De geschiedenis van de St

Joan Collette (1889 – 1958)

Foto: Joan Collette (1889 – 1958)

De eerste monumentale opdracht, die de kunstenaar Joan Collette (1889 – 1958) in Nijmegen ten deel viel sinds zijn vestiging aldaar in 1927, betrof het decoreren van de aan Nijmegens patroonheilige gewijde St. Stephanuskerk aan de Berg en Dalseweg. Dankzij de bemiddeling van de toenmalige pastoor G.W. van der Heijden en de offervaardigheid van de parochianen kon hij in de periode 1935 – 1948 fasegewijs deze Byzantijns aandoende kerk met haar centraal-koepelgebouw voorzien van mozaïeken en glas-in-loodramen. Zo trachtte hij als kerkdecorateur katholieke gemeenschapskunst te scheppen. Hierbij vormen architectuur, sculptuur en schilderkunst een harmonieus geheel, afgestemd op de viering van de liturgie.
Vooral in de jaren twintig van de vorige eeuw werden vele kunstenaars door de clerus met monumentale opdrachten belast. Het waren vooral het Sint Bernulphusgilde en de Algemene Katholieke Kunstenaarsvereniging, waarvan Collette in 1934 resp. bestuurslid en algemeen voorzitter werd, die de bloei van een twintigste-eeuwse kerkelijke kunst bepleitten en ook daadwerkelijk bevorderden.
Zijn eerste belangrijke ervaring als kerkelijk kunstenaar deed Collette op in de jaren 1922 tot 1927 in dienst van de Kunstwerkplaatsen Cuypers & Co. te Roermond, waarbinnen hij een redelijke mate van artistieke bewegingsvrijheid genoot en zich als autonoom kunstenaar kon profileren. Zijn werken uit die tijd (glas-in-loodramen, altaar- en muurschilderingen) waren geïnspireerd door o.a. Jan Toorop, Maurice Denis en de Beuroner Kunstschule. Nadat hij zich had losgemaakt van Cuypers’ atelier en zich als zelfstandig ondernemer had gevestigd in Nijmegen, ontwikkelde hij geleidelijk aan een op vroeg-christelijke en Byzantijnse voorbeelden geënte monumentale kunst, m.a.w. hij schiep een gemeenschapskunst, die het westen met het oosten, zijn eigen tijd met een periode uit het verleden verbond. Om zich goed te documenteren ondernam Collette in 1928 en 1929 twee reizen naar Italië en raadpleegde zijn collectie boeken, die met name de kunst uit de vijfde tot de vijftiende eeuw bestreek. De kennis die hij hiermee vergaarde bleek een rijke inspiratiebron te zijn, waaruit hij, ook in het geval van de St. Stephanuskerk, gestadig putte.

Mozaïeken
Hieronder volgt op datum de uitvoering van de mozaïeken.

Foto: De grote absis met links de apostel Petrus die zeven mannen w.o. Stephanus benoemd tot diaken. Rechts deelt Stephanus voedsel uit aan de armen. Midden onder wordt Stephanus gestenigd en daarboven wordt hij ten hemel opgenomen en tot martelaar gekroond. Onder de engelen links en rechts zijn de resp oranje en rood-wit-blauwe vlaggetjes te zien die Collette aanbracht als verzetsdaad omdat men tijdens de oorlog niet op koninginnedag (31 augustus) niet mocht vlaggen.

 

19 november 1933 Opdracht om de Mariakapel te beschilderen t.g.v. het 10-jarig bestaan van de parochie.
30 juni 1934 Collette begroot mozaïekwerk van Mariakapel op fl. 3000,-
27 oktober 1934 De beslissing om de Mariakapel te beschilderen of te voorzien van een mozaïek wordt overgelaten aan de voorzitter van het kerkbestuur, Pastoor Van der Heijden.
21 december 1934 Pastoor Van der Heyden vraagt aan Mgr. Diepen, bisschop van Den Bosch, schriftelijk toestemming met de werkzaamheden te mogen beginnen na goedkeuring van een gemaakte ontwerptekening van Collette.
2 januari 1935 Ontwerptekening van Collette toegezonden aan de Bisschoppelijke Bouwcommissie.
12 januari 1935 Positieve beoordeling van de Commissie.Opmerking daarbij: een liggende Madonna bij de geboorte van Christus is niet toegestaan. (Collette maakt er een zittende Madonna van!)
1e zondag v. mei ’35 De Mariakapel wordt in gebruik genomen.
21 mei 1935 Zilveren priesterfeest van Pastoor Van der Heijden. Als feestgeschenk krijgt hij de eerste giften voor de decoratie van de grote absis.
6 oktober 1935 Middengedeelte (steniging St. Stephanus) is klaar.
21 mei 1936 Er wordt geld ingezameld voor het mozaïek achter het Jozefaltaar (12½ jaar bestaan van de parochie).
20 maart 1937 De zijvelden zijn klaar (wijding van St. Stephanus en zes anderen tot diaken door H. Petrus + uitdeling brood aan de armen).
11 december 1937 De tekening voor het mozaïek achter het Jozefaltaar wordt aangebracht.
5 oktober 1939 De kroning van St. Stephanus wordt onthuld (middenboven).
31 augustus 1940 Onder de engelengroepen brengt Collette resp. een oranje en rood-wit-blauwe wimpel aan. Hij protesteert hiermee tegen het Duitse verbod om op die dag, de 60ste verjaardag van koningin Wilhelmina, de vlag uit te steken.
6 oktober 1940 Pastoor Van der Heijden deelt mee dat de absismozaïek voltooid is.
  
Opmerkingen: 

• Toen Pastoor Van der Heijden een beslissing moest nemen (27 okt. 1934) kwam ook de opvatting van architect Cuypers aan bod. Deze meende, dat mozaïek het meest overeenstemde met de bouw van de kerk; echter het aanbrengen hiervan zou veel geld kosten, dat pas op langere termijn bij elkaar gebracht kon worden. Het definitieve besluit om over te gaan tot mozaïekversiering, althans voor de Mariakapel en wellicht ook van de rest, werd vóór 22 december 1934 genomen.

• In de Mariakapel kan men drie taferelen onderscheiden:
1. Links brengt de engel Gabriël Maria de blijde boodschap;
2. Rechts dezelfde gebeurtenis, maar dan bekroond door de duif van de H. Geest;
3. Middenboven Christus’ geboorte met de zittende (!) Maria.

• Het mozaïek in de grote concha is opgebouwd uit vier velden, waarmee de vier hoofdmomenten uit het leven van St. Stephanus, de eerste martelaar, corresponderen.
1. In de halve cirkel (lunet genaamd) beneden de steniging van St. Stephanus, niet afgebeeld als de gefolterde, maar als de getuige van Christus, die bij de marteling zijn leven aan God aanbiedt. De lunet ligt niet alleen in letterlijke, maar ook in figuurlijke zin in het verlengde van de offertafel. Op het altaar offert Christus zich voor de gelovigen, erboven volgt de H. Stephanus diens voorbeeld;
2. Links de wijding van St. Stephanus en de zes andere, eerste diakens door de H. Petrus in gezelschap van Maria;
3. Rechts het uitdelen van het brood aan de armen door de H. Stephanus met een leviet.
4. Middenboven de kroning van St. Stephanus (het Griekse stephanos = krans, kroon). Hier stijgt Stephanus op naar de hemel, geflankeerd door twee bazuinblazende engelen. Hij wordt ontvangen door de H. Drieëenheid, omsloten door de regenboog als symbool van het verbond tussen hemel en aarde. De engelen links en rechts van Stephanus’ tenhemelopneming staan daar als bemiddelaars tussen God en de mensheid.

• Het is onduidelijk wanneer Collette met het mozaïek van de Jozefkapel is begonnen, maar in 1942 legde hij er de laatste hand aan.

• Het mozaïek in de Jozefkapel verbeeldt taferelen uit het leven van de oudtestamentische Jozef, waarover St. Stephanus tijdens zijn zelfverdediging voor de Hoge Raad verhaalde. Hij is het prototype van de voedstervader van Christus, de H. Jozef.
1. Links Jozef bij de put te Dotan en zijn verkoop door zijn broers aan kooplieden op weg naar Egypte.
2. Rechts Jozef in de Egyptische gevangenis, naar wie vanuit Gods hand in de wolken een straal reikt. Toen Joan Collette in juli 1942 als gijzelaar werd weggevoerd, had hij de vorige dag juist de hand van God in de gevangenis van Jozef in de Jozefkapel voltooid. Het eerste poststuk dat hij in de gevangenis kreeg, bevatte een hartelijk troostwoord van Pastoor Van der Heijden, die hem eraan herinnerde, dat “Gods Hand” altijd met ons is als er gebeden wordt en ons gebed verhoord zal worden. Enkele weken later kwam Joan Collette vrij!
3. Middenboven Jozef als onderkoning van Egypte, die het koren uitdeelt aan het volk.

Foto links: De Mariakapel met het Mariabeeld uit het atelier van Gerard Hack te Maastricht (1924). In de absis zijn taferelen te zien van de Blijde Boodschap aan Maria

Foto rechts: De Jozefkapel met het Jozefbeeld uit het atelier Linsen te Venlo (1926). In de absis zijn taferelen te zien van de Oud-Testamentische Jozef, zoon van aartsvader Jacob. Hij werd door zijn broers bij Dothan als slaaf verkocht.

Werkwijze
Bij een vergelijking van de mozaïeken met voorbeelden uit de vroeg-christelijke en Byzantijnse kunst ziet men onmiddellijk, dat Collette motieven en stijlelementen daaraan ontleende en deze in zijn ontwerpen tot een harmonieus geheel verwerkte. Niet alleen in iconografisch en stilistisch opzicht, maar ook in technisch opzicht putte hij inspiratie uit voorbeelden van oude meesters. Hun techniek van het zgn. directe zetten, die vanaf de 15e eeuw in onbruik raakte, werd door hem in Nederland geïntroduceerd. De mozaïeken in de Stephanuskerk zijn het enige voorbeeld in Nederland, waarop deze “eerlijke en zuivere werkwijze”op grote schaal is toegepast. Met zijn duim drukte hij 1.250.000 steentjes één voor één in de natte specielaag. Daar de druk nooit hetzelfde was en de ondergrond qua dikte variabel, kwamen de blokjes niet precies gelijk te liggen, maar in verschillende hoeken t.o.v. het licht. Zo ontstond er in het later overgewitte bakstenen interieur een schittering van enige tientallen kleuren, afkomstig van voornamelijk glas en bladgoud vervaardigde steentjes.

Gebrandschilderde glas-in-loodramen
Joan Collette heeft niet alleen in de St. Stephanuskerk de mozaïeken gemaakt, ook heeft hij zich als kunstenaar ook beziggehouden met de glas-in-loodramen in de kerk ”zoodat de kleuren van het mosaik (sic) beter zullen uitkomen”. Zo zijn de zijramen (het geboorteraam en het pinksterraam) van zijn hand en ook het Caeciliaraam op het zangkoor. 

Foto: Het Pinksterraam: een van de twee grote gebrandschilderde glas-in-loodramen van de hand van Joan Collette (het andere raam is het geboorteraam)

Tijdens de oorlog zijn door een granaatinslag de ramen in de koepel van de hand van Joep Nicolas uit de jaren twintig vernield. Aan Collette werd gevraagd deze te restaureren, maar hij achtte dat ondoenlijk en niemand zou betreuren dat het jeugdwerk van Joep Nicolas vervangen zou worden. Vandaar dat Joan Collette de opdracht kreeg deze ramen te vervangen. Na een eerste afgekeurd ontwerp kon men op 17 november 1946 berichten dat de ramen, geplaatst door Atelier J. Van Leeuwen en Zoon uit Geldrop, tot aller tevredenheid klaar waren. In de stijl van Byzantium werden door middel van 68 ramen (4x7 en 8x5 stuks) de apostelen, geflankeerd door hun attributen en oranten, weergegeven. Pal tegenover het altaar op het priesterkoor heeft hij een raam geplaatst met een afbeelding van Jezus Christus.

Kruisweg
Met de afbraak van het Canisius-Wilhelmina-ziekenhuis aan de St. Annastraat kwam de kruisweg uit de kapel van het ziekenhuis vrij. Ook de staties van deze kruisweg waren van de hand van Joan Collette. Hij maakte ze in 1939. Om deze niet verloren te laten gaan, werd besloten de kruisweg in zijn geheel over te plaatsen naar de St. Stephanuskerk, zodat dit werk gevoegd kon worden bij de mozaïeken en glas-in-loodramen. Dat gebeurde in 1992 vóór de sloop van de kapel. Dat was nog een moeilijk en ingrijpend proces. De op de muur geplakte linnen doeken moesten op een of andere manier van de muur gehaald worden, het liefst zonder gebruik te maken van hamer en beitel. De firma Stadelmaier bedacht een methode met behulp van een soort guillotine, waardoor de lijm van het doek werd afgebroken in plaats van de muur. Toen waren binnen twee uur de 14 staties van de muur gehaald zonder schade te hebben opgelopen.

Foto: Een van de 14 staties van de Kruisweg door Joan Collette (Simon van Cyrene helpt Jezus het kruis te dragen). In 1992 werden ze uit de kapel van het Canisius Wilhelminaziekenhuis gehaald vóór de sloop van dit gebouw. Na restauratie werden ze neergehangen in de St.Stephanuskerk.

Ze zijn daarna gereinigd, gerestaureerd en gespannen op houten dragers door Jetske Moojen.
Alle grote kunstwerken van deze kunstenaar werden op deze manier verenigd.

terug naar de voorpagina cq. inhoudsopgave

Reactiepagina
Reactie 1:

C. Zwitserlood, 22-03-2015: ik vind het fantastisch dat al dit materiaal nog zo goed te bekijken is, vooral voor de inwoners van Nijmegen. Ook de bidprentjes van Colette voor de Radboud van 1921 zijn de moeite waard.
Reactie 2:

Ton Hartman, 16-04-2015: Joan Collette heeft ook fresco's in het Cenakel te Soesterberg (rond 1939) aangebracht. In dit verband ben ik op zoek naar wat meer gegevens betreffende deze man. In 1917 is hij doopgetuige op Soesterberg met ene Pauline Day, kan dit zijn echtgenote zijn?
Reactie 3:

Wim Steures, 12-10-2015: Ik bezit een cement - tegel, (zo noem ik het maar) van formaat 50 x 50 cm. Met een afbeelding van het hoofd van Christus. Althans zo zie ik het.
Aan de onderzijde staat de naam van waarschijnlijk de kunstenaar tw.
Joan Collette 1917.
Kan iemand mij daar meer over vertellen?
Reactie 4:

Hessel, 12-10-2015: Verwijzing naar o.m. werken op cement: De Gelderlander van 06-03-1933.

Redactie: de kop van dit lange loftuitende artikel is:

OPENING DER TENTOONSTELLING VAN JEAN COLLETTE.
Vele belangstellenden in het Waaggebouw.
Schilderijen, plaatjes, mozaieken en werken op cement.

Helaas wordt er niet nader ingegaan op deze 'werken op cement'.
Reactie 5:

Hessel, 13-10-2015: De Gelderlander van 9 mei 1934 schreef over de opening van het museum van nieuwe religieuze kunst in het St. Catharijne convent in Utrecht, waaruit dit fragment:

Reactie 6:

Berry van den Brink, 13-03-2016: Ik heb als kind veelvuldig bij Joan gezeten in de Willibrorduskerk - Loven Tilburg om te kijken toen hij de kruiswegstatie schilderde. Hij riep mij om naar boven op de steiger te komen kijken. Wat me bijzonder is bijgebleven is de warme uitstraling van Joan.

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: