|
© copyright Ronny Meijers, Digitale bewerking; Henk Kersten/Stichting Noviomagus.nl H. Meijers-Ruyten Kunstsmederij Mijn grootvader (Harry Meijers, atelier Meijers-Ruyten) begon in 1917 een kunstsmederij aan de Tweede Walstraat 25 / Ziekerstraat 167 te Nijmegen.
Firmastempel ca. 1920 Briefhoofd ca 1930 Overgrootvader (atelier Meijers-Rietjens) was daarvoor al in Roermond actief en werkte o.a. veel met Cuypers. In Nijmegen staat van zijn hand de poort bij het bruggetje van het Valkhof. Ook in voorgaande generaties zijn het smeden in de familie. Hieronder een artikeltje over de poort bij het Valkhof. Overgrootvader had het ook op zijn visitekaartje staan. Hij was er dus trots op. Het zou leuk zijn als er nog ergens rekeningen of tekeningen boven water kwamen.
Artikel Dagblad de Gelderlander uit 2004
Waar dit (kerkelijke?) hek met de leeuwen is geplaatst is onbekend.
Traphek H. Meijers (wellicht Nederlandsche Bank Nijmegen?)
Veiligheidshek Nederlandsche Bank Hertogstraat Nijmegen Van Dhr. Lemmens kreeg ik een tijd geleden een firmaplaatje van een poort die achter de Commanderie staat. Volgens zijn zeggen was het afkomstig van het landhuis De Drie Wegen dat op de kruising Hatertseweg - St. Annastraat gestaan heeft. Het koetshuis ervan is nog als verzekeringsagentschap in gebruik. Het blijkt dus uit het atelier van mijn grootvader afkomstig te zijn. Sindsdien ben ik altijd op zoek naar firmaplaatjes op hekken, maar je treft ze weinig aan. Toen ik klein was zat er nog een plaatje van Meijers-Rietjens (Roermond) op het hek van Het Valkhof. Later was dat verdwenen.
Poort Commanderie en firmaplaatje
Foto met v.l.n.r. H. Meijers, ondergetekende, mijn zusje Emmy (later kwamen er nog drie kinderen), J. Meijers. H. Meijers (-Ruyten, Ruyten was de naam van mijn oma) heeft de zaak gedreven van 1917-1949, J Meijers van 1949-1972
Foto H. Meijers naast een door hem gesmeedde haard. ca 1950
De bidprentjes van M.E.A.H. Ruyten 1888-1941 en H.J.H. Meijers 1885-1955 Mijn vader zei altijd dat opa ook het smeedwerk voor Museum Kam had gemaakt. De poort van Kam heeft inderdaad identieke constructiedetails. Jammer dat er zo goed als geen bedrijfsarchief van de zaak van grootvader bewaard is gebleven. Mijn vader (Jo Meijers) zette de zaak aan de Ziekerstraat onder de naam Meijers-Ruyten voort vanaf ca 1950, naast een atelier voor siersmeedwerk bestond de zaak uit een winkel in religieuze artikelen en later ook luxe keramiek, serviesgoed en cadeauartikelen.
Briefhoofd ca. 1960 Nadat de werkplaats bij gebrek aan opdrachten in 1968 was gesloten ging ook de winkel in 1972 dicht. Mocht iemand (bedrijfs)informatie hebben over Meijers-Ruyten, dan gelieve contact op te nemen: ronny.meijers@gmail.com Ronny Meijers, oktober 2007 Uitbreiding 27-02-2011: Onverwachte ontmoeting Sinds jaar en dag ligt er in het archeologisch depot van Museum Het Valkhof, dat gevestigd is in het oude Museum Kam, een grote Romeinse amfoor die het inventarisnummer BB.IV.277 draagt. Ik had de amfoor daar vaak zien liggen. Hij bestaat voor een aanzienlijk deel uit restauraties van slordig aangebracht gips. Maar, zoals dat ook met ons gaat, ook restauraties worden ouder. Heeft de amfoor in absolute zin een leeftijd van twee duizend jaar, ook relatief gezien is het een oude vondst want het is al weer lang geleden dat hij boven de grond werd gehaald en het is ook lang geleden dat hij gerestaureerd is. Op zijn schouders hebben zich nadien dikke lagen grauw stof afgezet. De verf van de restauraties is vergeeld, het gips is brokkelig geworden doordat het wat vocht heeft opgenomen en lijm is broos geworden.
De Amfoor BB.IV.277 met inhoud. En zo kwam het dat, toen ik op zekere dag weer in het depot kwam, de ouderwetse beenderlijm van de amfoor de geest gegeven had en er in de pot een grote barst was ontstaan. Omdat ik werkzaam ben als restaurator van het museum vroeg ik aan de conservator die verantwoordelijk is voor het archeologisch materiaal of ik de barst niet even met lijm zou vullen om te voorkomen dat hij verder uit elkaar zou vallen. Deze was van mening dat de pot eerder aan een grondige restauratie toe was, temeer daar het een bijzonder type betreft dat een plaatsje in de vaste opstelling verdient. Ter voorbereiding van de werkzaamheden besloot ik de broze pot maar vast wat verder uit elkaar te halen. De oude lijmnaden lieten als vanzelf los. Nu de binnenzijde zichtbaar werd kon je pas goed zien met welke rijkelijke hoeveelheden het gips in de lacunes was aangebracht. Om het gips tijdens het uitharden te ondersteunen waren er stukken karton binnenin de amfoor aangebracht. Sommige lagen inmiddels los in de kruik tussen dode vliegen en sigarenpeuken, andere zaten nog vastgeplakt aan het gips. Het eerste stuk karton trok al direct de aandacht. Het was een kartonnen kaft met het opschrift “Kantooragenda voor het Jaar 1879” die ooit donkergroen was geweest. Een ander stuk papier zat nog aan het gips vast. Ik trok het voorzichtig los. Het was een in vieren gevouwen stuk tekenpapier. Ik vouwde het broze papier open. Het was de helft van een bouwkundige tekening waarop in inkt een ontwerp aangebracht van een kozijn met twee openslaande deuren in een neo-renaissanceachtige stijl. Beide zijden van de tekening zijn naderhand als kladpapier gebruikt. Naast het kozijn was de omtrek van een mes geschetst. Op de andere kant van het papier stond onder andere de maatschets van een gotische boog en, toen ik het papier een kwart slag draaide kon ik daar, heel dun met potlood geschreven lezen: “Meijers-Rietjens mr smid Roermond”, de naam van mijn eigen overgrootvader die op dat moment 80 km van hier zijn bedrijf had.
Beide zijden van het papier uit de amfoor. De witte vlek geeft aan waar het papier met het gips in contact is geweest. Hoe komt het dat de naam van het bedrijf van mijn overgrootvader, Jos Meijers uit Roermond, nu, een dikke 120 jaar later uit een oude amfoor opduikt? Ik heb er wel een theorie over. Het objectnummer verraadt dat de amfoor uit de oude collectie van de gemeente Nijmegen stamt. Een blik in de oude, handgeschreven en in leder gebonden annalen leert ons dat de amfoor begin 1885 door het museum wordt verworven en dat hij gevonden is in het gebied tussen de St.Jorispoort en de Hertsteegpoort, ruwweg het gebied van de huidige Gerardt Noodtstraat. In die jaren is de sloop van de stadsmuren in volle gang en het kan goed zijn dat hij bij de sloop, of bij het dichtgooien van de stadsgracht, is gevonden. Het ligt voor de hand dat de amfoor afkomstig is uit de restanten van de Bataafse nederzetting die in de eerste helft van de eerste eeuw op die plaats heeft gelegen en die ook bij recente opgravingen op de St. Josephhof is teruggevonden. De datering van het type is daarmee in overeenstemming.
De poort naar het Valkhof. In 1885 is het gemeentemuseum gevestigd in twee zalen van het stadhuis. De “amanuensis” van het stadhuis lijmt daar de pas binnengekomen seria, zoals de amfoor in de oude boeken wordt genoemd. Hij gebruikt daarbij stukken papier die er rondslingeren: een stuk van een agenda van een paar jaar oud en een stuk papier waarop, naast een aantal constructieschetsen, de naam van de smid staat aan wie zo rond die tijd de opdracht tot het smeden van de poort moet zijn verstrekt....
Jos Meijers, (10-05-1844 / 10-12-1919) Toch bijzonder dat dit stuk papier teruggevonden moest worden door een achterkleinzoon, van de man wiens naam op het papier staat en dan nog wel in een gebouw waarvoor diens zoon Henri, in Nijmegen gevestigd vanaf 1917, het nodige smeedwerk heeft vervaardigd. Heeft u herinneringen aan dit bedrijf? REAGEER , we maken graag gebruik van uw verhaal.
Ferrie Meinema, 7-12-2011: Deze plastiek bevindt zich boven de voormalige hoofdingang van de Nederlandse Bank, het straatje heet Klein Marienburg en is gelegen achter het huidige Lux-gebouw. Aan deze plastiek heb ik zelf gewerkt samen met dhr. Jo Meijers en Piet Berkvens in de tijd toen ik bij edelsmederij Meijers-Ruiten werkte; het was in 1953 dat wij het maakten in opdracht van de Ned. Bank.
|