|
© copyright Henny Meijer, Internetbewerking; Henk Kersten/Stichting Noviomagus.nl Slag om Nijmegen, de Pandoerenclub Hierbij vervolg ik mijn serie artikels over de strijd in Nijmegen in september 1944. De Nijmeegse Pandoerenclub verschafte de hoofdtribune bij de Waaloversteek. Mochten er in 2011 mensen zijn die ervan uitgaan dat de strijd in Nijmegen een Britse aangelegenheid is geweest en dat ten onrechte de indruk wordt gegeven dat bij de veroveringen van de Zuidelijke- en Noordelijke opritten Amerikanen de hoofdrol hebben gespeeld, voor de beide locaal aanwezige Britse opperbevelhebbers van Operatie Market Garden was er hierover geen enkele twijfel door het simpele feit dat zij op die bewuste 20 september 1944 tijdens deze “Waaloversteek” op de “hoofdtribune” zaten.
Waaloversteek 20 september 1944, met 26 canvas stormboten, schietschijven bij daglicht! Wie waren de leden van deze Pandoerenclub? Eind 1941 ontstond het plan om een groep jongelui volgens militaire beginselen af te richten en zodoende een steentje te kunnen bijdragen, wanneer de Bevrijdingsdag zou komen en wij, de Geallieerde troepen diensten zouden kunnen bewijzen zonder hier bij de rol te vervullen van goedwillende, maar onhandige, “sta in de weg”. Met enige vrienden en schoolvrienden (Leerlingen van de zeevaartschool ”De Ruyter”, Nijmegen werd door mij de grondslag van de “Pandoerengroep gelegd” (Deze De Ruyterschool was op last van de Duitse bezetters verplaats van Vlissingen naar Nijmegen en was ondergebracht in het gebouw van De Gezellenvereniging, Smetiusstraat). Op 16 januari 1943 werd de groep door verraad door een zoon van een verkeerde politieman gearresteerd door S.D.-ers van de Nijmeegse Politie (Verstappe, de Ruyter, Wiebe, Wanders en Jonker). Drie dagen van ondervraging in Nijmegen waarna overgebracht naar Arnhem. Ondanks de gevallen klappen bleef iedereen bij de afgesproken versie dat de Pandoerenclub een sportclub was, waar weliswaar “weersport” zoals schermen werd beoefend maar waaraan verder geen enkele strekking vast geknoopt zat. Op 3 maart 1943 werden ze vrijgelaten en zagen elkaar een maand of twee niet meer. Ze verloren het contact met D. Arens en P. Arens alsook met E. Hermsen, die in kamp Vught heeft vastgezeten. Bij hen sloot zich Th. Rietbergen aan, wiens oom SMI van het KNIL J. de Blécourd, werkeloos na mei 1940 (in de Prins Hendrik kazerne), genegen was om als militair leider op te treden De Blecourt stond in kontakt met de heer Burke, de plaatselijke leider van de Orde Dienst (O.D.) |

| Hierdoor kregen de Pandoeren contact met andere verzetslieden, die ze hielpen met geldinzamelacties, en het per fiets vervoeren van mitrailleurpatronen afkomstig uit een Engels vliegtuig, in Hees neergestort. Deze munitie werd verborgen gehouden bij van Haren in Hees. In die tijd kreeg Brouwer van Th. Broekman zijn
F.N. pistool met munitie. Medio juli 1944 kreeg de Blécourt opdracht van zijn O.D. chef en kreeg de Electrische Centrale aan de Weurtseweg als bewakingsproject toegewezen. Er was daar een Duitse wacht gelegerd en onze taak werd om deze wacht op bevel te neutraliseren. We werden met volle medewerking van de Directeur van de centrale aangesteld als z.g. “Luchtbeschermingsdienst” In de kluis van de directeur werden een F.N. pistool een revolver en enige dolken verstopt. Wij deden dienst in twee ploegen als een normale Luchtbeschermingdienst, kwamen om zes uur ’s avonds op wacht om de andere dag. In geval van alarm zouden wij ons allen naar de Centrale begeven. De ploegen waren als volgt ingedeeld:
Officiële papieren van J.G. Brouwer, de leider van de Pandoerenclub. Op zondag 17 september 1944 kwamen de eerste Amerikaanse Luchtlandingstroepen in de omgeving van Nijmegen. Hierop braken diegene van onze groep die hiertoe kans zagen uit de stad en begaven zich naar de Centrale. De Duitse wacht in de Centrale werd onrustig en hun moreel was niet bijster goed. De strijd werd in de namiddag in het centrum en bij de bruggen gevoerd. Voor de tweede maal zagen we met verbittering onze stad in vlammen opgaan. Een gehavend SS. compagnie kwam via het Maas en Waalkanaal de Centrale binnen en wilde daar de verdediging inrichten. De commandant liet zich van de nutteloosheid overtuigen en wel door de directeur (de heer van
Gendt) en enige van ons in de waan gebracht dat ze nog een kans op ontsnapping hadden via de spoorbrug. Van Leeuwe zou de troep leiden. Het was ons bekend dat de Amerikanen daar reeds zaten en we schreven van Leeuwe dan ook als eerste man af. Ter hoogte van de haven ontkwam v. Leeuwe in de duisternis waarop de ter plaatse onbekend met de situatie zijnde troep regelrecht in het Amerikaanse vuur liep en uit elkaar geslagen werd. Het rapport beschrijf de dinsdag, onbekend met de situatie in de stad, hoe veel familieleden van het personeel kwamen schuilen in de Centrale en dat het voedsel voor de evacués en voor de tien Duitse krijgsgevangenen een probleem werd. In een aangrenzende boerderij werden aardappels gevonden en Jan Engels probeerde zelfs voor kinderen een koe te melken. Inmiddels oefende Sgt. Maj. de Blécourt hen onmiddellijk in het gebruik der geweren en bajonetten. De voluntair van de Centrale Henk Geurts sloot zich bij ons aan
Armband O.D. (Orde Dienst) van J.G. Brouwer, gedragen gedurende de strijd in september 1944. Dinsdagavond kwamen drie S.S. typen de Centrale binnen wandelen en deze mannen met het “Herman Göring” bandje op de mouw werden onder hevig protest ontwapend en aan onze selectie toegevoegd. Het totaal gevangenen bedroeg dertien stuks. |

| Vredesprijs toegekend aan J.G. Brouwer. - Lt. Kol. Jacques Brouwer, BK,
MBE, MVO. (18 maart 1922 – 14 juli 2005) Na zijn diensttijd zette hij zich in voor oud-verzetsstrijders en hun familieleden, voor oud-strijders en was initiatiefnemer voor Herdenkingen in Limburg op de vele Britse Begraafplaatsen aldaar. Ook op het Duitse Oorlogskerkhof te Ysselsteyn-Venray startte hij de Aktie “Verzoening over de Oorlogsgraven” op Volkstrauertag. Voor deze inspanningen kreeg hij van de West-Duitse Oud-strijders de Vredesprijs, de enige Nederlander die deze eer ontving. Brouwer is m.i. de oud-Nijmegenaar, die het meest werd onderscheiden en geëerd (60 maal). Zijn archief, decoraties en uniformen zijn door schenking in mijn collectie toegevoegd. Henny Meijer. Reactie 1: Martien van den Berg, 06-02-11: Via via ben ik op het artikel gewezen over de Pandoerenclub.
Martien Kempen was een broer van mijn Moeder, Betsie van den Berg- Kempen, haar moeder heeft vanaf het trouwen
altijd bij ons ingewoond, eerst in de Leliestraat en daarna op de Wezenlaan. |