Nieuwe pagina 1

© copyright Henny Meijer, Internetbewerking; Henk Kersten/Stichting Noviomagus.nl

Slag om Nijmegen, de Pandoerenclub

Hierbij vervolg ik mijn serie artikels over de strijd in Nijmegen in september 1944.

Uit diverse reacties kwam de vraag waarom ik niet ingegaan ben op sommige reacties noch vragen heb beantwoord voor iemand, die een uitgesproken mening heeft vol ongeloof en zelfs sarcasme.

Dat heb ik eerder ervaren toen het Bureau Onderscheidingen van Defensie volongeloof reageerde op de grote hoeveelheid dapperheidsonderscheidingen voor de US 82nd Airborne Division voor de strijd om Nijmegen.
Toen ik alle details zond, de Koninklijke Besluiten moesten deze specialisten hun kennis bijstellen.

Ik wordt niet groter als ik op iemand ga staan en voor mij mag iedereen zich ontwikkelen in zijn of haar kennis. Als iemand zegt "voorals noch neem ik aan" of woorden van gelijke strekking is dat een begin in een ontwikkeling van het vergaren van kennis. Helaas zit daar een grens aan n.l. sommige dingen zijn niet meer te achterhalen. Ook spreken getuigen elkaar tegen en zijn rapporten van commissies niet gebaseerd op latere uitspraken van deelnemers aan de strijd. Het opblazen van de Verkeersbrug in Nijmegen door de SS-generaal Harmel, die tegen het verbod in ging van zijn medogenloze Veldmaarschalk Model is zo'n voorbeeld. Hij besloot opdracht te geven om de Waalbrug op te blazen toen de eerste Britse tanks erover kwamen. Met zoveel Duitsers op de brug?? Het werkte niet, terwijl Tony Jones ons later liet weten dat de ladingen intact waren en tot ontploffing konden worden gebracht. In mijn bijdrage heb ik de aangehaalde uitspraken laten staan en kan de lezer zelf de onzekerheid waarnemen. Mijn persoonlijke mening doet er niet toe.
Dat de tanks van Robinson schoten op Amerikaanse para's betekent m.i.dat deze Para's eerder bij de Noorderlijke oprit waren dan de Britse tanks.
Vragen beantwoorden op deze prachtige website is m.i. ondoenlijk. Ik heb na 40 jaar studie duizenden vragen, die ik waarschijnlijk nooit beantwoord zal krijgen. Ik wil b.v. weten welke soldaten in de boten zaten, welke soldaten zijn gesneuveld en gewond en waar; wat er met de vermisten is gebeurd en wat er met alle krijgsgevangenen is gebeurd, wie hebben hen bewaakt en waar. Het zou mooi zijn om te weten waar en op welk tijdstip iedereen zich bevond.
Doch dat zijn allemaal details, die voor een groot publiek niet onderhoudend zijn.
Ik vraag daarom begrip en hoop dat de lezers van mijn artikels nu in grote lijnen weten wat er gebeurd is tijdens de strijd om de Waalbruggen, eerst twee, later drie bruggen (ook de pontonbrug), die moesten worden verdedigd.

Henny Meijer

De Nijmeegse Pandoerenclub verschafte de hoofdtribune bij de Waaloversteek.

Mochten er in 2011 mensen zijn die ervan uitgaan dat de strijd in Nijmegen een Britse aangelegenheid is geweest en dat ten onrechte de indruk wordt gegeven dat bij de veroveringen van de Zuidelijke- en Noordelijke opritten Amerikanen de hoofdrol hebben gespeeld, voor de beide locaal aanwezige Britse opperbevelhebbers van Operatie Market Garden was er hierover geen enkele twijfel door het simpele feit dat zij op die bewuste 20 september 1944 tijdens deze “Waaloversteek” op de “hoofdtribune” zaten.
Deze riante observatiepost was het hoge gebouw van de PGEM de (nieuwe) Elektriciteitscentrale.
(De oude Centrale lag tussen de twee Waalbruggen aan de Waalkade).
Vanuit hun verheven gezichtveld zagen o.a. Lt. Gen. Frederick Browning, Lt. Gen Brian Horrocks deze ongekende militaire operatie voor hun ogen gebeuren. Uit hun mond kreten van bewondering zijn door toehoorders opgetekend, zoals: 
“Nog nooit heb ik zoveel dapperheid aanschouwd !” (Browning)
Het was natuurlijk uitzonderlijk dat opperbevelhebbers zo’n goed en nabij uitzicht hebben, een paar honderd meter van de gevechtshandelingen.

Waaloversteek 20 september 1944, met 26 canvas stormboten, schietschijven bij daglicht!
Binnen korte tijd 107 man verloren, waarvan 28 gesneuveld, de rest vermist of gewond uitgeschakeld.
Slechts 13 bootjes keerden terug, na de 2e overtocht (wave) slechts 11. De laatste overtocht was om 18.30 uur.
In het gebouw van de Elektriciteit Centrale (achtergrond) lagen later ca 30 gewonde Para’s.
Enige bekende foto van de Waaloversteek.


De vraag, die ik echter in dit artikel wil beantwoorden is: “ hoe kwam deze PGEM Centrale in handen van de Geallieerden?”
Het antwoord is verrassend en m.i. voor velen onbekend: Op zondag 17 september 1944 werd deze PGEM centrale veroverd door de leden van de verzetsgroep “De Pandoeren”; zij namen de 10 Duitse bewakers gevangen en voorkwamen daarmee dat deze elektriciteitscentrale met zijn hoog gebouw en nog hogere schoorstenen, ideale observatiepunten voor artilleriewaarneming, zouden zijn vernietigd.
In het “Inventaris van het Archief der Commissie tot Documentatie van het Verzet in Nijmegen” afgerond op 22 februari 1949, vinden we onder B VII twaalf Verzetsorganisaties waaronder op nummer 8 “De Pandoerenclub”.

Wie waren de leden van deze Pandoerenclub? 
Met deze vraag worstelde blijkbaar ook de genoemde “Commissie tot Documentatie van het Verzet in Nijmegen”. Deze vroegen aan de oprichter en leider van deze club J.G. Brouwer om details. Brouwer was echter niet meer in Nederland en hij beantwoordde de commissie vanuit Bandoeng, Nederlands-Indië per rapport d.d.12 juni 1947 Dit rapport met het stempel van de commissie vond ik in het archief van J.G. Brouwer, die ik persoonlijk gekend heb en wiens archief ik na zijn overlijden op 14 juli 2005 heb mogen ontvangen.
Uit genoemd rapport en uit Brouwer’s archief kan de geschiedenis van de Pandoerenclub bijna letterlijk worden geciteerd, ondersteund door verklaringen. Doch beperk ik mij tot een samenvatting.

Eind 1941 ontstond het plan om een groep jongelui volgens militaire beginselen af te richten en zodoende een steentje te kunnen bijdragen, wanneer de Bevrijdingsdag zou komen en wij, de Geallieerde troepen diensten zouden kunnen bewijzen zonder hier bij de rol te vervullen van goedwillende, maar onhandige, “sta in de weg”. Met enige vrienden en schoolvrienden (Leerlingen van de zeevaartschool ”De Ruyter”, Nijmegen werd door mij de grondslag van de “Pandoerengroep gelegd”

(Deze De Ruyterschool was op last van de Duitse bezetters verplaats van Vlissingen naar Nijmegen en was ondergebracht in het gebouw van De Gezellenvereniging, Smetiusstraat).
De Pandoeren oefenden ten huize van G.G. v. Leeuwe, Weurtseweg 54, bij H.A.E. Scheidt, Oude Stadsgracht en bij J. Engels, Muntweg 59 o.m. in geweervechten, met zelfgemaakte houten geweren.
Jaap Visker, Th. Broekman en J.G. Brouwer verzamelden militair materiaal, door de gecapituleerde Nederlandse militairen in mei 1940 gedumpt.
Bij een S.D.-inval bij Visker, Dobbelmanweg 24 werd enige munitie gevonden, waarop hij de resterende oorlogsjaren in een concentratiekamp doorbracht. Bij Brouwer vond men niets en hij werd wegens gebrek aan bewijs vrijgelaten.

Op 16 januari 1943 werd de groep door verraad door een zoon van een verkeerde politieman gearresteerd door S.D.-ers van de Nijmeegse Politie (Verstappe, de Ruyter, Wiebe, Wanders en Jonker). Drie dagen van ondervraging in Nijmegen waarna overgebracht naar Arnhem. Ondanks de gevallen klappen bleef iedereen bij de afgesproken versie dat de Pandoerenclub een sportclub was, waar weliswaar “weersport” zoals schermen werd beoefend maar waaraan verder geen enkele strekking vast geknoopt zat. Op 3 maart 1943 werden ze vrijgelaten en zagen elkaar een maand of twee niet meer. Ze verloren het contact met D. Arens en P. Arens alsook met E. Hermsen, die in kamp Vught heeft vastgezeten. Bij hen sloot zich Th. Rietbergen aan, wiens oom SMI van het KNIL J. de Blécourd, werkeloos na mei 1940 (in de Prins Hendrik kazerne), genegen was om als militair leider op te treden De Blecourt stond in kontakt met de heer Burke, de plaatselijke leider van de Orde Dienst (O.D.)

Hierdoor kregen de Pandoeren contact met andere verzetslieden, die ze hielpen met geldinzamelacties, en het per fiets vervoeren van mitrailleurpatronen afkomstig uit een Engels vliegtuig, in Hees neergestort. Deze munitie werd verborgen gehouden bij van Haren in Hees. In die tijd kreeg Brouwer van Th. Broekman zijn F.N. pistool met munitie.
Medio juli 1944 kreeg de Blécourt opdracht van zijn O.D. chef en kreeg de Electrische Centrale aan de Weurtseweg als bewakingsproject toegewezen. Er was daar een Duitse wacht gelegerd en onze taak werd om deze wacht op bevel te neutraliseren. We werden met volle medewerking van de Directeur van de centrale aangesteld als z.g. “Luchtbeschermingsdienst” In de kluis van de directeur werden een F.N. pistool een revolver en enige dolken verstopt.
Wij deden dienst in twee ploegen als een normale Luchtbeschermingdienst, kwamen om zes uur ’s avonds op wacht om de andere dag. In geval van alarm zouden wij ons allen naar de Centrale begeven. 

De ploegen waren als volgt ingedeeld:
Ploeg 1 J.G. Brouwer, Hoekman, Wilhelm, Scheidt, Velthuijzen en Hendrick
Ploe 2 C.C. van Leeuwe, v.d. Sande, Pouman, Kempen, Rietbergen en Geldof.

Officiële papieren van J.G. Brouwer, de leider van de Pandoerenclub.

Op zondag 17 september 1944 kwamen de eerste Amerikaanse Luchtlandingstroepen in de omgeving van Nijmegen. Hierop braken diegene van onze groep die hiertoe kans zagen uit de stad en begaven zich naar de Centrale. De Duitse wacht in de Centrale werd onrustig en hun moreel was niet bijster goed. De strijd werd in de namiddag in het centrum en bij de bruggen gevoerd. Voor de tweede maal zagen we met verbittering onze stad in vlammen opgaan. Een gehavend SS. compagnie kwam via het Maas en Waalkanaal de Centrale binnen en wilde daar de verdediging inrichten. De commandant liet zich van de nutteloosheid overtuigen en wel door de directeur (de heer van Gendt) en enige van ons in de waan gebracht dat ze nog een kans op ontsnapping hadden via de spoorbrug. Van Leeuwe zou de troep leiden. Het was ons bekend dat de Amerikanen daar reeds zaten en we schreven van Leeuwe dan ook als eerste man af. Ter hoogte van de haven ontkwam v. Leeuwe in de duisternis waarop de ter plaatse onbekend met de situatie zijnde troep regelrecht in het Amerikaanse vuur liep en uit elkaar geslagen werd.
In de nacht werd de Duitse wacht (van de Centrale) medegedeeld dat de “Krieg” voor hen ten einde was. We overrompelden ze in plukjes, de ontwapening vond snel plaats en we sloten ze op order van de (Sergeant) Majoor in één der kelders op.

Het rapport beschrijf de dinsdag, onbekend met de situatie in de stad, hoe veel familieleden van het personeel kwamen schuilen in de Centrale en dat het voedsel voor de evacués en voor de tien Duitse krijgsgevangenen een probleem werd. In een aangrenzende boerderij werden aardappels gevonden en Jan Engels probeerde zelfs voor kinderen een koe te melken. Inmiddels oefende Sgt. Maj. de Blécourt hen onmiddellijk in het gebruik der geweren en bajonetten. 

De voluntair van de Centrale Henk Geurts sloot zich bij ons aan 
We hadden onze O.D. band om (toen nog een ereteken) en kregen onze opstellingsplaatsen aangewezen.

Armband O.D. (Orde Dienst) van J.G. Brouwer, gedragen gedurende de strijd in september 1944.
Het werd beschouw als een ereteken, doch was bedoeld om de drager een militaire status te geven en volgens de Conventie van Geneve als krijgsgevangene diende te worden behandeld. De O.D. viel onder de Binnenlandsche Strijdkrachten, waarvan Prins Bernhard bevelhebber was.

Dinsdagavond kwamen drie S.S. typen de Centrale binnen wandelen en deze mannen met het “Herman Göring” bandje op de mouw werden onder hevig protest ontwapend en aan onze selectie toegevoegd. Het totaal gevangenen bedroeg dertien stuks.
De toestand werd wat moeilijk en de Blécourt stuurde v.d. Sande en Brouwer als verkenner om contact met de geallieerden te zoeken en troffen in de Bredestraat te Hees de spits van een geallieerde collonne aan. Een afdeling ging met hen mee naar de Centrale en nadat hier een honderd Amerikanen angekomen waren, volgden de gebeurtenissen zich in een niet te verwerken tempo op.
Allereerst gaven we aan deze troepen onze gevangenen over. In de namiddag kwamen grote groepen aan. In het haventje van de Centrale werkte men aan bootjes en deze werden daar in elkaar gezet. Hiermee begon men aan de heldhaftige oversteek over de Waal om de andere kant van de voetbrug in handen te krijgen. Aan de overtocht mochten wij niet deelnemen. We trachtten ons verdienstelijk te maken door de terugkerende gewonden uit de uiterwaarden te slepen en achter de dijk in veiligheid te brengen. In de hal van de Centrale was een verbandplaats ingericht die weldra met een +/-30 gewonden gevuld was. 

Op 21 september trokken we ’s morgens de stad in. Plaatste bij een grote benzinedepot op de Weurtseweg een wacht, tot die later van ons werd overgenomen. Bij het opruimen van vijandelijke snipers sneuvelde in de middag Martin van Kempen, door een schot in het hoofd, in de tuin naast de Protestante kerk, hoek Daalseweg-Jac. Canisstraat. Hij beveiligde de groep op de flank, die op aanwijzing van burgers het kerkje op snipers doorzochten. Hij werd vermoedelijk vanuit een raam van de toenmalige “Deutsche Schule”neergeschoten. In de daarop volgende weken deden we dienst bij de geallieerden (o.a. nachtpatrouilles langs de Maas bij Wamel en Dreumel. We waren gelegerd in het gebouw der Koloniale Reserve te Nijmegen, in verband met de Binnenlandsche Strijdkrachten. Hier is de groep opgelost grotendeels als vrijwilligers bij het Leger, Vloot Luchtmacht of naar het burgerleven terug. Toen in augustus 1945 met verlof vanuit Engeland naar Nederland. Daar hoorde ik dat men nog niets had gedaan tot ondersteuning van Wed. van Kempen, die er financieel moeilijk voorstond (voorstaat).

Was getekend Brouwer J.G. sgt. S.R.O.I.


Tot zover het citaat uit het rapport voor genoemde commissie.

Epiloog.
De strijd in Nijmegen, jongensachtig begonnen, was voor Brouwer de springplank voor een militaire carrière.
Jacques Brouwer was in Indonesië een vechtsoldaat van het KNIL. Hij werd zwaar gewond toen zijn voertuig op een mijn liep, waarbij twee van zijn mannen omkwamen. Na herstel volgde hij de Officiersopleiding in Bandoeng. Na de wapenstilstand in december 1949 diende hij in Celebes, Bij een verraderlijke aanval van de T.N.I. in 1950 redde hij 200 repatrianten het leven, waarvoor hij later werd onderscheiden met het Bronzen Kruis. Toen deze actie bekend werd, werd hij met zijn gezin op het vliegtuig naar Nederland gezet, al zijn bezittingen achterlatend. Hij diende o.a. in Suriname, als Blauwhelm in het Midden-Oosten en eindigde als Verbindingsofficier bij zijn voormalige vijanden, in de Duitse kazerne in Budel.

Vredesprijs toegekend aan J.G. Brouwer. - Lt. Kol. Jacques Brouwer, BK, MBE, MVO. (18 maart 1922 – 14 juli 2005)

Na zijn diensttijd zette hij zich in voor oud-verzetsstrijders en hun familieleden, voor oud-strijders en was initiatiefnemer voor Herdenkingen in Limburg op de vele Britse Begraafplaatsen aldaar. Ook op het Duitse Oorlogskerkhof te Ysselsteyn-Venray startte hij de Aktie “Verzoening over de Oorlogsgraven” op Volkstrauertag. Voor deze inspanningen kreeg hij van de West-Duitse Oud-strijders de Vredesprijs, de enige Nederlander die deze eer ontving. 

Brouwer is m.i. de oud-Nijmegenaar, die het meest werd onderscheiden en geëerd (60 maal). 
Zijn archief, decoraties en uniformen zijn door schenking in mijn collectie toegevoegd.

Henny Meijer.

Reactie 1:

Martien van den Berg, 06-02-11: Via via ben ik op het artikel gewezen over de Pandoerenclub. Martien Kempen was een broer van mijn Moeder, Betsie van den Berg- Kempen, haar moeder heeft vanaf het trouwen altijd bij ons ingewoond, eerst in de Leliestraat en daarna op de Wezenlaan.

Veel vertellen over de oorlog heeft ze nooit gedaan en dus weet ik ook niet veel over haar broer, waarnaar ik vernoemd ben. Als ze terug is van vakantie zal ik haar dit stuk laten lezen en komt er misschien een verhaal uit.

Reactiepagina
Reactie 2:

Rob Engels, 09-03-2014: Mijn vader Jan Engels was lid van de pandoeren en vriend van Sjaak Brouwer. Ik heb van mijn vader een klein en eenvoudig archief over die tijd.
Rob Engels, Wijchen
Reactie 3:

Ferry Brand, 11-02-2015: L.S.
Wij, leden van de Historische Kring Loosdrecht, hebben in ons archief een ORANJE-armband uit WOII. Daarop staan de letters NJE. We vonden op uw site een soortgelijke armband, helaas zonder deze letters erop. Maar is het misschien bij u bekend wat deze letters zouden kunnen betekenen?
Bij voorbaat hartelijk dank voor de door u te nemen moeite.
Met vriendelijke groet, Ferry Brand

Redactie: mogelijk de laatste letters van ORANJE?
Reactie 4:

N, 13-12-2015: De armband van Reactie 3 is uit de regio het Gooi (gewest 9). De stof (zonnewering) was al in 1944 geknipt om armbanden te naaien. Dat was een veel langer stuk stof, het moest een echte armband worden.
Dit was gedaan door de O.D. en nog voor de oprichting van de BS. Deze kleurstelling (prinsen of geuzenvlag) noemde men dan ook later in de BS "het O.D.model". Na 3 september 1944 en oprichting BS is begonnen deze stof te voorzien van de verplichte aanduiding ORANJE. Het werden daarmee BS armbanden. Op enig moment bleek het aantal armbanden veel te weinig ten opzichte van het snel groeiende aantal BS leden. Meer stof was niet beschikbaar. Toen is besloten de stof door te knippen. Het zijn dan nog slechts lapjes met keperbandjes. Reeds bedrukte armbanden werden ook doorgeknipt. Vervolgens werd de aanduiding ORANJE er opnieuw opgezet. Er heeft dus ook een mouwband bestaan met de letters ORA, oftewel de andere helft.

Redactie: B.S. = Binnenlandse Strijdkrachten, O.D. = Ordedienst (links naar Wikipedia).

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: