dat er meerdere uitingen in het straatbeeld en verenigingen de naam van St. Stephanus dragen.

Om weer een steentje bij te dragen aan de geschiedenis van Nijmegen, heb ik me ertoe gezet deze notulen, maar ook de vele krantenartikelen uit te pluizen en daar min of meer een verhaal van te maken.

Willem Pelser, Nijmegen voorjaar 2011

 

INHOUD

HOOFDSTUK I: uit de notulen .....
- Voorwoord
- Aanleiding
- Ideeën
- Het St. Stephanus-Comité wordt opgericht
- Commissies en subcommissies
- Het St. Stephanusspel
- Wederom het St. Stephanusspel
- Voorbereidingen en beraadslagingen
- Een drukke vergadering: 29 oktober
- Publiciteit
- Een terugblik: de eindvergadering op 25 januari 1938

HOOFDSTUK II: uit de pers .....
- Een eerste oproep
- St. Stephanus, weldoener der armen
- Nijmegen en St. Steven
- Het “Leven van St. Stephanus” verschenen
- De voorbereidingen voor de St.Stephanus-feestavond
- De St. Stephanusviering in alle kerken
- De St. Stephanusviering in “De Vereeniging”: een indrukwekkende bijeenkomst
- De tableaux vivants
- Het muzikale gedeelte
- De Pontificale H. Mis in de St. Stephanuskerk
- De Sint-Stevens-Kerremis
- De extra bijlage van “De Gelderlander”

 

HOOFDSTUK I: uit de notulen .....

Aanleiding

Toen in maart 1937 het mozaïek in de absis in de St. Stephanuskerk aan de Berg en Dalseweg door Joan Colette voltooid was, bracht dat de toenmalige pastoor G.W. van der Heijden op het idee of de mogelijkheid bestond deze voltooiing met een extra feest op te luisteren. Al pratende met deze en gene binnen de parochie, merkte iemand op: “1937, dat kan een belangrijk jaar voor ons worden. St. Stephanus was de eerste martelaar; mogelijk is het dit jaar juist 19 eeuwen geleden, dat onze patroon (tevens patroon van de hele stad Nijmegen) de marteldood is gestorven. Dus een reden voor een grandioos eeuwfeest, niet alleen voor de parochie, maar de hele stad zou moeten meevieren.”


De absis in de St. Stephanuskerk met taferelen uit het leven van de heilige. Links wordt Stephanus tot diaken benoemd door de H. Petrus. Rechts deelt de H. Stephanus brood uit aan de armen. Midden onder wordt de H. Stephanus gestenigd en daarboven krijgt hij van de H. Drieëenheid de martelaarskroon. Het mozaïek is van de hand van Joan Colette.

De geschiedschrijvers werden geraadpleegd en die ontdekten dat dat feest een paar jaar te laat kwam.

Enkele dagen later echter werd men aangenaam verrast door een bericht uit Rome, dat daar voorbereidingen werden getroffen voor de viering van het eeuwfeest van St. Stephanus’ marteldood én de bekering van de H. Paulus, die eerder de naam Saulus droeg en bij de dood van Stephanus aanwezig was geweest.
Naar aanleiding van dit bericht stelde pastoor Van der Heijden zich in verbinding met pater Rutten O.S.C. die in Rome verbleef. Diens antwoord kwam op 19 maart en luidde:

“(.....) Waar die feesten zullen worden gehouden is nog niet bekend, er is dienaangaande nog geen program vastgesteld. Alleen is op het feest van St. Paulus’ bekeering, des 25 Jan. l.l. een plechtigheid gehouden in de St. Paulus-basiliek. Dat deze plechtigheid in deze basiliek werd gehouden, is duidelijk. De feesten, die speciaal op St. Stephanus betrekking hebben, zullen natuurlijk gehouden worden in de kerken aan hem toegewijd (waarschijnlijk in de basiliek van St. Lorenzo, waar zijn gebeente rust tesamen met dat van den H. Laurentius). (.....)”


Het bericht uit “Romeins Aankondiger” dat aanleiding was voor de op grootse wijze uitgevoerde St. Stephanusviering in Nijmegen

Al spoedig werden de eerste voorbesprekingen gehouden om in navolging van Rome ook in Nijmegen te komen tot een waardige viering van het 19e eeuwfeest.
Enkele vooraanstaande personen werden gevraagd. Een van de eersten was Prof. Dr. Titus Brandsma, die vanaf het allereerste begin zeer enthousiast was.
Kort na Pasen (eind maart 1937) had op de pastorie van de St. Stephanusparochie een vergadering plaats, waar o.a. aanwezig waren:
Pastoor G.W. van der Heijden, de kapelaans C. Damen en A. Verhoeven, Prof. Dr. Titus Brandsma, Prof. Dr. B. Kors, Rector P. Mommersteeg, Rector H. Baljon, Dr. K. Smits, Mr. C. Prinzen, Mr. Van Schaik en de maker van het mozaïek, Joan Collette.

Ideeën

Tijdens deze vergadering wordt besloten een meer algemene vergadering uit te schrijven en te komen tot de opvoering van een St. Stephanus-spel.
Woensdag 10 juni heeft dan die eerste grote algemene vergadering plaats in het parochiehuis van de St. Stephanusparochie. Voor deze vergadering zijn de heren van de eerste vergadering uitgenodigd en daarnaast nog de geestelijkheid van de verschillende parochies in de stad.

De vergadering wordt geleid door pastoor Van der Heijden die de plannen voor het toekomstige feest uiteenzet. Er zal sprake zijn van een dubbel feest, zowel kerkelijk als niet-kerkelijk, d.w.z. voor de stad.


Foto: Mgr. A.F. Diepen (1932)

De feestelijke, kerkelijke vieringen zullen op 3 augustus (feest van de vondst van de overblijfselen van de heilige) geopend worden met een viering in de St. Stephanuskerk en het eeuwfeest wordt afgesloten op 26 december (de feestdag van St. Stephanus) met een Pontficale H. Mis, op te dragen door de bisschop van ’s-Hertogenbosch, Mgr. A.F. Diepen in dezelfde kerk. Althans, dat zijn de voorlopige plannen.

Andere activiteiten:
· Er zal getracht worden een extra koor te vormen, zowel voor de Gregoriaanse als voor de meerstemmige muziek;
· Een triduum in alle kerken van Nijmegen;
· Algemene H. Communie;
· Een extra dag voor alle kinderen van Nijmegen;
· Uitdeling onder de armen van de stad;
· Een tentoonstelling;
· De verspreiding van prentjes en de levensbeschrijving van St. Stephanus;
· Een Olympische dag door de verschillende R.K. sportclubs;
· Een feesteditie van “De Gelderlander”;
· En dan de clou van alles: het St. Stephanusspel.

Om alle risico’s te vermijden wordt voorgesteld voor deze activiteiten een waarborgsom bijeen te brengen. Het voorlopig comité was inmiddels al begonnen met de actie om geld in te zamelen o.l.v. mevr. Banning bij gelegenheid van examens, verjaardagen, huwelijken, enz.
Zo wordt ook de bekende journalist Uri Nooteboom ingeschakeld en gevraagd op een populaire manier het leven van de stadspatroon te schrijven, terwijl Joan Collette zal zorgen voor de titelpagina.
Aan het eind van deze vergadering wordt besloten om op 24 juni opnieuw bijeen te komen en dan ook afgevaardigden van de verschillende Vak- en Standsorganisaties uit te nodigen.

Het Comité wordt opgericht

Op die vergadering van 24 juni zijn een vijftigtal personen aanwezig. Zij hebben gehoor gegeven aan de uitnodiging van het Voorlopig Comité, dat onder voorzitterschap staat van de heer Van Schaik.

In deze vergadering worden de volgende bestuursleden van het Voorlopig Comité gekozen:
· Voorzitter: dhr. H.C.W. van Schaik
· Vice-voorzitter: Pastoor G.W. van der Heijden
· Secretaris: dhr. L.G.J. Bol
· Penningmeester: dhr. H.C.E. Lombaers
· Lid: Prof Dr. T. Brandsma O.C.
· Lid: Prof. Dr. B. Kors O.P.
· Lid: dhr. J.F. van den Broek
· Lid: Mr. C.A.J. H. Prinzen

Het is de bedoeling, dat er ook een ere-comité samengesteld wordt, waarvoor o.a. de Deken van Nijmegen, de Rector-Magnificus van de Universiteit en de Burgemeester gevraagd worden daarin zitting te nemen.
Verder wordt besloten het Comité uit te breiden met een afgevaardigde uit de organisaties van de werkgevers, de werknemers, de middenstand, de boerenstand, de vrouwenbond en de Adelbertsvereniging. Uit het algemeen comité zal een uitvoerend of werkcomité gevormd worden. In de financiële commissie worden de heren Van Beek, Van den Broek, Lombaers, Merks en Mr. Prinzen benoemd.
De heer H.J. Schrievers zal de administratieve werkzaamheden uitvoeren.

Al eerder in de vergadering zette de voorzitter in het kort het doel van deze vergadering uiteen en gaf voor verdere toelichting het woord aan pastoor Van der Heijden. Deze deelt o.m. mee, dat het feest het 19e eeuwfeest betreft van de dood van de heilige Stephanus en dat het tevens ongeveer 700 jaar geleden is dat de stad Nijmegen de heilige als patroon heeft gekregen. In Rome wordt het feest op een plechtige manier gevierd en dan mag de stad van St. Stephanus natuurlijk niet achterblijven. Het moet dan ook geen feest worden voor de parochie alleen, maar een feest voor de gehele stad. De opzet van het Voorlopig Comité is een kerkelijke én een burgerlijke feestviering. Wat het kerkelijk feest betreft, heeft Mgr. Diepen al toegezegd op 26 december de pontificale Hoogmis te celebreren en het burgerlijk hoogtepunt van het feest moet het St. Stephanusspel zijn, dat meerdere malen door beroepsspelers opgevoerd zal gaan worden. Ook de armen zullen niet vergeten worden. De opzet is om 20% van alle ontvangsten en een eventueel batig saldo te bestemmen voor de armen van de stad.

Het beeld van St. Stephanus door Albert Termote op het plantsoen vóór de kerk, geplaatst op 14 oktober 1951 t.g.v. het 40-jarig priesterfeest van Pastoor G.W. van der Heijden

Met betrekking tot het hoofdstuk ‘financiën’ vraagt de voorzitter de vergadering naar plannen om een garantiefonds van fl. 3.000,- bijeen te brengen. En plannen worden inderdaad naar voren gebracht: 500 kaarten à fl. 10,- voor de gala-avond, een optocht door de stad om zakenmensen te bewegen geld in de pot te stoppen, een speldjesdag, een blanco girobiljet zenden bij gelegenheid van een geboorte, een huwelijk, etc. Er zijn overigens al wat toezeggingen gedaan.
Tijdens de rondvraag wordt het idee geopperd een standbeeld van de heilige Stephanus op te richten.

Commissies en subcommissies

Tijdens de volgende vergadering op 23 juli worden als eerste de verschillende commissies en subcommissies geformeerd en die zagen er als volgt uit:

Centraal ComitéFinanciële CommissiePers- en Propaganda Comm.

Pastoor G.W. van der Heijden

J.F. van den BroekProf. Dr. Titus Brandsma

Prof. Dr. Titus Brandsma O.C.

Mr. C. PrinzenG. Wijers

Prof. Dr. Kors O.P.

C.J. van BeekRector P. Mommersteeg

L.G.J. Bol

A.F.L. MerksH.J. van Hooswijk

J.F. van den Broek

H.W. BijnvortRector H.Baljon (P. I.)

Mr. C. Prinzen

Jan Creyghton

H. Schrievers

Spel CommissieMr. L.U.Ch. Bonning

J.A. Grotens

Prof. Dr. G. BromKapelaan Verhoeven

P. H. G. Herbers

Pater Pelosi s.j.Pater Daniëls (Dom. College)

L. Hendriks

B. Verhoeven

G.J. Kokke

Mej. Muskens

Praeses Studentencorps

A.F.L. Merks

Ch. Strik


Pastoor G. W. van der Heijden en Prof. Dr. Titus Brandsma,
respectievelijk vice-voorzitter en voorzitter van het St.Stephanus-Comité

Vervolgens wordt een opzet gemaakt voor het tweemaal opvoeren van het St. Stephanusspel en kapelaan Verhoeven is van mening, dat daar fl. 3500,- voor nodig is. Men kan dit bedrag wellicht als volgt bijeen brengen: 200 kaarten à fl. 10,- en 800 kaarten à fl. 1,-. De tweede avond moet fl. 700,- op- brengen. Prof. Brandsma, pastoor Van der Heijden en de heer Van den Broek zullen een onderhoud hebben met de heren Van Schaik en Lombaers, want deze hebben te kennen gegeven niet langer hun medewerking te verlenen om hen moverende redenen. Vandaar ook dat hun naam ook niet meer voorkomt in een van bovengenoemde commissies.

Voor het St. Stephanusspel werd ondertussen al contact gezocht met de bekende pater Schreurs, die jammergenoeg hiervoor geen tijd had.
Toen werd Albert van Dalsum benaderd, regisseur van de ‘Amsterdamsche Tooneelvereeniging’. Met hem werd gesproken over het eventueel op te voeren spel, waarvan Prof. Brandsma al een schema had opgemaakt.

Voor het maken van een spel werd toen gedacht aan pastoor W. Smulders en deze ging hierop in. Daar echter het comité dat de opdracht heeft gegeven echter een voorlopig karakter heeft, wordt eerst de gedachte hierover aan de algemene vergadering gevraagd. Bij die vergadering op 27 juli gaan stemmen op om dit werk op te dragen aan een der jongeren. Naar aanleiding hiervan wordt de spelcommissie veranderd.

Het St. Stephanusspel

In die vergadering van 27 juli neemt Prof. Titus Brandsma het voorzitterschap over van de heer Van Schaik. De heer Van den Broek stelt zich beschikbaar als penningmeester i.p.v. de heer Lombaers.
Veel tijd wordt tijdens deze vergadering besteed aan de opvoering van het St. Stephanusspel. Prof. Brandsma acht het noodzakelijk dat dit spel doorgang vindt. Maar er zitten wel wat haken en ogen aan. Zo vindt de heer Van de Broek dat door het opstappen van beide heren de financiering van het spel nadelig beïnvloed wordt. De pot van het garantiefonds is nog lang niet gevuld, hoewel de burgemeester vrijstelling van stedelijke belasting voor de opvoering waarschijnlijk acht. In hun brief waarschuwden de heren Van Schaik en Lombaers eerst de opbrengst van de atletiekdag af te wachten en giften toegezegd te krijgen. Pas dan zou het spel klaargemaakt kunnen worden en daarna in een volledige vergadering de zaak bespreken en beslissen over het al of niet opvoeren van het spel. Maar de heer Van Dalsum kan niet zo lang wachten met het instuderen van het stuk. Wat de auteur betreft meent de spelcommissie het maken van het spel gerust aan Jan Derks te kunnen opdragen. Prof. Gerard Brom zou ook nog graag van te voren willen oordelen over de speelbaarheid van het stuk.
Pastoor Van der Heijden merkt op dat het enthousiasme waarmee men bezig is het spel te ontwikkelen en uit te voeren de armen ten goede zou komen. De heer Van Schaik had namelijk in zijn brief geschreven dat de kosten die voortvloeiden uit het spel niet ten koste zouden moeten gaan van de armen in de stad Nijmegen.
Om een steviger financieel fundament te krijgen, verplichten de aanwezigen zich om hier en daar nog bijdragen te verkrijgen à fl. 25,- per persoon. Prof. Brandsma en de heer Van den Broek zullen contact zoeken met het Katholiek Armbestuur, de St. Elisabeth- en St. Vincentiusvereniging en de Stille Armen.

Wederom het St. Stephanusspel

Ook in de volgende vergadering (op 8 september) komt het St. Stephanusspel weer uitgebreid aan de orde. Het blijkt dat de beoogde schrijver, de heer Jan Derks, in Rome verblijft en drukke bezigheden heeft. De vraag rijst dan, of het spel wel op tijd klaar zal zijn, want dan komen het instuderen en de propaganda aardig in de verdrukking. Ook vanuit literair standpunt bekeken zou het jammer zijn als de heer Derks het spel niet zou schrijven.
Ook over de datum van de opvoering wordt druk gesproken. Men vindt 26 december niet zo’n geschikte datum. Na telefonisch overleg is het niet duidelijk of de grote zaal van De Vereeniging op 26 december vrij zal zijn. De Deken heeft te kennen gegeven, dat hij er geen bezwaar tegen heeft, dat het spel tijdens de Advent wordt opgevoerd.
Dan wordt besloten dat de feestviering (met of zonder St. Stephanusspel) plaatsvindt tussen 10 en 20 december. Ook de kerkelijke viering kan dan in deze tijd gevierd worden en op 26 december wordt dan het kerkelijk gedeelte afgesloten met een Pontificale Hoogmis, opgedragen door Mgr. A.F. Diepen.

Wat de verhouding van het Comité tot de heer Derks betreft wordt na discussie besloten het volgende voorstel aan hem te doen:

“Jan Derks levert vóór 1 Oct. 1937 het toneelstuk van St. Stephanus voltooid af aan het Comité voor de Stephanusviering te Nijmegen en ontvangt f. 100,- honorarium. Het stuk blijft voor een eerste opvoering ter beschikking van het Comité tot 1 Oct. 1938. Wordt vóór dezen datum het stuk vanwege het Comité opgevoerd, dan ontvangt de auteur alsnog f. 150,- , terwijl de auteur verder alle rechten behoudt, die hij als zodanig na dien datum op zijn werk kan doen gelden. Wordt het stuk vóór 1 Oct. 1938 niet vanwege het Comité opgevoerd, dan ligt het stuk vanaf die datum ter beschikking van de auteur tegen terugbetaling van f. 100,-.”

Kapelaan Verhoeven zal in ieder geval de heer Albert van Dalsum schrijven, terwijl de heer Schrievers na zal gaan wanneer de grote zaal van De Vereeniging beschikbaar is.
Wanneer het spel niet kan worden opgevoerd, wordt eraan gedacht de Maastrechter Staar en een feestredenaar te vragen.

Voorbereidingen en beraadslagingen

In ieder geval is er op 13 oktober één kogel door de kerk: de huldigingsavond wordt gehouden op woensdag 15 december 1937. Prof. Dr. Titus Brandsma, voorzitter van het Comité, deelt mee, dat Prof. Gerard Brom zich bereid heeft verklaard op die avond te spreken, terwijl de heer Simon Terpstra de muzikale leiding van deze avond op zich zal nemen.
Verder merkt hij op dat de Deken met een vijftal pastoors een comité heeft gevormd voor het kerkelijk deel van de feestviering. Op de Tweede Kerstdag 26 december, het feest van St. Stephanus, zal in de St. Stephanuskerk een Pontificale H. Mis worden opgedragen.
Voor de Tridua (een Triduum is een driedaagse geestelijke oefening) zullen Nijmeegse priesters gevraagd worden. Waarschijnlijk zal ook in de kerken gecollecteerd worden voor de armen.
Dan wordt het programma van de huldigingsavond besproken. Het moet niet te lang gaan duren. Het kerkkoor van de Broerstraatskerk dat is gevraagd, mag niet teveel op de voorgrond treden. Er zal zoveel mogelijk geld voor de armen bij elkaar gebracht moeten worden. De priesters preken tijdens de Tridua immers ook zonder honorarium.
Uiteindelijk wordt men het eens over het volgende programma:
1. Palestrina
2. Openingswoord door Prof. Dr. Titus Brandsma, voorzitter
3. Gregoriaanse gezangen
4. Rede van Prof. Gerard Brom
5. Halleluja van Händel
6. Pauze
7. Te Deum van Bruckner
Zo mogelijk zullen een paar taferelen uit het leven van de heilige Stephanus worden uitgebeeld.

Een commissie die uit leden van verschillende armbesturen zal bestaan, zal bepalen hoe de verdeling zal geschieden. In die commissie zullen twee leden van het Comité zitting nemen. De giften zullen worden verstrekt in natura om aftrek van de steunuitkering te ontlopen. Verder zal bij alle katholieke gezinnen een zakje aan huis worden bezorgd, dat men later (gevuld) in de kerk kan afgeven.
Om de armen van de stad behoorlijk te bedenken zou een bedrag van fl. 6.000,- nodig zijn. De voorzitter verzoekt de spelcommissie dan ook precies te begroten wat de avond van 15 december zal gaan kosten. Dat bedrag dient dan vóór die avond beschikbaar te zijn, zodat de opbrengst van de entreekaartjes helemaal voor de armen bestemd is.

Op 11 december zal een herdenkingsnummer van “De Gelderlander” verschijnen. De secretaris, de heer Bol, zal zich voor persberichten in verbinding stellen met de heer Weijers. En tenslotte zal er een erecomité worden gevraagd, bestaande uit de Deken, de Rector Magnificus en de Burgemeester.

Op 19 oktober blijkt, dat de avond van 15 december zo’n fl. 1.070,- zal gaan kosten. De voorzitter waardeert het werk van de commissie, maar vindt de hoge kosten voor deze avond een ernstig bezwaar. Het orkest van buiten de stad (A.O.V.) is een factor, waaraan oorspronkelijk niet is gedacht. Toch is een orkest zeker nodig en het is moeilijk om een orkest uit Nijmegen te krijgen. Ook wordt opgemerkt dat het zeker aantrekkingskracht zal hebben bij de kaartverkoop. Het is allemaal zo professioneler.
Men kan het daar wel mee eens zijn, maar de voorzitter verzoekt om ervoor te zorgen, dat de kosten van tevoren zoveel mogelijk gedekt zijn.
Uiteindelijk stemt men in met het voorstel dat de spelcommissie op tafel bracht.

Een drukke vergadering: 29 oktober

· Kapelaan Damen deelt in de vergadering mee dat de pastoors tegen het houden van een Triduum zijn. In plaats daarvan zal op zondag 12 december in alle H. Missen de preek en de schaalcollecte voor de armen gehouden worden. Waar het kan, zal dan ook een plechtige Hoogmis met drie heren opgedragen worden. Prof. Titus Brandsma zal bij het bisdom aanvragen op die dag de Mis van de H. Stephanus te mogen lezen in alle kerken.

· Naast de Pontificale H. Mis om 10.00 uur door Mgr. Diepen op 26 december zal er ook in de St. Stephanuskerk een Pontificaal Lof zijn. De bisschop zal ook een woord spreken en de plaquettes inwijden. Ter gelegenheid van de Stephanusfeesten heeft de beeldend kunstenaar Albert Termote namelijk een plaquette ontworpen, een zgn. “patronale”. Een patronale dient om het parochiebewustzijn te versterken en aan de parochianen een zinrijk symbool van hun parochieverbondenheid te verschaffen. De patronale meet 20 x 10 cm en wordt uitgevoerd in terra cotta of majolica. De bedoeling is dat deze plaquettes onder de katholieken van Nijmegen verspreid worden om op die manier hun verbondenheid te uiten met de stadspatroon.

Titelpagina van het boekje “Het leven van Sint Stephanus”. De illustratie is van Joan Colette.

· Leerlingen van het Canisius College zullen zich belasten met de verspreiding van een “Leven van St. Stephanus”. Zij zullen dit boekje verkopen à 10 cent aan 17 kerken. Pater Daniëls zal een kleine inleiding schrijven over “St. Stephanus, Patroon van de stad”.

· De Olympische dag zal waarschijnlijk gehouden worden op de 2e zondag van november.

· De vergadering van de R.K. Besturen van de liefdadigheidsverenigingen heeft plaats gehad. In december zal een grote inzamelingsactie plaatsvinden ten bate van alle R.K. armen van de stad. De verenigingen zullen zelf geen inzamelingen houden. Er is een commissie gevormd van 12 mensen en 4 van hen vormen het dagelijks bestuur. Er zullen drie methoden worden toegepast:
1. bij alle katholieke gezinnen zullen een circulaire én een zakje voor een gift bezorgd worden;
2. op 12 december zal er in alle kerken gecollecteerd worden voor de armen;
3. er zal een grote Fancy Fair worden gehouden, wellicht in het corpsgebouw van de studenten. De Fancy Fair moet het liefst vóór 12 december worden gehouden. Pastoor Van der Heijden noemt de naam van de heer Steinhauser als een zeer bekwaam organisator m.b.t. dit soort evenementen. Ook mejuffrouw Muskens toont zich bereid mee te werken. De heer Van den Broek zal contact opnemen met de studenten.

· Het concept van de circulaire voor de gaven in natura wordt voorgelezen.

· Het blijkt dat de Bond van Grote Gezinnen niet uitgenodigd was op de bovengenoemde vergadering. Als de Bond van Grote Gezinnen adressen opgeeft aan het comité, dan zal er rekening mee worden gehouden.

· De Deken heeft geen bezwaar tegen het houden van een Fancy Fair in de Advent, "mits ze niet ontaard in slemp- en danspartijen....".

· Het orkest (A.O.V.) dat in eerste instantie benaderd is om te zorgen voor het muzikale gedeelte tijdens de feestviering op 15 december kan geen medewerking verlenen en bij navraag ook niet het Utrechts Stedelijk Orkest. De heer Terpstra heeft onderhandeld met het Studentenorkest. Aangevuld met anderen zou dit orkest de begeleidingstaak op zich kunnen nemen. Het wordt aan de Spelcommissie overgelaten eventueel nog te onderhandelen met het Philharmonisch Orkest uit Venlo (85 leden).


De “patronale”, de plaquette van St. Stephanus

· In de loop van de tijd is gebleken, dat het St. Stephanusspel niet doorgaat. Er was veel te weinig tijd om het spel in te studeren. In plaats daarvan zullen er tableaux uit het leven van St. Stephanus vertoond worden door een aantal acteurs. Er zijn zo´n 25 acteurs en actrices nodig, maar deze zijn nog niet beschikbaar. Ondertussen heeft de heer Wim van Woerkom de schetsen van twee tableaux klaar. Als onderwerp hebben zij:
1. St. Stephanus deelt gaven uit aan de armen;
2. St. Stephanus wordt gestenigd.

· Bij voorverkoop wil men proberen 200 kaarten à f. 5,- kwijt te raken en voor de overige plaatsen betaalt men f. 0,25 f. 0,50 f. 1.00 of f. 2.50. Aan scholieren zal reductie worden gegeven (Nebo, Canisius College, Mater Dei, Dominicus College, Soeur Anne). De plaatsbewijzen zullen verkrijgbaar zijn bij de R.K. boekhandels Richelle, Hooydonk, Kloosterman, Dencker, bij het bureau van "De Gelderlander" en aan de zaal. Ondertussen zijn er door deze of gene al toezeggingen gedaan voor en bedrag van f. 360,-.

· De plaquette van St. Stephanus zal verkocht worden voor f. 0,90 (terra cotta) en f. 1,20 (majolica) bij Polman en anderen. Er zullen 200 plaquettes besteld worden.

Op de vergadering van 16 november wordt meegedeeld dat de sportdag is tegengevallen, maar er is een klein overschot.

Publiciteit

De publiciteitscarrousel draait inmiddels op volle toeren.

Voor het feestnummer van de "De Gelderlander" is er kopij genoeg. Op dinsdag 7 december zal het nummer in elkaar gezet worden.

De bekende Pater De Greeve zal op de radio in zijn programma "Lichtbaken" de Stephanusviering bespreken, terwijl de Deken een artikeltje in het Feestnummer zal schrijven. De opzet van dat Feestnummer wordt verder aan de Perscommissie overgelaten.

De tekst voor het affiche wordt aan de zorg van de heer Creyghton overgelaten.


Het affiche in de krant voor de gala-avond op 15 december
(de tekst stond onder de afbeelding van St. Stephanus)

De Perscommissie en Rector Mommersteeg zullen zorgen voor een artikel in de "St. Jansklokken", het officiële bisdomblad.
Alle dames van Nijmegen zullen in "De Gelderlander" middels een advertentie worden uitgenodigd te naaien en te breien voor de armen ten behoeve van de St. Stephanusbedeling. De producten kunnen worden afgeleverd op de Carmel.

Met betrekking tot de feestavond op 15 december moet er ook nog een aantal zaken geregeld worden:
· Zo zullen uit het studentencorps ordecommissarissen geworven moeten worden.
· Mej. Muskens heeft al een twintigtal jonge dames voor de verkoop van de plaquettes en boekjes met de levensbeschrijving van St. Stephanus gedurende de pauze in de foyer van "De Vereeniging".
· Leerlingen van het Canisius College zullen op zondag 12 december aan de kerken in Nijmegen die boekjes verkopen.
· De vrijstelling van de vermakelijkheidsbelasting, zowel voor de feestavond als voor de Fancy Fair is verleend onder voorwaarde dat minstens 60% van de recette ten goede komt aan de armen.
· De Fancy Fair zal op 26, 27 en 28 december worden gehouden in "De Vereeniging" en belooft een succes te worden.

Een terugblik: de eindvergadering op 25 januari 1938

Zoals alle vergaderingen van het Algemeen Comité werd ook deze vergadering gehouden in het gebouw van "De Gelderlander" aan de Hezelstraat 21 te Nijmegen.
Met vreugde en dankbaarheid mag men terugzien op datgene dat is verricht de afgelopen tijd. Nijmegen weet weer, dat het een Patroon heeft. De milddadigheid is jammergenoeg minder groot dan waarop was gehoopt, maar het bijeengebrachte bedrag van fl. 6.680,- is toch ook niet gering. De moeilijkheden waren talrijk, maar als geheel kan de herdenking van de marteldood van St. Stephanus geslaagd genoemd worden. De voorzitter, Prof. Dr. Titus Brandsma, wil iedereen die meegeholpen heeft aan het slagen van deze herdenking heel hartelijk danken, speciaal de heer Van den Broek voor zijn krachtige financiële hulp en "De Gelderlander" voor het belangeloos beschikbaar stellen van de vergaderruimte.

De secretaris deelt mee dat de heer Van den Broek en hijzelf na afloop van het Pontificale Lof op 26 december hun opwachting hebben gemaakt bij Mgr. Diepen en deze de bisschoppelijke zegen voor alle leden van het Comité heeft gegeven.
Vervolgens geeft de heer Van den Broek als penningmeester een uitgebreid financieel verslag:

· De zakjescollecte bracht op f. 2.483,00
· De kerkcollecte (*) bracht op 2.200,00
· Batig saldo van de uitvoering 15 december 500,00
· Batig saldo van de Fancy Fair 1.240,00
· Bijdrage in “De Gelderlander” 192,00
· De opbrengst van de sportdag 21,13
· Gift Pastoor Van der Heijden 10,00
· Rente          1,91
Totaal f. 6.648,04

Hiervan werd aan 1500 katholieke gezinnen f. 4.200,- in contanten gegeven en voor f. 640,- gesmolten vet. Verder werd uitgekeerd:

· Aan de St. Vincentiusvereniging Krayenhofflaanf. 600,00
· Aan de St. Elisabethvereniging -150,00
· Aan de Vereniging van de Allerheiligste Verlosser 50,00
· Voor het woonwagenwerk (Pater Verburg) 83,00
· Aan de pastoors voor de armen in hun parochies 280,00
· Aan de Vereniging van de Stille Armen 400,00
· Aan de Vereniging Hulp in de Huishouding 50,00

De in natura ontvangen kledingstukken zullen ter beschikking worden gesteld van de St. Elisabethvereniging.
Pater Daniëls en de heer Van Schaik zullen de boekhouding van de penningmeester nazien en deze bij akkkoordbevinding dechargeren.
Dankbrieven worden geschreven door de voorzitter aan iedereen die aan deze herdenking heeft meegewerkt en de secretaris schrijft een dankbrief aan de zusters van de Ruyterstraat en aan de heer Verhey, voorzitter van het comitévoor de Fancy Fair.
Hiermee sluit de voorzitter de eindvergadering met de christelijke groet.

(*) De kerkcollecte uitgesplitst per parochie:

- O.L. Vr. Geboorte f. 290,00
- St. Antonius (Groesbeeksew.) 260,05
- St. Stephanus 243,91½
- St. Jozef 232,43
- H. Petrus Canisius 175,00
- St. Antonius (Groenestr.) 164,30
- H. Dominicus 164,02
- O.L.Vr. van Lourdes 134,25
- H. Franciscus 106,75½
- H. Hart (Krayenhofflaan) 95,63
- O.L.Vr. van de Carmel 85,07½
- Christus Koning 77,38½
- H. Thomas van Villanova 42,00
- Neerbosch 38,75
- Brakkenstein 34,84½
- Hatert 32,00
- H. Theresia 24,46

 

HOOFDSTUK II: uit de pers .....

De kranten hebben in het jaar 1937 vol gestaan met artikelen en advertenties over de Stephanusfeesten van dat jaar. Artikelen van informatieve aard, om mensen te porren geld te geven voor de armen, herinneringsartikelen, enz. Ook de advertenties waren vaak van dien aard.

Hierna volgt een bloemlezing uit de vele artikelen die dat jaar zijn verschenen. Aangezien er bij de gevonden artikelen geen datum en geen bron staat, mogen we aannemen dat ze meestal wel afkomstig zijn uit dagblad “De Gelderlander”. Verder is er ook sprake van de “St. Jansklokken”, het bisdomblad, en de “Kerkklokken”, het blad van de Nijmeegse katholieken.

Een eerste oproep

De aftrap werd gedaan door Rector Baljon van het Psychologisch Instituut. Hij was van februari tot en met augustus assistent in de St. Stephanusparochie en hij schrijft een artikel om het 19e eeuwfeest van St. Stephanus aan te kondigen.

Er worden plechtige vieringen in Rome en heel de wereld gehouden, samen met ook al het 19e eeuwfeest van St. Paulus’ bekering en Nijmegen mag natuurlijk niet achterblijven.
Op 25 januari 1937 is de plechtige eeuwfeestviering in Rome ingezet door het opdragen van een Pontificale Hoogmis, opgedragen boven de graftombe van de apostel Paulus. Maar eerst knielden alle in Rome aanwezige kardinalen en bisschoppen neer in de kapel van St. Stephanus om zo plechtig eer en hulde te brengen aan de eerste martelaar. De paus, Pius XI, verlangde dat ook buiten Rome dit eeuwfeest gevierd werd.
Nijmegen is sinds zeven eeuwen toegewijd aan St. Stephanus en sinds eeuwen beheerst de toren die zijn naam draagt het beeld van onze stad. En ook de storm van de Reformatie heeft die naam niet af kunnen rukken. Nijmegen is altijd Sint Stephanusstad gebleven.
Ook Nijmegen zal het 19e eeuwfeest op waardige wijze meevieren, zo besluit Rector Baljon zijn artikel.

Kapelaan Ton Verhoeven volgt het voorbeeld van Rector Baljon en ook hij schrijft eigenhandig een artikel in de krant.

Na een wat moeizaam begin van de festiviteiten (het toneelspel ging niet door, de opbrengst van de Olympische dag viel een beetje tegen), ademt het vervolg van zijn tekst veel positiviteit uit om de mensen te bewegen mee te doen met de feestelijkheden. Er moet een feest komen voor het gehele Nijmeegse volk en dan heeft dat volk – zo vindt kapelaan Verhoeven – het recht precies te weten hoe het met de zaken staat.
De eerste gedachte is inderdaad een groot toneelspel geweest, zo vervolgt hij. “Dat had iets kunnen bieden. Daarmee kon een gedachte naar voren worden gebracht, welke in haar dramatische belichaming de ziel gemakkelijk aanspreekt en meetrekt en verrijkt door geestelijke inhoud te geven.” Door omstandigheden was het voor de schrijver onmogelijk het spel tijdig af te maken en moest hij Nijmegen begin oktober teleurstellen. “Let wel, deze catastrophale tijding kwam twee maanden vóór de uitvoering.
Voor de feestavond beweerden boze tongen, dat het in Nijmegen niet mogelijk zou zijn een massaal koor bijeen te brengen, maar het koor is er gekomen. Er wordt veel gevraagd van de zangers en zangeressen en er zijn heel wat repetities nodig om het “Te Deum” van Anton Bruckner onder de knie te krijgen. Dit werk van Bruckner is ondenkbaar zonder orkest. Helaas vier van de grootste orkesten van buiten de stad konden hun medewerking niet verlenen. “Nijmegen werd aan zichzelf overgelaten”. Maar er is een orkest gekomen. Het aantal repetities is ook voor deze mensen erg hoog, omdat men niet op elkaar is ingespeeld.
Prof. Gerard Brom, de bekende Neerlandicus, werd meteen bereid gevonden de feestrede te houden en de “tableaux vivants” voor deze feestavond werden overgelaten aan de Nijmeegse kunstenaar Wim van Woerkom met als regisseur de heer Henk Kramer.
Het zal een Nijmeegs feest worden, waarbij in alle kerken gepreekt zal worden over de grootheid aan de armen.
En zijn lange artikel eindigt kapelaan Verhoeven met de woorden:

“Laten wij gezamenlijk optrekken en God bidden om den zegen over het werk, opdat de laatste zin uit het Te Deum tenslotte ook zijn volle waarde krijgt: ‘In te Domine speravi, non confundar in aeternum’.
Op U God heb ik betrouwd, in eeuwigheid zal ik niet te schande worden!”

St. Stephanus, weldoener der armen

Door een aantal artikelen in de kranten werden de Nijmegenaren opgeroepen tot liefde voor de armen van de stad.

“Honderden gezinnen gaan al jaren gebukt onder de druk van de werkloosheid. In veel gezinnen is een groot tekort aan kleding en beddengoed ontstaan. Wie zelf niet jaren aanhoudende armoede heeft moeten ondergaan, kan zich daarvan geen begrip vormen.
Het is daarom goed dat er nu een aparte actie wordt ontplooid om in deze wintermaanden door samenwerking vele hulpbehoevende stadgenoten aan beddengoed en kleding te helpen.
Het Nijmeegse St. Stephanuscomité dat dit jaar het eeuwfeest van St. Stephanus op bijzondere wijze wil herdenken, heeft ook bijzondere aandacht gewijd aan de liefdadigheid.”
***
“De diaken, St. Stephanus, was een weldoener der armen. Hij deelde de aalmoezen uit. Hij kleedde de naakten. Hij was de verpersoonlijking van de christelijke caritas en vergat zichzelf in zijn toewijding voor anderen.
De patroonheilige van Nijmegen is een navolgingswaardig voorbeeld voor allen, die hun medemensen terzijde willen staan.
Overal waar wel te doen was, trof men St. Stephanus; zijn weldoend licht strale ook over Nijmegen bij zijn herdenkingsdagen.
Laat Nijmegen – laten vooral de Nijmeegse weldoeners en weldoensters in dit licht gaan. Laten zij voor de arme, vooral in deze zware tijd doen, wat hun het beste past.
En hoeveel vrouwen kunnen niet voor kleding van de arme zorgen?
Laten zij de magazijnen vullen voor de arme, tegen dat de kersttijd nadert.”

Giften voor de armen
“De heren congregatie van de Moeder van Genade en St. Stephanus heeft een bijdrage gezonden voor de dekking der kosten van de St.Stephanusavond.”

“De begunstigerskaarten
voor de St. Stephanusavond op woensdag a.s. zijn uitverkocht.”

De Gemeente helpt de armen
“Het Gemeentebestuur heeft sympathieke medewerking gegeven. Burgemeester en Wethouders hebben besloten niet de gebruikelijke belasting te heffen op de toegangskaarten tot de St. Stephanusavond, zodat de gehele entree ten goede kan komen aan de armen.
Voorwaar een nobele geste.”

Nijmegen in het Lichtbaken
“Zaterdagavond zal de Weleerw. Heer H. De Greeve in zijn wekelijkse lichtbaken voor de microfoon van de K.R.O. spreken over de St. Stephanus-herdenking te Nijmegen.
Nijmegenaars, sluit u zaterdagavond tegen achten aan op de lange golf en zoek de K.R.O.”

Een waardige navolger van St. Stephanus
In “Kerkklokken Nijmegen” stond onder een artikel “Sint Stephanus en de Armen” het navolgende stukje tekst:
“We lezen in de oude Kronijken: Toen Petrus Canisius in het jaar 1565 als Pauselijk gezant naar Duitschland was gezonden, maakte hij van de gelegenheid gebruik om zijn familie in Nijmegen te bezoeken. Acht dagen lang heeft hij zich daar opgehouden. In dien tijd preekte hij meermalen in de St. Stephanuskerk, en bij het officieele bezoek op het stadhuis bij de magistraten der stad, drukte hij de overheid op het hart de voorvaderlijke godsdienst steeds te handhaven. Bij zijn vertrek werd hem door het stadsbestuur een feestmaaltijd aangeboden. Op één voorwaarde zou hij dat aannemen: “Als de armen der stad er ook deel aan zouden hebben”.
Katholieken van Nijmegen, toont U St. Stephanus en Canisius waardig! En helpt de armen door een bijdrage naar vermogen.”


Petrus Canisius

Nijmegen en St. Steven

Het wordt tijd dat er iets geschreven wordt over de St. Stevenskerk, dé verbinding van de heilige Stephanus met onze stad Nijmegen. In die dagen verscheen in de “St. Jansklokken”, het bisdomblad, een artikel “Uit de geschiedenis der Sint Steven”, geschreven door de historicus F. van Hoek s.j. Hierna volgt een korte samenvatting van dat artikel.

Met de keizerlijke burcht op het Valkhof was toentertijd de Sint Stevenskerk het meest imposante gebouw van Nijmegen.

De oudste parochiekerk van de stad was toegewijd aan de H. Gertrudis, dochter van de Frankische hofmeijer Pepijn van Landen. Deze kerk stond op het terrein van de keizerlijke palts op het Valkhof en werd in de zevende eeuw gebouwd. De Gertrudiskerk werd midden 13e eeuw afgebroken omdat ze de uitbreiding van de burcht in de weg stond. De kerk kwam buiten de omwalling te staan en het was in oorlogstijd voor de parochianen erg gevaarlijk zich buiten die wallen te begeven.

Een nieuwe kerk, de Sint Stevenskerk, verrees op de nog vrijwel onbebouwde Hundisburg en werd op 7 september 1273 door Albertus de Grote, dominicaan en bisschop van Regensburg ingewijd. Een deel van het oude kerkhof bleef bestaan en stond bekend als het ‘Oude Kerkhof’. Halverwege de vijftiende eeuw werd op het restant van het ‘Oude Kerkhof’ een kapel gebouwd die – net als vele andere kerkhofkapellen – aan Gertrudis werd gewijd. De kapel was bestemd voor de bevolking die buiten de Burchtpoort woonde. De Gertrudiskapel werd in 1579 afgebroken, omdat zij de versterking van de stadswallen belemmerde.


St.Geertruidekapel, restant buitenmuur met steunberen

Albertus de Grote, ook wel Albertus Magnus, stelde de nieuwe kerk onder bescherming van de H. Maagd en de eerste martelaar St. Stephanus. Dat patronaat van St. Stephanus hing samen met het feit dat een relikwie van de heilige aan de kerk werd geschonken.

In de eerste twee eeuwen werd de kerk herhaaldelijk verbouwd. De oorspronkelijke vorm was een zgn. Grieks Kruis van ongeveer gelijke armen met in het midden daarvan het priesterkoor. Na een paar veranderingen die later weer ongedaan werden gemaakt, mogen we nu aannemen dat in het midden van de 15e eeuw de St. Steven de gedaante had zoals de kerk er nu uitziet.

Veel strijd is er gestreden om van de Sint Steven een kapittelkerk te maken. Daardoor zouden de priesters die aan de kerk waren verbonden de waardigheid van Kanunnik ontvangen, zodat de kerk enige gelijkenis kreeg met de hoofd- of domkerk van het diocees. De pastoor van destijds, Jan Vijgh, de volksprediker pater Jan Brugman en Catharina van Bourbon, gemalin van hertog Adolf van Gelre hebben zich daar vooral sterk voor gemaakt. Uiteindelijk werd dat hoge aanzien door paus Pius Sixtus IV aan de kerk verleend en konden de Nijmegenaren roemen over de voorname plaats die de Sint Stevenskerk innam onder de kerken van ons land.

Het was een majestueus gebouw. De gewelven werden gedragen door 33 kolommen en het licht viel binnen door een veertigtal ramen. Het hoogkoor was omstraald met 12 straalkapellen en in de zijbeuken bevonden zich nog twintig andere kapellen.

Over de inrichting en de kerkschatten is helaas maar heel weinig bekend. Documenten van kerken en kloosters werden tijdens de Hervorming per pond verkocht....! Uit de eeuwen dat de kerk in het bezit was van de katholieken is feitelijk maar één monument bewaard gebleven: de graftombe van Catharina van Bourbon. Het fraaie orgel, de preekstoel, de lichtkronen zijn van later tijd (N.B. Dit artikel van pater F. Van Hoek werd in 1937 geschreven, dus voor W.O. II. Verwoestingen uit die tijd zijn dus door hem natuurlijk niet beschreven. wp).

Toen in de tweede helft van de 16e eeuw het protestantisme meester werd in Nijmegen en beslag legde op kerken, kloosters en kerkgoederen, hebben de katholieken getracht nog zoveel mogelijk te redden en in veiligheid te brengen over de grens, in het land van Kleef. Uit de brieven die bewaard zijn gebleven om die zaken terug te krijgen, blijkt dat drie bijzonder belangrijke relikwieën beschreven worden: een arm van St. Stephanus, de zweetdoek of het omhulsel waarin hij begraven werd en het hoofd van de heilige martelaar.

Aangezien de bisschop van Capus de rechterarm ten geschenke had gekregen, moet Nijmegen dus de linkerarm in haar bezit hebben. We weten – zo schrijft pater Van Hoek s.j. – dat uiterste voorzichtigheid geboden is bij verhalen over middeleeuwse relikwieën.

Wanneer en hoe die linkerarm in Nijmegen terecht is gekomen? Volgens sommigen zou Albertus Magnus deze reliek in 1272 aan de kerk hebben geschonken en naar aanleiding daarvan tevens ook de oude kerktitel van Sint Gertrudis veranderd hebben in die van St. Stephanus.

De Nijmegenaren hadden grote verering voor zo’n kostbare schat. Ieder jaar op 3 augustus, de dag dat de overblijfselen van St. Stepanus zijn gevonden, werden de relikwieën plechtig tentoongesteld en er was dan een bijzondere aflaat te verdienen.

Waar zijn deze kostbare relikwieën gebleven? Deze vraag kan slechts onvolledig beantwoord worden. Zaak is dat de protestanten tweemaal vreselijk hebben huisgehouden in de Sint Steven. Altaren en beelden werden vernield en de kerk werd ontdaan van “paapsche afgoderij”. Toch zijn tot tweemaal toe ook kerkschatten en ook de relikwieën veilig over de grens gebracht naar Kranenburg, Kleef, Emmerik en Xanten. Sindsdien zijn de relieken echter spoorloos.

Eeuwenlang is de Sint Steven, die de enige parochiekerk was, voor de Nijmegenaren het middelpunt van het geloofsleven geweest, totdat het protestantisme daar een eind aan maakte. Meerdere priesters, ook van de Sint Steven, gingen tot het nieuwe geloof over, zoals bijvoorbeeld kapelaan Jan van Venraaij in 1565. In dat jaar ook kwam Petrus Canisius naar Nijmegen en preekte in de kerk, waar hij was gedoopt en waar hij de “eerste grote genaden van de hemel had ontvangen”, zoals hij in zijn “Belijdenissen” schreef.

Op 14 februari 1566 sloeg de bliksem in de toren en deze brandde af. Maar dat was niet de enige ramp die de stad trof. Langzaam breidde de invloed van de protestanten zich uit en zo kregen predikanten toestemming van het stadsbestuur in de Sint Janskerk op de Korenmarkt te preken. Op 25 september kwam het tot een uitbarsting. De burgerij liep te wapen en eiste dat verdere prediking verboden moest worden. Het gevolg was dat de predikanten de stad moesten verlaten.

Tien jaar later echter kregen de protestanten op bevel van Jan van Nassau, stadhouder van Gelderland, de Sint Antoniuskapel in de Ridderstraat en de Sint Janskerk op de Korenmarkt tot hun beschikking.

Naar aanleiding van de begrafenis van een protestante vrouw in de Sint Steven besteeg een predikant, ondanks een verbod, de katholieke preekstoel en hield een lijkrede. Dit veroorzaakte een groot tumult dat in een hevige beeldenstorm ontaardde. Van een gerechtelijke vervolging van de beeldenstormers wordt niets vermeld, wel dat de kerk op last van de Staten van Gelderland werd gesloten. In het begin van het jaar daarop werd de kerk door de protestanten in gebruik genomen en gedurende vijf jaar zijn de katholieken van hun parochiekerk beroofd gebleven.

In 1585 hebben de katholieken onder leiding van een paar voorname burgers, vooral uit de families van Van Triest, Kanis, Uwens, Van Rijswijk en Verheijen kans gezien het Staatsche garnizoen te ontwapenen en uit de stad te verdrijven en daarmee meester te worden in de stad.

Maar de kansen keerden in 1588 en in 1591 moest Nijmegen zich overgeven aan Prins Maurits. Voor de katholieken brak nu een zeer moeilijke tijd aan in schuilkerken en kerkschuren. Verreweg het grootste deel van de Nijmeegse bevolking bleef trouw aan de Moederkerk. De geestelijkheid werd verboden kerkelijke bedieningen uit te oefenen en alle kerken werden aan de katholieken ontnomen. In de Sint Steven werden alle beelden en alles wat met de eredienst te maken had uit de kerk gesleept en op de markt verbrand. Toen zou ook het Mariabeeld gered zijn dat nu in de Molenstraatskerk vereerd wordt.

In de 17e eeuw braken betere tijden aan en werd het door Spanjaarden en Fransen wat gemakkelijker voor de katholieken in de stad. In het jaar 1794 brachten de Fransen “vrijheid, gelijkheid en broederschap” en waren tot op zekere hoogte de katholieken weer vrij hun geloof te beleven. Maar de Sint Steven bleef in protestante handen.

Tot zover pater F. van Hoek s.j. in 1937.

Het “Leven van Sint Stephanus” verschenen

Dit boekje is geschreven door de bekende Nijmeegse journalist, Uri Nooteboom.
De schrijver heeft van de marteldood die St. Stephanus onderging een zeer realistisch verhaal geschreven. Men leest het 16 bladzijden tellende boekje in een ruk uit – zo schreef Jan Creyghton in zijn recensie. “We vinden er ook de zoo boeiend gegeven geschiedenis van den eersten Pinksterdag, een breed opgevatte uiteenzetting over de wijze, waarop Sint Stephanus tot het Christendom kan zijn geroepen, de levendige schets van zijn roerende bezorgdheid voor de armen, een karakterschildering van Stephanus, waarbij hij wordt gesteld naast de figuur van dien grooten leviet, die in de Romeinsche vervolgingen uit haat tegen Christus werd gedood, den H. Laurentius, het omstandig verhaal der gevangenneming van Stephanus, toen hij, vol van den H. Geest, in den tempel zijn Christus beleed, en de rede, die hij met doodsverachting en heldenmoed voor het sanhedrin heeft gehouden, tot men hem uitzinnig van spijt en gedreven door Christen-haat voor de steeniging naar den top van de rots wegsleepte. Hier heeft hij, zoals de schrijver prachtig uiteenzet, zijn ziel in stralenden vrede aan zijn Schepper weergegeven.
En de recensent eindigt met de woorden: “Het zal de beste lectuur zijn voor hen, die in ware stemming de feesten van den H. Stephanus in deze maand willen medevieren.

De voorbereidingen voor de Sint Stephanus-feestavond

De voorbereidingen voor de huldigingsavond op woensdag 15 december zijn in volle gang. Regelmatig staan er oproepen in de krant voor de repetities voor de zang- en muziekafdelingen o.l.v. de dirigent Simon Terpstra, vaak in het parochiehuis van de St. Stephanuskerk aan de Berg en Dalseweg. Ook de toneelspelers die een rol spelen in de “tableaux vivants” o.lv. de kunstschilder Wim van Woerkom hebben zo hun repetities. Van Woerkom werd bijgestaan door de regisseur Henk Kramer.

De huldigingsavond vindt plaats in “De Vereeniging”. Om de recette van deze avond geheel ten bate van de armen te doen toekomen, heeft het Comité een beroep gedaan op meerdere particulieren, instellingen, congregaties en verenidingen om een geldelijke bijdrage om de kosten voor deze avond van tevoren te dekken. Zo werd een bijdrage gegeven door o.m. R.K. Bond voor Groote Gezinnen, R.K. Werkliedenvereeniging, R.K. Onderwijzersbond, R.K. Boerenbond, 3e Orde St. Dominicus, St. Jozefcongregatie, St. Stephanuskerk, St. Aloysiuscongregatie, St. Canisiuskerk, Mariavereeniging, R.K. Vrouwenbond, Rectoraat St. Jozefskerk en van de godsdienstige vereenigingen van de St. Stephanusparochie.

De plaatsbewijzen kosten 5,-, 2,50, 2,-, 1,50, 1,-, 0.90, 0,25 en 0.10 De begunstigerskaarten van f 5,- waren al snel uitverkocht evenals de kaarten van f. 0,90 en vlak voor de avond waren er nog maar enkele plaatsen van f. 0,25 en f. 0,10 over. De middenkaarten waren er nog wel. “De Vereeniging telt 1500 plaatsen en het Comité hoopt dat al deze plaatsen op de avond bezet zijn, zodat er zoveel mogelijk geld naar de armen gaat.”

De Sint Stephanusviering in alle kerken

Voorafgaand aan de feestavond op woensdag 15 december wordt op zondag 12 december in alle kerken van Nijmegen de plechtige Hoogmis gezongen als Votiefmis van de H. Stephanus. In alle kerken wordt ook een feestpredikatie gehouden ter ere van de heilige. Als feestredenaars zijn priester-Nijmegenaars gevraagd en voor zover zij konden en niet verhinderd waren, hebben zij enthousiast gereageerd. In de krant verscheen een lijst van welke priester in welke kerk de feestpredikatie hield. Tevens wordt er er een collecte gehouden voor alle katholieke armen van de stad. Ook worden in alle kerken de boekjes verkocht, waarin het leven van St. Stephanus staat verhaald.

Deze kerkelijke viering werd gezien als de “beste en naaste voorbereiding van den grooten Herdenkingsavond in het Concertgebouw “De Vereeniging” op Woensdag 15 December.

De St. Stephanus-viering in “De Vereeniging”: een indrukwekkende bijeenkomst

Donderdag 16 december

“In tegenwoordigheid van Z.H. Exc. Mgr. Dr. J.M. Buckx (Apostolisch Vicaris Finland), den H.E. Heer J.L. van Mulukom, den burgemeester van Nijmegen Jos. Steinweg en den Rector- Magnificus van de R.K. Universiteit, Prof. Dr. K.L. Bellon, had gisteren in de groote zaal van “De Vereeniging” de feestelijke herdenking plaats van Sint Stephanus’ marteldood. Ruim 1100 Nijmegenaars waren bijeen, waaronder professoren van de R.K. Universiteit en vertegenwoordigers van de organisaties. De avond werd geopend met het zingen van Schulz’ Motette “Wie heilsam ist’s.”

Zo begint de inleiding van een uitgebreide terugblik op de herdenkingsavond op woensdag 15 december.
Toen de zang was verstomd hield de voorzitter van het St. Stephanus-Comité, Prof. Dr. Titus Brandsma O. Carm, een kort openingswoord. Hij heette alle notabelen welkom en – in één woord allen samenvattend – de feestvierenden hier tezamen ter viering van het eeuwfeest van de stadspatroon St. Stephanus.
Hij citeerde in zijn openingsrede o.a. Albertus Magnus, die de oude Stevenskerk inwijdde en aan Nijmegen haar heilige patroon gaf. In zijn feestrede sprak Albertus de tekst die is opgetekend uit de mond van de heilige Stephanus: “Ik zie de hemelen geopend.” Die woorden wilde Prof. Brandsma op deze avond herhalen. “Deze avond brengt ons de hemel nader”, zo zei hij.
Na zijn openingsrede zong het koor, bestaande uit uitsluitend Nijmeegse zangers, “O bone Jesu” en “Adoramus Te” van Palestrina.

Daarna betrad Prof. Dr. Gerard Brom het spreekgestoelte. Hij schetste St. Stephanus als de grote Godsgetuige, die door zijn vurig geloofsleven, zijn grote offervaardigheid voor de armen en zijn grote levensmoed en edelmoedigheid jegens zijn vijanden tot in de dood toe, een toonbeeld is van de ware katholiek van de daad. Verder ging hij in op de waarde die het leven van de heilige Stephanus voor de mensheid en in het bijzonder voor de Nijmegenaren betekende, in een ver en nabij verleden en in het heden. We moeten, zo zei hij, Stephanus zien als een stadspatroon, niet degene die vroeger leefde en is gestorven, maar degene die nog steeds de stadpatroon is. Het verlies van de oude St. Steven betreuren we nog, maar de nieuwe kerk is opgericht op een hogere plaats.

Na de rede van Prof. Brom werd het “Alleluja” uit de “Messias” van Händel gezongen. Vervolgens was er pauze, die weer werd gevolgd door de St. Stephanus-tableaux en het “Te Deum” van Anton Bruckner.

De tableaux vivants

Een hoogtepunt tijdens de herdenkingsavond was de vertoning van de twee tableaux vivants: het ene liet de heilige Stephanus zien terwijl hij brood uitdeelde aan de armen. Hij staat daar temidden van de havelozen, die van alle kanten opdagen om een aalmoes te ontvangen. Een vervallen huis, een kermiswagen en een verweerde boom suggereren de ellende en armoede waaruit de mensen komen. Een groot, dominerend kruis vormt de achtergrond, de liefde symboliserend waarvoor Stephanus voor de armen bezield is.

Het andere tableau toonde de steniging van de heilige. Stephanus ligt geknield, stervende aan de voet van het kruis, dat ook hier symbolisch bedoeld is, nl. dat de dood van Christus uit liefde voor alle mensen aan St. Stephanus de kracht geeft om als martelaar voor het Geloof te sterven. Hij wordt omringd door mannen die hem met stenen te lijf gaan en opgehitst worden door duistere, wraaklustige figuren. Op de voorgrond een groep arme mensen, onmachtig om Stephanus te helpen. De achtergrond bestaat uit rotsen met de stadspoort, waarbuiten de steniging plaatsvond.

Volgens de pers lag het bijzondere ongetwijfeld in het coloriet van aankleding en decors. In beide belangrijke onderdelen was de invloed van beeldend kunstenaar Wim van Woerkom duidelijk zichtbaar. Hij was erin geslaagd “zijn eigen coloristisch temperament ook in de tableaux tot gelding te brengen. De sobere decors met het kruis in het midden waren de levendige accentuering van de taferelen, die tegelijkertijd symbolistisch en realistisch werden gehouden. Het symbolisme vonden we in het kruis en in de hedendaagse aankleding der figuren, het realisme in de menselijke gebaren en in de eenheid van de groepering.

De verslaggever vond het overigens jammer dat de tableaux maar een paar minuten duurden. Graag had men wat langer van deze beelden genoten. Maar de regisseur, Henk Kramer, wilde van de toneelspelers niet het onmogelijke eisen.

Het muzikale gedeelte

De leider van het muzikale gedeelte van de avond, de heer Simon Terpstra, heeft een hachelijke taak op zich genomen. Het koor voor deze avond is in alle haast gevormd uit zangers en zangeressen uit meerdere Nijmeegse koren en de orkestleden zijn ook op het laatste nippertje overal vandaan gehaald. Dat betekende heel veel repeteren, avond aan avond en desondanks heeft Simon Terpstra er wat moois van weten te maken. Het ging niet helemaal feilloos, maar dat mag je dan ook niet verwachten na een dergelijke voorbereiding.

Klapstuk van het muzikale gedeelte was het “Te Deum” van Anton Bruckner, voorwaar geen gemakkelijk te zingen compositie. Met een wat gemakkelijker werk was de heer Terpstra waarschijnlijk beter voor de dag gekomen.

Een dankwoord van dirigent Simon Terpstra aan koor- en orkestleden volgde later in “De Gelderlander”:

“Aan het koor van de St. Stephanus-avond.

Als dirigent van koor en orkest dat de avond van de St. Stevensviering heeft mogen opluisteren, voel ik mij verplicht de dames en heren van koor en orkest van harte te bedanken voor de vele opofferingen, welke zij zich hebben getroost en de toewijding, waarmee zij de repetities hebben gevolgd.
Koor en orkest mochten zich na afloop van de avond verheugen in de onverdeelde instemming en enthousiaste waardering van alle aanwezigen. Zelden gaf ik een concert met koor en orkest, waar op zulk een slagvaardige wijze op al mijn intenties werd gereageerd.
Dames en heren, u heeft gemusiceerd op ’n wijze, die een jarenlange samenwerking zou doen vermoeden. Gaarne sluit ik mij aan bij de mening van autoriteiten en kunstkenners, welke één waren over ‘t door u gepresteerde.”

Simon Terpstra


Het programmaboekje voor de herdenkingsavond op 15 december

Maar het was alleszins aanvaardbaar. Bij alle fouten die opvielen was het alles bij elkaar een ware verdienste. Niet alleen het koor, maar ook de vier solisten hebben zich prima van hun moeilijke taak gekweten, gezien de mogelijkheden.

De Pontificale H. Mis in de St. Stephanuskerk

Mgr. A.F. Diepen, bisschop van ’s-Hertogenbosch

Tweede Kerstdag, 26 december 1937, het feest van St. Stephanus, eerste martelaar.
Om 10.00 uur heeft Mgr. A.F. Diepen de kerkelijke viering van de St. Stephanusfeesten bekroond door de Pontificale H. Mis op te dragen in de St. Stephanuskerk. Vele autoriteiten waren hierbij aanwezig onder wie Mgr. J.M. Buckx, Burgemeester J.A.H. Steinweg, een aantal professoren en verdere vertegenwoordigers van ordes, congregaties, studiehuizen en scholen.
Na het zingen van de Lauden bij het Maria-altaar door de Paters Franciscanen van Alverna werd Mgr. Diepen bekleed met de pontificale gewaden.

Het helle licht van de kaarsen, de rode bekleding van de altaarwanden en het stralende goud van de feestelijke paramenten weerspiegelden levendig in de kristallen facetten van de kleurrijke mozaïeken in het priesterkoor.
Het koor van de Paters Franciscanen voerde de liturgische gezangen uit gedurende de H. Mis. Na de Mis werd het Sint Stephanuslied gezongen, een compositie van Willem Hijstek. Tijdens de viering werd het door Joan Colette ontworpen Sint Stephanusprentje uitgereikt.

Na de H. Communie werd een bisschoppelijke brief voorgelezen door deken Van Mulukom, waarbij aan alle aanwezigen een aflaat van 50 dagen werd verleend.

Terwijl de geestelijkheid en de mensen de kerk verlieten had een orgelbespeling plaats. Om ongeveer kwart voor twaalf was de Pontificale H. Mis ter ere van St. Stephanus afgelopen.

Maar ’s middags was er nog een Pontificaal Lof, ook weer gecelebreerd door Mgr. A.F. Diepen ter sluiting van de kerkelijke viering van de herdenking van het 19e eeuwfeest van St. Stephanus’ marteldood.

De gezangen werden op voortreffelijke wijze uitgevoerd door het parochieel kerkkoor, versterkt door het koor van de Maria Geboorteparochie, onder leiding van de heer Willem Hijstek.

Tijdens het plechtige Lof werden door de bisschop honderden patronalia van St. Stephanus gewijd, waarna  hij het slotwoord sprak van de geslaagde St. Stephanusviering.

De Sint-Stevens-Kerremis

Maar de feesten waren nog niet ten einde. Op 26, 27 en 28 december werd er in de bovenzalen van “De Vereeniging” een kermis, een fancy fair, gehouden ten bate van de armen van Nijmegen.

Een pas tot standgekomen Bond van Binnenhuiskerremisexploitanten heeft zijn schouders onder deze activiteit gezet en de leden deden dat geheel Pro Deo: alles moest ten goede komen aan de armen. Alle standplaatsen moesten verpacht worden en er werd o.a. ingeschreven voor een danssalon, een theater Minerva, een etablissement Olibola, een panopticum een Albert-Bas toneelensemble, een Rad van Avontuur, enz. Er bleek dus veel animo te zijn.

En er kwamen nog meer plannen: er waren drie bands geëngageerd. Er werd een bierkelder ingericht, een Bolsbar en ook nog een Champagnebar voor de royaalste bezoekers.

Voor de fancy Fair werden prijzen en attracties gevraagd aan particulieren, winkeliers en fabrikanten. Alle gaven waren welkom.

Na toespraken van de voorzitter van dit kermiscomité, de heer Joh. Verheij en van Burgemeester J.A.H. Steinweg werd de fancy fair geopend op de dansvloer.

Er heerste al meteen een grote drukte op de drie bovenzalen, waar de kermis was opgericht. De een vond zijn plaats in de St. Stevenskelder waar best bier werd getapt en rondgediend door vriendelijke kelnerinnen in Beierse klederdracht, de ander vond zijn vertier op de dansvloer in het “dennenbos”. Het Rad van Avontuur trok meteen al tientallen deelnemers en er waren dan ook mooie prijzen te winnen, belangeloos ter beschikking gesteld door vele schenkers en schenksters. Zo was er kostbaar smeedwerk te winnen dat gemaakt was door jonge vaklieden van de Centrale Werkplaats. En de kunstschilder Peter van der Braken, die op dat moment een expositie hield in het Waaggebouw, stelde een fraaie pastel ter beschikking van de fancy fair. Andere prijzen en cadeaus konden al eerder bij de gulle gevers thuis worden opgehaald of men kon ze ook brengen naar de Openbare Leeszaal aan de Burgemeester Van Schaeck Matonsingel.

Later op de avond trokken de Bolsbar en de Champagnebar ook de nodige bezoekers, maar de hoofdaandacht ging toch uit naar de kleine concertzaal waar de piano-accordeonkapel “Apollo” onder leiding van J. de Goeij jr. lustige dansmuziek speelde. Verder werd er muziek gespeeld door de “Happy Collegians”, de “John’s Hawaiïan Serenaders” en de Nijmeegse Studentenband.

Op 28 december, het feest van Onnozele Kinderen, werd er een speciale feestmiddag georganiseerd voor de kinderen. De jonge gasten werden zoveel mogelijk verwacht in de kleding die op het feest van Onnozele Kinderen gedragen werd en voor het leukste kostuum was er een mooie prijs.

’s Avonds 28 december verwachtte men eigenlijk niet zoveel mensen vanwege de hevige sneeuwval en gladheid, maar er kwamen toch een paar honderd mensen opdagen.

Deze Sint-Stevens-kerremis was het einde van de herdenking van het 19e eeuwfeest van de marteldood van de heilige Stephanus, patroon van de stad Nijmegen.


De H. Stephanus door Joan Colette


Eindafrekening van het St. Stephanuscomité


Voor de parochianen van de St. Stephanusparochie was het nog niet afgelopen. In 1938 werd er weer een actie gehouden voor de armen.

De extra bijlage van “De Gelderlander” van 11 december 1937

Op 11 december “1937 kwam het dagblad “De Gelderlander” met een extra bijlage, gevuld met allerlei artikelen die betrekking hadden op Sint Stephanus, Nijmegen en de Stephanusfeesten. Deze bijlage bestond uit een viertal pagina’s met teksten van bekende, meestal Nijmeegse vertegenwoordigers van de geestelijkheid.

Onder de bovenstaande tekening van de hand van Henk Daniëls, voorstellende de heilige Stephanus die brood uitdeelt aan de armen aan de voet van “onze” Stevenskerk, schreef Mgr. A.F. Diepen, bisschop van ’s-Hertogenbosch de volgende tekst:

“Na de voorbereiding, met zoveel ijver getroffen door de Geestelijkheid van Nijmegen en op initiatief van den Zeereerw. Pastoor der Parochie van den H. Stephanus, gaat de Ons zoo dierbare stad Nijmegen het 19de Eeuwfeest vieren van den Marteldood van den Patroon der stad, den H. Diaken Stephanus.

Ten volle willen Wij Ons aansluiten bij deze plechtige herdenking. Gaarne geven Wij Onze algeheele goedkeuring aan het plan der grootsche feestviering en verleenden Wij verlof, in alle kerken van Nijmegen bij de oefeningen van het Plechtig Triduum uitstelling te houden van het Allerheiligste Sacrament in Ostensorio, gaarne ook hebben Wij toegezegd op den sluitingsdag, 26 December a.s., de Pontificale Hoogmis te komen opdragen in de kerk van den H. Stephanus, de sluitingsplechtigheid zelf te komen verrichten en de Parochie-patronale’s te komen zegenen.

De Heilige Stephanus, de Eerste bloedgetuige van den Katholieke Kerk, gaf Haar in hare eerste levensdagen het opwekkend voorbeeld van zijn rotsvast geloof, van zijn ongerepte kuischheid, van zijn volkomen onthechting aan de goederen der aarde, van zijn edelmoedige armenverzorging en van zijn heldhaftige vergevensgezindheid zelfs jegens zijn moordenaars.

Moge het glorierijk herdenkingseeuwfeest van den grooten Patroon Onzer geliefde stad Nijmegen haren inwoners zijn machtige bescherming doen verkrijgen ter trouwe navolging zijner deugden.

Daartoe schenken Wij reeds thans aan deze zoo gewettigde feestviering van harte Onzen Bisschoppelijken Zegen.”

’s-Hertogenbosch, 8 December 1937
+ A.F. Diepen
Bisschop van ’s-Hertogenbosch

Tot zover de woorden van de toenmalige bisschop van ’s-Hertogenbosch.
Op bladzijde 2, 3 en 4 stonden artikelen van:
· J.L. van Mulukom, Deken - Bij het Eeuwfeest van Sint Stephanus
· Prof. Dr. K.L. Bellon, Rector Magnificus R.K. Universiteit - De eerste dagen van de Christenheid
· Prof. Dr. Titus Brandsma, O.Carm - De arm van St. Stephanus
· Pater Dr. Desiderius Franses, O.F.M., Hoogleraar K.U. - Sint Stephanus
· Pastoor G.W. van der Heijden - St. Stephanus in eer hersteld!
· Pater F. van Hoeck, s.j. - Hoe de Sint Steven voor de katolieken verloren ging
· Pater M Bogaartz, s.j. - St. Stefanus Apologeet
· Rector H.C.A. Baljon - San Stefano in Rome
· Dr. L.M.Fr. Daniëls, O.P. - St. Stephanus in de Litteratuur
· J. Stalpaert van de Wielen - Sinte Steven (een gedicht)
· M.P.M. Daniëls - Nijmeegsche Munten
· Kerkelijke vieringen van 12 en 26 December.

De pagina’s waren ook voorzien van illustraties. Zoals al gezegd stond op de voorpagina van deze bijlage een tekening van Henk Daniëls.
Bij het artikel van Pater Daniëls O.P. op bladzijde 3 stond “een oude tekening van de groote Sint Stevenskerk te Nijmegen, met graftombe van Catharina van Bourbon”.
Het artikel van Rector Baljon werd verlucht met een drietal fresco’s van Fra Angelico, muurschilderingen in de kapel van Paus Nicolaas V in het Vaticaan:


Afb. 1. Diakenwijding van St. Stephanus door de H. Petrus.
Afb. 2. St. Stephanus wordt naar de martelplaats gevoerd.
Afb. 3. De steniging van St. Stephanus.

Op de laatste bladzijde is veel ruimte besteed aan in Nijmegen geslagen munten. Op veel munten komt een afbeelding voor van de H. Stephanus waaruit de verering blijkt van de heilige door de inwoners van de stad.


Schilderij uit de schilderijenverzameling van “Brera” te Milaan.
Hier wordt de heilige voorgesteld als diaken met dalmatiek en evangelieboek; en als martelaar met kroon en martelpalm, terwijl de steen op het hoofd de steninging aanduidt. Dit schilderij is van Girolamo da Santo Croce Rizo, een Venetiaanse schilder uit de bloeitijd in de eerste helft van de 16e eeuw.


De steniging van St. Stephanus. Mozaïek van Joan Colette in de St. Stephanuskerk te Nijmegen
(detail grote absis)



Heeft u herinneringen bij dit artikel? REAGEER

Reactie 1:

Cees de Vos, 28-11-2011: De Stephanusfeesten in 1937. "Het wordt tijd dat er iets geschreven wordt over de St. Stevenskerk, dé verbinding van de heilige Stephanus met onze stad Nijmegen."
Bij het starten "Aanleiding" kwam het hele verhaal in beeld. Ben wel even bezig geweest om de leesstof tot mij te laten inwerken. Prachtig beschreven. Mijn compliment, dat moet een heel werk geweest zijn.
Herhaaldelijk komt in het verhaal Prof. Dr. Titus Brandsma in beeld, voor deze meer recente martelaar van de stad Nijmegen zou men uit eerbied ook een verhaal kunnen schrijven."Moge het glorierijk herdenkingseeuwfeest van den grooten Patroon Onzer geliefde stad Nijmegen haren inwoners zijn machtige bescherming doen verkrijgen ter trouwe navolging zijner deugden."
J.L. van Mulukom - Deken. Als jong kind herinner ik mij die naam, de man was ondermeer verbonden aan de Groenestraatskerk.
Ook komt de naam kapelaan Verhoeven meermalen in het verhaal voor. In de Groenestraatskerk had een der kapelaans die naam: het was een grote sterke gebrilde man die o.a. de leiding over het mannenkoor en het jongenskoor had…?
De bijdrage van het gesmolten vet ten bedrage van F640.- vond ik geestig. Mijn ouders hebben vast ook ‘een duit in het zakje’ gedaan voor de armen. Vaag herinner ik mij dat. Het kan ook een ander bijdragezakje geweest zijn...

Reactie 2:

Annie Wendlandt-Vermeulen, 02-12-2011: Ja, Hier een paar regels van Annie Wendlandt-Vermeulen,' Ik was geboren, toen mijn Vader, Herman Vermeulen , 'OLD DUTCH cafe' had. Jan 2, 1932. Wij staan ook nog in de Immigranten. Ben nu nog de enigste die nog leefd in onze Familie.
Lees altijd graag Noviomagus. Van Hartelijke Dank.
Als kind ging ik naar de St.Stevanis kerk. Heeft er iemand nog een foto van Kapelaan Verhoeven? Hij was altijd zo aardig en nooit zijn naam vergeten. Wij woonden toen op de Tooropstraat.
Groeten van een oud Nijmegenaar, Annie

terug

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: